Ik kom spoedig, ja, kom Heer Jezus!

(dit is een bewerkte versie van de eerste lezing op de ontmoetingsdag te Elburg)

Verlangen

Het dit keer gekozen thema 'Ik kom spoedig; Ja kom, Here Jezus!' is precies zoals in het Hooglied beschreven, een samenspraak van de Bruidegom en de bruid, de gemeente.

In de Duitse bijbel in de Lutherse vertaling, noemt men dit bijbelboek 'das Hohelied', het Hogelied, dat betekent het 'voortreffelijkste lied'.

De Franstaligen zeggen 'Cantique des cantiques', het Lied der liederen.

De samenspraak van Bruidegom en bruid is dus een samenspraak van een hoog gehalte: een hoog geestelijk gehalte. Anderszins ook te noemen een geheiligde, verheven conversatie tussen de Heer en de mens, waarin nogal wat beeldspraak is te horen.

Onze Heiland spreekt uiteraard alleen maar in heilige en verheven termen. Ook Zijn meest eenvoudige taalgebruik is heilig en verheven. En, voor zover het ons mogelijk is, zullen wij in denken, spreken en handelen ons aanpassen aan de heiligheid van de Heer.

Hij sprak eenmaal: Ik ben de HERE, uw God; heiligt u en weest heilig, want Ik ben heilig' (Lv.12:44).

Dit werd gesproken tot het oudtestamentische Israël. Apostel Petrus zegt tot de nieuwtestamentische gemeente in 1 Petr.1:14-16: 'Voegt u, als gehoorzame kinderen niet naar uw begeerten uit de tijd van uw onwetendheid, maar gelijk Hij, die u geroepen heeft, heilig is, wordt gij ook zelf heilig in al uw wandel er staat immers geschreven: Weest heilig want Ik ben heilig'.

De belofte van de Bruidegom in Opb.22:20, doordrenkt van Zijn liefde, luidt: 'Ik kom spoedig' en, het hartstochtelijke verlangen van de bruid komt tot uiting in haar antwoord: 'Ja kom, Here Jezus!'

Verlangen

Hoe groot is ons verlangen eigenlijk? Is het werkelijk hartstochtelijk? Is het evenzo groot als ons verlangen naar allerlei plezierige dingen van het leven? Die er gelukkig natuurlijk ook zijn. Maar er is wel een groot verschil, anders gezegd: er moet wel een groot verschil zijn, tussen enerzijds ons verlangen naar de komst van onze Bruidegom en anderzijds ons verlangen naar de goede dingen in ons aardse bestaan. Het zijn beide verlangens, maar er is een duidelijk verschil in waarde tussen beide soorten. Nu moeten we het woord hartstochtelijk niet direct vertalen in termen van: dit is overdreven taal en gevoel. Sterk verlangen naar het Rijk van God, waar vrede en gerechtigheid zullen heersen is toch niet overdreven? Geloven in de beloften van de Heer is een uiterst nuchtere zaak!

'Weest nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een briesende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden', zegt Petrus tot de gemeente (lPet.5:8).

De dagen van Noach

Het verlangen naar de vereniging met onze Heer en Heiland, moet daarom ingebed zijn in onze manier van leven. Dat verlangen behoort bij onze levensstijl als nuchtere christenen. Laat anderen, die hierbij geen enkel gevoel hebben, die niet eens weten waar we het over hebben -en het ook niet willen weten -dan maar leven zoals zo velen deden in de dagen van Noach. Jezus zegt: 'Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. Want zoals zij in die dagen vóór de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop Noach in de ark ging, en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn' (Math.24:37-39). Noach heeft 120 jaar aan de ark gebouwd. Het zal niet op een werf aan het water ge- weest zijn, maar gewoon op het land. Het kan niet onbemerkt zijn gebleven.

