We kunnen geen krant openslaan, of ergens komen we wel het woord 'cultuur' of een afleiding daarvan tegen. Zoeken we dit woord op in het woordenboek, dan vinden we iets als 'beschaving', of 'ontwikkeling van het geestelijk en zedelijk leven' Kort gezegd is cultuur de tegenstelling van 'natuur'. Met andere woorden: alles wat de mens verricht of bewerkt in de wereld is cultuur.
In die cultuur onderscheidt de gelovige het geestelijke en het natuurlijke vleselijke.
Het geestelijke leven is in de eerste plaats gericht op het dienen van God, het ongeestelijke op het welzijn van de mens in het hier en nu. Deze tegenstelling wordt door de apostel Paulus met name uitgelegd in het begin van de Korinthebrief lees bijv. 1 Kor.2 14,15.
Deze inleiding was nodig om duidelijker te begrijpen wat Mozes ons schetst in Genesis 4, waar we de geschiedenis van Kaïn en zijn nakomelingen tegenkomen.
In nauwelijks 20 verzen lezen we de ontwikkelingsgang van de mens, die los van God is, uitkomend in het zevende geslacht, waar Lamech zich beroemt op zijn eigen kracht.
Ook hier kwam hoogmoed voor de val.
Deze Lamech was waarschijnIijk de eerste mens uit de voortijd die twee vrouwen had en aldus het monogame huwelijk met één persoon los liet.
De Here Jezus legt uit in Mat. 19:1-12, dat van den beginne het huwelijk tussen twee mensen bedoeld is. De zonde was zo ver voortgeschreden, dat successievelijk alle geboden van God verlaten werden.
Recht en gerechtigheid werden aan de kant geschoven, en het recht van de sterkste ging gelden, zoals we uit Lamechs lied in vers 23 en 24 kunnen lezen.
Wie kon hem ook wat doen? Hij had immers de beschikking over wapens en menselijke kracht.!
"Omdat het vonnis over de boze daad niet aanstonds voltrokken wordt, daarom is het hart der mensenkinderen in hen begerig om kwaad te doen," lezen we in Pred.8: 11.
Ada de betekenis van haar naam is 'schoonheid' en Silla schaduw waren de vrouwen van Lamech een sterke jongeman.
Beiden schonken hem in ieder geval twee kinderen. Ada baarde Jabal stroom en Jubal geschal/geluid en Silla baarde Tubal-Kaïn ijzervijlsel of smid en zijn zus Naäma liefelijk.
Over Lamechs zonen lezen we een aantal bijzonderheden, waaruit we mogen concluderen dat er in hun tijd een 'cultuurexplosie' plaatsvond. Jabal was de eerste van degenen, die in tenten en bij de kudde woonden. De eerste nomade. Hij "vond de tent uit".
Zijn broer Jubal was de eerste muzikant; hij bespeelde citer en fluit.
Zijn halfbroer Tubal-Kaïn begon met het smeden van ijzer en koper.
Op zich zijn dit zaken, die waardevrij zijn. Het bewijst dat God ook leden uit het Kaïnsgeslacht niet achterstelde, maar begiftigde ze met allerlei gaven.
Helaas besteedt de mens die talenten maar al te vaak in de wereld, hij stopt ze in de aarde Mat.25: 18.
Ook vandaag de dag zien we dat de uitbreiding van de menselijke kennis, de vooruitgang van de cultuur en de toeneming van de welvaart niet leidt tot dankbaarheid aan de Gever, maar veeleer tot afval en hoogmoed.
Men heeft God niet meer nodig, want men kan, naar men denkt in eigen kracht alles bereiken wat men wil.
