DE

TWEE ZILVEREN TROMPETTEN

De Here God is een God van orde, want Hij stelde in de natuurlijke schepping de zon, de maan en de sterren tot tekenen en gezette tijden en tot dagen en tot jaren. Galaten 1:14.

De Heer gaf aan al het geschapene Zijn wetten, alles "naar zijn aard"

Apostel Paulus zegt hiervan in 1 Korinthe 15:46: "Eérst het natuurlijke en daarná het geestelijke."

Is het dan niet verwonderlijk dat de Here God ook Zijn orde gaf voor het optrekken van het leger van de Israëlieten door de woestijn.?

En, deze orde heeft, volgens de Heilige Schrift, ook ons, in onze dagen, iets te zeggen omdat de zaken van de Wet de schaduwvoorbeelden waren van de toekomende goederen. Hebreeën 8:5 en 10:1.

Op het bevel God's moesten er twee zilveren trompetten worden gemaakt.

Deze trompetten moesten van "dicht werk" zijn, dat wil zeggen, ze moesten niet uit zilver gegoten, maar uit dit metaal gedreven worden; een kunstbewerking waardoor in de, gebogen, metalen plaat, figuren werden geslagen.

Volgens de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus, waren deze trompetten ongeveer één el lange, dunne buizen met aan het einde een klokvormige verbreding.

Het doel waarvoor ze gebruikt moesten worden, was drieledig:

A: Wanneer er op beide trompetten tegelijk een gerekte toon geblazen, dán moest het gehele volk van Israel voor de Tent der Samenkomst verschijnen.

B: Werd er echter slechts op één trompet een lange toon geblazen, dán moesten de hoofden over duizend naar de raadsvergadering komen.

C: Men kon echter óók signalen blazen, zoals dat bij de militairen geschiedt; waarbij men voor allerlei verschillende bevelen vaststaande toonopvolgingen deed horen; denk hierbij aan het blazen van de reveille.

Aan die verschillende "wijsjes" hoorde de soldaat direct wat er gebeuren moest.

Dit "signalen blazen" geschiedde ook wel met de twee trompetten tegelijk, en, het volk wist dan wat dit betekende.

De Statenvertaling zegt hierover: "met een gebroken klank blazen", met één of met béide trompetten.

Werd er nu een signaal met één trompet geblazen, dan moesten de legers van stammen Juda, Issaschar en Zebulon, die tegen het Oosten gelegerd lagen, zich gereed maken om óp te trekken.

Klonk er nu een tweede signaal, dan moesten de legers van Ruben, Gad en Simeon, die tegen het Zuiden gelegerd lagen, óp trekken.

Eigenaardig is het dat er niet gesproken wordt over de legers die ten Noorden en ten Westen gelegerd waren; hier is dus klaarblijkelijk iets uit de oude handschriften verloren gegaan.

En, dat dit zo is, dat wordt bewezen door een zeer oude vertaling van het Oude Testament in het Grieks, de zogenaamde "overzetting der Zeventig" want dáár kunnen wij lezen: "Blaast gij een derde signaal, dan zullen de kampen die tegen het Westen gelegerd zijn, opbreken, namelijk Efraïm, Benjamin en Manasse."; blaast gij een vierde signaal, dan zullen de kampen opbreken die tegen het Noorden gelegerd zijn, namelijk Dan, Naftali en Aser."

Lezen wij nu verder in het 10e hoofdstuk, dan blijkt ons, dat de Levieten in een vaststaande orde, mét de priesters, zorgden voor het inpakken van de Heilige Voorwerpen en het afbreken van de Tent, enz.

Zó zorgde de Here God voor orde tijdens het optrekken door de woestijn.

En, die orde was zeer zeker nodig, want búiten de kinderen bestond het leger der Israëlieten uit 600.000 mannen en vrouwen.!, en, zónder die strenge orde zou er zeer spoedig een grote wanorde zijn ontstaan.

In Numeri 9:15-23 zien wij, dat de Here God Zélf het teken gaf om op te breken door de wolkkolom te doen optrekken.

Het laatste vers van dit hoofdstuk eindigt: ""Naar de mond des Heren legerden zij zich, en naar de mond des Heren verreisden zij; zij namen de wacht des Heren waar, naar de mond des Heren, dóór de hand van Mozes.""

