DE

LEER DER HANDOPLEGGING.

 

De leer der handoplegging kunnen wij verdelen in:

Mattheus 19:13-15. (tot zegen)

Helaas vinden wij in de christenheid bijna de leer der handoplegging niet meer terug. Deze leer was echter in het Oude Verbond reeds van kracht en diende, in de gevallen waarin zij werd toegepast, tot mededeling van een zegen.

Oók de zegenspreuk wordt met opgeheven handen toegediend:

In het Oude Testament was de zegen zéér belangrijk; vooral de bijzondere zegeningen die geschiedden door de oplegging der handen:

Markus 6:5 en 13. (tot genezing).
Genezing is alleen mogelijk door het geloof.

Deze knechten waarlijk door Jez.Christus geroepen en uitgezonden in diezelfde kracht.

Markus 16:16-18 (tot genezing)
vrs.17:
Deze tekenen moesten de gelovigen volgen:
"In Mijnen Naam zullen ze." Dus alleen de dienstknechten Gods, niet alle gelovigen.

vrs.18:"Slangen zullen ze opnemen."
Dit is Paulus overkomen en het deerde hem niet.
zie Handelingen 28:1-7.
OOK HANDOPLEGGING AAN NIET VERZEGELDE. zie Handelingen 28:8,9.

"En zij zullen gezond worden."
Doch niet altijd: 2 Timotheus 4:20.

Paulus zal, als apostel, zeer zeker de handen opgelegd hebben, doch zonder resultaat.

Dit kan o.a.:

Lukas 40: (genezing)

Lukas 13:11-13 (16) (genezing)

Handelingen 6:6 (1-7) tot ondergeschikte bediening.

Handelingen 13: 1-3: ( tot het priesterambt)

1 Timotheus 4:14: (tot het priesterambt)

2 Timotheus 1:6:(tot het priesterambt)
lezen vanaf vers 1.:

Handelingen 8:14-18: (toedienen van de H.Geest).

Handelingen 19:4-6 (toedienen van de H.Geest.)

Jacobus 5:14,15 (toedienen van de zalving.)

DOCH ALTIJD: NIET TE HAASTIGLIJK en UW WIL GESCHIEDDE.