Huwelijken in Israel waren veelal lang voorbereide gemeenschapsfeesten. Men vierde de bruiloft met dansen en raadsels opgegeven, zoals op de bruiloft van Simson in Richt.14:10-14, en met uitgebreide maaltijden.
De uitnodigingen voor de bruiloft werden door persoonlijke afgezanten rondgebracht, Matth.22:1-13.
Men rekende op aanvaarding daarvan, want, een weigering gold als een belediging. Tevens werd er een feestgewaad verlangd; en, wanneer iemand niet in bruiloftskleed verscheen, dan was dit een reden om hem de deur te wijzen, Matth,22:13. Voorname gastheren schonken een feestgewaad aan al hun gasten.
De gelijkenissen in Mattheus 22 en 25 inzake bepaalde bruiloften wijzen op belangrijke gebeurtenissen in het Koninkrijk der Hemelen.
Het bruiloftsmaal is het beeld van het overwinnaarsfeest dat de hemelse Bruidegom, Jezus Christus , Zijn bruid(sgemeente) en haar gasten aanbiedt. Dit is de bruiloft van het Lam uit Openbaring 19: 6-10.
Voor dit grootste feest aller tijden wordt echter nadrukkelijk een bruiloftskleed verlangd, want, zonder dit gewaad zal niemand toegang krijgen.
Wat is nu precies dit bruiloftskleed?
Uit de beschrijving van de bruiloft van het Lam wordt ons duidelijk dat de bruid van Christus is gekleed in een blinkend en smetteloos fijn linnen gewaad. Openb. 19:8.
Direct wordt hier verklaard wat de betekenis is van dit gewaad, dat onmiskenbaar het bruiloftskleed is. Het fijne linnen zijn de rechtvaardige daden van de gelovigen.En, in algemene zin duidt de Schrift witte klederen aan als beeld van geestelijke reinheid.
Jesaja 6l:10 spreekt van een gewaad van het heil en een mantel van gerechtigheid.
Het op Golgotha vergoten bloed van Jezus reinigt iedereen die zich door Hem wil laten reinigen. Hij trekt ons een wit en smetteloos kleed aan.
In die betekenis zegt Paulus dat wij de Heer Jezus Christus moeten aantrekken; dus ons bekleden met Zijn gerechtigheid. Rom.13: 14.
Johannes ziet in het grote visioen, dat hem op Patmos wordt getoond, een menigte die uit de grote verdrukking is gekomen.
Ieder van hen is gekleed in een wit gewaad.
Deze waren gewassen en wit gemaakt in het bloed van het Lam. Openb.7:9,14.
Het zijn de mantels van het Licht, Ps.104:2; klederen van de Heilige Geest, 2 Cor,5:4, 5).
De Heer raadt nadrukkelijk aan om die witte klederen van Hem te kopen, Openb, 3: 18.
Toch is een wit en rein kleed niet in alle gevallen een bruiloftskleed.
Niet alle witte klederen behoren bij de bijzondere uitnodiging tot de Hemelse Bruiloft.
Het witte kleed in algemene zin:
Het evangelie van Johannes verkondigt dat een ieder, die in de Heer Jezus Christus gelooft, het eeuwig leven zal beerven. De voorwaarde daartoe is, dat de "oude mens" wordt gedood. De oude menselijkheid dient vernieuwd te worden door het bloed van Christus.
Het gevolg zal zijn dat men een herboren individu wordt; op nieuw geboren, de wedergeboorte, uit water en Geest.
De besprenging met water tijdens de waterdoop is het profetische beeld van de afwassing van zonden.
De werking van de Geest komt hierbij tot uiting in de, door de Heer Zelf bevolen, doopformule die de desbetreffende dienaar uitspreekt:
"Ik doop u in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest". Matth.28:19.
Op deze wijze krijgt het uiterlijk teken van het doopwater een innerlijke, geestelijke genade.
De dopeling wordt op dat moment geestelijk opnieuw geboren als lid van het Lichaam van de Heer Jezus, de Christeli.jke gemeente.
Zi.jn erfzonden zijn afgewassen, Hand. 22:16, en hij is opgenomen in het genadeverbond.Col. 2:10-15.
Hij is bekleed geworden met het witte kleed der gerechtigheid.
Toch is dit witte kleed geen bruiloftskleed.
De bruid en haar gasten:
Zoals in het oude Israel de eerstgeborene een bijzondere positie bekleedde, zal temidden van het geestelijk Israël, de gehele christenheid, de geestelijke eersteling een dergelijke plaats hebben. Daartoe moet men door de Heer worden uitverkoren.
De H. Schrift leert een uitverkiezing van de genade. Deze is bestemd voor ieder mens.
