Jongeren in de bijbel

Jabes

1Kron. 4:9,10.

Je hebt van die gedeelten in de bijbel, die je makkelijk overslaat als je aan het lezen bent. En, hiertoe behoren bijvoorbeeld de geslachtsregisters met al die namen. Maar tóch verbergen deze hoofdstukken van juweeltjes, die het niet verdienen ongelezen te blijven.

Een voorbeeld hiervan vinden we in het eerste boek der Kronieken.

In hoofdstuk vier staan "andere nakomelingen van Juda" genoemd.

Hiertussen vinden we twee verzen, die ogenschijnlijk niets met de rest te maken hebben. Ze gaan over een zekere Jabes, die de aanzienlijkste was onder zijn broers. Toch was hij in zekere zin gehandicapt en wel door zijn naam. Jabes betekent namelijk "pijn" of "smart". Zijn moeder had hem waarschijnlijk zo genoemd, omdat ze een moeilijke bevalling had gekend.

Namen in het oude Israël waren heel belangrijk. Men geloofde dat je naam iets zei over je levenslot en je karakter.

We vinden dat terug in het "Onze Vader", waar we bidden: "Uw Naam worde geheiligd". Hiermee wensen we dat het wezen van God openbaar wordt in de hele wereld, dat iedereen weet dat God barmhartig, liefdevol en genadig is, en, dat Hem dus aanbidding toekomt, omdat hij de Schepper en Onderhouder van alles is.

We kunnen ons voorstellen, dat, als je opgescheept bent met de naam 'Smart', je dit niet prettig vindt.

Wanneer de omgeving dan ook nog verwacht, dat je een smartelijk leven zult hebben, dan zal het best wel moeilijk zijn, om je daaraan te ontworstelen.

Toen Rachel beviel van haar tweede zoon en dientengevolge korte tijd later overleed, Gen 35:16-29, noemde zij haar kind Ben-Oni, zoon van mijn smarten. Jakob veranderde dit in Benjamin, "zoon van mijn rechterhand", oftewel "gelukszoon".

Bij Jabes was dit niet gebeurd. Hij koos zelf een andere weg.Er staat dat hij de God van Israël aanriep in het gebed.

Hij vroeg om overvloed aan zegen en gebiedsvergroting en zei: "laat uw hand met mij zijn; weer van mij het kwade, zodat mij geen smart treft! "

Hoe we ook heten, dat willen we allemaal wel. Dit is, wat je noemt: stoutmoedig bidden!

We kunnen aan een gebed vaak zien, welke relatie de persoon in kwestie met God heeft.

Dat is in zekere zin logisch. Aan de manier, waarop twee mensen met elkaar omgaan, kunnen we met een beetje mensenkennis zien of horen welke relatie deze mensen met elkaar hebben.

Heb je dus een persoonlijke relatie met de Heer, Die toch een Vader of Vriend is, dan zal er een zekere intimiteit ontstaan zijn.

Aangezien elke persoon anders is, varieert de omgang.

Elia, wiens naam al wijst op zijn verbondenheid met God, Mijn God is Heer, was ook een onverschrokken bidder.

Lees maar eens hoe hij tot God spreekt in 1 Kon.17:20, als de zoon van de weduwe waar hij verblijft gestorven is. We kunnen niets anders concluderen, dan dat hij oprecht boos is, want dit is zeker een stoutmoedig gebed.

Bij Jabes lezen we meteen het antwoord op zijn verlangen: "En God schonk wat hij had gevraagd". Op zijn gebed verkreeg Jabes dus een overvloed aan zegen, gebiedsuitbreiding en werd van hem het kwade geweerd. In de rest van de bijbel vinden we Jabes niet terug. Nergens staat een bevestiging van deze geschiedenis.

Maar Gods woord is betrouwbaar en het zal ongetwijfeld gebeurd zijn, zoals we hier vinden opgetekend.

We kunnen er in ieder geval van leren voor onszelf dat God een Verhoorder van gebeden is. Zelfs een stoutmoedig gebed, dat ongetwijfeld in geloof is opgezonden, wordt door de Here verhoord.

In Ps.32:10 lezen we: "Talrijk zijn de smarten van de goddeloze, maar wie op de Here vertrouwt, die omringt Hij met goedertierenheid."

Van Jabes lezen we verder niets. We mogen echter wel vaststellen, dat hij een groot geloof had.

Er is echter een andere man, met een soortgelijk verhaal.

Dat is natuurlijk de Man van smarten, Jesaja 53:3,4, onze Here Jezus Christus.

Naar menselijke afkomst was de Heer ook een Judaïet. Hij had een perfecte relatie met Zijn Vader.