Velen zagen dat geweldig grote schip, zomaar midden op het land, en ze zullen hem gevraagd hebben waar hij mee bezig was. Zijn antwoord kan niet anders geweest zijn dan: ' de Here God heeft mij dit opgedragen, want Zijn oordelen zullen over de wereld gaan en dan zal slechts deze ark de mens kunnen redden.' We kunnen ze nu nog horen denken: 'Het zal wel. Ga je gang maar Noach, het zal onze tijd wel duren.' Men zal hem een zweverige overdreven figuur hebben gevonden. Maar hij was bezig met het navolgen van de Here God en dat was een uiterst nuchtere, verstandige levenshouding, zoals we hebben gemerkt. Door zijn geloof in God kon hij de grote watervloed -de oordelen -letterlijk te boven blijven.

Ook heden wordt er nog aan de ark van behoudenis gebouwd en de deur staat wagenwijd open. Helaas de overgrote meerderheid van onze landgenoten vindt zich veel te nuchter om eens naar de ark te komen kijken. Daarom kunnen zij dus ook zijn deur niet vinden. Niet dat dit ons koud laat; uiteraard niet. Maar we kunnen slechts -proberen- onder hen te getuigen van onze hoop en verwachting én voor hen bidden, maar de Heer alleen kan wasdom geven aan ons zaaien.

Eén kudde, één Herder De Here Jezus is de Goede Herder van Zijn schapen en tevens de Deur van de schaapskooi. Iedereen die door Hem binnenkomt, zal behouden worden. Dit zijn Zijn eigen woorden.

Er ontstond echter destijds grote verdeeldheid onder de Joden over deze woorden. Velen zeiden: 'hij is bezeten en waanzinnig, waarom luistert men naar Hem? Maar anderen, de minderheid onder de luisteraars, zeiden: dit zijn geen woorden voor een bezetene, een boze geest kan toch de ogen van blinden niet openen' (Joh.l0:1-21)? Die verdeeldheid is er nog steeds. Nu onder het nieuwtestamentische volk. Velen van hen zijn ongelovig en nog weinigen geloven in de wonderwerken van de Heer. Helaas zijn ook laatstgenoemden nog steeds sterk verdeeld! Toch is er hoop, want eens zal het zijn: 'Eén kudde, één Herder' (Joh.l0:16).

Beeldspraak

Er is in deze inleiding al enige malen sprake geweest van bijbelse beeldspraak. Dichters en romanschrijvers gebruiken ook vaak beeldende taal in hun scheppingen: de gedichten en romans die ze schrijven. Jan Prins, die leefde van 1876 -1948, (nu waarschijnlijk door bijna iedereen vergeten) was zo'n dichter die in zijn poëzie beeldende taal gebruikte. Zijn verzen waren eenvoudig, beeldend en getuigden van liefdevolle waarneming. Want je moet beelden eerst zien, voordat je ze kunt gebruiken, als beeldspraak. Zijn gedicht 'De bruid' is daar zo'n voorbeeld van. Als je het leest word je daar gewoon warm van.

De Bruid: 'De lucht over de jonge dag was helderder dan ooit. Iets ongewoons- verblijdens lag in weide en veld gestrooid. De torenklok zong, wat ze kon, de vlaggen staken uit. De bruigom was de lentezon en Holland was de bruid. Nu komt ze met haar lief gezicht de bruigom tegemoet. Wat is de hemel wijd -en licht. Wat is het leven goed. De wereld is een wonderbron van telkens nieuw geluid. De bruigom is de lentezon en Holland is de bruid.'

Je moet dit gedicht vooral in de lente lezen: het geeft een echt lentegevoel; en we behoeven maar over weinig verbeeldingskracht te beschikken om dit gedicht, met zijn lyrische taal, -en de dichter zal daar nooit aan hebben gedacht -van toepassing te verklaren op de hemelse Lentezon, onze Bruidegom de Here Jezus Christus en Zijn bruid, namelijk dat deel dat in Holland woont en woonde. We leven toch in de geestelijke lente en we zijn op weg naar de grote Zomer.

