Johannes de Doper,
'De stem van
een, die roept in de woestijn:Bereidt de weg des Heren,maakt
recht zijn paden'.Mat.3:3b
Johannes de Doper, de rechtstreekse voorloper van de Heer Jezus
Christus, predikt de doop der bekering tot vergeving van zonden.
Terwijl hij de Israëlieten oproept zich door hem te laten dopen,
betuigt hij dat het volk van God onrein is geworden. De leden van
het uitverkoren volk zijn in hun levenswijze gelijk geworden aan
de heidenen.
Het geloof is in die tijd tot een doods gebeuren verworden vol
van regeltjes en weinig Geest, want de letter doodt, slechts de
Geest maakt levend (2Cor.3:6). Het is daarom profeten uiterst
noodzakelijk dat men zich laat reinigen, zodat men de komende
Messias zou kunnen (h)erkennen en aannemen.
Johannes de Profeet:
Johannes de Doper is de laatste profeet onder het Oude Verbond.
Wanneer hij als zodanig gaat optreden, wordt in Israël voor het
eerst in vierhonderd jaar weer de stem van een profeet gehoord.
De Heer Jezus noemt hem zelfs meer dan een profeet Mat.ll:9: hij is de bode die het komen van de
Messias zou gaan aankondigen.
De oudtestamentische profeten vormen in de geschiedenis van Israël
en in die van de gehele mensheid een uniek verschijnsel.
Men heeft het wel genoemd: één van de belangrijkste
verschijnselen, die de geschiedenis van de mensheid heeft
opgeleverd.
En dan hebben we niet alleen te doen met verschil in
waardeoordeel, maar ook een principieel verschil. Men zegt wel
eens: elk volk heeft zijn eigen genieën, die, ook nadat zij zijn
gestorven bij andere volken in hoge achting staan.
Zoals b.v. geleerden uit de diverse takken van wetenschap,
koningen en andere staatslieden, beeldende kunstenaars en musici.
Hieronder zouden dan tevens de profeten van Israël te
rangschikken zijn.
Maar, er is een groot principieel verschil tussen Israëls
profeten en alle hooggeachte personen van andere volken.
De Bijbel leert ons, dat de profeten door God Zélf worden
geroepen om Zijn Naam en werken aan Israël en aan alle volken
bekend te maken.
De profeten zijn geen dienaren van mensen, maar dienaren van God,
die hen noemt: Mijn knechten de profeten;--(zie o.m. 2 Kon.9:7; Jer.25:4; Ez.38:17; Zach. 1:6)--.
De taak van de profeet is de verkondiging van Gods Woord. Hij mag
niet zijn eigen woord en zijn eigen gedachten brengen, maar Gods
Woord en gedachten.
Het profeteren moet ook volstrekt worden onderscheiden van het
prediken van wat is overgeleverd in de Heilige Schrift.
De profeten zeggen steeds uitdrukkelijk, dat zij niet hun eigen
woord brengen, maar Gods Woord.
Zij luiden hun profetieën in met onder meer de woorden: de
HERE spreekt: (Jes.1:2)-; de HERE der heerscharen sp[rak tot mij
(Jes.5:8); Zo zegt de HERE HERE (Ezech.2:4); De HERE zeide tot mij (Hos.3:1); nog luidt het Woord des Heren
(Joël 2:12).
De profeten ontvangen dus hun boodschap niet van mensen of uit
hun eigen hart, maar van God.
Hierbij is sprake van Goddelijke inspraak: zonder hoorbare stem
brengt God rechtstreeks gedachten in het bewustzijn van de
profeet.
Maar, niet alleen krijgen zij op deze wijze Gods Woord te 'horen'.
God openbaart zich ook door het oog in visioenen.
Dit alles geschiedt onder drijving van de Heilige Geest: 'Want.
nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar,
door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege
gesproken' (2Petr.l:21).
Johannes heeft de inhoud van zijn verkondiging rechtstreeks door
goddelijke inspraak ontvangen.
Profeten kunnen uiteraard ook prediken, maar het accent van hun
opdracht ligt nadrukkelijk in het daadwerkelijke profeteren.
Johannes de Heraut:
Hij is een oprechte Israëliet, geboren als zoon van een
kinderloos, hoogbejaard echtpaar, de priester Zacharias en zijn
vrouw Elisabeth.
Reeds vanaf de moederschoot is hij vervuld met de Heilige Geest:
'Want hij zal groot zijn voor de Here en wijn en sterke drank zal
hij niet drinken en met de Heilige Geest zal hij vervuld worden,
reeds van de schoot zijner moeder aan,' spreekt de engel Gabriël,
die zijn wonderlijke geboorte aankondigt. (Luc.l:15). Hij groeit op, wordt gesterkt door de
Heilige Geest; leeft uiterst sober en ver verwijderd van de
Joodse samenleving: 'in de woestijnen tot op de dag, dat hij zich
aan Israël vertoonde,' lezen we in Luc.l:80.
