WIE GELOOFT, DIE ZAL NIET HAASTEN:

Jesaja 28:16: ''Daarom, alzo zegt de Here Here: ziet, Ik leg een grondsteen in Sion, een beproefde steen, een kostelijke hoeksteen, die wel vast gegrondvest is;WIE GELOOFT,DIE ZAL NIET HAASTEN.''

Dit Schriftwoord, eens door de Here God gesproken, ziet op onze Heer en Heiland, Welke tóen reeds aangekondigd werd als de Messias Die komen zou.

In de tijd dat de mens hier op de aarde is, mag hij vele dingen ervaren die de Here God reeds lang van te voren heeft aangekondigd.

Wanneer wij heden het wereldgebeuren bezien,dan moeten wij wel denken aan de woorden die de Here Jezus reeds lang geleden heeft gesproken betreffende de dingen die aan het einde der tijden zullen gebeuren.

Ook aan de Apostel Johannes zijn in het boek der Openbaringen vele dingen aangaande de laatste der dagen geopenbaard.

Johannes werd in de geest, op het eiland Patmos, verplaatst naar het moment dat de Here Jezus wederkomt, en, hij zag hóe het alles zich dan zou ontwikkelen.

Het zijn de tekenen die wij, nu in onze dagen mogen aanschouwen.
Wij willen echter eens stilstaan bij het laatste gedeelte van de hiervoren genoemde tekst in
Jesaja 28:16: ''Wie gelooft, die zal niet haasten.''

Dit tekstwoord betekent niet, dat wij, wanneer wij geloven, dat alles wel in orde komt, dat wij dan maar rustig kunnen gaan zitten en afwachten en denken dat de Here God alles vanzelf wel goed maakt.

Geloven alleen is niet voldoende want er dienen óók werken des geloofs te volgen.!

Men moet en mag niet alleen maar afwachten, maar moet ingaan op hetgeen de Here God van ons wil.

Dit laatste gedeelte van onze tekst kan niet los gezien worden van hetgeen er vóór geschreven staat.!

De profeet Jesaja spreekt van de Beloofde Messias, de beproefde grondsteen waarop álles gegrondvest zou worden.

Het is een Woord van de Here God dat óók voor óns nog zijn volle betekenis heeft omdat wij nog wachtende zijn op de Wederkomst des Heren, de beloofde Messias.

De mens is aan een bepaald tijdsbestek gebonden en hij kan ongeduldig worden wanneer hij de beloften niet direct in vervulling ziet gaan.Dít is de reden waarom de profeet Jesaja sprak dat zij niet zullen haasten.

De Here God kent Zíjn tijd en zal Zijn beloften op Zijn tijd in vervulling doen gaan, want, wie in de Here God gelooft en op Hem vertrouwt zal God niet haasten en zal niet aandringen dat Hij Zijn werk zal versnellen, en, nog het liefste op de manier waarop het hem of haar het beste uitkomt.

En dáárom willen wij eens lezen wat Genesis 27:6-24, ons verhaalt in de geschiedenis van Rebekka en Jacob, een gezin, waarin het er niet zo eendrachtig aan toeging, gezien de voorliefde van deze ouders ten opzichte van hun twéé zonen.

Rebekka hoorde dat het moment snel zou aanbreken dat Ezau de eerstgeboorte-zegen zou krijgen; zij herinnerde zich echter dat de Here gesproken had dat niet de oudste, Ezau, maar de jongste, Jacob, de eerstgeboortezegen zou krijgen.

De Here God had toch immers gesproken dat de meerdere de mindere zou dienen,?

Máár, toen het moment was aangebroken, dan zien wij, dat er op een verkeerde manier gehaast werd, want Rebekka meende dat zij de Here God een handje moest helpen opdat Ezau de eerstgeboorte-zegen niet zou ontvangen.

En, zó verkreeg Jacob de eerstgeboorte-zegen door leugen en bedrog.
Uit de geschiedenis en de ervaringen van Jacob, weten wij wat er gebeurd is: teleurstelling en verdriet waren het gevolg van het eigenmachtig optreden van Rebekka.

Jacob moest vluchten en heeft zélf moeten ondervinden wat het is om bedrogen te worden.
Hij heeft de gevolgen vele jaren, ja, zelfs zijn gehele leven met zich mee moeten dragen.

Deze geschiedenis mag voor ons een voorbeeld en lering zijn, wanneer er ook tot ons gezegd wordt dat wij, ziende op die Grondsteen, niet zullen haasten.

Wanneer wij op de Here God blijven vertrouwen en wachten op de, door de Here God gestelde tijd, dán zal Hij Zijn beloften in vervulling doen gaan.
De Here God spreekt tot ons in het woord der profetie, en, daarin mogen wij beluisteren dat Hij Zijn beloften ZAL nakomen.

Máár, wanneer wij "haasten" en zodoende de Here God voor de voeten lopen, dán is het gevolg dat wij vele teleurstellingen moeten verwerken.
Dán kán de Here God Zijn werk niet met ons werken en dan lijkt het alsof de Here God verre van ons staat.

Het is een noodzaak, dat wij in vertrouwen op de Here God, Zijn weg zullen gaan, in lijdzaamheid en in gebed om zó de kracht te mogen ontvangen en nader tot Hem te mogen komen.

Wij moeten dan niet van de Here God eisen dat Hij in ons midden wonderen doet, waardoor wij kunnen geloven; want, wanneer wij goed om ons heen zien, dan zien wij al wonderen.

Is het al geen wonder, dat de Here God tot ons spreekt door Ambten en Gaven, door het Woord der Profetie, door dromen en door visioenen, waardoor de Here God aan ons de dingen aangaande Zijn Koninkrijk laat zien om op díe manier met Hem verbonden te zijn en in eendracht de weg te kunnen blijven gaan.?

Mensen willen graag wonderen zien, wonderen die zich met kracht en geweld openbaren zodat het opzien baart.

Zó werkt de Here God echter niet, want Hij werkt in de onzichtbare dingen.
Wij moeten dan Zijn hand vatten en in stilheid en vertrouwen nader tot Hem komen.

Dán kan de Here God ons de ogen openen om de dingen die Hij werkt te kunnen aanschouwen, opdat het mag zijn tot versterking van ons geloof.
Laten wij zó er van doordrongen zijn dat deze woorden:
'Wie gelooft, die zal niet haasten", de enige weg is om met de Here God te gaan, opdat Hij onze hand kan vatten en opdat onze ogen mogen zien zodat wij staande kunnen blijven.

Dán kan de Heer Zijn beloften aan ons vervullen.!

Apostel Paulus schreef eens aan de gemeente te Galatië dat ook hij eens meende dat hij de Here God een handjes moest helpen.
De Heer deed hem echter inzien dat hij op de verkeerde weg was, en dat hij zich niet diende te haasten; dat hij, door de genade Gods, heeft leren verstaan hóe God gediend wil worden.
Galaten 1:13-15.

Dat geldt óók voor ons, wij moeten de Here God op Zijn wijze laten werken en zó een meerder inzicht verkrijgen in de dingen van Zijn Koninkrijk.
Dat wij mogen zien, de liefde die alle kennis te boven gaat.

Geve de Here God dat Zijn Geest vaardig wordt temidden van ons opdat het inzicht in de volheid van Christus ons tot een kracht en een sterkte zal mogen zijn.

Dat wij nader tot Hem mogen komen en dat een ieder van ons zal kunnen beamen hetgeen Hij gesproken heeft, zodat wij geloven en niet haasten.
Maran-atha, de Heer komt.!