Wij zouden dit óók wel zó kunnen vertalen: "Volgens het bevel des Heren legerden zij zich, en, volgens het bevel des Heren braken zij op; en zij namen hun plicht ten aanzien des Heren waar, naar het bevel des Heren, aan hen door Mozes overgebracht."

Hieruit blijkt wel, dat Mozes moest letten op de beweging van de wolkkolom, door middel waarvan de Here God aan Mozes het bevel gaf.

Mozes gaf dan de opdracht om op de trompetten de verschillende signalen te blazen waarna het volk zich schaarde onder de 12 verschillende stamhoofden die in Numeri 10 worden genoemd.

Vers 8 zegt ons nadrukkelijk dat alléén de priesters de trompetten mochten blazen.

Zó ging Israel, volgens de, door de Here God gestelde orde, het Beloofde land tegemoet.

De brief van de apostel Jacobus begint met: "Jacobus, een dienstknecht Gods en des Heren Jezus Christus, aan de twaalf stammen die in de verstrooiing zijn, zaligheid."

Sommige mensen menen dat hiermede de Joden bedoeld worden, maar dát is echter een dwaling, want, wáár de tien stammen van het Rijk van Israel ná de Ballingschap gebleven zijn, is tot nu toe een geheim.

Toen Kores, (Cyrus), verlof gaf om terug te keren naar Palestina, toen gold dit verlof voor de twee stammen die het Rijk van Juda hadden gevormd.

En, deze mensen gingen niet allemaal terug; velen bleven achter in Babel.

Echter zijn er wél verschillende mensen van het volk van de tien stammen, mét die van Juda en Benjamin, naar het land der vaderen teruggegaan.

De anderen evenwel zijn aan alle menselijke naspeuringen onttrokken.

Dáárom spreken wij nu dan ook meestal van "Joden", de kinderen van Juda.

Apostel Jacobus kon zijn brief dus nooit aan alle twaalf stammen van de kinderen Israëls hebben gericht omdat, om het maar eens "modern" uit te drukken, deze brief dan als onbestelbaar zou zijn teruggebracht.

Nee, Jacobus bedoelt hier de Christenen van zijn tijd, die het geestelijke Israel vormden en die overal verspreid woonden, eensdeels door de vlucht van de Jodenchristenen uit Palestina, en anderszijds door de zendingsarbeid van de apostelen en hun medearbeiders in de vele verschillende landen.

Zo wordt het óók in de Openbaring van Johannes opgevat wanneer er in Hoofdstuk 7 gesproken wordt over de Verzegeling der verschillende stammen.

De Kerk van Christus, die over de gehele wereld is verspreid, bevindt zich, evenals het oude Israel, in de woestijn en zij trekt óp naar het Beloofde land, het Kanaän der ruste.

Maar, hier zal dan ook alle willekeur, alle wanorde, afwezig moeten zijn.

De Kerk van Christus wordt niet overgegeven aan de willekeur van mensen en daarom regelt de Heer haar tocht, en haar optrekken door de woestijn des levens, een woestijn, waar de Kerk door genoeg gevaren is bedreigd en nóg bedreigd wordt, tótdat het grote doel bereikt zal zijn.

In Zijn Woord vinden wij hóe alles geregeld moet worden; Mozes moest er op toezien dat hij alles nauwkeurig maken zou volgens het voorbeeld dat aan hem op de Heilige berg was getoond.

Zó heeft de Here Jezus, als de Grote Mozes, de Opperste Leidsman en Voleinder des Geloofs, Zijn Kerk gesticht naar het eeuwig Raadsbesluit Gods.

Hij, Die in alles gehoorzaam is geweest, heeft dit grote Raadsbesluit voor Zijn Kerk uitgewerkt, dat Raadsbesluit, dat als de Wolk- en Vuurkolom haar gangen leidt en begeleidt.

De Here Jezus waakt daarover en geeft door Zijn Woord en door de gaven des Heiligen Geestes een duidelijk waarneembaar teken, waarnaar de apostelen, als de leidslieden der twaalf stammen, zullen luisteren om het optrekken van de aan hun zorg toevertrouwde delen van de Christenheid, te regelen zodat de eenheid in de Kerk van Christus bewaard blijft en er geen wanorde ontstaat, dat de leer der sacramenten, dat de waarheid Gods gehandhaafd zal worden.

