Liefde als een zegel
(Hgl.8:6,7)
(dit is een bewerking van een predikatie gehouden op 23/6 tijdens een jongerendienst)
In 1Jh.4:16b vinden we dat de apostel Johannes schrijft over een heel belang- rijk onderwerp: 'God is liefde, en wie in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem.'
Door deze woorden, die als een thermometer zijn, kan men meten hoe groot de plaats is welke God als Bruidegom in Zijn hart heeft voor de mens en hoe wij Zijn liefde beantwoorden. Is deze liefde uit het Leven geweken, dan is God geweken en komt de mens om, want de mens kan slechts liefhebben, 'omdat Hij ons eerst heeft liefgehad' (1jh.4:19).
De mens is boos
Christus Jezus, de grote Hartenkenner heeft gezegd dat uit ons eigen hart 'boze overleggingen, moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, leugenachtige getuigenissen en godslasteringen' voortkomen (in Mt.15:19).
Al in Gn.8 (vs.21) komen we dit tegen: 'het voortbrengsel van des mensen hart is boos van zijn jeugd aan!' Wie dus enige zelfkennis heeft en eerlijk ten opzichte van zichzelf is, bevestigt de waarheid van dit Goddelijke getuigenis. Daarom kunnen we God nooit genoeg danken dat Hij Zijn Zoon aan de wereld heeft gegeven om een ieder die wil de zaligheid te schenken. Vooral door de Here Jezus is Gods liefde aan de mens geopenbaard.
Wie verwondert zich niet dat de liefde veel overwint? Abrahams liefde tot God maakte het hem mogelijk om Isaäk te willen offeren. Mozes kon daardoor verdraagzaamheid opbrengen ten opzichte van het opstandige volk en bidden voor hun behoud. David had zo'n liefde van God gekregen dat hij Saul spaarde, toen hij naar de mens kon denken dat God hem in zijn handen gegeven had om te doden.
Deze voorbeelden zijn met vele uit te breiden. Als de boze mens tot deze liefde in staat is, hoe groot moet dan Gods liefde zijn? En Hij zond Zijn Zoon, de Heer der heerlijkheid in de gestalte van ons vlees om hier de mens gelijk te worden. Welk een liefde die Hem bewoog om de meest verachte onder alle mensen te worden en zelfs Zijn lichaam aan een kruis liet nagelen!
Die boze mens, die zondaar, is het voorwerp van Zijn liefde en hoe gelukkig moeten we daar mee zijn!
Bruidegom
In het Hooglied lezen we van de bijzondere liefde van de hemelse Bruidegom en Zijn aardse bruid. In de uitgangstekst lezen we: 'Leg mij als een zegel aan uw hart, als een zegel aan uw arm.' De bruid bezit de liefde van het hart van haar Bruidegom. We hebben geen maatstaf om Zijn liefde te meten, geen woorden om haar uit te spreken, want die liefde is niet te peilen en gaat kennis en talen ver te boven. De bruid mag er iets van gevoelen. Zoals Zijn hart is, is ook Zijn arm, want Hij is het vleesgeworden Woord, waardoor alle dingen zijn geschapen: 'want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen (Rm.11:36). Zoals Zijn liefde is Zijn macht: zonder grenzen, ondenkbaar groot en onbegrijpelijk.
Ps.33:10 luidt berijmd:'Zijn machtige arm beschermt de vromen en redt hun zielen van de dood.' We bemerken Zijn kracht uit de bewaring en overwinningen van Zijn volk in het Oude Testament.
Job 26:14 vraagt: 'Wie zou de donder Zijner kracht kunnen verstaan'?
Nu verlangt de bruid een zegel te zijn op het hart en de arm van de Bruidegom.
Wat is een zegel? Dat is een zuivere afdruk van een zegelring, een gegraveerde figuur. Nu moeten we niet denken dat de bruid haar figuur op Zijn hart en arm gedrukt wil zien, maar dat zij verlangt naar de blijvende, onuitwisbare indruk, een eeuwig blijvende plaats bij de Heer. Zij vraagt dus om Zijn komst en haar opneming in heerlijkheid om Zijn macht en majesteit, Zijn eeuwige liefde te genieten. Het is de bede van allen naar de dag van de Heer 'om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest' (Js.61:3), 'omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods' (Rm.8:21).