Vervuld met de Heilige Geest betekent op zich dus niet dat er
voortdurend goddelijke inspraak plaatsvindt en men zou moeten
profeteren.
Het betekent echter wel dat deze goddelijke gave mensen de
toerusting geeft te wandelen door de Geest en niet te voldoen aan
de begeerten van het vlees: 'Want het begeren van het vlees gaat
in tegen de Geest ...' (Gal.5:17).
Vanaf de dag dat Johannes zich vertoont aan het volk, gaat hij
optreden als een ware profeet.
Hij is de beloofde wegbereider, de heraut, die de komst van de
Heer aankondigd (Jes.40:3; Mal.4:5)-.
Hij zegt het ook van zichzelf: Ik ben de stem van één die
roept in de woestijn; wát zegt die stem?.
Wel, hij wijst op de Christus.
Die komt uit de hemel om mensen het eeuwige leven te geven; Die
zal zijn de verpersoonlijking van het Evangelie, de Blijde
Boodschap.
Johannes, gekleed in het boetekleed van de oud-testamentische
profeten, roept op tot bekering want, in de komst van de Christus
is het koninkrijk der hemelen nabij gekomen.
Van Hem getuigt Johannes: Ik doop u met water tot bekering,
maar Hij,m die ná mij komt, is sterker dan iki; ik ben niet
waardig om Hem Zijn schoenen ná te dragen, Die zal u dopen met
de Heilige Geest en met vuur
(Matth.3:11).
0fschoon nu de doop van Johannes nog niet de christelijke
waterdoop ismaar hiervan duidelijk is te onderscheiden--,
toch ontvangen allen die door Johannes worden gedoopt, een
werkelijke reiniging als voorbereiding tot intrede van het
Koninkrijk van de Hemel.
De toegang tot dit rijk wordt echter eerst mogelijk nadat de Heer
door kruisdood en opstanding Zijn werk heeft volbracht.
Pas daarná wordt door Hem de christelijke doop ingesteld, waarin
we de zonden afsterven en opnieuw worden geboren uit water en
Geest tot gerechtigheid en eeuwig leven.
Mits..we de vruchten tonen de bekering waardig.
Johannes de Vermaner:
Zijn profetering heeft een geweldig grote uitwerking. Mattheüs
schrijft dat: Jeruzalem en heel Judea en de gehele
Jordaanstreek tot hem uitliepen.
Een beeldende uitspraak die te kennen geeft dat een grote massa
inwoners van deze streken gehoor geeft aan zijn woorden.
In zijn profetische woorden horen de mensen als het ware reeds
het getuigenis van Jezus: "'Want het getuigenis van Jezus is
de geest der profetie (Op.19:10). Massaal laten ze zich dopen in de
Jordaan.
Deze doop op zich geeft geen vergeving van zonden.
De zondevergeving wordt slechts ontvangen als er een werkelijke
bekering plaatsvindt: een verandering van de innerlijke
geestelijke gezindheid van de mens.
Het zijn niet degenen, die roepen Here, Here, die het
Koninkrijk van de hemelen zullen binnengaan, maar die de wil van
God doen (Mat.7:21).
Niet alleen het gewone volk loopt uit tot Johannes.
Ook vele Farizeeën en Sadduceeën, onder wie vele
schriftgeleerden.
Zij zijn bij uitstek mensen die zich zo streng aan de letter van
de wet houden, dat de geest van de wet hen volkomen ontgaat.
Door hun invloed is er een geheel nieuwe vroomheid ontstaan: met
uiterlijk gedrag Gods welgevallen en dientengevolge loon naar
goede werken ontvangen. Ze voelen zich hoog verheven boven het
gewone volk dat ze veroordelen omdat het volgens hen de wet niet
volbrengt.
Ze genieten van de macht, die ze door hun wetskennis over het
volk kunnen uitoefenen, en de (twijfelachtige) eer die hun wordt
bewezen.
Maar zoals vaak de praktijk is bij mensen die het allemaal zo
goed weten, voldoen zij treffend aan de kenschetsende leus: geen
daden, maar woorden!
Als ook zij zich bij Johannes vervoegen, worden ze niet als
boetvaardige zondaars ontvangen.
Johannes, verlicht door Gods Geest, weet dat zij letterknechten
zijn. Bovendien, aan hun het vruchten kent hij reeds deze bomen.
Zijn welkomstwoord tot hen liegt er niet om. Hij noemt ze
adderengebroed en vraagt ze wie hun heeft gezegd dat ze de toorn
van God zouden kunnen ontgaan.
Hij bedoelt hiermee te zeggen dat ze, zoals de oude slang in het
paradijs, op arglistige wijze Gods genadeplan tegenwerken.
