LEVENSBLIJDSCHAP.

"Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen.

Dit is het begin van de 91ste Psalm, waarbij wij worden bepaald bij de Here God als de Almachtige en de Allerhoogste.

Zeer zeker een aansporing voor allen, om als mens, bij Hem, de Schepper van hemel en aarde een schuilplaats te zoeken.

En, indien wij rust nodig hebben na de hitte van de dag, na diverse moeilijkheden, om die dan te zoeken bij Hem van Wiens almacht en liefde wij allen overtuigd zijn.

De psalmist, als een gelovige Israëliet, weet het: Voor alle moeilijkheden en zorgen kunnen wij ons wenden tot Hem, door Wien de aarde en de hemel zijn geschapen.

Zeer zeker is het tot een grote blijdschap voor allen, die in dit vertrouwen de weg des levens kunnen bewandelen.

Het is niet met zekerheid te zeggen door wie deze psalm is geschreven, en ook voor en bij welke gelegenheid, maar wij kunnen er wel een opwekking in zien om op God te vertrouwen, wát er ook gebeurt, en wát ons ook overkomt.

En dáárom is het ook een psalm voor allen die niet alleen op eigen kracht vertrouwen maar die hun hulp en steun van de Here God verwachten, want Gods wegen met de mens zijn zeer wonderlijk en daarom zo vaak moeilijk te verstaan.

Niet altijd is het geloof zó sterk dat de mens bij teleurstelling of bij moeilijkheden meteen kan zeggen dat het de wil van de Here God is, of dat dit de toelatingen zijn die de Here God over ons doet komen voor ons eeuwig behoud.!!

Neen, aan zulk een geloofskracht of geloofsmoed, voor een ieder mens persoonlijk, ontbreekt het nog wel eens.!

Maar óók tot versterking van het geloof komt de psalmist ons tegemoet. Hiervan getuigt o.a. óók de 42ste psalm, waarvan het derde vers spreekt van de wijze waarop het vertrouwen in de Here God moet worden versterkt.

"O, mijn ziel, wat buigt g'u neder, waartoe zijt g'in mij ontrust? Voed het oud vertrouwen weder, zoek in s'Hoogsten lof uw lust.! Want Gods goedheid zal uw druk, eens verwisselen in geluk! Hoop-op God,sla t-oog naar boven, want ik zal Zijn naam nog loven!"

Ook hier, in deze 42ste psalm wordt door de psalmdichter heengewezen naar teleurstellingen, en, in wiens leven komen deze niet voor?

Maar, de oplossing om die te overwinnen, zal de, in de Here God gelovende mens, altijd kunnen vinden door het geloofsvertrouwen óp te wekken en te trachten om het te versterken.

Op welke wijze dan?

Door zich te bepalen bij de Almacht van de Here God enerzijds en de liefde van de Here God anderzijds.! En, wat Gods liefde wil bewerken, dat ontzegt Hem zijn vermogen niet!

Willen wij vrede in ons geloofs-leven hebben, dan is het noodzakelijk om niet alleen op Gods liefde te vertrouwen alsof geen enkel leed ons zal kunnen overkomen, doch óók op Gods wijsheid en almacht, want, ons leven is niet alleen voor dit aardse bestaan, doch het is een voorbereiding en toebereiding voor ons eeuwig leven in heerlijkheid.

Dat het leven niet altijd gemakkelijk is, en dat voor- en tegenspoed elkander afwisselen, dat is bekend.

Ook de gelovige mens schenkt wel eens tevéél aandacht aan de voorspoed van anderen tegenover eigen teleurstellingen.

Ook dáárvan vinden wij in de Bijbel voorbeelden, onder andere in de 73ste psalm, het derde vers: "Want ik was afgunstig op de dwazen, ziende der goddelozen vrede", maar dán staat er enige verzen verder: "totdat ik op hun einde lette."

Zó moeten wij het leven bezien.!

Niet alleen verwachten: voorspoed, vreugde en blijdschap in dit leven als een soort beloning voor ons geloof in de Here God en in Zijn Zoon Jezus Christus als onze Verlosser, want dan zullen wij dikwijls beschaamd uitkomen.

Neen, het leven hier op aarde is voor ons een voor- en toebereiding voor ons eeuwig leven in heerlijkheid met Christus, bij de Vader.

Het is volgens Gods wijsheid en liefde, dat dit aardse leven een wisseling is van voor- en tegenspoed, van vreugde en van droefheid, en, welgelukzalig is dan de mens die het zó kan en mag zien.

De waarlijk oprecht gelovige mens zal dit kunnen verstaan en begrijpen en daardoor óók aanvaarden en ziende op Christus die de heerlijkheid des Vaders heeft willen verlaten om door Zijn lijden de weg voor allen te openen tot die Vader die Hem als hun Verlosser aannemen.

Toch kan het voor velen van ons wel een zeer moeilijk zijn om zó de weg des geloofs te bezien,en, het is zeker niet gemakkelijk om een persoonlijke lijdensweg of een weg van teleurstellingen en tegenspoed te kunnen beschouwen als de weg die volgens Gods wil en wijsheid voor ons is uitgestippeld.

In de eerste plaats reeds omdat wij, bij tegenslag in het leven, meteen geneigd zijn om onze weg met die van anderen te gaan vergelijken, en, dan niet met de weg van hen die óók tegenslag hebben, doch veeleer met de weg van diegenen die steeds voorspoedig in alles zijn.

