Pontius Pilatus

Johannes 19:12

Onze Heer is veroordeeld tot de kruisdood, omdat de Romeinse stadhouder Pilatus de politieke moed mist om op zijn eigen oordeel af te gaan.

Hij geeft de Joodse leiders tenslotte hun zin. Zijn angst om zijn machtspositie te verspelen, is zijn slechte raadgever.

Zij zouden hem wel eens kunnen aanklagen wegens een grote gerechtelijke dwaling: om een opstandeling, die de positie van de keizer aantast, vrij te laten. Deze angst is niet ongegrond. Als hij laat blijken dat hij Jezus wil vrijlaten, vergeten de volksleiders hun welgemanierde houding en schreeuwen ongegeneerd: “Indien gij deze loslaat, zijt gij geen vriend van de keizer; een ieder die zich koning maakt, verzet zich tegen de keizer”. (Jh.19:12).

Dit is gevaarlijk. Een aanklacht bij de achterdochtige keizer Tiberius kan betekenen dat Pilatus wordt gedood wegens majesteitsschennis. Ofschoon hij weinig begrijpt van Jezus' antwoorden, is hem wel duidelijk geworden dat hier voor hem staat de Koning van een Koninkrijk dat blijkbaar niet van deze wereld is.

De Heer bevestigt zijn vraag: “Zijt gij dus toch een koning?”. Voor Pilatus is een buitenwereldlijke koning geen gevaar voor de keizer. Vol overtuiging zegt hij: “Ik vind geen schuld in Hem.”

Tóch gaat hij door de knieën, ondanks de waarschuwing van zijn vrouw Claudia: “Bemoei u toch niet met die rechtvaardige, want ik heb heden in een droom veel om Hem geleden”. (Mt.27:19). Zij heeft de Rechtvaardige herkend, de Joodse leiders en het volk niet, evenmin Pilatus. Onoprechtheid blokkeert de mogelijkheid om de Verlosser van de wereld werkelijk te leren kennen en herkennen. Hosea profeteerde: “Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis”. (4:6).

Macht

Uit historische gegevens blijkt, dat Pilatus een onbuigzame, eigenzinnige en onverbiddelijke man was.

Bovendien had hij een breed zonderegister van corruptie, mishandelingen, roofzucht en terechtstellingen zonder enige vorm van proces. Precies het beeld dat we kennen van hedendaagse dictators in alle delen van de wereld.

De macht die men eenmaal heeft veroverd, wordt met alle mogelijke middelen, geoorloofd of meestentijds ongeoorloofd, verdedigd. Niet het bevorderen van het welzijn van land en volk wordt nagestreefd, slechts duivelse machtswellust motiveert hen. Veelvuldig krijgen we deze misstanden onder ogen.

Je vraagt je af: waarom hebben veel mensen de voorkeur om leidinggevende posities te bereiken?

Is het bevlogenheid om te trachten mee te werken aan een verantwoorde samenleving? Of is het zucht naar macht?

Prof. dr. H.J. van Zuthem, destijds hoogleraar in de bedrijfssociologie aan de T.U. Twente, stelt in zijn boek: “Een pleidooi voor meer verantwoordelijkheid”, dat macht corrumpeert. Machthebbers staan bloot aan het gevaar slechts aan eigen positie te denken. Al hun handelen kan daardoor worden bepaald en men vervalt tot onverantwoorde daden. In Nederland worden we daarmee helaas regelmatig geconfronteerd. Eigenbelang brengt zelfs zeer gerespecteerde lieden uit overheid en bedrijfsleven tot corrupte daden of men valt zelf in de val van omkoping.

Ook Pilatus trapt in de corruptieval.

Hij wordt door de Joden hartgrondig gehaat, met name omdat hij kans ziet hun godsdienstige gevoelens te kwetsen. Maar men ziet er geen been in om met deze gehate man een verbond te sluiten met het doel die andere gehate man om het leven te brengen: een monsterverbond. Bijna bereiken ze hun doel niet, want de onbetrouwbare en hardvochtige Pilatus ontpopt zich plotseling als een mens die een rechtvaardig oordeel wil vellen.

Hij weigert Jezus tot de onomkeerbare straf, de doodstraf, te veroordelen. Het is hem duidelijk -zoveel mensenkennis heeft hij wel -dat Jezus de overpriesters in de weg staat en hem uit nijd en afgunst willen laten veroordelen tot de zwaarste straf'.

