Jongeren in de bijbel

Abisag, de Sunamitische

1Kon.1:1-4

Toen Abisag geboren werd, was haar vader waarschijnlijk niet aanwezig, want haar naam betekent 'mijn vader is op reis' Ze groeide in ieder geval op tot een uitermate mooi meisje en werd opgemerkt door de dienaren van David, die op zoek waren naar een schone, jonge maagd, die de bejaarde koning David moest verzorgen en warmen, omdat deze het, ondanks een hele laag dekens, voortdurend koud had.

Deze positie betekende destijds een grote eer en zal daarom waarschijnlijk met graagte aangenomen zijn. Volgens de heersende gebruiken hoorde Abisag vanaf die tijd tot de harem van de koning met alle lusten en lasten van dien, hoewel de koning, zoals duidelijk in onze tekst staat, geen gemeenscha p met haar had.

Weinig meisjes van deze tijd zullen echter jaloers zijn op de rol, die Abisag wilde vervullen. Een oude man verzorgen, dienen en verwennen, al is het een koning, is weinigen op het lijf geschreven-

Haar ouders kwamen uit Sunem---(=rustplaats)---, een plaats in het stamgebied van Issaschar. Daar werd ze gevonden door Davids dienaren, die heel Israël afzochten en deze stad moest ze verlaten voor Jeruzalem, de plaats van de vrede. Dat is tenminste een overeenkomst.De bewoners van Issaschar stonden trouwens bekend als wijze mensen 1 Kron.12:32 .

Waarom Davids voornaamste vrouw Bathseba haar taak niet vervulde, is niet bekend. De moeder van Salomo speelde verder een vooraanstaande rol, zoals we in de volgende hoofdstukken kunnen lezen. Blijkbaar sliep ze apart en was dit de gewoonte, omdat de koning meerdere echtgenotes en bijvrouwen had.

Als we in eerste instantie deze geschiedenis geestelijk toepassen, dan zien we dat de dienaren van de koning, als typen van Gods knechten, uit heel Israël, de christenheid, een maagd zonder vlek of rimpel, het type van de uitverkoren bruid, brengen naar de Godsstad. Aldaar verblijft ze met de Koning in zijn rustplaats, de kerk, waar ze Hem dient en verwarmt met haar aanwezigheid, zo als wij Gods hart verwarmen door Zijn aanwezigheid te zoeken en Hem te dienen met offers, liederen en gebeden.

Zoals Abisag haar hele leven in dienst stelde van de koning, horen wij ons leven toe te wijden aan Gods eer. Op deze plaats is het wellicht goed nog eens te memoreren, dat ook de harem van de Bruidegom, zoals vermeld in het Hooglied, uit meerdere vrouwen bestond. Hoogl.6:8: "Zestig koninginnen zijn er, tachtig bijvrouwen, en jonkvrouwen zonder tal."

Hierboven is geschetst, dat Abisags rol in deze tijd weinig benijdenswaardig zou zijn. In geestelijke zin geldt dit evenzo. Weinig mensen blijken jaloers te zijn op de positie, die de bruidsgemeente inneemt. Er wordt met enige verachting neergekeken op orthodoxe christenen, die hun leven wijden aan de eer van de Hemelkoning. "Wat een rare taak hebben zij op zich genomen""

Toch dwingt bij velen de overgave aan die taak respect af en kunnen wij anderen tot "jaloersheid" verwekken, en dwingen tot nadenken over de zin van het bestaan.

Met deze verzen uit 1 Koningen is echter het verhaal van onze hoofdpersoon niet afgelopen.

In het volgende hoofdstuk vinden we haar naam terug. Dan is ze echter inzet van een geschil tussen twee zonen van David, namelijk Adonia en Salomo.

In de tussentijd is er wel het een en ander gebeurd. Adonia, de oudste van Davids levende zonen, had een greep naar de kroon gedaan. Deze kwam hem niet toe.

In 2 Sam.12:24,25 staat vermeld, dat Bathseba getroost werd door David en een door God geliefde zoon verkreeg.

Uit 1 Kon.l :13 blijkt, dat die troost eveneens werd gegeven door de onder ede afgelegde belofte dat Salomo na David de troon zou bestijgen. David gaf dan ook de opdracht om nog tijdens zijn leven Salomo tot koning te zalven, waarop Adonia, die ongetwijfeld van deze belofte op de hoogte was, terug krabbelde en zich ogenschijnlijk onderwierp aan de nieuwe status van zijn jongere halfbroer.

Deze gaf genade voor recht en liet zijn broer, die eigenlijk door zijn revolutie en machtsgreep des doods schuldig was en daarom de hoornen van het altaar had gevat, het leven met de restrictie, dat Adonia zich betrouwbaar moest gedragen.

Toen stierf David even na zijn zeventigste verjaardag. Salomo volgde hem nu officieel op en werd nogmaals gezalfd. Alles wat van David was geweest, kwam nu de nieuwe koning toe, inclusief de harem en al het bezit.

