vrs. 23: "Hebt gij genomen."
Op het Pinksterfeest werd de H.Geest over allen uitgestort, en de rede die toen door Petrus werd gehouden, is nu nog steeds niet voldoende door de Bijbeluitleggers begrepen.
Dit is evenwel een sprekend voorbeeld van de werking van de Heilige Geest in een eenvoudig mens als Petrus.
Toen de omstanders deze rede hoorden, vroegen zij: "Wát moeten wij doen.?"
Het antwoord was: "Bekeert U", ofwel: "Begin een nieuw leven in Christus."
Bekeren betekent in het Grieks: "Meta-Nora" dat wil zeggen: ombuigen, omzetten van het gemoed tot vergeving der erfzonden.
Dús, dopen tot vergeving der zonden.
Water: afwassen, schoonmaken; gemoed schoon, dán gaven.
Wát ontvangt men?
zie: Handelingen 8:4-7; Handelingen 19:5-7; Johannes 3:3-6.
Dóór de doop ontvangt men de gaven; gedoopt zijn, dat wil zeggen dat men de eerste trede heeft gezet op de ladder,en, dus nog maar aan het begin staat en steeds verder moet opklimmen.
Zie ook: Hebreeën 6:12, waarin gesproken wordt over de leer der dopen.
Echter éérst geloven, dán gedoopt en dán verder opgebouwd worden in het geloof.
vers 39: Welke belofte?
lezen: Genesis 17:4-8; Genesis 26:4,5;
verbond: alle geslachten worden gezegend.
Abram, dat wil zeggen: de machtige, wordt Abraham, dat wil zeggen: Vader der volken.
Door de doop zijn wij ook Abrahams kinderen geworden omdat de belofte die aan Abraham is gegeven, in Jezus Christus is vervuld en wij dus door de doop onder de belofte Gods zijn gekomen.
Verre zijn: Heidenen die eveneens het land Kanaaän zullen beërven. Efeze 2:11-19;
De Nieuw Testamentische vervulling van deze belofte vinden wij opgetekend in Galaten 3:6-14;
Wij zijn dus uit het geloof Abrahams kinderen geworden, want: "In U zullen alle geslachten", enz. (zie ook Jesaja 55:6,7)
Romeinen 6:1-11:
Door de omkering van het gemoed van het aardse leven naar het koningkrijk Gods, sterft de oude mens en wordt een nieuw mens geboren.
Door de doop hebben wij dus deel aan het verlossingswerk van Christus, maar óók aan de Eérste en de Twede Opstanding.! Romeinen 8:11.
vers 11: Ongedoopten zijn dus geestelijk dood en wandelen in het dal der duisternis.Markus 13:33-37.
Galaten 3:26,27 (29)
In het Oude Testament waren de Joden door de besnijdenis Gods volk. Genesis 17:1-14.
Uit het zaad van Abraham is Jezus Christus voortgekomen, zie het geslachtsregister in Mattheus 1:vv.
Dit register is bijgehouden tot aan de verwoesting van de Tempel in het jaar 70 ná Christus.
Door Jezus Christus is de Wet vervuld en kwam hiervoor in de plaats de besnijdenis des harten, ofwel de waterdoop.
Vers 27: aangedaan: ommanteld, ofwel deelhebben aan .
aandoen: navolgen. Romeinen 13:12-14; Romeinen 6:13; Efeze 4:22-25;
vers 28: noch man, noch vrouw; noch jood, besnedene; noch Griek, heiden.
Vrouw Eva: de eerste verleidster, aan vrouw belofte van zaad.
Vrouw Maria: vrouw daardoor weer in ere hersteld.
besnijdenis: alléén de man;
de doop: ALLEN, mannen, en vrouwen én kinderen.!!
vers 29: Abraham, verheven Vader, Vader des geloofs.
1 Petrus 3:18-21:
De mening van de christenheid is, dat Gods Woord alléén voor de levenden zou zijn, dit is echter niet juist, want óók de doden zullen Zijn stem horen. zie: Johannes 5:24-29
vers 24 gesproken tot de levenden op aarde, dus niet geestelijk dood, maar levend.
vers 25-27: de overledenen leven, er is dus prediking in het dodenrijk.
vers 28: KOMT, is nog niet gebeurd, maar zál komen. (is tevens de bevestiging van vrs.25)
vers 20: Eertijds:---Noach behouden door het water uit geloof. Mensen verloren door water uit ongeloof. Nochthans is door Gods grote liefde de genade verkondigd. Dit werd reeds profetisch voorzegd in Psalm 107:9-16 (koperen grendelen).
vers 29: De Heer zal ALLEN doen opstaan. zie 1 Petr.4:6
Jacobus 5:19,20
Colossensen 2:12-14 (15)
Door de dood van Jezus Christus worden de misdaden vergeven wanneer wij deel hebben aan de doop; wij hebben dan Christus aangedaan--Galaten 3:27-- en verblijven dan in de Kerkhemel. Efeze 2:1-10.
vers 14: Handschrift-- wet van Mozes.
vers 15: Genesis 3:15: vijandschap tussen uw zaad, enz.
Matth. 12:29: sterke gebonden.
Lukas 11:22: sterke gebonden.
Joh. 12:31: overste der wereld buiten geworpen.