8e en laatste aflevering
Over dit onderwerp, namelijk de vernietiging van dat vierde wereldrijk en de aanvang van het Godsrijk op aarde, handelt nu ons achtste visioen.
Vers 1:
"En ik hief mijn ogen weder op en ik zag en zie, vier wagens gingen er uit van tussen twee bergen, en die bergen waren bergen van koper."
Twee bergen van koper.
Wáár zijn die te vinden ?
Wij hebben reeds gezegd dat de openbaringen Gods ontvangen worden in profetieën, visioenen en in goddelijke dromen.
Dus ligt het op deze weg om na te gaan of de Here God ons nog iets méér heeft geopenbaard over deze twee bergen van koper.
En inderdaad, wij vinden in de laatste profetie van Zacharia voor het begrijpen van dit visioen, rijke aanwijzingen.
Het bleek ons, dat de hoofdstukken 6 en 14, bij elkaar horen want zij vormen één getuigenis.
De ondergang van het vierde wereldrijk dat wordt beschreven in de verzen 1-5 en 12-15 van Zacharia 14, wordt ons in het visioen getoond in de twee bergen van koper, die gaan verdwijnen.
In Zacharia 14:3 wordt gezegd: "En de Here zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk als ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds."
Hier wordt bedoeld de strijd tegen de anti-christelijke staatsmachten,en, haar ondergang wordt ons beschreven als volgt: "En Zijn, des Heren, voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het Oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het Oosten en naar het Westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het Noorden en de andere helft naar het Zuiden. Dan zult gijlieden vlieden door de vallei Mijner bergen, (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vlieden, gelijk als gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. Dan zal de Here, Mijn God, komen, en al de heiligen met U, o Here."
Deze profetie zegt ons, dat des Heren voeten zullen staan op de Olijfberg. Dat is de wederkomst des Heren, maar niet die wederkomst om Zijn Bruid te halen.
Neen, want die wederkomst zal immers onzichtbaar zijn voor de wereld?
De Heer toch zal dan Zijn Bruid tegemoet snellen in de lucht.
Maar de Heer zal óók wederkomen op de aarde en dán zichtbaar,want: "aller oog zal Hem zien, óók degene die Hem doorstoken hebben." Joden en heidenen, Openb.1:7 en Zach.12:10.
Deze komst des Heren is de zichtbare voor de wereld, ten oordeel over de anti-christelijke aarde volgens Openb.19:11.
Hij zal dan zichtbaar komen in de wolk Zijner, verheerlijkte, getuigen en Zijn voeten zullen staan op de Olijfberg en deze zal dan in tweeën splijten naar het oosten en naar het westen. Deze splijting heeft tot gevolg dat er dan twee bergen zijn.En dat zijn dan de twee bergen die in het visioen worden getoond.
De Olijfberg, zoals deze ons hier in de profetie van Zacharia 14 wordt genoemd, is de type van de anti-christelijke staatsmacht en wordt in Openbaring 17:9 de zevende berg genoemd waarop de ontrouwe vrouw, de hoer Babylons, zit.
Deze, in tweeën gedeelde berg is van koper, en koper heeft twee geestelijke betekenissen.
De eerste betekenis is die van "vastheid". Welnu, in deze betekenis kan het koper hier zeker niet bedoeld zijn want van de anti-christelijke berg wordt in Openbaring 17:12 gezegd, dat: "wanneer hij zal gekomen zijn, moet hij een weinig tijds blijven".
Trouwens omdat er in Zacharia 14 gezegd wordt dat de berg splijt en vergaat, mogen wij het beeld van "vastheid", soliditeit, niet toepassen.
De tweede betekenis van koper is die "van afval en verderf". En ook in déze betekenis gaat dit beeld ten volle op want de beide woorden afval en verderf, treffen wij aan in de beschrijving van de anti-christ in 2 Thessalonicenzen 2:3, want daar lezen wij: "Dat niemand u verleide op enigerlei wijze, want die, (de dag des Heren), komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs."
