Alleen bij de evangelieschrijver Marcus komen we tijdens de gevangenneming van onze Heer de volgende beschrijving tegen:"En een jonge man, die een laken om het naakte lichaam geslagen had, liep mede, Hem achterna, en zij grepen hem. Maar hij liet het laken in hun handen en nam naakt de vlucht" Marc.- 14:51,52.
In de loop der eeuwen is er ruimschoots gefilosofeerd over wie die jongeling was.
Johannes en Jacobus worden veelvuldig genoemd, maar het meeste wordt toch gedacht dat het Markus zelf geweest zou kunnen zijn, omdat hij de enige is met dit verhaal. Nergens vinden we uitsluitsel; het is louter speculatie, waar we niets mee opschieten.
Het is veel interessanter om na te gaan, waarom deze naakte, vluchtende jongeman in de bijbel voorkomt.
Situatie:
Uit het begin van Joh.18, dat dezelfde geschiedenis vertelt, weten we dat na het zgn. Hogepriesterlijk gebed, Jezus met Zijn discipelen de beek Kidron: betekenis: donker, troebel. overtrekt en terechtkomt in een hof ,een tuin met olijfbomen, Gethsemané: oliepers geheten.
Dat is dezelfde weg die David ging, toen deze vluchten moest voor Absalom. 2 Sam.15:23.
Ook was de Kidron de grens die Salomo stelde aan Sime'i, 1 Kon.2:36-46. Mocht de laatst genoemde hier overheen komen, dan moest hij sterven.
Koning Josia vernietigde bij de beek Kidron allerlei afgodsbeelden en andere cultische voorwerpen, 2 Kon.23, waarna men toen voor het eerst in eeuwen het Pascha weer kon vieren.
Een hele groep mensen komt er aan, met Judas aan het hoofd, die immers weet dat de Heer hier vaker vertoeft.
Bij hem zijn een afdeling soldaten en afgezanten, dienaren van de overpriesters, schriftgeleerden, hoofdlieden van de tempel, oudsten en Farizeeën, kortom, vertegenwoordigers van de geestelijke en wereldlijke overheid.
Men draagt fakkels, stokken en zwaarden.
Judas kust de Heer, om aan te geven, dat Hij de te arresteren persoon is en na een korte woordenwisseling, doet Petrus nog een poging om de gevangenneming te verijdelen.
Hij slaat met zijn zwaard het oor af van de slaaf van de Hogepriester, Malchus: koning of koninkrijk, is de betekenis van zijn naam, geheten, maar, Jezus roept Petrus tot de orde en heelt het oor.
De situatie wordt dan blijkbaar zó bedreigend, dat alle volgelingen van de Heer Hem alleen laten en vluchten, indusief de jongeling, die, toen hij gegrepen werd, bij zijn belagers zijn linnen kledingstuk liet.
De Heer is ondertusden geboeid en wordt meegenomen.
We vinden in de bijbel op meerdere plaatsen jongelingen, die naakt wegvluchtten met achterlating van kledingstukken.
De bekendste is natuurlijk Jozef die belaagd werd door de vrouw van de Egyptische hoveling, -en eunuch volgens de grondtekst, Potifar, Gen.39:12. Toen Jozef haar avances afwees en vluchtte, liet hij zijn kleed in haar handen achter, dat als bewijsstuk diende voor Potifars vrouw om hem vals te kunnen beschuldigen, zodat hij in de gevangenis belandde.
Er is pas sprake van een nieuw kleed, wanneer Jozef door de Farao verhoogd wordt, en daarbij een zegelring, linnen klederen en een gouden keten krijgt. Gen.41:42-
Het is opmerkelijk dat de eerste jongeling die we na de gevangenneming van de Heer tegen komen in het Marcus-evangelie, bekleed is met een wit gewaad en in het lege graf van de Heiland aan de rechterzijde zit, waargenomen door drie vrouwen. Marc.16:5.
In Amos 2:16 lezen we: "Ja, de kloekhartigste onder de helden zal te dien dage naakt wegvluchten, luidt het woord des Heren,"
Dit is het laatste vers van een gedeelte dat het gericht van de Heer aankondigd over Israëls buren en Israël zelf, vanwege alle overtredingen die men in de loop van de tijd had begaan zonder berouw te tonen. Men volhardde daarentegen in het kwaad.
Dat roept de rechtvaardigheid van God in het geweer, Hij Die toornt over het kwade en eenmaal in gerechtigheid zal richten.
Elke zondag is het de gewoonte om onze zonden te belijden.
In de vrijspraakformule die gebruikt wordt, komt de zinsnede "in oprechtheid des harten beleden" voor, hetgeen betekent dat we werkelijk berouw hebben van de door ons gepleegde overtredingen en de intentie hebben om het voortaan beter te doen.