De inwendige Eredienst, maar ook het zich bewegen temidden van de volkeren der aarde, het zal alles zijn naar de regels van het Goddelijk Woord.

En, de tweevoudige roepstem, komt tot ons door de twee zilveren trompetten, als het bewijs van de liefde Gods voor Zijn Kerk, voor welks heil Hij Zichzélf gegeven heeft, gehoorzaam zijnde tot in de dood, de dood aan het kruis.

En dáárom mag Hij óók gehoorzaamheid van Zijn Kerk eisen, en van allen die in haar, nee, in ZIJN dienst zijn.

Wat is dit alles eigenlijk vanzelfsprekend.!; maar, hóe wordt er tegen deze zaak juist niet het meeste gezondigd.

Velen willen wél het land der ruste beërven, maar, op hun eigen manier.

Een reis door de woestijn is aan vele bezwaren en gevaren onderhevig; zeker, het volk van Israel had langs vele andere wegen het land der vaderen kunnen bereiken, máár, de wolk-en vuurkolom gaf hun de weg aan die zij moesten volgen.

Die weg was zó bezwaarlijk dat men eenmaal zelfs Mozes wilde verwerpen en een ander hoofd kiezen die hen weer terug zou leiden naar Egypte. Numeri 14: 1-4.

Daar zagen wij toen Mozes als het beeld van de Middelaar optreden, want de Here God wilde toen het volk verdelgen. zie de verzen 11-20.

Heeft de christenheid in het algemeen het nu wel veel beter gemaakt.?

De woestijnreis was niet aantrekkelijk; Vervolging en smaad waren niet aangenaam; rust in de wereld en bij de groten der wereld was béter.!

Onder het volk van Israel waren er die een aandeel wilden hebben aan de eredienst, maar die waren daartoe niet gesteld.

Het oordeel over Korach, Dathan en Abiram toont ons hóe de Heer over deze zelfverheffing dacht.

Hoevelen zijn er nú wel niet die een aandeel in de eredienst willen hebben maar die daar niet toe zijn gesteld gelijk Aäron. Hebreeën 5:4.

Wanneer men zich in de Kerk, in alles naar de wil des Heren gedragen had wat zou zij dan een lieflijk beeld vertonen.

Eénmaal riep een profeet uit een vreemd volk, Bileam, het uit toen hij de door de Here God bevolen legerorde zag: "Hoe goed zijn uwe tenten, o Jacob, uwe woningen, o Israel.!" Numeri 24:5.

En, hoe spreken nú de leraren van vreemde godsdiensten over het Christendom wanneer zij de versplintering van de Kerk van Christus zien.!

Welk een onheil heeft de ongehoorzaamheid gesticht, de ongehoorzaamheid die niet luisteren wilde naar de stem van de twee trompetten.!

De Here God gaf na 1830 weer de kennis der waarheid aan een deel der Christenheid terug, een deel, dat zuchtte onder de gevolgen van de ongehoorzaamheid en dat in ootmoed de eigen zonden en die van de ganse christenheid, beleed.

En, de Grote Middelaar verkreeg genade.

De oude inzettingen werden aan de Kerk terug geschonken; ambten en gaven deden weer een tweevoudig getuigenis horen en er werd wederom een goed geordend leger aanschouwd.

Maar, ook hier weer bracht ongehoorzaamheid aan de, van God gegeven wetten en beginselen, onheil en verwarring; en steeds bleef de ongehoorzaamheid der mensen weerstreven en, wat tot Eenheid in de Geest geroepen was, maakte helaas de Here God ten schande.

Gehoorzaamheid werd getoond door de Grote Leidsman Jezus Christus, en, Hij kon door die gehoorzaamheid aan de wil des Vaders uitroepen: "Het is volbracht".

Een ieder die in het werk Gods gehoorzaamheid betoont, kan éénmaal zeggen: "Ik heb de goede strijd gestreden.!"

Van de apostelen, tot aan de eenvoudigste leiden, eist de Here God gehoorzaamheid, en dán komt de zegen.

Dát leren ons de twee zilveren trompetten.

Maran-atha,

de Heer komt.!