Later zal de Heer Jezus deze lieden met soortgelijke woorden
betitelen: huichelaars, die op gewitte graven lijken.
Van buiten schijnen ze de mensen rechtvaardig, maar van binnen
zijn ze vol doodsbeenderen, onreinheid en wetsverachting.
0ok Hij vraagt hen: Slangen, adderengebroed, hoe zult gij
ontkomen aan het oordeel van de hel? (zie
Matth.23:1-39).
Het is voor hen de énige júiste terechtwijzing.
De vermaningen van Johannes zijn door hen niet geaccepteerd; zij
willen niets weten over de komende Christus en laten zich dan ook
niet door Johannes dopen.(Lukas 7:30).
In hun afwijzing van de heilsbeschikking Gods, die júist
bekering en doop als de weg tot Christus Koninkrijk stelt,
wordt de God van Israël dus zwaar beledigd.
In navolging van hen heeft helaas het merendeel van de Joden de
Heer Jezus Christus niet als de, door de oud-testamentische
profeten aangekondigde Messias, willen erkennen en aannemen.
Vooralsnog hebben ze geen deel aan de opstanding uit de doden en
het eeuwige leven.
Zijn heraut Johannes noch Jezus zelf vonden bij hen een geopend
hart!
Johannes de Bazuiner:
Johannes de Doper
verkondigt de op handen zijnde komst van Jezus Christus. Zijn
profetering en prediking wordt door de leden van het aloude
verbondsvolk in overgrote meerderheid niet aangenomen.
Terwijl nu juist de Messias in de eerste plaats voor hen, als
kinderen van het Verbond, is gekomen.
Ofschoon de verharding van hun harten nog in onze
dagen voortduurt, heeft God Israël niet verworpen.
Maar de genade van God in de verzoening door Jezus Christus, de
Heer, gaat hen vooralsnog voorbij!
Door hun val is nu het heil tot de heidenen gekomen, om hen
tot naijver te verwekken, zegt Paulus. (Rom.11:11).
Eenmaal zullen zij toch in het Rijk van God op aarde hun eerste
plaats onder de volken terugontvangen.
Voordien zet de Heer Zijn werk voort onder de heidenen en wordt
de Gemeente van oudsher onderricht in de toekomst van Jezus
Christus.
Hij wil ons dopen met de Heilige Geest en met vuur.
Dat is de zalving die we nodig hebben om deel te kunnen hebben
aan de bruiloft van het Lam.
Die geestesdoop moet op ons blijven.
Dan zijn we gewapend tegen alle winden van leer.
Vanaf de apostolische tijd wordt de gemeente van Christus op een
geraffineerde manier belaagd door valse leer: Wie is de
leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Christus is?
Dat is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent. Een
ieder, die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet ( zie 1Joh.2: 18-27).
De leer van de hedendaagse valse profeten hebben we beslist niet
nodig. Integendeel! Zij zullen ons niet leren.
De zalving die we van Christuswege hebben ontvangen, zal ons
leren over alle dingen die waarachtig zijn en geen leugen.
Bij het oude Israël was het verlangen naar de komst van de
Messias, vanwege de lange wachtenstijd, vrijweel uitgestorven.
0nder het nieuwe Israël leeft de wederkomst van Christus nog
maar in kleine kring. Velen geloven helemaal niet meer in God os
zijn zó lauw dat er ook bij hen vrijwel geen sprake meer is van
redelijke godsdienst; zij leven al;len in de geestelijke woestijn.
Toch wil de Heer allen opwekken om terug te keren naar de paden
en zich voor te bereiden op Zijn komst, opdat ze geen deel zullen
hebben aan de grote verdrukking, die, volgens het Bijbelse
getuigenis, spoedig over de aarde zal komen. Dáárom heeft de
Heer der Kerk opnieuw een Johannes verwekt: het apostolische werk.
Want, de Here Here doet geen ding of Hij openbaart Zijn
raad aan Zijn knechten de profeten. (Amos
3:7).
In dit Johannes werk wordt de bazuin geblazen; de bazuin als het
beeld(matafoor)van de Evangelieverkondiging.
Gedurende tweeduizend jaar is in ieder van de zeven tijdvakken
van de kerkgeschiedenis de bazuin geblazen.
Thans leven we aan het einde van het tijdvak van de zevende
bazuin.
De Heer staat te komen.
Alle christenen, die de verwachting daartoe in hun harten dragen
roepen we op om del te nemen aan het profetische werk van
Johannes de Bazuiner om tezamen alle christenen, kerkverlaters of
niet, op te roepen zoals Johannes de Doper deed.
Laat ons de stem zijn die roept in de geestelijke woestijn:
Bekeer u, want het Koninkrijk van de hemelen is nabij
gekomen. ©hfr.