Geloofsoverdenking
De christen, die ook in onze dagen de Heer wil blijven volgen met in achtneming van Zijn wetten en geboden, in onze tijd veelal aangeduid met 'normen en waarden', kan vertrouwen op Zijn hulp en bijstand en ook Zijn leiding in het leven van alledag. Maar ook de christen is zich bewust een mens te zijn met alle zwakheden, zonden, tekortkomingen.
God de Vader heeft dit heel goed begrepen en weet, dat de mens zwak is en zonder hulp en bijstand steeds weer zal vallen. Niet voor niets heeft Hij dan ook Zijn Zoon naar de aarde gezonden als een zoenoffer voor de mens, Gods schepsel.
Hij, de Here Jezus Christus, is gegaan door dit leven, gelijk de mens, echter wel zonder zonde. Hij ervoer op vele wijzen, dat de mens zwak is, vaak hoogmoedig, met afkeer voor de Schepper. Daarom was geen mens in staat om weer, na de zondeval, met God de Vader, de Schepper aller dingen, verzoend te worden. Deze gang door het natuurlijke leven eindigde, zoals bekend is, in Zijn kruisdood. Hierdoor werd de macht van satan verbroken, want Hij stond op de derde dag weer op en verscheen aan Zijn volgelingen. Zij werden hierdoor weer getrokken uit hun moedeloosheid, twijfelgeloof en hun angsten.
Dat zij deze hadden, vertelt ons Joh.20:19: Toen het dan avond was, op de eerste dag der week, en, ter plaatse, waar de discipelen zich bevonden, de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden en zeide: Vrede zij u!. Zie ook Mark.16:14; Luk.24:36-38.
Verdere voortgang
De verdere geschiedenis mag bij u bekend zijn. Nadat de Heer weer in de hemel werd opgenomen, ontvingen Zijn volgelingen de H. Geest, zoals Hij beloofd had. Sprak de Here Jezus in Joh.16:7 niet: ...Het is beter voor u, dat Ik heenga, want indien Ik niet heenga kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden.
En, in Joh.16:13: Doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid, want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.
De zwakke mens
Dit neemt natuurlijk niet weg, dat de christen van tijd tot tijd twijfels heeft, zeker in de wereld van vandaag, waar zoveel strijd en moeite is, waar zovele zaken geaccepteerd worden, die volledig niet stroken met hetgeen de H.Schrift ons leert en hetgeen de Heer Zelf ons heeft geleerd en nagelaten.
Zelfs het bestaan van God de Schepper wordt geloochend en door velen afgedaan met de woorden: Als er een God béstaat, waarom laat Hij de ongerechtigheden, wetteloosheid, normvervaging, strijd, lijden, verdriet en noem maar op, dan toe? Hij is toch, zoals gezegd wordt, de barmhartige, liefdevolle Vader, die de natuurlijke vader verre te boven gaat?. Zie Math.7:11; Luk.1l:13.
Vergeten we echter niet, dat Hij ook een rechtvaardig God is Joh.17:25; l Joh.l:9; lJoh.2:29; Opb.16:7; Opb.19:2) en in Zijn handel en wandel met de mens het menselijk handelen te boven gaat. De mens is niet in staat, om Hem hierin te begrijpen, en, de H. Schrift zegt dan ook heel duidelijk: Zijn werken zijn niet de onze en Zijn gedachten niet de onze. (Jes.55:8,9).
Lezen we ook nog hetgeen de apostel Paulus zegt in Rom.ll:33-36: Hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk Zijn wegen!. Wij, als zwakke mensen, zijn niet in staat om God te beredeneren, laat staan te begrijpen en dat brengt strijd met zich mee. Velen zullen dit kunnen beamen en ervaringen in hun leven een plaats kunnen geven. De enige zinvolle verklaring zou kunnen zijn: 'Hij stelt in de eerste plaats belang in het eeuwige leven, waar Hij de mens als Zijn schepsel wil brengen, dus de paradijselijke toestand, zoals het oorspronkelijk was.'
Het hedendaagse leven van de mens
De mens, door zijn handelen in het natuurlijke leven, wijkt voortdurend af van het leven, zoals Hij dit graag zou zien met als resultaat oordelen over de wereld, gelijk in zovele geschiedenissen in het Oude Testament te vinden is. Zelfs na zegeningen verviel het volk Israël voortdurend in het gaan op andere wegen, het aanbidden van andere goden, d.w.z. afgoden. Heeft de mens heden ten dage ook niet vele afgoden? Is de mens niet vaak bezig met wereldse zaken, liefhebber van het materiële, liefhebber van zichzelf, daarbij vergetende, dat er ook naasten zijn, die wellicht smachten naar medeleven in hun situatie? Hoevelen vinden nog de tijd, om naar de naaste om te zien, toch een gebod van de Heer Zelf. (Math..5:43; 19:19; 22:39).
Hoe vaak hoort men niet de verontschuldiging: Ik heb het druk! Waarmee dan eigenlijk? Stoffelijke zaken, eigen geneugten, etc. misschien? Wat blijft dan nog over voor degene, die zo nodig hulp, medeleven en wat dan ook zou kunnen verwachten. Is de medemens dan niet het allerbelangrijkste? Het resultaat is, dat deze mensen vaak het gevoel hebben, ook door God verlaten te zijn.