Maar Salomo droeg tevens de verantwoordelijkheid voor het rijk van Israël met zijn bewoners.

Adonia had intussen zijn oog laten vallen op de mooie Abisag, en, omdat hij wel begreep dat de jonge vrouw tot de erfenis van Salomo behoorde, besloot hij naar diens moeder Bathseba te gaan om haar bemiddeling te vragen.

Bathseba ondervroeg haar neef streng, omdat ze aan zijn intenties twijfelde, maar werd toch door zijn antwoorden gerust gesteld en gaf aan zijn verlangen toe. Ze ging naar de koning en gaf de vraag van Adonia door.

Salomo reageert opmerkelijk. Hij doorziet dat het Adonia te doen is om de macht. "Vraag meteen voor hem om het koninkrijk!" voegt hij zijn moeder toe en hij verklaart, dat zijn broer dezelfde dag nog ter dood gebracht moet worden, samen met zijn medesamenzweerders, hetgeen ook geschiedt.

Ter verduidelijking: juist omdat Adonia om een vrouw uit Davids harem vroeg, zou, wanneer het hem toegestaan was, het volk hebben gedacht dat hij de feitelijke opvolger van zijn vader was.Daar was het hem waarschijnlijk om te doen en niet de liefde voor Abisag.

In de algemene kerkgeschiedenis--en in onze eigen historie zien we helaas niet anders---is er veel te vaak sprake van tweespalt, machtsstrijd en daardoor afval. De machten van het kwade stoken op tot eigenwaan, hoogmoed en machtswellust.

In bovenstaand verhaal komen we hetzelfde tegen. Laten we er op letten, dat het hier gaat om twee koningszonen, broeders, waar de ene de andere de macht misgunt, alsof het gaat om de uitoefening hiervan. Adonia had niet begrepen, dat het hebben van de meest verantwoordelijke positie in het koninkrijk vooral het dienen van het volk betekent. Hij zag alleen de uiterlijke pracht en praal van het koningschap en de eer, het aanzien dat de koning verwierf bij de bevolking.

Hij vergat de zorgen en de stress, die een dergelijke positie met zich meebrachten. Niet voor niets vroeg Salomo de Here om wijsheid, immers, hij wist dat dit nodig was om het volk te dienen. Niet in eigen kracht kon hij dit, want alle wijsheid begint met de vreze Gods.

De inzet van het geschil was Abisag. We hebben al aangegeven dat zij in zekere zin het type van de bruidsgemeente is. Er is een strijd gaande in de hemelse gewesten tussen God en Zijn hemelse heerlegers ten opzichte van de Gode vijandige machten. De satan wil, als dat mogelijk zou zijn, de uitverkorenen verleiden. Daartoe gebruikt hij mensen en doet zich alzo voor als een engel des lichts.

Salomo is in deze geschiedenis het beeld van Christus in Zijn apostelen, als zij die het beheer en bestuur over de kerk hebben.Zoals Paulus de gemeente aan de Heer wil voorstellen als een reine en schone maagd 2 Kor.l l :2; Ef 5:27, moeten de bestuurders van de kerk waken voor het volk, dat niet iemand haar wegrove.

Bij Salomo zien we de wijsheid en de gave van onderscheiding der geesten. Hij had direct door, waar het Adonia om te doen was. Adonia had een fraaie naam: "Mijn Here is de Here" betekent deze.Hij had ook een hoge status in Israël, als zoon van de koning.

Toch was er in hem onreinheid gevonden en was hij ontrouw geworden aan zijn oorsprong. Hij leek vriendelijk te vragen om de hand van Abisag, maar zij kwam hem niet toe.

Bathseba, als beeld van de moederkerk, had de gave van onderscheiding der geesten niet en struikelde hopeloos, toen zij Salomo adviseerde Abisag aan zijn broer te geven. Het was geen kwaadwillendheid, maar gebrek aan inzicht.

Als Hosea klaagt, dat Gods volk teloor gaat door gebrek aan kennis, dan zien we er hier een toepassing van, want, zonder kennis geen wijsheid en inzicht.

De uiterlijke mens kunnen we makkelijk navolgen, als we niet waken en bidden en ons vastklampen aan de Heer, die toch de gaven geeft tot eer en verheerlijking van Zijn Naam en tot heil van de mensen, die daardoor in staat zijn hun verantwoordelijke taak op zich te nemen en uit te voeren.

Daarom dienen we serieus te streven, te jagen, zoals de apostel Paulus zegt, naar de geestelijke gaven, opdat we niet struikelen en vallen, maar veeleer doen, waartoe we geroepen zijn: schouder aan schouder strijden, in de kracht van onze Heer en Heiland.

MARAN-ATHA.!

DE HEER KOMT.!

Terug naar jongerenbazuin