Terug naar het Hooglied.

Dit lied der liederen is een lied van de liefde. Zoals de liefde al het andere aardse te boven gaat, zo is het lied dat deze liefde tot onderwerp heeft, het heerlijkste van de liederen. Het is een gesprek tussen een verliefde Bruidegom en een liefhebbende bruid. Het geheel is de typische relatie tussen de Here Jezus Christus en Zijn gemeente Men leert hier de taal van die liefdevolle relatie kennen. Deze taal waarin de beide gelieven spreken, is voor hen de gloeiende uitdrukking van hun weelderige zinnelijkheid.

Voor sommige lezers is het Hooglied slechts een vertolking in beeldspraak van een verheven liefdesverhouding. Anderen, die weinig zicht hebben op bijbelse beeldspraak, vinden de taal onheilig en dus verwerpelijk: het had volgens hen niet in de canon van de bijbel opgenomen moeten worden. Weer anderen zijn van mening dat het juist van groot belang is, dat deze liederen, die de aardse liefde bezingen, een plaats hebben in de Heilige Schrift. Zo valt er troost en belofte ook over het geslachtelijk leven van de mens, menen zij. Wij zouden kunnen zeggen: de aardse liefde in de Heilige Schrift is het waard om teken en gelijkenis te zijn van de liefde van Christus voor Zijn kerk. Daarom zullen we het Hooglied in deze zin lezen, zoals dat ook vanouds in de Kerk is gedaan. Laten we eens gaan zien op welke wijze de Heer de liefde voor Zijn bruid tot uiting brengt in het Hooglied.

Ik heb getracht de mooiste omschrijvingen te vinden in de diverse vertalingen van de Bijbel. Hoort hoe het klinkt: 'Zie, gij zijt schoon, mijn liefste, mijn vriendin, wat ben je mooi; je ogen zijn duivenogen' (Hoogl.1:15, 4:1). , Alles is schoon aan u, mijn liefste, mijn vriendin, zonder enig gebrek zijt gij (Hoogl.4:7). 'Hoe kostelijk is uw liefde, mijn zuster, bruid, hoeveel heerlijker uw liefde dan wijn ...' (Hoogl.4:10). 'Wat ben je mooi, wat ben je bekoorlijk, liefde en verrukking, dat ben jij, hoe heerlijk onder wat men verlangen kan' (Hoogl.7: 6).

Deze liefdevolle betuigingen van onze Bruidegom hebben geen enkele toelichting nodig. Ze spreken volledig voor zichzelf; en, als we ze goed tot ons hebben laten doordringen, moet wel, als het ware vanzelfsprekend, de volgende vraag bij ons opkomen: 'Hoe groot is onze liefde ten opzichte van Hem?'

Psalm 45

In Psalm 45, eveneens een lied van de liefde, wordt de bruid van de Koning rijkelijk geprezen: 'Louter pracht is de koningsdochter daarbinnen (d.i. de bruiloftszaal). Van goudbrokaat is haar kleed; in kleurig geborduurde gewaden wordt zij tot de Koning geleid. Er zal vreugde en jubel zijn. Zij zal aan de rechterhand van de Koning staan, in goud van Ofir': goud van de allerhoogste kwaliteit (vrs.14-16,10).

Reeds onder het oude Israël zag men in deze psalm een aankondiging van het Messiaanse rijk. In het licht van het Nieuwe Testament zien we in deze psalm een profetische aanduiding van de tijd dat de hemelse Koning en Bruidegom de bruiloft zal vieren, die Openbaring 19:7 'de Bruiloft van het Lam' noemt. Deze bruiloft is niets anders als de opname van de volmaakte Kerk in de heerlijkheid van Christus (Joh.17:24).

Zien wij net zo hartstochtelijk uit naar die dag als onze Bruidegom?©hfr.