Maleachi 4,5
Wij willen eerst de blik slaan op de toestand van het Joodse volk, dat telkens weer tot zonde verviel.
EZRA en NEHEMIA hadden na de Babylonische ballingschap een zeer krachtige reinigingsactie ondernomen, aanvankelijk met groot gevolg.
Van 444--433, had Nehemia, als de stadhouder van Perzië, het land Kanaän bestuurd, maar hij kreeg het bevel om, na het einde van zijn 10-jarig verlof, terug te keren naar zijn heer, de Koning Artaxerxer.
Toen bleek, dat de hervormingen in het hart van vele Joden geen innerlijke weerklank hadden gevonden, maar uitsluitend haar uitwerking te danken hadden gehad aan vrees voor de krachtige Nehemia.
Nauwelijks was hij teruggekeerd naar Perzië, of allerlei misbruiken slopen weer in, en, vooral de voornamere Joden maakten de hervormingen van Nehemia weer voor een groot deel ongedaan.
Hun aanvoerder was de Hogepriester Eljasib, een kleinzoon van de Hogepriester Josia.
Deze verbond zich met de vijanden van Nehemia,
Maleachi,van wien wij,búiten zijn profetieën,niets weten.
Dát hij door de Here God gezonden was, dát drukte zijn naam reeds uit: "Mijn boodschapper".
Het was in die tijd geen aangename taak om een profeet des Heren te zijn omdat de profeten-stand in verval en in minachting was geraakt door de vele valse profeten die destijds onbeschaamd optraden.
Nehemia's vijanden beschuldigden hem ervan, dat hij zich door zulke valse profeten wel zou laten uitroepen tot koning van het Joodse land, en,Nehemia zelf beklaagde zich erover dat een profetes Noadja en allerlei profeten hem bevreesd wilden maken door hun valse profetieën.
Zacharia 13 leert ons, hoe diep deze profeten gezonken waren, zodat, wanneer er iemand beweerde dat hij een profeet was,zelfs zijn ouders niets meer met hem te maken wilden hebben.
Maleachi leefde dus, als boodschapper des Heren, in een zeer moeilijke tijd, en, de zonden van het gehele volk, zowel van priesters als van leeken, kunnen wij duidelijk herkennen wanneer wij het kleine boek Maleachi lezen.
Het boek begint om aan Israël te verzekeren dat de Here God het lief heeft, máár, dat desondanks de zonden overal zijn doorgedrongen.
De priesters durven zelfs aan de Here God ondeuglijk vee te offeren en het volk zondigt tegen de Heer door de huwelijken met de heidense vrouwen, terwijl de echtscheidingen op een onrustbarende wijze toenemen.
De goddeloosheid durfde zich zelfs uit te drukken door gezegden zoals: "Al wie kwaad doet, is goed in de ogen des Heren ", of: "Hij heeft lust aan zodanigen", en: "Wáár is de God des oordeels?".
En dán spreekt de profeet des Heren het woord: "Zie, Ik zend Mijn Engel,die voor Mijn aangezicht de weg bereiden zal en snellijk zal tot Zijn Tempel komen, de Heere, Dien gijlieden zoekt, te weten, de Engel des verbonds aan welken gij lust hebt. Zie, Hij komt, zegt de Heere der Heirscharen. Maar wie zal de dag Zijner toekomst verdragen en wie zal bestaan als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur eens goudsmids en als de zeep des vollers en Hij zal zitten, louterende en het zilver reinigende,enz." Maleachi 3:1-3.
Het volk ontstelde door dit woord, maar,in plaats van zich te bekeren, vroeg het onbeschaamd: "Wat hebben wij tégen U gesproken?"
Ja, wát had men gezegd.?
"Het is tevergeefs, dat men God dient want God let daar tóch niet op. Het gaat de goddeloze beter dan de oprechten".
Maar, de profeet verzekert,dat het onderscheid tussen vromen en goddelozen terdege gezien zal worden, maar, pas in de dag des Heren.
