DE VOORHANG

van het

HEILIGE der HEILIGEN

Exodus 26:31: “Daarna zult gij een voorhang maken van hemelsblauw en purper, en scharlaken en fijn getweernd linnen. Van het allerkunstigste werk zal men dien maken, met Cherubs”.

Zie hier, een gedeelte van de opdracht die Mozes van de Heer ontving toen hij op de berg geklommen, en ingegaan zijnde in de wolken, dar 40 dagen en 40 nachten verbleef.Exodus 24:9-18.

Het is een gedeelte van het Heiligdom, waarin God in het midden van Zijn volk in wilde wonen en Zich aan hen openbaren, hen beschutten en zegenen en daar als hun God en Koning Zijn troon stellen.

Het voorbeeld hiervan, Exodus 25:8,9, werd aan Mozes getoond als door de Here God Zélf gemaakt bestek , en, als de uitvoerder had Mozes er op toe te zien dat alles volgens dat bestek vervaardigd zou worden.Exodus 25:40-.

De schitterende Voorhang moest dienst doen als een deur die toegang gaf tot het verblijf van Israëls Grote Koning, de Almachtige God die Zijn verbond had opgericht met een volk dat uit de aarde aards was, van nature in zonden levende, voortgekomen uit het eerste mensenpaar dat niet in staat was geweest om het verbond met God te houden.

Het zou de deur worden waardoor jaarlijks gans Israël tot zijn God kon naderen, berouw hebbende over de verbreking van het verbond door hun zonden, en vertegenwoordigd door de Hogepriester die hen allen op zijn schouder droeg in de namen van de 12 stammen van Israël die gegraveerd waren in de 2 sardonixstenen en in de 12 stenen die de Hogepriester op zijn hart droeg.

Van achter die Voorhang zou ieder jaar het heil dagen voor Israël; vergiffenis van zonden en vernieuwing van het verbond verkregen worden.

Dit alles is voorbij want Israël is niet geworden wat het worden moest, namelijk, een heilig volk, een Abrahams zaad door God gezegend en tot zegen van allen.Genesis 12:1,2.

Met gramschap heeft Hij hen verstoten en dat Heiligdom aan de verderving prijs gegeven.

Waarom?

Omdat zij Hem verwierpen die komen zou, de Grote Profeet waarvan Mozes schrijft in Deuteronomium 18:18,19, en op Wien alles wat verband hield met de Tabernakel, reeds zag.

Eeuwenlang was de Tabernakel een aanschouwelijk onderwijs geweest, maar het volk van God had er niets van geleerd. Want, de lippen van de priesters die de wetenschap moesten bewaren, Maleachi 2:7, hadden teveel gezwegen over Hem die komen zou.

Zij hadden de waarheid verduisterd en hun plicht verzaakt, hoewel menigmaal door de profeten hierop gewezen werd, zodat het volk uit de mond van de priester niet die wet zocht waardoor h,un hart besneden zou worden om in staat te zijn om de Man van smarten op Wien alle ongerechtigheid gelegd zou worden als een Lam ten slachtoffer voor de zonden, te kennen.Jesaja 53:1-7.

Met recht noemt Stefanus hun en hunne vaderen hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren die de Heilige Geest hebben wederstaan.

Het aangezicht van Israël is bedekt in het verstaan en het begrijpen van de goddelijke zaken die in de stoffelijke voorwerpen werden voorgesteld. Zij verstonden niet wat het zeggen wilde: “De scepter zal van Juda niet wijken, totdat de Silo komt wien de volken gehoorzaam zullen zijn”.Genesis 49:10.

Indien priesters en volk zich door de Heilige Geest hadden laten heiligen, dan zouden zij hebben verstaan dat deze aanschouwelijke, stoffelijke Godsregering, onder hen zou duren totdat de tijd daar zou zijn dat God Zijn gezegende regering over al de volkeren der aarde zou aanvaarden en Zijn Geest over alle vlees zou uitgieten, Joël 2:28,29, als een heilige olie tot zalving van een geestelijke Tabernakjel in welks midden Hij de geesteljke heersers-scepter zou stellen en de geestelijke wet zou doen gehoorzamen, door een Koning die in gerechtigheid zou regeren en die de onder Hem regerende Vorsten naar het recht der genade, Jesaja 32:1-4, en het volk de blijde boodschap: “Uw God is Koning” zouden doen horen.

Het volk van Israël keurde zichzelf het eeuwige leven onder de scepter van de Here God, onwaardig en apostel Paulus keerde zich toen tot de heidenen, terwijl enige jaren daarna bij de verwoesting van Jeruzalemn en van de Tempel, de schone, aanschouwelijke Godsregering over Israël werd weggedaan.

