Een Bijbelstudie door wijlen Evangelist E. Velde van de gemeente te Haarlem.
De schrijver gaat u voor op een tocht door Gods Woord ten einde de christelijke hoop levend te houden. Een adventistische hoop die reeds duidelijk leefde onder de eerste christenen.
AANGENOMEN en ACHTERGELATEN
Als wij ons tot de gemeente van Christus rekenen, moeten onze gedachten vaak uitgaan naar de wederkomst van Christus. Want het zal voor de gemeente een machtige realiteit zijn, als de Heer Jezus wederkomt. De Heilige Schrift laat ons daarover niet in het onzekere.
Paulus schrijft aan de gemeente te Korinthe:
"Zie, ik deel u een geheimenis mede: wij zullen niet allemaal sterven, maar veranderd worden in een oogwenk, bij de laatste bazuin; want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en de levenden zullen veranderd worden."
Dit plotselinge, onverwachte komen van de Heer als de Bruidegom, is in hoofdzaak bedoeld tot betrekking van de opname van de gemeente van levenden en ontslapenen.
Er wordt ook in Gods Woord gesproken over een plotseling komen van de Zoon. des mensen ten oordeel, o.a. in Mattheus 24: 27: "Want gelijk de bliksem komt van het oosten en het licht tot het westen, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn."
Hoewel dus de komst van de Zoon des mensen ten oordeel zal zijn, weten wij uit de woorden van de H. Schrift, dat Hij voordien komt als Bruidegom.
De opname van de gemeente zal geschieden in een ondeelbaar ogenblik en zal de overige mensen totaal verrassen. Allen die de Heer verwachten zullen plotseling uit hun werk of uit hun slaap weggenomen worden, de Heer tegemoet in de lucht.
De Heer Jezus heeft daarvan gesproken in Lucas 17:34-36: "Ik zeg u, in die nacht zullen er twee in één bed zijn, de één zal aangenomen en de ander achtergelaten worden; twee vrouwen zullen samen bezig zijn met malen; de één zal aangenomen worden en de ander wordt achtergelaten".
Dit gezegde van de Heer mogen we niet alleen geestelijk verstaan, maar moeten we ook heel letterlijk nemen. De Heer Jezus spreekt hier heel duidelijk van een aangenomen en een achtergelaten worden.
Deze werkelijkheid zal zich voltrekken als Hij, als de Bruidegom, wederkomt om Zijn Gemeente tot Zich te nemen.
Hoe ernstig zijn de woorden van Jezus in Markus 13: 35-37:
"Waakt dan want u weet niet wanneer de Heer des huizes komen zal, laat in de avond of midden in de nacht of bij het kraaien van de haan of vroeg in de morgen. Als Hij dan plotseling komt, zorg er dan voor dat Hij u niet slapend aantreft. Daarom zeg Ik u allen: waakt."
WIJS en DWAAS:
Wie zal aangenomen en wie zal achtergelaten worden.?
Dit zijn twee zeer indringende vragen. Vragen, die menigeen in deze tijd waarin we de Heer spoedig kunnen verwachten, zeer na aan het hart liggen.
Eén ding is echter zeker: niet allen zullen aan de opname deel hebben.
We kunnen dit uit de woorden van de Heer Zelf duidelijk opmaken. zie Lucas 17.
Aan welke voorwaarden moet de gelovige gemeente voldoen om straks als de Bruidegom komt aangenomen te worden?
De eerste voorwaarden is: in Christus zijn, met Christus leven.
Dáárom spreekt Paulus van de levenden die in Christus zijn.
Niet degenen die dood zijn voor Hem, maar die voor Hem leven, die zullen in een oogwenk weggevoerd worden de Heer tegemoet in de lucht.
Allen die deel hebben aan de Goddelijke natuur; zij die verwekt zijn door de Heilige Geest tot de Goddelijke familie, ontkomen aan het verderf dat door de begeerte in de wereld heerst.
Wij denken hierbij ook aan het woord van apostel Paulus in Kolossensen 3:
3 en 4: "U bent gestorven en uw leven is nu verborgen met Christus in God. Wanneer Christus verschijnt, Die ons leven is, zult u ook met Hem verschijnen in heerlijkheid."
Om aangenomen te worden bij de komst van Christus zullen wij in Christus moeten leven.
In de gelijkenis van de wijze en de dwaze maagden in Mattheus 25, zegt de Heer, dat alleen zij die gereed waren, die olie in hun lampen hadden, met de Bruidegom de bruiloftszaal zullen binnengaan.
Voor de dwaze maagden die geen olie in hun lampen hadden bleef de deur gesloten.
Zij hebben wel de lamp, het Woord van God, maar ontberen daarin de olie, het licht van de Heilige Geest. Het is dus mogelijk om een lamp te hebben zonder olie; dus zonder dat het licht van de H. Geest van je uitstraalt.