Is dit het geval, dan krijgen we vergeving, zinnebeeldig voorgesteld in het verkrijgen van nieuwe, schone wisselklederen, omdat de oude besmeurd waren. Die korte tijd van belijdenis zijn we als het ware naakt voor het aangezicht van de Heer, maar Hij bekleedt ons wederom met een rein gewaad van rechtvaardiging om niet.
De Heer verwijt de Laodicenzen onder andere dat zij niet door hebben dat zij naakt zijn en raadt aan om van Hem te kopen witte klederen, opdat de schande van hun naaktheid niet zichtbaar worde. Op.3: 17,18.
De geestelijke betekenis van naaktheid is dan duidelijk: het is de zondige staat van de mens en geestelijke armoede.
Laten we maar beginnen met de geschiedenis van Jozef, die vaak schaduw en type van de Here Jezus is.
Ook Hij werd vals beschuldigd, en legde Zijn leven af als een kleed, en verkondigde aan de geesten in de gevangenis de vrijheid, en, 1 Petr.3:19, werd door God opgewekt met een onverderfelijk lichaam en uitermate verhoogd en is nu gezeten aan Zijn rechterhand, alwaar Hij door Zijn knechten Zijn volk bijeenbrengt en verzegelt en door ambten en gaven van Zijn Geest de waarheid verkondigt.
Zoals David, op de loop voor de ambities van zijn lievelingszoon over de Kidron trok, ging Christus de zelfde weg, doordat zijn eigen uitverkoren volk Hem verwierp en niet vele uren nadien het "Kruisigt Hem"" riep.
Simeï had David vervloekt, 2 Sam.19, en mag als beeld en type van de leiders van het Joodse volk dienen, die hun Koning verwierpen en over de Kidron trokken om Hem te arresteren.
Het uiteindelijke gevolg was de geestelijke dood.
De Heer ontwapende door Zijn kruisdood de overheden en de machten in de lucht, zoals koning Josia alle macht en invloed brak van de boze, door het vernietigen van alle hoogten, beelden en palen en het ombrengen van de afgodische priesters.
Het volk kon met de koning Pascha vieren, het feest dat vooruit wees naar Christus' lijden, sterven en opstanding.
Een ding moeten we absoluut niet vergeten: de weg van Gethsemané naar Golgotha ging de Heer in onze plaats.
Hij is aangehouden, geboeid, verhoord, voorgeleid, veroordeeld, gemarteld em gedood, vanwege onze zonden en overtredingen. Onze straf heeft Hij op Zichzelf genomen om aan de gerechtigheid Gods te voldoen.
Alle discipelen waren gevlucht, ook Petrus met zijn mooie woorden vooraf.
De jongeling liep nog een stukje mee met de geboeide Heer, totdat hij herkend werd en bijna gegrepen.
De mens vlucht van nature weg voor Gods toorn over de ongerechtigheid, wantt we weten niet voor Hem te kunnen bestaan en schuldig te zijn.
Die grimmigheid van Gods toorn blijkt duidelijk uit het gedeelte uit Amos, dat boven aangehaald is, waar zelfs de dapperste mens moet wijken.
Onze aanklager, de satan, had een sterk punt, toen hij ons beschuldigde. Het linnen kleed van de jongeling was door mensen gemaakt en staat voor onze eigen gerechtigheid, waarmee we ons bekleden.
Die gerechtigheid is in aanwezigheid van de lijdende Heer niets waard en wordt door Zijn vervolgers van ons afgetrokken.
We blijken dan naakt, zondig en geestelijk armoedig te zijn.
Er was maar één Persoon in staat om te voldoen aan Gods gerechtigheid, omdat Hij zonder zonde alles onderging. Hij werd voor ons tot zonde gemaakt en droeg onze straf.
De apostel Paulus schrijft in 2 Kor.5:3-5: "als wij maar bekleed, en niet naakt, zullen bevonden worden; Want wij, die nog in een tent wonen, zuchten bezwaard, omdat wij niet ontkleed, doelt overkleed willen worden, opdat het sterfelijke door het leven worde verslonden. God is het, die ons juist daartoe bereid heeft en die ons de Geest tot onderpand gegeven heeft.".
De jongeling, bekleed met een wit gewaad in het graf is een teken van de toekomst.
Christus heeft namelijk de dood overwonnen en is ten derde dage opgestaan. Eenmaal zullen alle volgelingen van de Heer, die Hem als hun Plaatsvervanger hebben aanvaard, bekleed worden met de witte gewaden van de gerechtigheid.
Openb.19:8 zegt SV: "En haar, de bruid, is gegeven, dat zij bekleed worde met rein en blinkend fijn lijnwaad; want dit fijn lijnwaad zijn de rechtvaardigmakingen der heiligen."
De Heer Zelf heeft Zijn leven voor ons afgelegd. Zijn eigen kostbare kleed werd ongeschonden verdobbeld onder de soldaten bij het kruis. Hij heeft als Eerste een nieuw overkleed ontvangen.
Wie zou Hem niet willen volgen? "Welzalig hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is!" Ps.32: lb.