De scepter en de wetten verenigden hen niet meer als een volk onder het bestuur van God en zij werden vervolgens over de gehele aarde verspreid.

Wát moest het volk van Israël leren uit de aanschouwelijke Voorhang, en wát geeft deze Voorhang aan ons, als het Nieuwe Verbondsvolk, te verstaan.?

Het was voor Israël de enige weg vanwaar vergiffenis van zonden en heil en zegen, van God voor hen konden komen; een stoffelijk, vergankelijk beeld van het eeuwig blijvende onvergankelijk wezen in Christus Jezus, onze Heer.

De Voorhang was de énige deur, de énigste toegang tot de Here God.

De Heer Jezus sprak in Johannes 14:6: “Niemand komt tot de Vader dan dóór Mij”, en, in Johannes 10:1-7: “Ik ben de deur van de stal der schapen”.

Hij heeft Zich op aarde, in ons vlees zijnde, gesteld als de weg tot de Vader, als de deur die de toegang verleent tot de Hemel der Hemelen; de plaats van de eeuwige woning van de Vader die voor Israël were voorgesteld in het Heilige der Heilige.

Hij heeft voor ons een nieuwe en levende weg ingewijd door dat Voorhangsel, dat wil zeggen: door Zijn vlees.Hebreeën 10:19,20.

Door de vergeving van zonden, door Zijn bloed als het Lam Gods, heeft Hij voor ons die in Zijn Naam gedoopt zijn, de weg tot de Vader ingewijd om nu niet meer door de Cherubim met de vlammende zwaarden uit het Paradijs verdreven te worden, maar weer de toegang te hebben tot een plaats waar de Here God Zijn stem laat horen in de wind des daags, een plaats, waar de boom des levens is, zoals de Heer sprak tegen de moordenaar: “Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn”.

Was nu de Voorhang een schaduwbeeld van onze Heer Jezus Christus, in ons vlees, en is Zijn Gemeente op aarde de beelddrager van Hem, Zijn lichaam, waarvan Hij het Hoofd is, dán moet in Zijn vleselijke omwandeling op de aarde óók het wezen worden gezien van hetgeen in de vier kleuren wordt voorgesteld, en, dit trekt zich dan ook door in Zijn lichaam, de Gemeente, die gevormd is uit mensen wier vlees Hij aannam.

Wát wilde de Here God nu, door de vier kleuren van de Voorhang, aan het volk van Israël leren.?

Het hemelsblauw vinden wij in Exodus 24:10-12, waar Mozes, en zij, die met hem de berg beklommen, onder de voeten van de God van Israël een werk zagen, als de hemel in zijn klaarheid, en, Mozes ontving hierna de wet en de geboden Gods op stenen tafels.

In Numeri 15:38-40, krijgt Mozes de opdracht om het volk te bevelen om een hemelsblauwe draad aan hun klederen te maken zodat zij aan die wet zouden worden herinnerd en heilig zouden leven voor Gods aangezicht.(zie Jesaja 40:25,26).

Het hemelsblauw van de voorhang diende dus om de priesters en het volk steeds aan de wetten Gods te herinneren en dat hun priesters sterren of leraren waren der tijden,Genesis 1:14-18 en Daniël 12:3,door God Zélf aangewezen bij name, als het geslacht van Aäron geroepen, bij monde van de profeet Mozes, met wiens mond God zou zijn.Exodus 4:10-12.

Dit was ook het werk van de latere profeten in Israël.

Het hemelsblauw wijst dus op het door God gestelde profetenambt en alles, wat God door hen werkte tot heil van Zijn volk; maar, het wijst ook op hetgeen dat door de Heer Jezus, tijdens Zijn rondwandeling, als Profeet zou worden verricht, en, wat Hij ná Zijn hemelvaart door de Heilige Geest in Zijn lichaam, de Gemeente, door de profeten wilde werken totdat Hij persoonlijk zou wederkomen.

Hij herinnerde Israël aan de Wet Gods die door menselijke inzettingen krachteloos was gemaakt en als een getuigenis tégen de priesters om hen te beschamen, zond Hij de gereinigde melaatsen om de door Mozes bevolen offerande te gaan brengen, hun ter bescherming en om hen, door deze zo wonderlijk gereinigden te doen verstaan en begrijpen dat deze reinheid was verkregen door de beloofde Profeet.

In Zijn bediening als Profeet, riep Hij de twaalven en daarna de zeventig en gaf ze hun opdracht.

Deze werken verrichtte Hij ook in de 1e eeuw door Zijn profeten die Hij, volgens Zijn belofte in Lucas 11:49,50, in Zijn Kerk zou stellen.

