HOOGLIED 1:9-12
Vers
9: De Bruidegom aanschouwt in Zijn grote liefde Zijn
terugkerende Bruid, die zich met zielsbegeren weer
tot haar Bruidegom zal wenden.
Hij roept haar, als het ware van verre toe: "Mijn
vriendin, Ik vergelijk u bij de paarden aan de wagen van. Farao”. Immers toch,
deze paarden stonden bekend als de edelste strijdrossen van de machtige koning Faro.
Hiermee drukt Koning 'Jezus' Zijn Goddelijke mening en
waardering uit over Zijn eerstelingvolk, dat de raad van apostel Paulus (Efeze 6:10-18) tracht op te volgen, door de gehele wapenrusting
Gods aan te doen en het schild des geloofs te
gebruiken om de listige aanslagen van de duivel af te weren; de voeten te schoeien
met de bereidheid, van het Evangelie des vredes en
der zaligheid en de helm der zaligheid op te zetten, om daarmee haar Hoofd, (de
Here Jezus) te beschermen.
En, bovenal het zwaard (Gods Woord) te hanteren, om alle
tegenstanders te verslaan.
In vers 10 prijst de
Bruidgom haar schoonheid, om haar gevulde wangen in de spangen. Deze spangen,
gouden of zilveren ringen of plaatjes- of haakjes, zijn het middél om versierselen
aan te hechten of te bevestigen.
Deze spangen zijn dus de middelen om de schoonheid van de
Bruid, in de ogen van de Bruidegom te verhogen.
Wát zijn nu die middelen
waardoor de Gemeente van Christus zich zelf kan versieren?.
Dat is de wederliefde tot onze Heer en Heiland, welke wij
kunnen bewijzen, door de geboden van de Heer te onderhouden, en alle inzettingen
en ordeningen nauwkeurig te betrachten.
Dan zijn wij dezulken,die door
de Bruidegom schoon, genoemd worden. Zo kan de Gemeente een sieraad zijn in
Zijn Heilige ogen.
Leren wij hieruit verstaan,wat Zijn Kerk,welke gelooft gelijk de Schrift zegt, bij haar Bruidegom
wel waard is. Niet minder prijst Hij Zijn geroepen en
gezonden dienstknechten, welke Hem trouw dienen en de Gemeente verzorgen, door
deze te vergelijken met de hals, welke het lichaam met het Hoofd (Christus)
verbindt.
Vooral het paarlen snoer, waarmee
de hals omhangen en versierd is.
Paarlen
zijn het beeld van geestelijke gaven, welke elke dienstknecht zal ontvangen, die
zijn Heer oprecht en trouw dient in eenvoudigheid des harten; die bekent, dat hij zelf niets is, dan een werktuig, hetwelk God wil
gebruiken en heeft verkoren om Zijn Gemeente op te bouwen, in de liefde van,
God, en toe te bereiden tot een volmaakte vrouw (Gemeente zonder, vlek of
rimpel in de grote dag van des Heren wederkomst)
In vers 11 merken wij op, dat onze God steeds bezig is, om Zijn Bruid te volmaken, als de
Heiland zegt: “Wij zullen u gouden spangen maken met zilveren stipjes”.
Verstaan wij ook de bedoeling hier van? God wil de
wederliefde van de Zijnen nog meer en duidelijker doen uitkomen, door de waarheid
(het goud) te versieren met zilveren stipjes.
Zoals het goud de type is van de
Goddelijke waarheid, zo is het zilver de type van de Goddelijke liefde.
God wil dus hiermee zeggen, dat deze beide sieraden bij
de Bruidsgemeente door een ieder worden ontdekt, dat zij in de ogen van alle
vrouwen (Christelijke Kerkafdelingen.) een sprake Gods zal zijn, de ware Sulamith, de enige harer
moeder, zoals Hooglied 6:8, het zo schoon uitdrukt: “Er zijn zestig koninginnen
en tachtig bijvrouwen en maagden zonder getal; een enige is Mijn duive, Mijn Sulamith, Mijn volmaakte.
EEN
ANDER TAFEREEL:
Vers 12. TERWIJL DE KONING
AAN ZIJN RONDE TAFEL IS GEEFT MIJNE
NARDUS HAREN REUK.
De Heilige Geest openbaart ons een schoon
geheimenis en geeft ons inzage in het werk van God de Vader, God de Zoon, en God
de Heilige Geest.