Dán zal het oordeel over de goddelozen komen, maar de vromen zullen zich mogen verblijden in de stralen van de Zonne der Gerechtigheid.
En nu roept Maleachi het volk op om zich te bekeren en aan de wet van Mozes, Gods knecht, te gehoorzamen.
De Profeet Maleachi sluit zijn boek met de treffende woorden: "Zie, Ik zend ulieden de profeet Elia, eer dat die grote en vreselijke dag des Heren komen zal en hij zal het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen en het hart der kinderen tot hunne vaders, opdat Ik niet kome en de aarde met de ban sla."
Met deze woorden eindigt het Oude Testament.
Mattheus 11:10; Lukas 7:27,en Markus 1:2 verklaren ons, dat de Engel die de weg bereiden zou,Johannes de Doper is, en,het woord van Maleachi is een voortzetting van Jesaja 40:3.
Het betreft hier een voorbereidend werk dat aan de komst van de Here Jezus Christus voorafgaan zou, en, dan zou, hoewel vele profetieën van die komst gesproken hebben, die komst toch nog zeer onverwachts zijn en zou zij een onvoorbereid volk vinden.
Christus kwam in Zijn Tempel als een kindeke, maar, desondanks profeteerde de oude Simeon van zeer gewichtige zaken.
Daarna kwam Hij als een 12-jarige knaap, Wiens wijsheid de verbazing opwekte, en, (als volwassen man kwam Hij er herhaaldelijk), hoewel Zijn leer tot loutering was, kwam Hij toch méér als de Goede Herder dan als die geweldige Godsgezant waarvan Maleachi sprak.
Hij kwam als Heiland en als Redder en Zaligmaker.
Diezélfde gedeeltelijke vervulling, vinden wij aan het slot van het boek van Maleachi want dáár wordt van een Elia gesproken die zou komen en een bekeringswerk zou prediken.
Klaarblijkelijk is deze Elia de Engel uit Hoofdstuk 3:1, en dat dit woord ziet op Johannes de Doper bewijst ons Lukas 1:17.
Wij noemden dit een gedeeltelijke vervulling, omdat de Here God,ná het verwerpen van de boodschap van Johannes de Doper, en van het kruisigen van de Koning der Joden, de aarde nog niet met de ban geslagen heeft,want, veeleer gaf de dood van Christus een rijke zegen door Zijn zoendood.
Dat deze beide profetieën--de Heer Jezus in Mattheus 11:14.
Aldaar zegt de Heer, dat het Johannes de Doper is die komen zou en hier past de Heiland het woord van Maleachi 3 op Johannes de Doper toe.
Toen de Heer dit woord uitsprak, leefde Johannes de Doper nog.
In hoofdstuk 14 wordt ons de dood van deze Profeet beschreven en in Mattheus 17:10-13 spreekt de Heer, dus ná de dood van Johannes, weer over Johannes, maar dan staat daar een wonderlijk woord: Elia zal éérst komen en alles weder oprichten.
ER IS DUS NA DE DOOD VAN JOHANNES DE DOPER, NOG EEN ELIA TE VERWACHTEN DIE ALLES ZAL OPRICHTEN EN DAN ZULLEN OOK DE OORDELEN VERVULD MOETEN WORDEN WAARVAN MALEACHI SPRAK.!!
Wát betekent het dat Johannes de Doper in zekere zin Elia genoemd kan worden, en:
ten tweede: Hoedanig kunnen wij nú een Elia verwachten,eer dat de aarde met de ban zal worden geslagen,indien men zich door dien Elia niet laat bekeren?
Wij willen dan eerst een ogenblik letten op de wérkelijke Elia, de grote Profeet van het Oude-Testament.
Iedere gelovige kent deze machtige figuur die daar in 1 Koningen 17:1 plotseling naar voren treedt.