Toch laat hij zich omkopen door de sluwe leiders van het Joodse volk. Ze weten precies waar ze hem kunnen treffen. De zucht tot het behouden van de politieke macht brengt hem tot de ergste missslag in zijn leven.

Iedere zon- en feestdag wordt in vele kerken deze gruweldaad in de herinnering geroepen. Na de predikatie reciteert de gemeente de twaalf artikelen van de Apostolische Geloofsbelijdenis; hierbij de eerste vier artikelen: “Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde; En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Here, die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven...”

Oordeel

Het is gemakkelijk om Pontius Pilatus, die tweeduizend jaar van ons is verwijderd, streng te beoordelen. Hoe heeft hij tot zijn fatale beslissing kunnen komen? Hij probeerde weliswaar zich aan zijn persoonlijke verantwoordelijkheid te onttrekken, door met een groot gevoel voor theater zich publiekelijk de handen te wassen en te verklaren dat hij onschuldig was aan het bloed van Jezus (Mt.27:24). Maar toch “geeft hij Hem over om gekruisigd te worden”. (Mt.27:26). We weten dat Jezus de gang van Pilatus' rechterstoel, Gabbatha, naar het kruis van Golgotha moest volbrengen.

Pilatus en de Joden waren onwetend van het feit, dat zij medewerkten om het verlossingswerk van onze gezegende Heiland mogelijk te maken. Maar de verantwoordelijkheid van hun daden is hiermee niet verdwenen; ze lieten zich willoos gebruiken door de satan, de mensenmoordenaar van den beginne.

Door hem doet Pilatus wat hij heeft gedaan: de Heer laten lijden! De verleiding tot zondig handelen, kon hij niet weerstaan. Hij was slechts gericht op eigen voordeel. De Heer Jezus heeft hiervoor gewaarschuwd: 'Wee de wereld om de verleidingen tot zonde. Want er moeten verleidingen komen, maar wee die mens, door wie de verleiding komt' (Mt.18:7). Pilatus heeft door zijn slappe gedrag de Joden verleid tot een gerechtelijke moord. Wee hem!

Schuldbelijdenis

Toch past het ons in het geheel niet Pilatus te veroordelen. Wie van ons zonder zonde is, gooit maar het eerst een steen. De vele grote en kleine zonden in de wereld geven ons geen recht tot oordelen. “Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden”, spreekt de Heer (Dt.3.2:35; Rm.12:19; Hbr.l0:30).

Wij moeten vooral op onszelf passen. Dat gaat ons blijkbaar moeilijk af. Te vaak moet de Heer der Kerk ons vermanen, omdat we niet “het licht van de wereld” zijn, zoals de Heer dat heeft bedoeld. We laten ons toch te veel afleiden door de dingen van de wereld. Natuurlijk kunnen we aandragen dat we zwakke mensen zijn en dat is een juiste conclusie. In feite kunnen we voor onze hemelse Vader niet bestaan. Daarom zullen we iedere zon- en feestdag in de kerk gezamenlijk als gemeente onze zonden belijden. Dit dient oprecht te gebeuren met een heilig voornemen het in de kracht van de Heilige Geest beter te doen dan we deden. Dan zal de Heer door het ambt der verzoening -dat tot heden aan de Kerk is geschonken -ons vrijspreken en onze zonden wegwerpen in de zee van eeuwige vergetelheid.

Maar..., die eindeloze Goddelijke barmhartigheid en genade zullen ons nooit mogen verleiden tot een gemakzuchtig leven, hoewel vaak blijkt dat dit toch gebeurt. Onze schuldbelijdenis had te weinig inhoud, waarvan de Heilige Geest door het woord van profetie meermalen temidden van de gemeente getuigt. Naast de vele vertroostingen, aanwijzingen en voorzeggingen in deze woorden, moet de liefdevolle hemelse Vader ons ook vermanen, omdat Hij Zich zorgen maakt over ons. Pilatus zullen wij niet veroordelen; we zullen ons zelf 'veroordelen' tot beelddragers van God de Vader, navolgers van Jezus Christus de Zoon en tempels van de Heilige Geest, opdat we allen gevonden worden aan die grote dag van Christus' komst! hfr