Jezus Christus kón in dit tekstgedeelte zeggen dat Hij álle macht heeft in de hemel en op de aarde want door de overwinning op de dood, kreeg Hij van de Vader alle macht en mag Hij, volgens Psalm 8:7: "heersen over de werken Uwer handen.", en, waren aan Hem, volgens Matth.11:27, "alle dingen overgegeven van de Vader."
Hierdoor mocht en kon Hij dus aan de dicipelen de opdracht geven om in Zijn Naam, als Zijn gezanten, te gaan dopen.
Het dopen gebeurt twééledig, namelijk met het Woord, én met het Water, in Gods driemaal Heilige Naam: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest; en heeft de betekenis dat men ingeplant wordt ofwel deel heeft AAN DIE NAAM.
Genesis 1:1-3.
Hier zien wij het scheppende, barende Woord Gods. Het Woord dat bij de doop wordt gesproken, is dus een barend woord omdat men daardoor de oude mens aflegt en een nieuw mens wordt.
In de Naam des Vaders:
omdat God diegene als Zijn kind aanneemt die door het bloed van Zijn Zoon verlost is.
In de Naam des Zoons:
omdat de Zoon met de zondaar een verbond aangaat.
In de Naam des Geestes:
omdat de zondaar, nu hij een kind van God geworden is, met de Geest een nieuw leven kan aanvangen.
uit de besprenging met water tot afwassing der erfzonde: Handelingen 22:16; Ezechiël 36:25; (b.v.doortocht door de Rode Zee, Ark van Noach,8 zielen)
In het Oude Testament werden de mensen met de Here God verzoend door besprenging met bloed. Leviticus 16:1-16.
Hier was een offerdier, dus bloed, nodig om de zonden af te wassen.
Het bloed werd dus gesprengd tot reiniging en heiliging.
In Israël legde de zondaar zijn hand op het hoofd (kop) van het offerdier, dat daardoor de plaats van de zondaar innam. Leviticus 17:11.
Christus ging als een Lam ter slachting: een éénmalig offer volgens 1 Petrus 1:18,19; en 2 Korinthe 5:19.
In plaats van het jaarlijks herhaalde dier-offer, nu een éénmalig offer van Jezus Christus, Die door het offeren van Zijn bloed voor altijd de zonden wegnam.
De Doop is niet alléén voor de Joden, maar óók voor de heidenen, want o.a. in Jesaja 52:15 wordt gezegd dat Hij vele heidenen zal besprengen, want "dewelken het niet verkondigd was die zullen het zien en welken het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan" ( zie ook Romeinen 15:21.)
Lukas 7:29,30:
rechtvaardigen:
prijzen van God voor de ontvangen genade.
Johannes was een boeteprediker en predikte de doop tot bekering. De wetgeleerden en de schriftgeleerden waren zéér goed op de hoogte, doch wilden het niet aannemen.(zie de geschiedenis van de geboorte van Joh.d.Doper in Lukas 1) Johannes predikte de doop tot bekering naar de Wet en de Profeten.(O.T.)
De doop van Johannes was een voorbereiding op de komst van Christus. (zie ook Handelingen 19:1-5 en Mattheus 3:11-17).
zichtbare doop, dus de handeling;
onzichtbare doop, nieuw geboren uit water én geest.
Deze overste was bang voor de mensen, hij dacht dat hij rijk was door de stipte naleving van de Wet van Mozes, hij is echter ziende blind en horende doof.
De Doop is dus het bad der wedergeboorte, zoals óók te lezen valt in Titus 3:5-9.
Een leraar Israëls moest béter weten, doch het zal aan de eenvoudigen van geest gegeven worden om te zien en te horen.
De doop is, evenals in natuurlijke zin de lichamelijke geboorte, een geestelijk begin van verniewing.
Door de doop, die ons één maakte met het sterven van de Here Jezus Christus, werd Zijn dood óók onze dood., en zijn wij dus dóór de doop mét Hem gestorven en begraven.
En, zoals Christus uit het graf is opgewekt door de macht van de Vader, zo gaan óók wij, een nieuw leven leiden.
Want, als wij één zijn geworden met Christus door te sterven zoals Hij gestorven is, dan zullen wij óók mét Hem één zijn, door óp te staan zoals Hij is opgestaan.!
De zondige mens die wij vroeger zijn geweest, is mét Christus aan het kruis geslagen en dáárom is aan ons zondige bestaan een einde gekomen en staan wij niet meer in de dienst van de zonde.
Want, de aanspraken van de zonde gelden niet meer voor wie dood is. Wij zijn gestorven mét Christus, en dáárom geloven wij dat wij óók met Hem zullen leven omdat wij weten dat Christus uit de dood is opgestaan en niet meer kan sterven; de dood heeft geen macht meer over Hem.