De grote afval van het christelijke geloof gaat aan de komst van de zoon des verderfs vooraf. Deze zoon des verderfs, is de anti-christ ofwel de anti-christelijke macht.
De twee bergen van koper in ons visioen vormen aldus de gehele anti-christelijke staatsmacht.
Volgens de Heilige Schrift, zal deze macht de christenen en ook de Joden gruwelijk vervolgen om hun geloof, maar uiteindelijk zal de Here de ongerechtige verdoen door de Geest Zijns monds en door de verschijning Zijner toekomst. 2 Thess.2:8.
En, dit gebeuren wordt ons voorgesteld in Zacharia 14:3,4, waar gezegd wordt: " En de Here zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, (ongelovigen), gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds. En Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten en naar het westen."
Dat de berg in tweeén gespleten wordt, wil zeggen dat er een tweespalt zal ontstaan onder de anti-christelijke staatsmacht, zodat men tegenover elkaar zal komen te staan.
In Daniël 11:44,45, dringt ook iets door van die tweespalt, opstand en ondergang.
De Heer Zelf zal dus komen tot de anti-christelijke staats-macht en daartegen strijden. Hij zal strijden " gelijk Hij gestreden heeft ten dage des strijds".
En, hóe heeft de Heer dan gestreden? Is Hij gekomen met wapengeweld?
Immers neen, maar als de Heer een volk wil slaan dan slaat Hij het met verblindheden, zoals wij kunnen lezen in Richteren 7:22; 2 Koningen 7:6,7; 2 Kronieken 20:22-24; Jesaja 19:2.
Dít was de wijze van strijden van de Heer en zó zal Hij óók weer strijden aan het einde dezer bedeling tot vernietiging van de anti-christelijke macht.
En, hiernaar hoeven wij niet ver te zoeken want in het 13e vers van Zacharia 14, staat: "Ook zal het te dien dage geschieden, dat er een groot gedruis vanwege de Here onder hen zal wezen, zodat zij een ieders zijns naasten hand zullen aangrijpen, en een iegelijks hand zal tegen de hand zijns naasten opgeheven worden."
De berg zal scheuren en in twee delen vallen, en de vallei die door de scheur zal ontstaan, zal steeds groter worden, zó groot dat de vallei zal reiken tot aan Azal toe.!
De eerste gedachte die bij het lezen hiervan opkomt, is, dat Azal zeker een dorp of een bepaalde plaats zou zijn. Dit is echter in het geheel niet zo en wij hebben daarom gezocht of de naam zélf ons op het goede spoor kon leiden, en, inderdaad hebben wij het daarin gevonden.
Azal betekent: grondslag van een berg. Welnu, waar de profetie ons zegt dat de vallei zich zal uitbreiden tot aan Azal toe, dan begrijpen wij uit dat woord dat de gehele berg radicaal zal verdwijnen.
Volgens het B.v.O.T., op bladz. 686 zal het gericht tegen de anti-christelijke macht niet in één ogenblik afgelopen zijn maar het zal een zich verplaatsend gericht zijn dat derhalve nog wel enige tijd zal vergen.
En de beschrijving van de splijting van de berg die een vallei teweeg zal brengen die steeds groter afmetingen zal gaan vertonen, is wel geheel in overeenstemming daarmede.
Waartoe de scheiding tussen die twee bergen tevens zal moeten dienen, dat wordt ons in het vijfde vers van Zacharia 14 beschreven: "Dan zult gijlieden vlieden door de vallei Mijner bergen, en gij zult vlieden, gelijk als gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. Dan zal de Here, Mijn God, komen, en al de heiligen met U,o Here."
De kloof, die ontstaat door de splijting van de anti-christelijke berg of staatsmacht, zal de hevig vervolgde christenen tot een veilig heenkomen strekken, want was het niet eertijds, toen het oude volk van God door de Egyptenaren vervolgd werd, dat Mozes sprak: "De Here zal voor ulieden strijden, en gij zult stille zijn?"
En, wát deed de Here?
Hij sloeg een pad door de Schelfzee.