Door de profeten riep Hij apostelen, profeten, evangelisten en herders en door de profeten Judas en Silas brengt hij de, door valse broeders verontruste gemeente, weder tot kalmte.Handelingen 15:1-32.

Het purper diende om te wijzen op Gods Koninklijke Majesteit, Zijn volk regerende met wijsheid en beleid, en tegen de vijanden aan de spits strijdende door wonderen en tekenen en hen verlossende uit Egypteland door de plagen met de uiteindelijke verdelging van het leger van Farao in de Rode Zee.

Hen leidende door de woestijn en hen brengende in het land Kanaän waar Hij hen onderhield met kwakkelen, manna, en geestelijk voedsel in de Tabernakel, met schoeisel en kleding en woning als de zegenrijke bewijzen van Gods Koninklijke bestuur over Zijn volk.

In- en uitwendig werkende, geregeld in de krijgswet en de burgerlijke wetgeving die gehandhaafd werd door bekwame Oversten van de stammen, de Oudsten van het volk en de hoofden van de gezinnen, enz. terwijl zij in grootse en duistere zaken de Urim en de Thummim konden raadplegen.

De Heer Jezus sprak in Zijn leven op de aarde: “Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde”.

Het burgerlijk en het maatschappelijk leven, maar óók het geestelijk leven van het volk wordt dus door Hem, als Koning, geregeld en bestuurd.

Hij moet als koning heersen totdat Hij alle vijanden van het Koninkrijk van God, waarvan de dood de laatste vijand is, onder Zijn voeten gelegd zal hebben.

Door wonderen en tekenen te verrichten, blinden, doven en kreupelen en melaatsen te genezen, duizenden te spijzigen, doden op te wekken en Zichzelf in de dood te geven en daaruit op te staan, betoond Hij Zijn Koninklijke Majesteit tot heil en zegen van de burgers, en ter bestrijding van de vijanden.

In Mattheüs 27:28,29 lezen wij dat het spotkleed dat Hem was aangedaan, purperkleurig was, passende bij de uitroep: “Weest gegroet Gij Koning der Joden”.

In Richteren 8:26 krijgt Gideon uit de buit de purperen klederen die door de koningen van de Midianieten waren gedragen.

Oók een Daniël werd door Belsazar met purper bekleed.Daniël 5:6,7,29.

In Zijn Kerk toont de Heer Jezus Zijn koninklijke macht door Zijn 12-voudig apostolaat als de oversten der stammen van het geestelijk Israël.

Zij moeten, onder Zijn opperbestuur, de aanvoerders zijn van het leger van de Heer, alle vijanden bestrijdende en het volk bemoedigende door woord en voorbeeld; door het verrichten van wonderen en tekenen zoals de Schrift vermeld van Paulus en Petrus.

Door hun handoplegging het volk te stellen tot de getelden van de Bruid; en door hun handoplegging het inwonend ontvangen van de Heilige Geest.

En, onder hun leiding de Heer volgende, zullen op het geklank van de bazuin de muren van Jericho vallen, en, als er geen ban in het leger is, dan zullen de inwoners van Ai geslagen worden.

Het scharlaken wees Israël op de zondige staat van de gevallen mens die in zonde ontvangen en geboren is, steeds de zonde doet en die volgens het Goddelijke recht niet voor God kan bestaan; máár, óók wees het op vergiffenis van zonden.

Het was de roepstem om boete te doen, maar het was tevens de blijde boodschap, een evangelie der genade, een belofte van reiniging en een opening van een nieuwen weg tot heiligmaking die aangetoond werd door de volgende kleur, het fijn getweernd witte linnen, ontdaan van elke smet van de zonde.

De profeet Jesaja verenigd deze beide kleuren in Jesaja 1:18, waar hij spreekt: “Al waren uw zonden rood als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw”.

Dit deed de Heer Jezus, als de Grote Evangelist en de Goede Herder die Zijn leven voor Zijn schapen gaf; Hij oefende deze bedieningen in Zijn Kerk uit door de Heilige Geest, werkende tot bekering en de blijde boodschap brengende aan de verslagen zondaar, door Zijn Evangelisten.

En, ter bewaring en leiding van de gelovige en de, door het Lam met God verzoende kudde, werkt Hij, als de Overste van de Herders, en als voleinder des geloofs, tot behouding en tot verdere opvoeding en bewaring tegen het roofgedierte, door Zijn geroepen Herders.

Geve de Heer ons allen genade om als getrouwen in te gaan door Hem, de Voorhang in het Heilige der Heilige, om altijd mét Hem te zijn.sdj89