Immers toch zo was het Woord van de Heer:"Mijn Vader
werkt tot nu toe en Ik werk ook”
Wij leren uit de Apostolische brieven, hoe de drievuldige Godheid werkt.
In Efeze 2:19 zegt apostel Paulus: "Zo zijt gij dan niet meer
vreemdelingen, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods”
HUISGENOTEN GODS, kinderen van die grote God, door het verlossingswerk
van Christus, waardoor wij, omdat wij ons geloof hebben gegrond op het
fundament van Apostelen en Profeten, en de leer der Apostelen, hebben behouden,
God onze Vader mogen noemen.
Het is bijna ongelooflijk, dat wij, Apostolische kinderen,
door de doop met water en de doop met
de Heilige Geest, en door de opvoedende kracht van Koning Jezus, nu zijn
geworden HUISGENOTEN GODS.
Dat wij nu gerechtigd zijn om, met de Koning, aan de
ronde tafel te zitten. En waarlijk, geachte Broeders en zusters, elke eerste dag
der week genieten wij dat grote voorrecht.
In de Geest aanschouwen wij deze heilige Godsvergadering, alwaar wij weten, op grond van Zijn Woord:"Waar
twee of drie in Mijn Naam vergaderd zijn, daar ben Ik in het midden", dat
Koning Jezus aanwezig is.
Daarom buigen wij ons eerst neder, en bekennen dat wij
gezondigd hebben, en zó niet voor die
alwetende Koning kunnen verschijnen. Eerst verlangen wij om gereinigd te worden
van al onze smetten en zelf onze schuldenaren te vergeven, zodat wij na de
belijdenis zeker weten, door de vrijspraak door het ambt der verzoening in de
driemaal Heilige Naam, geheel rein te zijn om nu voor den Koning te verschijnen.
Nu mogen wij tot Hem naderen, sprekende door de dienstdoende priester, die als onze
vertegenwoordiger in het voorgebed tot onze Koning Jezus gaat met onze
dankzeggingen en met onze noden, die hij bij Hem bekend maakt en Die ook voor
ons bidt.
Maar ook mogen wij zelf in onze lofpsalmen en gezangen Hém, onze geliefde Koning, loven en
prijzen voor al de onuitsprekelijke zegeningen van Hem voor ons en ons gezin
ontvangen; voor de gezondheid, voor de uitredding en voor alle bewijzen van
liefde, die Hij aan ons in de voorbij
gegane dagen weer bewezen heeft.
Maar wij willen deze dankbaarheid niet alleen met woorden
bewijzen. Wij willen onze Koning, onze God vereren met de eerstelingen onzer
inkomsten (Spr:3:9).
Niet om de beloften van Spr.3:9,
welke ons in het volgende vers gegeven worden namelijk dat onze schuren met
overvloed vervuld zullen worden en de perskuipen van most zullen overlopen.
Neen, daarom zullen wij dat eerstelingwerk niet
verrichten, maar we brengen Hem, onze Heer,dit heilige deel,omdat
Hij zich voor ons geheel ten offer gebracht heeft, en wij nu weten, dat wij met
zulk een geloofsoffer, in gehoorzaamheid gebracht, Hem kunnen vereren.
Daarom zal dit offer ook niet
verminkt mogen worden, want dat zal Hem niet welgevallig zijn! Lees
daartoe aandachtig Mal.1:6-14.
Wederom keren wij ons tot het woord van Paulus: “Wij zijn
huisgenoten Gods”. Wij kunnen ons nog maar zo moeilijk voorstellen, dat wij ons
nu in die heilige Gods-vergadering mogen nederzetten aan
de ronde tafel, zoals Hooglied 1:12 ons dit
voorstelt, en waar Koning Jezus tot ons spreekt.
In Lukas 10:1.zegt de Heer tot Zijn knechten: ”Die u hoort, hoort
Mij".
Wij horen dus Zijn woord uit de mond van de priesters,die
ons de volle raad des Heren verkondigen, waardoor wij onderwezen worden,hoe wij die weg der waarheid zullen bewandelen om het
einddoel te bereiken, opdat Zijn volk de kroon der overwinning zal verkrijgen, waartoe
allen door God, zijn geroepen.