In Zijn rede over de laatste dingen, Mattheus 74:37; Lukas 17:26 maakt de Here Jezus een vergelijking met de "dagen van Noach", toen men gewoon doorging met alles wat men gewoonlijk deed, totdat de vloed kwam. Gezien de hoge leeftijden, die men doorgaans had, zullen de kinderen van Lamech bekend zijn geweest aan Noach, evenals wat er aan cultuur werd gedaan. Hun roep is tenslotte doorgedrongen tot de tijd van Mozes! Zij zullen wellicht ook door de zondvloed zijn gedood, ondanks al hun prestaties. Samen met vele anderen, die niet naar de prediking van Noach luisterden. God moest constateren, "dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was".Gen.6:5.
Alleen Noach werd met zijn gezin behouden, "door het water heen". Hij was de enige van de "zonen Gods", de directe afstammelingen van Seth die oorspronkelijk tot het gelovige deel van de wereldbewoners behoorden, die overbleef. De anderen waren getrokken door de uiterlijke schoonheid van de vrouwen uit de Kaïnstak, de ongelovigen, en trouwden hen, waardoor zij van het licht in de duisternis kwamen. Zij liepen achter de Ada's, Silla's en Naama's aan, maar gingen hun ondergang tegemoet.
En de wereld trok. Kunst en nijverheid bloeiden. Doordat koper en ijzer bewerkt werden, ontstonden er ongetwijfeld geduchte wapens. Je kon het beste bij de sterkste partij horen, dan was je je leven zeker. Het voedsel was bij de deur, nu herders met hun kudden konden trekken. Waarom zou je zwoegen in het zweet als het leven makkelijker kon zijn? Liever genot dan God. Wein, weib und gesang. Muziek veraangenaamde het leven. Kon de mens niet alles? Vrede, vrede, geen gevaar, want God bestond voor hen niet meer.
In l Petr.3:2O lezen we dat de lankmoedigheid Gods afwachtte.
Gen.6:3 luidt: in de Statenvertaling: "Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren."
In die 120 jaar bouwde Noach aan zijn ark. Hij zal ook vast zijn mond niet gehouden hebben. In woord en daad verkondigde hij. Niemand hechtte echter genoeg waarde aan zijn prediking om zich te bekeren van dat mooie leventje dat men had en zich te wijden aan God en Zijn dienst. De zondvloed overviel hen en allen kwamen om. Hun cultuur heeft hen niet gered.
We weten uit 1 Petr.3:13 en 4:6 dat de gekruisigde Christus in het dodenrijk het evangelie gebracht heeft aan de slachtoffers van de grote vloed. De genade van God gaat boven bidden en denken.
Het zijn nu tijden als van Noach. De wereldleiders achten zich sterk als een Lamech. De handel en nijverheid bloeien als nooit tevoren. In onze westerse maatschappij lijkt het wel alsof het niet op kan. Waarom zou men zich druk maken over God. Velen zijn Tubal-Kaïns geworden. Koper en ijzer zijn het beeld van afval en verderf. Dat wordt momenteel gesmeed. De schoonheid van de wereld trekt velen, maar het is slechts de uiterlijke schoonheid en liefelijkheid van een Naama, de leringen van valse christussen en profeten, die tot de mens van vandaag roepen, dat de mens zelf een god is.
Men is niet meer gevoelig voor het suizen van een zachte wind, begerig naar de stem van de Heer, maar men wil het Jubalsgeschal en het geluid dat het roepen van de ziel naar God overstemt. De mens raakt van God af en zwerft in de wereld als een Jabal, niet beseffend dat onze aardse tent eens wordt afgelegd en we een onvergankelijk lichaam kunnen krijgen en een woning in de hemel, zoals Paulus bijvoorbeeld beschrijft in 1Kor.15.
Noachs naam betekent "rust". Dat is de rust en vrede van Hem, die zegt:"Kom tot Mij, die vermoeid, belast en beladen zijt en Ik zal u rust schenken."
Noach is de erfgernaam geworden van de gerechtigheid, door het geloof in de woorden van God over iets, dat nog niet gezien werd, zoals de schrijver van de Hebreeënbrief vermeldt in Hebr 11:7
De mens van nu heeft ook die keuze. Kiezen voor de werken van Noach, of voor de werken van ongerechtiglleid.
Welke keuze maak jij, maakt u?