Aan weerszijden stond het water als een muur en daartussen had het volk van God een veilige weg om te ontkomen aan de Egyptenaren die hen vervolgden.
Evenzo zal de Here strijden voor de christenen als zij onder de anti-christ in grote nood zullen verkeren omdat zij het merkteken van het beest niet zullen aannemen.
Want de Heer zal komen om het anti-christelijke rijk te richten en de anti-christelijke volkerenzee door onderlinge twist in tweeën te splijten.
Als twee hoge muren zullen zij tegenover elkander komen te staan, maar daardoor zal het volk van God een weg van God verkrijgen om te kunnen ontkomen.
Iets dergelijks hebben wij gezien toen Hitler bezig was om alle Kerken in Duitsland tot één religie samen te brengen, waartegen toen een zeer hevige strijd ontbrandde.Deze strijd was echter plotseling afgelopen toen Hitler gedwongen werd om al zijn aandacht aan de strategie te besteden.
"Dan zult gijlieden vlieden door de vallei Mijner bergen, en gij zult vlieden gelijk gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda."
Deze aardbeving moet wel een verschrikkelijke geweest zijn want ook in Amos 1:1 wordt zij genoemd, en, dáár wordt zij als een tijdsaanduiding gebezigd, hetgeen veelal gebeurt met grote of met ontzettende gebeurtenissen.
Zo horen wij onder ons, dikwijls de wereldoorlog als een tijdsbepaling noemen: het was vóór, tijdens, of ná de oorlog.
Dat echter de Here God hier in Zacharia die geweldige aardbeving in herinnering brengt, zal waarschijnlijk zijn omdat het vergaan der beide bergen ontstaat door een aardbeving, waarvan de geestelijke betekenis is een omkering van de bestaande orde van zaken, een revolutie, die de anti-christelijke berg in puin zal doen storten.
Dat de vallei steeds groter wordt, betekent dat de weg om te ontvluchten voor het benauwde volk van God steeds breder wordt.
En, dat breder worden dat moeten wij hier opvatten in de betekenis van steeds veiliger en steeds zekerder.
Dan eindigt deze mededeling met de verlossende kreet: "Dan zal de Here, Mijn God, komen en al de heiligen met U,. o Here.!"
De Here Jezus zal komen met Zijn uitverkoren schare eerstelingen om gericht te houden op de aarde, Openb.19:11 ev. om de vervolgde gelovigen én de in deze benauwdheid tot Christus bekeerde Joden, Dan.12:1; Zach.12:10 te verlossen.
Wij zien die uitgeredde schare die de overwinning had op het beest en die zijn merkteken niet had aangenomen in Openb.15.
Staande bij de glazen zee, de verheerlijkte Bruidsgemeente, brengen zij Gode lof en dank toe voor de heerlijke uitredding.
En, deze weg ter ontkoming en verlossing van Gods volk uit de vervolging en verdrukking, deze weg, die ontstaan is door splijting en algehele verdwijning van de anti-christelijke staatsberg, zal dan een heerlijke weg worden.!
Wanneer Jesaja in hoofdstuk 35:8-10, profeteert van het komende koninkrijk van Christus, dan zegt hij: "En aldaar zal een verheven baan, en een weg zijn, welke de heilige weg genoemd zal worden; de onreine zal er niet doorgaan, maar hij zal voor deze zijn; wie deze weg wandelt, zelfs de dwazen zullen niet dwalen. Daar zal geen leeuw zijn, en geen verscheurend gedierte zal daarop komen noch aldaar gevonden worden; maar de verlosten zullen daarop wandelen. En de vrijgekochten des Heren zullen en wederkeren, en tot Sion komen met gejuich, en eeuwige blijdschap zal op hun hoofd wezen; vrolijkheid en blijdschap zullen zij verkrijgen; maar droefenis en zuchting zullen wegvlieden."
Ook Jesaja 19:23; Jesaja 43:16-19; Jesaja 11:15,16 spreken van deze gebaande weg.