Zo zijn er vele christenen die een geloof bezitten zonder olie. Van een groot aantal van die gelovigen spreekt de Heer in Openbaring 3: "Ik weet uw werken, dat gij de naam hebt dat gij leeft, maar gij zijt dood."
Vele dode christenen en maar weinig levende christenen die in Jezus Christus zijn.
Men kan kerkelijk godsdienstig zijn zonder wedergeboren te zijn. Alleen zij die waarachtig wedergeboren zijn uit de Heilige Geest van God en bedekt met het dierbare bloed van Jezus Christus; zij die zuivere olie in hun lampen hebben en waarvan het licht van de H. Geest uitstraalt, zullen worden aangenomen als het bazuingeschal des Heren klinkt.
Het is nodig dat wij ons de ernstige vraag stellen: "Als straks de bazuin zal klinken, waar zal ik dan zijn.?
Zullen wij dan tot hen behoren die op hun hemelse Bruidegom wachten?
Zullen wij dan olie in onze lampen hebben; en vervuld zijn met de Heilige Geest?
Of zullen wij ook tot hen behoren die alleen maar een lamp hebben en meer niet?
Laat ons diepe ernst maken met deze vraag, omdat we kunnen weten dat de Heer nabij is, en staat te komen.
Laat de gemeente van Christus niet slapen, maar de lampen brandende houden om bereid te zijn voor het uur van Christus' komst.
Laat het bij de wakende en wachtende gemeente toch zijn: al mijn tijd, bij dag en nacht, al mijn liefde, al mijn kracht, geheel mijn wil, niet slechts een deel, maar volkomen, en geheel zij het Uwe Heer Jezus.
De Bruidsgemeente behoort uit Zijn overwinning te leven, te waken en te bidden.
GERED en GEREED
Wij weten dat de tijden voor de gemeente van Christus niet gemakkelijker maar moeilijker zullen worden.
Tóch mag zij met Paulus juichen: "Gode zij dank die ons te allen tijd in Christus doet zegevieren."
Wij mogen er ook vast van overtuigd zijn dat Hij, die een goed werk in ons begonnen is, dit ook ten einde toe zal voortzetten tot de dag van Christus.
Allen die Hem werkelijk lief hebben en Zijn eigendom zijn, zal Hij maken tot overwinnaars .
Behoren wij Hem werkelijk toe?
Zijn wij Zijn eigendom?
Getuigt Gods Geest met onze geest dat wij kinderen van God zijn?
Verlangen wij de Heer te dienen en uit Zijn overwinning te leven?
Hebben wij werkelijk olie in onze lampen?
Zijn wij gered en gereed, bereid en bekleed?
Als wij daarvan getuigen door onze wijze van leven met Hem, dan zullen wij zeker, als Hij komt, aan Hem geopenbaard worden en niet beschaamd staan.
Apostel Paulus getuigt in Fillippenzen 1:23: "Heen te gaan en met Christus te zijn is verreweg het beste."
Doch de heerlijkheid der verlosten zal eerst dan volkomen zijn wanneer ook het lichaam verheerlijkt zal zijn.
De volmaaktheid is eerst dan, wanneer wij geheel aan Christus gelijkvormig zullen zijn; wanneer wij het beeld van de Heer zullen dragen en met een verheerlijkt lichaam zijn opgesteld voor Zijn Troon.
Zolang het lichaam nog niet is opgewekt kan haar zaligheid niet volmaakt zijn. Zeker, nu reeds genieten de in Christus ontslapenen vrede en rust in Hem, doch in de dag der opstanding zal de heerlijkheid veel groter zijn omdat dan ook het lichaam daarin delen zal.
Welk een machtige gebeurtenis zal het zijn voor de in Christus ontslapenen, als de stem van de Aartsengel klinkt en de bazuin Gods zal gehoord worden.
Wij hebben aan graven gestaan en we staan er wellicht nog meermalen voordat de Heer komt.
De graven werden gesloten, maar zullen op die grote morgen geopend worden voordat de Heer neerdaalt; en de lichamen van onze dierbaren die onder het reinigende bloed van de Here Jezus van ons zijn heengegaan, zullen verheerlijkt opgewekt worden.
Welk een dag van glorie en vreugde zal dat zijn als de eerste opstanding een feit is; als de graven der kinderen Gods opengaan en zij daaruit tevoorschijn treden en ons zullen verschijnen in hun verheerlijkte lichamen, gelijkvormig aan het lichaam van Christus.
Bedroefden, rouwdragende kinderen Gods, vertroost elkaar met die wonderbare belofte van de Heer: "Zij die in Christus gestorven zijn zullen het eerst opstaan.Wij waren de laatsten bij hun graf, maar zij zullen de eersten zijn in de grote morgen van de opstanding."
Welk een machtig groots gebeuren zal dat zijn.
Dan zal de totale Bruidsgemeente van Christus haar hemelvaart beleven en alle tranen, smart en lijden voorgoed voorbij zijn.