Sterk als de dood
Deze verklaring wordt duidelijker als we het vervolg van de uitgangstekst lezen: 'Want sterk als de dood is de liefde onverbiddelijk als het rijk van de doden de hartstocht, haar vlammen zijn vuurvlammen, een vuur- gloed des Heren.' De liefde van de Hem heeft een plaats gevonden in het hart van de bruid en zij heeft Hem lief met een liefde, sterk als de dood. Welk een treffende beschrijving! We hebben immers allen ondervonden dat de dood niemand weerstaat. Alle macht en de beste wetenschap staan machteloos tegen de dood. De dood voert nog steeds zijn heerschappij over alle levende wezens hier op aarde, ondanks onze tegenstand. Ja, de sterkste werpt hij terneder, de machtigsten worden zijn prooi. Het dodenrijk zegt nooit: 'Het is genoeg' (Spr.30:16). Hoe smartelijk we ook onze ontslapenen bewenen, het graf geeft geen antwoord en is eindeloos. Alzo is de liefde: zij houdt haar voorwerp vast en laat het niet los. Water en vuur
'Haar vlammen zijn vuurvlammen, een vuurgloed des Heren,' vervolgt de tekst. Het vuur is een element waardoor twee gedeelde stukken zilver (beeld van de liefde) tot een geheel worden gesmolten. De vurige wens van de bruid is om één te worden met de Heer, om in eeuwigheid de hemelse huwelijkse staat met Hem te bezitten, om als koningin te zitten op Zijn troon, om met Hem het aardrijk erfelijk te bezitten en te regeren. ja, 'vele wateren kunnen de liefde niet blussen en rivieren spoelen haar niet weg.'
Water en vuur zijn twee vijandige elementen. Is vuur het beeld van de liefde, dan is het water beeld van haat en vijandschap. In ons dagelijks leven ervaren we dikwijls dat onze naastenliefde slechts een vonkje is, dat spoedig door een koele bejegening gedoofd of geblust kan worden. Ook is onze liefde tot de Heer niet immer en brandend, eerder een smeulend vuur, hoewel hopelijk onuitblusbaar. We hebben altijd de werking van de Heilige Geest nodig, die als de olie het vuur van onze liefde aanwakkert. Het is Zijn werking die de smeulende vlam tot een ware vuurvlam van hartstocht voor de Bruidegom maakt.
Overwinning
In het evangelie lezen we meerdere malen van mensen die wel de Heer wilden volgen, maar niets prijs konden geven. De rijke jongeling hing bijvoorbeeld teveel aan zijn rijkdom, waardoor hij verhinderd werd om het koninkrijk Gods in te gaan. Door heel de Schrift kunnen we de les vinden die gegeven wordt aan een ieder die de Heer wil dienen om alles te verlaten en Hem te volgen. Abraham moest alles verlaten voor het land dat God hem wijzen zou; Israël moest de vleespotten van Egypte verlaten om na 40 jaren het beloofde land in te gaan.
Daarom heeft de Heer bevolen dat wie Hem dienen wil, de dingen dezer aarde zou bezitten als niet bezittende en door deze levenswoestijn moet trekken zoals Hij ons leiden wil om uiteindelijk in het hemelse Kanaaän te kunnen komen. Velen echter hebben wel de hand aan de ploeg geslagen, maar hebben achterom gekeken en gelijk Israël begeerde weer te keren naar Egypte en gestraft werd, zijn ze bezweken op de weg. Het vuur van de liefde werd spoedig geblust door de lust der aardse dingen. De bruid echter heeft alles verlaten om des Heren wil en kan daarom uitroepen: 'Al bond iemand alles wat hij bezit voor de liefde, smadelijk zou men hem afwijzen.' Dit is haar overwinningsjubel!
De bruid moet zichzelf eigen maken, wat we vinden in Rm.8:38,39: 'Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here.'
Hebben wij allen bij het opklimmen van de geloofsladder het al zover gebracht dat wij alles kunnen prijsgeven om de wil van de Heer?
Hebben wij Hem zo lief?
Is onze liefde zo sterk dat Hij, en Hij alleen, de hemelse Bruidegom, het voorwerp is van ons leven waarom wij leven?
Is onze begeerte zo sterk dat we dag en nacht verlangen, bidden en smeken om Hem te zien en Hem persoonlijk te bezitten?
De Geest geve dat wij meer en meer volmaakt worden in heiligmaking en liefde en ons gedurig gebed moet zijn: 'Kom Heer Jezus, ja kom haastelijk!' R.v.K