Zacharia ziet in het visioen vier wagens, getrokken door paarden, en rijdende op de weg tussen de twee bergen. Deze weg is ons nu genoegzaam bekend als de gebaande weg die naar Sion leidt, maar óók die vanúit Sion zal gaan in de richting van de vier windstreken, dat wil zeggen over de gehele aarde.
Als Zacharia die vier wagens, getrokken door paarden, uit ziet trekken, dan vraagt hij aan de uitleg-engel: "Wat zijn deze mijn Here?"
De engel zegt: "Deze zijn de vier winden des hemels, uitgaande vanwaar zij stonden voor de Here der ganse aarde."
Vier is het getal der aarde. Wij worden hierdoor wel bepaald dat hetgeen hier getoond wordt, de aarde betreft.
De vier windstreken zijn ons wel bekend, maar wij weten ook dat de Heilige Geest een wind is en Zich eveneens in die verschillende karakters doet kennen.
Zo horen wij bij voorbeeld in het Hooglied 4:16, de uitroep: "Ontwaakt noordenwind en kom, gij zuidenwind, doorwaai Mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien."
Dit is de Geesteswind die de hof ofwel de gemeente des Heren, doorwaait.
Zowel paarden als wagens, genoemd in de Heilige Schrift, spreken van de bereidheid om het getuigenis van het koninkrijk Gods te verspreiden.
In Psalm 68:18,19, is het de wolk van hemelse heirlegers die als de wagens Gods in triomf de Zone Gods na Zijn overwinning bij Zijn hemelvaart naar de troon begeleiden.
In Hooglied 6:12 wordt de opvaart ten hemel van de Bruid genoemd: "de wagens van Mijn vrijwillig volk", en ook díe opvaart is een zegetocht.
De vier wagens zijn door de Here God uitgezonden door en vervuld met de Heilige Geest met de opdracht: "Gaat henen, doorwandelt het land".
Dit is de uitzending om het koninkrijk Gods te verkondigen in het 1000-jarig vrederijk, en, die verkondiging zal dan een ware zegetocht zijn.!
Hoe moeizaam wordt het woord van God in de tijd der genade onder de mensen gebracht, en, waar het gebracht is, moet alles in het werk gesteld worden om het te behouden.
Ook de boze is er op uit om het huis waar hij is uitgeworpen, andermaal in te nemen en met zijn geestes-heir te vervullen.
De Here Jezus spreekt van het zaad van Gods Woord, dat het bij het uitstrooien op vier plaatsen nedervalt, of anders gezegd, dat het woord Gods op verschillende wijzen door de mensen wordt ontvangen, want slechts een vierde deel kwam tot wasdom.
Echter, in het toekomstige vrederijk op de aarde, wanneer de satan gebonden zal zijn zodat hij de mensen niet meer zal kunnen verleiden en de mens door de catastrofale ondergang van de wereld geleerd heeft dat hij in zijn eigen kracht tot niets goeds in staat is, dan zal de heils-boodschap met vreugde worden ontvangen en worden de wagens dan ware zegewagens.
Wat de kleuren der paarden uit Openbaring 6 betreft, weten wij, dat deze in het B.v.O.T. worden verklaard als de geestelijke gesteldheid der gemeente uit te drukken.
Wanneer wij hier dezelfde verklaring zouden toepassen dan zouden wij in verlegenheid komen want dan zouden al deze paarden de witte kleur der gerechtigheid moeten hebben omdat zij, vervuld met Gods Geest, door de Heer Zélf zijn uitgezonden.
Maar, deze paarden waren rode, zwarte, witte en hagelvlekkige.
Wij moeten daarom de kleuren dezer paarden in een andere betekenis zien. Deze paarden tonen ons het zendingswerk.
Zij trekken uit naar alle wereld-delen naar alle landen en naar alle volkeren, en, de verscheidenheid dier volkeren wordt in de kleuren der paarden weergegeven.
Naar welk volk de wagens gaan, dat is uit de kleur der paarden af te lezen want de mensenrassen tonen óók hun verschil van huidskleur in rood, zwart, blank, halfbloed.