Het is Gods algemene aanbieding van het heil dat door Zijn Zoon is bewerkt. Joh.3:16,17.
Zij, die Gods genade aannemen, zijn kinderen van God.
Dit zijn de geroepenen en gelovigen, Openb.17:14; onder hen zijn slechts weinigen uitverkoren. Matth. 22:14.
Allen zijn geroepen; allen zijn gelovig, en, wie onder hen volhardt tot het einde zal zonder meer het eeuwige leven ontvangen .
Maar uit hen heeft de Heer, op grond van Zijn vrijmachtigheid, enigen uitverkoren voor de positie van eersteling onder de andere kinderen van God. Dit is geen exclusieve uitverkiezing; het betreft geen geisoleerde, exclusieve groep , die met de andere gelovigen niets meer te maken heeft.
De keuze die de Heer uit Zijn kinderen maakt is altijd inclusief.
De bijzondere functies en taken die worden gegund zijn zonder uitzondering gericht op het heil van het gehele Kerkvolk, het huisgezin van God.
Hijzelf heeft de eerstelingen verwekt ten gunste van hun medebroeders en -zusters. Hij heeft hen verzamelt in het verleden en in het heden, en, zal dit bijzondere verkiezend werk ook in de toekomst voortzetten. Het getal van de eerstelingen zal compleet worden.
Dit getal wordt in profetische taal aangeduid met de honderdvierenveertigduizend.
Zij zijn voorbestemd om in het komende Godsrijk op aarde---het Duizendjarig Vrederijk---met hun Heer te regeren als koningen en priesters. Als mens verschillen zij in niets met de overige gelovigen want zij zijn even zwak en zondig als ieder ander mens.
Slechts hun opdracht in het Koninkrijk der Hemelen verschilt met de opdracht die iedere christen heeft.
Hun opdracht is zwaarder en vereist daarom een bijzondere toerusting. Deze toerusting wordt verkregen door de apostolische handoplegging, waardoor de Heilige Verzegeling wordt toegediend.
Dit is de doop met de Heilige Geest en met vuur waarvan Johannes de Doper heeft gesproken. Matth.3:11.
De eerste apostelen hebben de Verzegeling ook daadwerkelijk toegediend. o.a.in Hand.8:14-17.
Die opdracht is eveneens gegeven aan de apostelen die de Heer in onze tijd door profetenmond heeft geroepen.
De aldus verzegelde christenen, de eerstelingen onder het grote godsvolk, vormen samen de bruid van Christus.
De Heilige Verzegeling is het onderpand van de hun toekomende erfenis. 2 Cor.l :22; en 5:4,5.
Deze genadegift van de Heer zal de bruid bewaren voor de grote verdrukking die aanstaande is.
In de toekomst van de Heer zullen de bruidskinderen een overkleed ontvangen; een verheerlijkt, onsterfelijk lichaam.
Voordat de toekomstige antichristelijke vervolging in alle hevigheid los barst za1 de Heer Zijn bruid komen halen. Zij zal, het hoogtepunt van, de grote verdrukking mogen ontvluchten.
De Heer zal verschijnen als Bruidegom, om de Zijnen, die voor Zijn komst bereid zijn, de hemelse Bruiloftszaal binnen te leiden. Matth.25;10; en Openb.19:7.
Voordien zullen de ontslapen verzegelden uit de doden worden opgewekt. Dit is de eerste Opstanding volgens Openb.20:4-6.
Samen met de levend overgeblevenen ontvangen zij het beloofde onsterfelijke lichaam. l Cor. 15:50-53.
Zij zullen, zoals de Schrift dit noemt, overkleed worden met onvergankelijkheid. Cor.5:1-5.
In de eerste opstanding zullen ook de oudtestamentische geloofshelden gevonden worden en alle martelaren die hun leven verloren terwille van hun belijdenis in Christus. Tevens alle gelovigen, die weliswaar de verzegeling met de Heilige Geest missen, maar toch het Rijk der Heerlijkheid verwachtten en aan de komst van Christus en de eerste opstanding geloofden.
Al deze oprechte strijders behoren echter niet tot de bruid. Zij zijn de gasten die bij de bruiloft van het Lam aanwezig mogen zijn. Paulus noemt hen de wolk der getuigen. Hebr.12:1.
Deze geroepenen en gelovigen komen de levende bruidsgemeente tegemoet om haar af te halen. Zij zijn het koninklijk geleide, dat de Hemelse Bruidegom Zijn bruid toezendt om haar tot Hem te brengen.
De deelhebbers aan de eerste opstanding, de bruid en haar gasten, dragen allen hun overkleed, het onvergankelijke lichaam. Dit is het blinkend en smetteloos fijn linnen gewaad, het bruiloftskleed.