Zijn naam betekent: "Sterkte van Jehova", en, dat hij deze naam terecht droeg, dát bewijst ons de geschiedenis op de Karmel.
Elia wilde het volk, dat op twee gedachten hinkte,tot een beslissing brengen: wíe het zou dienen, de God van Israël óf de Baäl.
Tot Israéls schande zei hij, dat hij, als wáre profeet, een eenling was terwijl er 450 Baäls-priesters tegenover hem stonden, welker getal nog met 400 Aschera-profeten van de koningin Isebel zou worden vermeerderd.
De God, die door vuur zou antwoorden, die zou de wáre God zijn.!
En,wát doet Elia nu?
Elia liet toe, dat de Baäls-priesters het eerst het offer gereed maakten, maar, deze god bleek niet te kunnen antwoorden.
Nú bereidde Elia zijn offer, maar moest daarvoor éérst een altaar, dat aan de God van Israël gewijd was geweest maar verbroken was, opnieuw opbouwen en nam daarvoor, naar de 12 stammen Israëls, twaalf stenen.
Elia bouwde dit altaar "in de Naam des Heren", hij bereidde het offer, een var, en legde dat op het hout en liet vervolgens dat hout,door er tot drie maal toe vier kruiken water over heen te gieten, drijfnat maken zodat elk bedrog zou zijn uitgesloten.
Nu bad Elia tot de Here God, én de Here God hoorde en zond het vuur van de Hemel op het altaar; hierop bekeerde het volk zich tot de God van Israël,roepende: "De Heere is God, de Heere is God.!"
In zijn verdere leven ijverde de profeet Elia ook voor de eer des Heren en voor het houden van Israëls wet.
Deze kracht zou in Johannes de Doper zijn, en, inderdaad zien wij dat deze Godsgezant zich tot het gehele volk van Israël wendt; niet tot één der sekten van die dagen, maar tot Farizeeërs, Sadduceeën, Herodianen,enz.
Hij riep het volk óp tot boete, om weer in getrouwheid de Heer te dienen opdat de vaderen niet van de kinderen zouden worden gescheiden door een geestelijke kloof.
De engel Gabriël zei dat Johannes de ongehoorzamen tot de voorzichtigheid der rechtvaardigen zou bekeren om de Heer een toegerust volk te bereiden.
Nu zei de Here Jezus, dat er éénmaal wéér een Elia zou verschijnen, die dan wéér een voorloper, een wegbereider moet zijn, maar dán voor de vervulling van de profetie in haar geheel, dús. vóórdat de Heer tot Zijn Tempel zal komen als de Heer der Heren, en voor dat de aarde met de ban zal worden geslagen.
De tekenen der tijden wijzen erop dat de tijd van het einde nadert en dús bestaat de mogelijkheid, dat Elia, die komen zou, reeds gekomen ís en dat er omstandigheden zijn die zeer overeenkomen met die, welke de Elia uit het Boek der Koningen, in zijn dagen aantrof.
Elia had twéé voorname vijanden, en wel, Achab en diens heidense vrouw Izebel.
Achab werd, volgens 1 Koningen 22:20-22, overreed door een onreine geest die tot hem sprak door de monden van al zijn profeten, terwijl zijn vrouw Izebel hem overhaalde tot moord op de trouwe Nabot, die, omdat hij Gods wetten niet wilde schenden, zijn wijngaard niet wilde afstaan.
Ná de moord op Nabot werd door Elia de vloek uitgesproken over Achab en Izebel.
In de koning Achab vinden wij het beeld van de anti-christelijke Staatsmacht, én, hóe deze beínvloed wordt door de valse profeet, ofwel het getuigenis van de ontrouwe kerk, zoals wij duidelijk vinden uitgedrukt in Openbaring 13, waar we het beest uit de zee leren kennen als de anti-christelijke Staatsmacht en het beest uit de aarde als de valse profeet die voor de Staat een leerstelsel opbouwt.