De Dood, die Hij stierf, was een afscheid van de zonde, maar nu, nu Hij leeft, leeft Hij alleen voor God.
de Colossensen waren eertijds heidenen die geestelijk dood waren, doch nu, dóór de doop, volmaakt in Hem.
Zonder handen: niet meer uiterlijke besnijdenis zoals het Joodse verbondsvolk, maar de innerlijke besnijdenis des harten, zoals Deuteronomium 10:16 zegt: "besnijdt de voorhuid uws harten en verhard uw nek niet meer."
Eertijds leefde men onder dat uiterlijke verbond en was de Wet hun tuchtmeester en rechter.De geboden Gods waren het handschrift dat door God Zelf met de vinger geschreven was in de stenen tafelen op de berg Sinaï en die Hij gegeven had aan Zijn knecht Mozes. Exodus 34:28 (tevens het schaduwbeeld van het Nieuwe Verbond)
Handschrift: dus de stenen tafelen: Exodus 31:18. (hier het schaduwbeeld van het Oude Verbond)
De Wet alléén brengt echter niet tot volmaking, maar het geloof was de oorzaak: Romeinen 3:20 en Galaten 3:24-27 !!
Christus is het einde der Wet: Romeinen 10:4.
Wij zijn dus ommanteld, nét zoals Adam en Eva met dierevellen werden bekleed.Genesis 3:21.
Het bloed van deze dieren bedekte hun naaktheid, dwz. hun zonden werden bedekt. Dit als type en schaduwvoorbeeld van het bloed van Jezus Christus waarmede de zonden werden overwonnen aan het kruishout.
Voor alle mensen, dus zowel voor goddelozen als voor de heidenen. Wij moeten dus, wanneer wij door het bad der wedergeboorte de oude mens hebben afgelegd en een nieuw leven in Christus zijn begonnen, de aardse dingen verzaken en leven zoals het een gedoopte betaamt.
Zalig worden vindt niet plaats door enkel goede werken te doen, maar door de armhartigheid van God in Christus.
En, uit wederliefde, doen wij de werken die de Heer van ons vraagt.(zie ook de geschiedenis van de Barmhartige Samaritaan in Lukas 10:25-37) Tevens: Mattheus 18:11.
Voor álle mensen, zowel Oud Testamentisch. als Nieuw Testamentish.
O.T: afval van de waarheid, ook roept God tot de goddelozen om aan hen deze genade te geven. Ezechiël 18: 23-27.
N.T.: iedereen kan dus bekeerd worden, de Heer blijft echter maar weg, tóch blijft Zijn belofte van kracht en krijgt iedereen in deze genade tijd en gelegenheid om zich te bekeren. Dáárom lijkt het ook of het zolang duurt voordat de Heer wederkomt. 2 Petrus 3:9.
Onbevlekt Lam: het Oude Testament is tot een voorbeeld voor datgene wat er in het Nieuwe Testament gebeurt: Exodus 12:3-7, 12,13
Door het bloed aan de deurpost ging de verderfengel voorbij. De eerstgeborenen van Israël bleven dus in leven door het bloed van een onbevlekt lam. Dit bloed ziet reeds op het Lam Jezus Christus zie Johannes 1:29: "Zie het Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt."
Wij zijn dus behouden door het bloed van Christus, met als Nieuwe Verbondsteken, de doop. En dóór de doop belijden wij dus dat wij deelhebben aan Zijn dood.
Het Woord: zie Johannes 1:14-18.
Ondanks de prediking van Noach bekeerde zich niemand en werd de wereld door water verwoest. Noach en de zijnen werden behouden door het water, door de Ark, door het geloof.
Deze gebeurtenis is in geestelijke zin het schaduwvoorbeeld van de waterdoop.
KINDERDOOP: dat ook de kinderen in het doopverbond worden opgenomen vinden wij vermeld in:
De doop met water is een sacrament. Het woord Sacrament betekent: verborgenheid
De Kerk bezit drieSacramenten:
Een sacrament is een uiterlijk, zichtbaar teken van een innerlijke, geestelijke genade die aan ons geschonken wordt en dat door Christus is ingesteld als een middel waardoor wij de genade ontvangen en als onderpand om ons zelve te verzekeren.
Het is dus niet voldoende dat wij kennis van de Bijbel hebben en van hetgeen voor onze zaligheid is geschied.
Want, hetgeen voor ons heeft plaats gevonden, dat moet ook in ons gewerkt worden door de sacramenten die de Heer Jezus heeft ingesteld als gevolg van Zijn verdiensten opdat de zondaar, bekeerd zijnde, een nieuw leven in Christus deelachtig wordt en blijft.