Het grote moment van deze heilige bijeenkomst, deze
Goddelijke vergadering, is toch wel, de heilige dis,waartoe
onze Heer en Heiland Zijn duur gekochte kinderen uitnodigt, om door deze geestelijke
spijs en drank, gevoed en gelaafd te worden. (Lees daarom vooral het Evangelie
van Johannes het zesde hoofdstuk, waarin Hij
tot allen spreekt in vers 48-51 en in vers 53 nadrukkelijk: "Voorwaar, voorwaar, zeg Ik ulieden, tenzij gij het vlees van de Zoon des mensen eet en Zijn bloed drinkt,
zo hebt gij geen leven in uzelve”.
En, in vers 54: “Die Mijn
vlees eet en Mijn bloed drinkt,die heeft het eeuwige leven,en Ik zal hem opwekken ten uiterste dage”.
En in vers 55:
"Want Mijn vlees is waarlijk spijs en Mijn bloed is waarlijk drank"
In deze heilige dienst wordt de innigste liefde van de Bruidegom
tot de Bruid, gesmaakt.
In vers 56 zegt de Heer:
"Die Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem"
Daardoor wordt de Bruid één met de Bruidegom en wordt de
Bruid been van Zijn been en vlees van Zijn vlees. Verschillende malen spreekt
de Heer in dit hoofdstuk: ”en Ik zal hem opwekken ten uiterste
dage”.
En wij verstaan hieruit, dat allen die deze spijs en
drank genoten hebben, vanaf het begin van de eerste Apostolische Kerk, ten tijde
van die uiterste dagen, dat is in de grote dag van de wederkomst des Heren, verenigd
zullen worden (levenden en ontslapenen) en op zullen varen naar de hemel, om op de bruiloft des Lams, als de Bruid
met de Bruidegom door het geestelijke huwelijk één te worden, waardoor de Bruid
zal zijn als de Bruidegom.
1Johannes 3:1-2 zegt: "Zie
hoe grote liefde ons de vader gegeven heeft, nl. dat
wij kinderen Gods genaamd zouden worden.
Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent.
Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods,en het is ons nog niet geopenbaard,wat wij
zijn zullen, maar wij weten als Hij geopenbaard zal zijn,wij Hem zullen gelijk wezen, want wij zullen Hem zien gelijk Hij is.
Zie hier het grote geheimenis van het aanzitten met de
Koning aan de ronde tafel.
Wanneer wij nu het bovenstaande aandachtig hebben
gelezen, dan zal het slot van het 12e vers van
Hooglied 1 gemakkelijk begrepen kunnen worden.
Het spreekt vanzelf,dat ieder apostolisch opgevoed lid van de Kerk, onderwezen zijnde in
de Schriften,dit getuigenis als een uitnodiging van Koning Jezus opgevat
hebbende, terstond zal begrijpen,welk een grote eer hem, of haar is te beurt
gevallen; waarom hij of zij als antwoord: “0p zulk een
liefdes openbaring, het aller kostelijkste wat hij of
zij bezit, op een passende wijze zal aanwenden om de heiligheid van de sfeer
van deze Godsvergadering te verhogen.
Wij hebben hiervan zulk een heerlijk stukje geschiedenis
in Joh.12:1-3.
Te Bethànië, in het huis van
Maria en Martha, alwaar ook Lazarus was,die door de Heer uit de doden, was opgewekt. Daar kwam de
Heer Jezus met Zijn discipelen. Maria had geluisterd naar de liefdetaal van haar
Jezus. Zij had de diepte van deze schone klanken uit de mond van die
wonderlijke Leraar begrepen. Zij staat op en wil terstond
deze Goddelijke uitnodiging beantwoorden, met een liefdedaad. Zij neemt een
kruik, gevuld met kostbare onvervalste nardus en zalft de voeten van haar
Meester en droogt deze met haar haren af. En er staat geschreven: "Het
huis werd vervuld van de reuk der zalf."
Wanneer er zulk een sfeer in onze Godsvergaderingen
heerst, dan wordt de Heilige Geest in ons opgewekt. Deze maakt ons vaardig om, in
de Naam van Koning Jezus, de gedachten des hemels op de aarde te openbaren door
ons sprekende in verborgenheden of van toekomende gebeurtenissen,waarin wij de stem, van onze Koning Jezus mogen horen door
de profetie. (Openb.19:10) “Want de getuigenis van Jezus is de Geest der Profetie”.SdJ