Het oordeel over Achab en zijn zonen kunnen wij lezen in 1 Koningen 21:24, en, dat over de onreine Izebel in vers 23.
Zó komt over de anti-christelijke Staatsmacht, en de valse profeet, het oordeel dat ons opgetekend staat in Openbaring 19:17-21.
Wij zien de geestelijke strijd in sommige landen waar men de kerk nog wil handhaven volgens de vaderlijke leer,als de wijngaard van Nabot.
De vervolging tegen de getrouwe gelovigen gaat uit van de antichristelijke Staatsmacht,die daartoe wordt aangespoord door de valse profeet, de leraars van de ontrouwe kerk.
Is er nú reeds een Elia,die getuigt tegen deze valse goddeloze opvattingen in Kerk en Staat, én heeft deze Elia reeds geprobeerd om het volk van God terug te brengen tot de wáre éénheid in leer en belijden.?
Is er een Elia, wiens zending bekrachtigd is geworden door het vuur vanuit de Hemel.?
Omdat wij de toestanden van deze, onzen tijd, zien overeenkomen met de Oud-Testamentische verhoudingen, dán mogen wij toch, op grond van Gods Woord, én op grond van het Woord des Heren aangaande de nog te komen Elia, wel eens terdege gaan onderzoeken of er reeds op déze wijze gewerkt is.
De vraagt rijst dan, of wij onder Elia één enkele persoon moeten verstaan, óf dat met deze naam een groep van personen kan worden aangeduid.
Wij vinden in de Heilige Schrift, dat met een persoon een volk of een kerk wordt aangeduid.
Mozes moest tegen Farao zeggen: "Alzo zegt de Here, Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël ".
En, in het Hooglied komt een jonkvrouw voor, Sulamith geheten, die de Bruid des Heren, de Kerk van Christus voorstelt.
En, Johannes, de Apostel, schrijft zijn tweede brief aan:."de uitverkoren vrouw",en deze vrouw stelt een gemeente des Heren voor.
Het is dus geheel schriftuurlijk wanneer wij het Woord des Heren aangaande de te verwachten Elia, begrijpen als een werk Gods dat door de Heer gezonden wordt in de geest en de kracht van Elia en dat dus moet oproepen tot berouw en eenheid door een terugkeer naar dat, wat éénmaal geweest is en wat door de Heer gegeven was.
Dán mogen wij zeggen, dat de Hersteld Apostolische Zendingkerk geheel voldoet aan datgene wat men voor de eindtijd van een Elia mag verwachten.
Wij zeggen dit niet uit geestelijke hoogmoed, maar op grond van Gods Woord.
Het Apostolische werk is omstreeks 1830 door de Here God verwekt.
Er waren in die tijd vele gelovigen die in hun eigen kerkafdelingen aan een geestelijk gebrek leden en die door het wereld-gebeuren van die dagen, zeer verontrust waren.
Zij werden tot Bijbel-onderzoek gebracht en ontdekten toen de armoede der Kerk,in haar geheel beschouwd.
De leiding en de Stem des Geestes werden niet meer gevonden en daarom werden er in verschillende landen bidstonden gehouden om de uitstorting van de Heiligen Geest.
Tenslotte verhoorde de Here God deze gebeden en in enkele landen werd weder de Stem van de Heilige Geest vernomen; het meeste in enkele plaatsen in Schotland, waar ook grote wonderen van genezing van zieken voorkwamen.
Verschillende geestelijken in Schotland en Engeland waren er van overtuigd dat in deze groepen gelovigen de Here God Zich door het vuur des Geestes openbaarde.
Door de profetie werden enkele broeders tot een ambt geroepen en weldra gaf de Heer der Kerk, aan Zijn kerk het Apostelambt weer en kort daarop was de kerk weder in het bezit van een viervoudige bediening en van de gaven van de Heilige Geest.
Zó was Elia daar dus.