Toch geloven wij dat hier niet het uiterlijke maar het innerlijke ofwel de geestelijke gesteldheid en geaardheid wordt bedoeld.
Daarom, wanneer er in vers 8 gezegd wordt dat de Geest in het Noorderland rust gevonden heeft, is dit niet zo op te vatten alsof de Geest alleen in het noordeland rust vond en niet in de andere landen, maar dan wordt er bedoeld, dat zélfs óók in het noorderland de Geest rust had gevonden.
Met het noorden ofwel het noorderland hebben de profeten steeds het meest vijandige volk tegen God en Zijn dienst in hun profetieën bedoeld.
Met de mededeling in vers 8 wordt er dus in feite gezegd, dat het meest vijandige en onverschillige volk zich alsdan zal laten bekeren tot het dienen van de Heer.
In Zacharia 14:8 wordt er over de verkondiging van het Evangelie in het 1000-jarig vrederijk het volgende gezegd: "Ook zal het te dien dage geschieden, dat er levende wateren uit Jeruzalem vloeien zullen, de helft van die naar de oostzee, en de helft van die naar de achterste zee toe; zij zullen er des zomers en des winters zijn."
Zoals wij het daar lezen, is Jeruzalem de stad Jeruzalem in Palestina, de oostzee is de Dode Zee en de achterste is de Middellandse Zee, maar de betekenis daarvan is, dat vanuit het Nieuwe Jeruzalem het getuigenis Gods als een levende stroom van het water des Evangelies zal uitgaan tot alle volkeren. (zeeën).
En, waar het in de natuur nogal eens gebeurt dat in de zomer bepaalde stromen droog komen te staan, zo wordt er van deze stroom gezegd dat deze geen tijd van vermindering of onderbreking zal hebben, maar bij voortduring zijn zegen zal geven.
Heel veel zouden wij, aan de hand van de Heilige Schrift nog over dit heerlijke koninkrijk kunnen zeggen, maar ons doel is bereikt om aan u de betekenis van het achtste visioen duidelijk te maken.
Wij willen de bespreking daarvan besluiten met dat, wat de profeet Jesaja spreekt in hoofdstuk 66:18-20 ten aanzien van de Evangelie-verkondiging in het 1000-jarig Rijk: "Het komt, dat Ik vergaderen zal alle heidenen en tongen; en zij zullen komen, en zij zullen Mijn heerlijkheid zien. En Ik zal een teken aan hen doen, en uit hen, die het ontkomen zullen zijn, zal Ik zenden tot de heidenen, naar Tharsis, Pul en Lud, de boogschutters, naar Tubal en Javan, tot de verafgelegen eilanden, die Mijn gerucht niet gehoord en Mijn heerlijkheid niet gezien hebben; en zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen. En zij zullen al uwe broeders uit de heidenen de Here ten spijsoffer brengen, op paarden en op wagens en op draagstoelen en op muildieren en op snelle lopers, naar Mijn heilige berg toe, naar Jeruzalem zegt de Here, gelijk als de kinderen Israëls het spijsoffer in een rein vat brengen naar het huis des Heren."
Wij hebben in deze acht visioenen een opgaande lijn gezien, die begint bij een biddend volk en die eindigt met een triomferend volk.
De bedoeling was om u te laten zien hoe het Apostolische werk in onze tijd door God reeds onder het Oude Verbond in Zijn bestek was opgenomen.
Omdat de Here God niemand nodig heeft, maar omdat Hij de vervulling Zijner beloften schenkt aan hen die in getrouwheid Zijn Woord bewaren, willen wij eindigen met in herinnering te brengen wat er in Zacharia 3:7 geschreven staat.
"Zo zegt de Here der heirscharen: indien gij in Mijne wegen zult wandelen en indien gij Mijne wacht zult waarnemen, zo zult gij ook Mijn huis richten, en ook Mijne voorhoven bewaren; en Ik zal u wandelingen geven onder deze, die hier staan".
Einde van de laatste en achtste aflevering.
Bereidt U, de Heer komt.!