Bijbels antwoord
De H.Schrift ontkent dit ten stelligste. Kan men in zo'n situatie vertroosting, vertrouwen in Hem vinden in de bijbel? Psalm 23 is hierin zeer duidelijk. Een overbekende Psalm, maar nog steeds zeer actueel. Een, bij velen bekende, situatie, zeker als we dit in het natuurlijke kunnen waarnemen. Hoe liefdevol en zorgzaam gaat de herder met zijn schapen om. Duidelijk wordt beschreven, hoe de hemelse Vader, de grote Herder, met Zijn schapen, Zijn kinderen, omgaat. Natuurlijk is hiervoor geloof, vaak een groot geloof, nodig, maar het wordt ons wel in de H. Schrift geleerd. Dit wordt nog versterkt in hetgeen gezegd wordt in Psalm 18. Lezen we deze Psalm maar zelf, dan kunnen we enigszins begrijpen, hoe God de Vader denkt en handelt met de mens, Zijn schepsel.
Onze geloofsweg
Als er strijd en moeite, twijfel, angst, benauwdheid, enz. is, laten we dan grijpen naar deze bijbelgedeelten en onze troost en ons geloof hierin proberen terug te vinden, hoe moeilijk onze situatie ook is. U hoort mij niet zeggen, dat het allemaal eenvoudig en gemakkelijk is. Ieder mens kent zijn of haar eigen situatie het beste. Voor de een gaat het leven voort zonder vele moeilijke zaken, maar voor de ander is er vaak veel verdriet, zorg, lijden, ziekte, enz. Het waarom is ons niet bekend, zeker niet, waarom de een weinig of niets ondervindt, terwijl de ander vele zaken, tegenslagen, e.d. moet doormaken. Natuurlijk staat in de H. Schrift, dat men in het leven zijn of haar kruis moet opnemen en Hem volgen (Math.10:38; Mark.8:34; Luk.9:23; 14:27)
De Prediker: Kunsternaarsimpressie van Salomo
De Prediker verhaalt ons in 2Cor.l:3-7, dat men ondanks veel lijden toch troost ondervond, maar als zwakke mensen begrijpen we er vaak niets van en worden er veel vragen opgeroepen, waarop geen antwoord komt. Als men echter oprecht gelooft, dan moet men, ook al is het zeer moeilijk, toch aanvaarden, dat we te maken hebben met een eigenmachtig God en daar is niets aan te veranderen.
Was dit ook niet het antwoord, dat de profeet Habakuk van God kreeg? In Hab.2:4 wordt tot hem gezegd: ...maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven. Gods oplossingen voor ons waarom liggen dus niet in een verklaring van Zijn wijze van doen en zijn motieven; zij worden veeleer gevonden in Zijn onaanvechtbare integriteit. Dit geldt ook dan, wanneer God dingen toelaat, die Zijn gerechtigheid en soevereiniteit schijnen te negeren en door ons met Zijn Woord niet in overeenstemming zijn te brengen.
In vele gevallen in het menselijk leven zou het dan ook te wensen zijn, dat de een zich dan ook eens meer zou verdiepen in de situatie van de ander en hierdoor oog zou hebben voor die andere en daarmee voldoen aan het gebod des Heren: De naaste liefhebben als onszelf!. De apostel Paulus is ook hierin duidelijk als hij in lCor.13:13 zegt: ...maar de meeste van deze is de liefde. Dat gaat ons allemaal aan, zeker ook wat de Heer Zelf geboden heeft. Zegt de apostel Jakobus ook niet in Jak.l:27: ...omzien naar wezen en weduwen in hun druk?.
Dit is nog wel aan te vullen met andere situaties. Er is op dit gebied heel veel te doen, als men de ogen openhoudt. Men komt het dan vanzelf wel tegen. Geeft dit dan ook geen goede invulling van ons christen zijn? Laten we er dan ook wat mee doen en bereid zijn om iets, zo het uitkomt alles, voor op te geven. Ook bij, in ons idee, belangrijker zaken.
Navolgen van Christus is dan ook waarlijk doen, wat Hij Zelf erg belangrijk vond, getuige Zijn tweede gebod. Het staat er niet voor niets. Dan is men waarlijk een navolger van Christus, ook in onze dagen, waar het egoïsme en materiële hoogtij vieren. Laten we dit soort zaken dan niet uitstellen, als we ermee geconfronteerd worden, want vaak is het dan niet meer nodig. Men kan zich dan zelfverwijten maken, maar dan is het te laat om het nagelatene te herstellen.
De Here Jezus zegt dit ons ook heel duidelijk in Math.25:40: Wat ge hen hebt gedaan, hebt ge Mij gedaan. Hij offerde Zichzelf voor ons op door Zijn lijden en kruisdood en heeft het ons dus voorgeleefd. Dat is waarlijk christen zijn, het uitdragen van het evangelie en wellicht de buitenstaander tot jaloersheid brengen en tot de Here Jezus brengen (lCor. 4:15,16). Want, weest u er van overtuigd, dat de buitenwereld op u let, niet in de eerste plaats, wat u zegt, maar veel meer, wat u doet en hoe u handelt in het leven.
De gelijkenis, beschreven in Math.25:14-30 spreekt ook duidelijke taal. Zie ook Lc.19:12-27. Ieder mens ontvangt talenten en de Heer verwacht ook, dat we er in het leven iets mee doen ingevolge Zijn geboden. Dit is ook de boodschap van Goede Vrijdag en Pasen, niet uitsluitend gebonden aan een natuurlijke tijdsperiode, maar van kracht gedurende ons gehele christelijke leven. Moge dit voor velen tot troost en bemoediging zijn, onder welke omstandigheden en hoe moeilijk dan ook.LB.