Al als twaalfjarige, vervuld met wijsheid, Luk.2:40, wist Hij precies wat de bedoeling van het leven is: "Wist gij niet, dat Ik bezig moet zijn met de dingen mijns Vaders?" Luk.2:49b.

Hij was een Theoloog, een Kenner van God in optima forma. Vandaar dat we Zijn gebeden met extra aandacht mogen lezen.

In Joh.17 vinden we het zgn. Hogepriesterlijk gebed. Dit wordt zo genoemd, omdat de hogepriester in Israël de nacht voor de grote verzoendag, waarop de zonden van het volk verzoend werden, wakend en in gebed doorbracht.

We weten dat de volmaakte Grote Verzoendag, de vervulling van alle offers, plaatsvond op, wat wij noemen: Goede Vrijdag.

De Here Jezus, de grote Hogepriester, sprak het gebed uit op de avond van Zijn gevangenneming, de dag voordat Hij werd gekruisigd.

Als we het hoofdstuk doorlezen valt ons de eerbied en het ontzag op, waarmee de Heer tot Zijn Vader spreekt. Maar we ontdekken dan ook hoe Christus zonder schroom vraagt om zegen voor de Zijnen, om bescherming tegen de dingen van de wereld en de bewaring voor het kwaad.

Dat zijn niet geringe dingen. Uiteindelijk is dit alles echter tot eer en verheerlijking van de Naam van de Vader, Die immers Zijn Zoon gezonden heeft naar de wereld om Zich aan de mensen te openbaren. Heb.1:1.

Niemand kan bewaard blijven in eigen kracht, want als de Heer ons niet vasthoudt, vs.ll en 12, dan vallen wij allen.

Het Hogepriesterlijk gebed heeft enkele overeenkomsten met datgene wat we lezen in Gen.48, waar Jakob de zonen van Jozef, Efraïm en Manasse, zegent. Naar Israëlitisch recht waren ze geen echte Israëlieten, omdat hun moeder een Egyptische was.

Nog steeds is iemand een Jood, als zijn moeder een Jodin is.

Toch neemt Jakob hen aan als kinderen met een eigen gebiedsdeel en geeft ze dezelfde zegen als zijn eigen zonen.

Jozef is een type van Christus.

De Heer vraagt Zijn Vader om de Zijnen aan te nemen als zonen, zoals Jakob de zonen van Jozef aanneemt als zijn eigen kinderen.

Uit de kerkgeschiedenis weten we dat de Vader dit gebed verhoord heeft. Christus' leerlingen worden aangenomen als zonen van de Vader. Gal.4:6; Heb.12: 1-17.

Jabes vroeg God om gebiedsuitbreiding.

De Here Jezus zal eenmaal, en die tijd is niet zo ver weg meer, Koning zijn van de ganse aarde. Hij zal de troon van Zijn vader David bezetten. Meer gebied is er niet.

Jabes vroeg om overvloed aan zegen.

Door het offer van de Heer bezitten we een overvloed aan genade. Rom.5:20. Eens niet Zijn volk, mochten we tot het volk van de Heer behoren, lPetr.2: 10. Jabes vroeg of het kwade van hem geweerd mocht worden en God verhoorde zijn gebed.

Wij christenen vragen of God ons niet in verzoeking leidt, maar ons verlost van de boze. Dat doen we alles en altijd in de Naam van de Here Jezus, Die gesproken heeft, dat Hij ons uitgekozen heeft, opdat wij veel vruchten van het geloof zouden dragen en de Vader alles geeft, wat wij vragen in de Naam van Jezus. Joh.15:15.

Om ons dit alles te kunnen geven heeft de Heiland veel moeten lijden.

We hebben al verwezen naar Jesaja 53. Hierin wordt Christus in vers 3, "de Man van smarten" genoemd, maar wordt er ook verteld, dat Hij onze smarten gedragen heeft.

Tijdens Zijn leven had de Zoon des mensen slechts een steen om het hoofd op te leggen. Dat leven verloor Hij door de marteldood.

Maar door Zijn opstanding triomfeerde Hij over de dood en verwierf Hij, ook voor Zijn volgelingen, de erfenis van alle bezit en eeuwig leven in volmaakte harmonie.

De mens Jabes was slechts een flauwe afschaduwing van de echte Mens van smart.

We mogen leren van Hem, dat we een bijzonder hechte relatie met de Vader op mogen bouwen, opdat Hij ons omringt met Zijn goedertierenheid.

De Heer helpe ons Zijn Naam groot te maken en Zijn Liefde te beantwoorden.

MARAN-ATHA.!

DE HEER KOMT.!

Terug naar jongerenbazuin