De God die antwoord door vuur.
Twee giganten staan tegenover elkaar; Achab en Elia.

De koning, die op eigen gezag heerschappij voert en de profeet, die in de naam van God optreedt.

Een koning, die de Baal dient en een profeet van Jahweh,de God van het verbond.

Dat zijn dan ook feitelijk de twee groten die wij tegenover elkaar zien.

De Here God en Baal, en, achter Baal, zien wij natuurlijk de Satan, Gods wederstrever.

Het gedeelte uit 1 Koningen 18, Elia op de Karmel, behoort tot één van de méést sprekende Bijbelgedeelten, een hoogtepunt in de wereldliteratuur.

Spanning, spot, sensatie, profetie, oordeel en genade, vinden wij allemaal in deze paar verzen terug.

Uit de Bijbel leren wij dat de Satan rebelleert, hij wilde zich aan de Allerhoogste gelijkstellen, zich bóven God verheffen.

Iets van deze botsing zien wij hier; wie zal het winnen,? De God die antwoord met vuur, díe zal God zijn.!

Een redelijk voorstel: De God, die met vuur antwoordt, díe zal God zijn, maar tóch is er iets niet geheel pluis, want, het volk wíst wíe er God was.!

God had hen bevrijd en hen met grote macht uit Egypte geleid.
Het was dus toch niet nodig dat er zulk een voorstel gedaan werd.?
Zij wisten toch immers wel degelijk wie er God was.?

Het volk hinkte echter op twee gedachten, of, zoals Elia het formuleerde: het volk ging aan beide zijden mank.

Elia houdt een vlammend betoog, maar het volk antwoord hem echter niets.
Is dat niet verbijsterend?
Het volk had moeten juichen en jubelen, getuigen dat alléén de Here, God is.! Maar, zij zeiden niets en hielden hun kaken stijf op elkaar.

Om die zwakte is het dat Elia het voorstel doet een offer te bereiden en de God die met vuur antwoord, die zal God zijn.

WIE ZWIJGT STEMT TOE.

Dat is een oude wijsheid, zwijgen is funest, tóen maar ook nu.
Het volk van God, de gemeente; ziet de zonde en weet van oordeel en genade, maar zwijgt.

Net als Obadja.

Obadja had het goed aan het hof, was gerespecteerd aan het hof, hij was een keurig burger en een gerespecteerd lid van de samenleving.
Nergens horen we dat Obadja een woord spreekt, een vinger opheft tegen de zonde, tegen het verval en de goddeloosheid.
Dit alles kon voortwoekeren omdat Obadja; omdat het volk niets zei, maar de mond hield.

Zo is het vandaag de dag ook; het kwaad woekert als de kanker, maar het gelovige volk zwijgt, de teloorgang gaat ongehinderd met rasse schreden voort. Ernstiger nog, soms maar die geluiden lijken vaak de zonde zelfs aan te moedigen.
Pertinente goddeloosheid en onreinhéid wordt niet alleen getolereerd, maar zelfs gestimuleerd.

Niet zelden vanaf de kansel, vaker nog wordt de katheder van de professor gebruikt om allerlei godslastering te spuien.
De "altaren", die eens gebruikt werden in dienst van onze God zijn vandaag plaatsen waar Baal heer en meester lijkt.
Tot hoelang, vragen wij ons met Elia af.

BAAL ANTWOORDT ONS
Wat de Baalpriesters van het voorstel van Elia vonden weten wij niet.
Het volk had positief gereageerd op het voorstel van Elia dus moesten ze wel een altaar bouwen.
En nu riepen ze tot Baal, 450 priesters voor Baal en 400 voor Asjéra.
Stuk voor stuk zullen dat mediums geweest zijn, mensen die contacten hadden met de zwarte en duistere wereld van de magie, mensen, die ongetwijfeld door middel van duistere praktijken zogenaamde wonderen hadden verricht, maar hier en nu stonden ze machteloos, bleken ze krachteloos en Elia stookt het vuurtje op:
"Roept luider, want hij is immers een god. Hij is zeker in gepeins, of hij heeft zich afgezonderd, of hij is op reis: misschien slaapt hij en moet hij wakker worden".
Die woorden moeten de handlangers van satan als mokerslagen getroffen hebben.
Ook onze wereld zucht onder het juk van demonie. Baalisme in moderne vorm is algemeen aanvaard; het paranormale is in.
Velen raken in en zoeken de trance als godsdienstige belevenis; in veel te veel opzichten lijkt onze wereld, die de wereld van de eindtijd is, op de wereld van Achab en Elia.

Maar, de God van Elia blijkt machtiger dan de Baals en de Asjéra's.
De Here God maakt hen machteloos, dát mogen wij, als troost, ook in ónze situatie vasthouden en onze hoop gericht houden op hetgeen Paulus schrijft over de komst van de Heer.
De wetteloze zal machteloos gemaakt worden door de verschijning van de Heer.
Die in de Hemel zetelt, lacht, de Here spot met hen, hier zien wij dat door de mond van Elia.
TWAALF STENEN:
Elia herstelt het Altaar van de Heer.
Merk nu op, hij doet dat met twaalf stenen, niet met tien of twee, maar met twaalf, voor iedere stam één.
Want, van iedere stam moest iets in het altaar tegenwoordig zijn en wij zien hier iets van de belofte dat God Zijn volk terugbrengen zal en hen uit alle volkeren der aarde zal verzamelen, dán zal de onreinheid en onheiligheid weggedaan worden. Wat afgebroken is zal hersteld worden.

En is het niet Elia die weerkomen zal voor de grote en geduchte dag des Heren komt; is hij het niet die de harten van de vaderen zal terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaderen?
CLIMAX:
Elia bereidt het offer. Ook hier proeven we weer iets van spot.
Die 950 priesters hadden af moeten druipen: geen vuur uit de hemel; inde verzengende hitte van de zon zelfs niet een klein vlammetje.
Gooi er maar water overheen beval Elia wijzend op het altaar dat hij had opgebouwd, tot drie keer toe.
Dán gebeurt het wonder: vuur uit de hemel verteert het offer.
De God die met vuur zal antwoorden, die zal God zijn, dat was de deal.
Het bewijs is meer dan duidelijk. Voor de afgodendienaars loopt het verkeerd af.
Is dat, wat we hier zien een demonstratie van macht uit de hemel of gaat het om meer?
Het gaat om een offer.
Het schuldige volk zou getroffen moeten worden door het vuur van Gods oordeel, maar God spaart hen door in hun plaats een offer te aanvaarden.
Een offer gebracht voor hun zonde.
Dát is de climax.!!
Gods liefde zoekt een weg waarlangs Zijn toorn en oordeel afvloeien kan, en, dat gaat via het offer.
Toen en nu, ook voor onze goddeloze en onreine wereld is een offer gebracht. Dat offer was zo groot en heerlijk dat heel Gods toorn en oordeel daarin tot zwijgen werd gebracht.
Dat offer werd gebracht op het altaar van de wereld, dat is op Golgotha, nu bijna 2000 jaar geleden.
Het was Jezus, Gods Zoon, die Zich kruisigen liet. Hij stierf daar, maar Hij leeft, het graf kon Hem niet ingesloten houden.
De banden van de dood werden verbroken.
Zó wordt ons, door die heel oude geschiedenis de weg tot de vrijheid gewezen.

Weet, gelooft en belijdt u die Jezus als uw Heer en Heiland? Dan mág u niet zwijgen!
Maran-atha, de Heer komt.!