Nee, wanneer wij alleen maar omzien naar de anderen om ons heen dan zal dit ons geen bevrediging kunnen geven.

Wanneer wij onszelf sterk willen maken om eventuele tegenslagen en teleurstellingen, hetzij door ziekte, hetzij door maatschappelijke omstandigheden, werkloosheid of anderszins, te kunnen dragen door het licht van Gods Woord, dan zullen wij er goed aan doen om ook in dat Woord, de Bijbel, onze kracht te zoeken zodat een inwendige vrede ons deel zal zijn.

In Prediker 9:2 lezen wij: "Enerlei wedervaart de rechtvaardige en de goddeloze, de goede en de reine zowel als de onreine."

En, in Psalm 73:3; "Want ik was afgunstig op de dwazen, ziende der goddelozen vrede."

En, hoeveel plaatsen in de Bijbel zijn er niet aan te wijzen waarin juist de moeite en de strijd van Gods kinderen wordt genoemd?

Hoeveel verzuchtingen kunnen wij niet lezen in Gods Woord, zowel in het Oude- als in het Nieuwe Testament?

Het werk van Noach werd zeer bespot.!

Wanneer er door de Here God tegen Abraham wordt gezegd: "Ga uit uw land, en uit uwe maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal", dan voldoet Abraham aan deze opdracht in geloof aan de Here God, en,.....dán is daar hongersnood en moet hij aftrekken naar Egypte.!

En, hebben ook David, en vele profeten mét hem, niet moeten lijden, ondanks dat zij allen werkten in opdracht van de Heer?

Hóe moeilijk is de weg geweest voor Maria, nadat haar was aangezegd dat zij de moeder des Heren zou worden!

En,wat heeft haar man Jozef niet moeten ervaren nadat hij op een droom, die hem door God was gegeven, Maria als zijn vrouw tot zich genomen had?

Wát is het einde geweest van een Johannes de Doper, terwijl deze toch, van zijn geboorte af bestemd was om de wegbereider te zijn van de Here Jezus Christus?

Hóe is het gegaan met de dicipelen, die door de Here Jezus Zélf waren geroepen om van Hem te getuigen tot alle volkeren?

Hóe is de weg geweest van apostel Paulus die vanuit de Hemel werd toegeroepen: "Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij".?

Hij was een vervolger van de volgelingen van Christus, doch hij is door goddelijke openbaring een ijverig strijder geworden voor de Christus, de Zoon van God, onze Heiland en Zaligmaker.

In zijn tweede brief aan de Korinthiérs lezen wij o.a: "Van de Joden heb ik veertig stokslagen min één vijfmaal ontvangen; driemaal ben ik met roeden gegeseld geweest, ééns ben ik gestenigd, driemaal heb ik schipbreuk geleden, een ganse nacht en dag heb ik in de diepte doorgebracht", enz.

Al deze personen hebben getuigd van de almacht Gods en van Zijn liefde, geopenbaard in de komst van Zijn Zoon, Jezus Christus.

En, deze allen hebben een zeer moeilijke weg moeten afleggen, maar zijn ondanks dat, krachtige getuigen geweest van hun geloof, gegrond op God, de Schepper en Formeerder van het al, en op Jezus Christus, Zijn Zoon, door Wien de weg tot ons eeuwig heil is geopenbaard.

Daarin zijn zij voorbeelden geweest voor velen, niet alleen tijdens hun leven, maar ook nu nog.

Wij moeten allen ervaren, ook nu in deze onze tijd, dat het in het aardse leven niet alleen vreugde is of voorspoed, maar dat vreugde en droefheid, voorspoed en tegenspoed, elkander steeds afwisselen.

Wordt daardoor nu ons leven ondraaglijk of moeilijk ?

Dit zal zeer veel afhangen van ons eigen geloofsvertrouwen en onze persoonlijke geloofsblijdschap.

Geloofsvertrouwen wekt in ons een overgave aan de Here God, van Wien wij erkennen dat Hij ons leven leidt.

Door het erkennen van Gods Almacht en Zijn liefde jegens de mens en dit met geheel ons hart en onze ziel te geloven, zal het mogelijk worden om de moeilijkheden waarmede wij moeten kampen, te zien als beproevingen die ons niet zijn opgelegd als een straf, maar veeleer om tot de erkennning te komen van onze kleinheid tegenover de almachtige God, opdat onze eerbied voor Hem vermeerdert wordt.

Zolang als wij kunnen en willen aanvaarden dat het scheppingswerk waardoor wij bestaan en leven, het werk is Zijner handen, dán zullen wij ook in de Here God onze kracht vinden om naar Zijn wil en naar Zijn geboden te leven.

Dan zullen wij ook medeleven met het leed van hen die in droefheid zijn en ons verblijden met de blijden.

En, met het uitzicht op de belofte: "Ik ga heen tot de Vader om u plaats te bereiden,en als deze bereid is zal Ik wederkomen om u tot Mij te nemen opdat gij ook zijn moogt waar Ik ben"', kan er zeer zeker in ons een grote blijdschap zijn door het geloof, óók in moeilijke dagen.

Voorwaar, de belofte van onzen Heer en Heiland geeft voor allen die geloven naar het Woord des Heren, een ware geloofsblijdschap.

MARAN-ATHA

de Heer komt.!