DE

HERBOUW

VAN

DE TEMPEL.

aflevering 1.

De profeet Zacharia is een der laatste profeten van het Oude Verbond, hij en Haggaï waren tijdgenoten en beiden hebben het woord Gods gesproken, dat tot hoofdinhoud had om het oude Juda op te wekken en aan te vuren; om Jeruzalem te herstellen en de Tempel opnieuw te bouwen.

Vanwege de vele afgoderijen en de zonden tegen God en Zijn wet, door het oude volk gepleegd, had de Here God toegelaten dat de wereldheerser van dien tijd met zijn leger optrok naar Jeruzalem; deze stad innam, de tempel verwoestte en het volk deporteerde naar Babylon.

In een korte samenvatting kunnen wij dit lezen in 2 Kron.36:11-21.

Vóórdat dit geschiedde had de profeet Jeremia zulks reeds voorspeld en daarbij ook vermeld dat het volk der Joden zeventig jaar als ballingen in Babylon zou moeten verblijven:

"Daarom, zo zegt de Here der Heirscharen:omdat gij Mijn woorden niet hebt gehoord, zie, zo zal ik zenden en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de Here, en Nebukadnezar, de koning van Babel, Mijn knecht, en zal ze brengen over dit land en over zijn inwoners en over al deze volken rondom en Ik zal ze verbannen en zal ze stellen tot een ontzetting en tot een aanfluiting en tot eeuwige woestheden. En Ik zal van hen doen vergaan de stem der vrolijkheid en de stem der vreugde, de stem des Bruidegoms en de stem der bruid, het geluid der molens en het licht der lamp. En dit ganse land zal worden tot een woestheid, tot een ontzetting en deze volken zullen de koning van Babel dienen zeventig jaar". Jeremia 25: 8-11.

En, wie dit volk weder uit zijn verbanning zou verlossen en terugbrengen naar zijn land, dat stond reeds beschreven in het boek Jesaja met de woorden: "De Here, die van Kores zegt: Hij is Mijn herder en hij zal al Mijn welgevallen volbrengen, zeggende ook tot Jeruzalem: Word gegrond!" Jesaja 44:28.

Op welke wijze Kores, of Cyrus, de koning van het Medo-Perzische Rijk dit ten uitvoer bracht wordt beschreven in Ezra 1.

Wij leven kennelijk aan het einde van het tijdperk der genadebedeling en willen hier een parallel trekken ten aanzien van de gebeurtenissen aan het einde van de Oude Bedeling met die aan het einde van de Nieuwe Bedeling.

Of, duidelijker gezegd, de overeenstemming die er is bij de herbouw van de stoffelijke Tempel met dien van de geestelijke tempel, namelijk het herstel van het werk Gods in onzen tijd.

Dat niemand hierbij mene, dat de zaak die Zacharia vermeldt, een werk is dat éénmaal is gebeurd en verder geen betekenis meer voor ons zou kunnen hebben.

Integendeel, het is zelfs zo,dat, wanneer wij verschillende onderdelen tegenkomen in de visioenen die de profeet Zacharia ontving, dat wij tot de ontdekking komen dat de vervulling daarvan onmogelijk in de dagen van de opbouw van de stoffelijke tempel heeft plaats gehad.

Wij zijn daarom tot de eind-conclusie gekomen dat de visioenen hun volle vervulling eerst gekregen hebben in de opbouw van de geestelijke tempel.

Vergeten wij hierbij dan ook niet, dat het Oude Verbond in alles nog een type en schaduwvoorbeeld was van hetgeen in het Nieuwe Verbond in wezen zou komen.

En, óók thans zeggen wij: de opbouw van de geestelijke tempel is in volle gang.

De Apostel Paulus schrijft in zijn algemene zendbrief aan de gemeenten: "Zo wordt gij ook zelf als levende stenen gebouwd tot een geestelijk huis Gods, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden te offeren die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus", en, tot de gemeente te Efeze: "zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste hoeksteen, op welke het gehele gebouw bekwamelijk samengevoegd zijnde opwast tot een heilige tempel in de Here, op welke gij ook medegebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest."

De wederopbouw van het land Juda ging heel slecht.Wij hoorden in de hierboven genoemde profetie van Jeremia zeggen: "en dit ganse land zal worden tot woestheid".

Welnu, wij kunnen het ons goed indenken dat een land dat door de oorlog zwaar geteisterd is en dat daarna zeventig jaren zo goed als onbewoond was, de grootste krachtsinspanning moest opbrengen om weer bewoonbaar te worden.

Daar kwam bij, dat de Samaritanen die tijdens die zeventig jaren daarheen waren gebracht nu probeerden om de Joden op alle mogelijke manieren tegen te werken; vooral het herstel van Jeruzalem en de bouw van de tempel stuitte op velerlei moeilijkheden.

Hierdoor bleef dit werk dan ook een zeer lange tijd stilliggen, en, men had zich intussen ook min of meer met de gedachte verzoend dat het nog niet de tijd des Heren was en zodoende besteedde men méér aandacht aan de bouw van de eigen woning.

En toen sprak de Heer bij monde van de profeet Haggaï:

"Dit volk zegt,de tijd is niet gekomen, de tijd dat des Heren Huis gebouwd worde. Is het voor ulieden wél de tijd dat gij woont in uw gewelfde huizen en zal dit huis dan woest zijn?". Haggaï 1: 2 en 4.

De Here God wilde, dat het werk van de herbouw van de Tempel, het middelpunt van de Oud-Testamentische Godsverering, met vlijtige hand zou worden aangepakt, want, de Tempel immers was de plaats der ontmoeting van God en Zijn volk.!

In Zacharias 1:2,3 spreekt Zacharia het Woord des Heren tot Zijn volk en zegt: "De Here is zeer vertoornd geweest tegen uw vaderen. Daarom zegt tot hen: Alzo zegt de Heer der heischaren: keert weder tot Mij zo zal Ik weder tot ulieden keren, zegt de Here der heirscharen".

De Heer, met barmhartigheid vervuld, wilde op nieuw tot Zijn volk komen en richt nu Zijn uitnodigende roepstem tot hen opdat zij tot Hem zouden wederkeren.

Het is de liefhebbende stem des Heren die Zich tot Zijn volk keert.

En, deze liefdehand ontdekken wij in de zes visioenen die Zacharia in de nacht mag ontvangen.; door dit laatste zou men geneigd zijn om te denken dat het dromen waren, doch dat waren ze niet zoals duidelijk blijkt uit hoofdstuk 4:1, maar het waren visioenen die met open ogen werden aanschouwd.

Wij willen in dit schrijven ons in het bijzonder trachten te bepalen bij het eerste visioen dat staat opgetekend in Zacharia 1: 7-17 en zo verder alle zes visioenen bezien.

wordt vervolgd in

aflevering 2.

Terug naar: Bijbelstudies