Hij predikte in de eerste plaats bekering en berouw omdat men in alle kerkafdelingen zó ver was afgeweken van de oorspronkelijke inrichting der kerk, en,het aanwezig zijn van zovele kerkafdelingen was een zonde omdat Christus slechts één Kerk heeft gesticht en het Hoofd der Kerk slechts één lichaam kan hebben.
Met kracht werd er naar gestreefd om tot de eenheid terug te keren, die eenheid, waarvoor de Heer Zélf in het Hogepriesterlijk gebed gebeden had.
Hiertoe gaven de apostelen een groot getuigenis uit, het zogenaamde "Testimonium", dat aan alle hoofden van Kerk en Staat over de gehele wereld,werd uitgereikt en waarin ernstig werd gewezen op de plichten van beide, maar waarin óók uiteen werd gezet hoezeer men overal de Goddelijke rechten en inzettingen had verwaarloosd en veracht.
Voor het inwendige leven der Kerk werd gezorgd door in vaststaande leerstellingen aan te geven, wát er op grond van de Heilige Schrift, geloofd zou worden, en een duidelijke uiteenzetting werd er gegeven van de leer en de waarde der sacramenten zoals die in de eerste dagen van het Christendom werden opgevat en bediend.
Deze Elia wendde zich niet tot een deel der Kerk, maar tot de gehele Kerk, dat wil zeggen,de verzameling van allen die gedoopt zijn in de Naam des Vaders,des Zoons en des Heiligen Geestes.
Zó beantwoordde dit werk aan de wijze waarop Elia en Johannes de Doper zich hebben geopenbaard.
Elia bouwde het vernielde altaar op de Karmel op uit twaalf stenen, daarmede de eenheid van het volk van Israël uitdrukkende.
Maar, ook zou vervuld worden wat Johannes predikte, namelijk, dat de bijl alrede aan de wortel der bomen was gelegd, dat wil zeggen, dat de tijd der oordelen zou komen en dat de aarde met de ban zou worden geslagen.
Tevens werd in het Testimonium zeer ernstig gewezen op de oordelen die zouden komen wanneer men de waarschuwing van de Apostolische Kerk in de wind zou slaan.
Een tijd van bekering werd aangezegd, die men niet zou verachten, maar ernstig zou gebruiken om zich weer tot de oude en beproefde paden te wenden.
Elia betekent, zoals wij reeds opmerkten:"de kracht van Jehova", en zó openbaarde zich, in dat werk van de Apostolische Kerk,die Goddelijke kracht door de Heiligen Geest, Die Johannes zou vervullen van zijns moeders schoot af aan.
Er werd een volk bijeenvergaderd dat door de Here toegerust werd doordat het verzegeld werd met de Heiligen Geest der belofte van de toekomende erfenis, evenals ook in de begintijd der Kerk, door oplegging der handen door de Apostelen, de wet des geestes in de harten geschreven werd. 2 Korinthe 3:3
De leraren der Hersteld Apostolische Zendingkerk toonden in tal van geschriften aan, hóe de tijd van de anti-christ zich reeds openbaarde en zij gaven heldere uiteenzettingen van tot dusverre onbekende en onbegrepen Bijbelplaatsen, bijvoorbeeld de Openbaring van Johannes.
Hierdoor werd duidelijk,dat de tijd van de Wederkomst des Heren, aanstaande was, en dat de Apostolische Kerk als een Johannes de voorloper was van de komende Heer.
Bereid U,want Jezus komt!, dat was de inhoud der prediking,en,zo zien wij dat het getuigenis der Apostolische Kerk beantwoord aan datgene wat men van de komende Elia mocht verwachten: zij predikte bekering; zij predikte berouw over de verdeeldheid der Kerk; zij predikte de terugkeer naar de oude paden van de Bijbel,en zij predikte de komst van de Here Jezus Christus en de oordelen over de ongehoorzamen.
MARAN-ATHA.
DE HEER KOMT.!