HET HOOGLIED

Hoofdstuk 4B

Vers 8:

“Bij mij, van de Libanon af, o Bruid!, kom bij mij van de Libanon af; zie van de top van Amana, van de top van Senir en van Hermon, van de woningen der leeuwinnen, van de bergen der luipaarden.”

 

De Libanon bevond zich in het Noorden van Palestina, en vormde de grens tussen de erve van Israël en het heidendom.

Libanon betekent: blinkend wit; Amana betekent: grensvesting of: ene bevestiging.

De Bruid wordt vergaderd vanuit de gelovigen, gekocht uit de mensen tot eerstelingen Gode en het Lam. Dáárom moeten zij vergaderd worden.

De Here Jezus zei: ”Hij, de Zoon des mensen, zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, -stemmen, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen.”

Van de Libanon werd het cederhout gehaald dat dienen moest voor de opbouw van de Tempel. Máár, het moest eraf; van de Libanon af moest de Bruid bijeenvergaderd worden.

Van de top van Amana: Lid der kerk te zijn, van de erkende kerk, het mag voor velen zoet zijn en genoeg wezen zodat men zich van elk onderzoek naar de waarheid afmaakt door te zeggen: ”ik ben lidmaat”, op zijn best genomen geeft dat het recht om, als het nodig is, te genieten van de kerkelijke liefdadigheid, doch het geeft geen recht om te behoren tot de Bruid of het ontvangen van de toekomende erfenis.

Amana was eveneens een grens tussen de erve van Israël en het heidendom.

De heidenen uit Syrië moesten die vesting voorbij als zij in de erve van Israël wilden komen. Maar, ook het verbondvolks zag van daaruit naar de heidenen.

Amana moest dus verlaten worden want anders was er een groot gevaar om belust te worden op de onbesneden volkeren, dat wil zeggen, om lust te krijgen naar de wereld en haar begeerlijkheden en dan eerst te vragen: ” wat zullen wij eten en drinken, en waarmede zullen wij ons kleden”, in plaats van eerst het koninkrijk Gods te zoeken.

Senir betekent pantser, en Hermon betekent verwoesting of sneeuwberg.

Kom daar af.! Trek dat pantser uit.! Het is daar woest.!

Naar die plaats zond men de verbannenen, die daar dan als ingepantserd zijn; daar is gevaar want de leeuwinnen en de luipaarden huizen daar. Zij vermoorden en verscheuren u als gij daar blijft. Gij hoort daar immers niet thuis. Uw hart blijft koud en onbevredigd. Indien gij behouden wilt, dan zult gij voor tijd en eeuwigheid verliezen. Hoort naar de roepstem: "Kom, Kom af.!" Als gij daar blijft, dan zult gij het hoogste goed verliezen, namelijk, om te mogen behoren tot de Bruid des Lams.

Achter dat gebergte woonden de kinderen Ammons, waarvan de Heer tot Mozes had gezegd: “Beangstig die niet, en meng u met hen niet, want Ik zal u van het land der kinderen Ammons geen erfenis geven omdat Ik het aan Lots kinderen gegeven heb.”

De Ammonnieten waren de vijanden van Israël, en ook woonden daar de Amzummieten, die gerucht maken. verge. Deuteronomium 2:18-21.

Wie, en wat die leeuwinnen en luipaarden zijn, dat zeggen ons de Bijbelplaatsen zoals: Jeremia 5:6; Ezechieël 19:2-6; Daniel 7:6.

Vers 9:

”Gij hebt mij het hart genomen ,mijn zuster, o, Bruid.! Gij hebt mij het hart genomen met een van uwe ogen, met een keten van uwen hals.”

Wat ogen zijn, dat weten wij reeds; maar, hier is het één oog.!

Wélk oog.?

Het eerste, waardoor de Here Jezus op het volk zag, het eerste, waardoor Hij Zijn Bruid leidde, dat was het Apostelambt.

Met een keten van uwen hals. Vergel. Vrs 4.

Ketens en paarlen zijn het beeld van mannen, die aan de opzieners de besluiten van de apostelen getrouw en duidelijk overbrachten.

Zo vinden wij in de Heilige Schrift mensen zoals Judas en Silas, Timotheus, en anderen, die zulks als afgevaardigden deden door woord en geschrift.

Vers 10:

”Hoe schoon is uw uitnemende liefde, mijn zuster, o Bruid.!; hoe veel beter is uwe uitnemende liefde dan wijn, en de reuk uwer oliën dan alle specerijen.”

Vers 11:

”Uwe lippen, o Bruid, druppen van honingzeem; honing en melk is onder uwe tong, en de reuk van uw klederen is als de reuk van Libanon.”

De liefde van de Bruid is uitnemend schoon. In plaats van vreugde te zoeken, verkiest zij het om de smaadheid des Heren mét Hem te delen en wil zij, om Zijnentwil , zoals het de wil van God wil, lijden, want zij zal ook met de Heer verheerlijkt worden.

Hij prijst haar hier reeds, dat deze haar liefde, de vrucht van Zijn liefde tot haar 1 Johannes 4:10, beter is dan wijn en haar oliën beter dan alle specerijen.

Oliën zijn het beeld van de gaven van de Heilige Geest. De Heilige Geest in zich te laten inwerken, is meer dan welriekende specerijen. 2 Korinthe 2:14,15 en -Galaten 5:22.

Uwe lippen druppen van honingzeem.

De lippen zijn het beeld van het Priesterambt, want deze hebben de wetenschap te bewaren. Maleachi 2:7. Hún getuigenis is zoet als honing.

In Psalm 19:9-11, wordt van de bevelen en de rechten des Heren gezegd, dat zij begeerlijker zijn dan goud en zoeter dan honing en honingzeem. Lieflijke redenen zijn een honingraat, zoet voor de ziel. Spreuken 16:23,24.

Honing en melk is onder uwe tong:

In Psalm 57:5, is de tong het beeld van een wreed mens.

In Openbaring 16:10, zijn het tongen die gekauwd worden; deze tongen waren de woordvoerders van het beest.

De tong kan een moordend en verdervend wapen zijn: Psalm 120:2-4; een gesel: Job 5:21; de tong is een vuur: Jacobus 3:6.

Maar, óók een werktuig, waardoor veel goeds gedaan wordt: de tong des rechtvaardigen vermeldt wijsheid: Psalm 37:30; goede redenen opgevende kan zij als de pen van een vaardige schrijver zijn: Psalm 45:2.

Dood en leven zijn in haar geweld: Spreuken 18:21; zij kan zilver zijn: Spreuken 10:20; zij kan het gebeente breken: Spreuken 25:15; haar medicijn, woord, kan een boom des levens zijn: Spreuken 15:4; leer der goeddadigheid geeft zij: Spreuken 31:26.

De tong is het orgaan waarmede gesproken wordt; de woordvoerders van de gemeente, evenals die van de anti-christ, zijn deszelfs tongen. De één is als een bloot zwaard, en de ánder zoet als honing.

De reuk uwer klederen is als de reuk van Libanon:

Deze klederen zijn de klederen des heils: Jesaja 61:10; de geur derzelve is als de lieflijke geur van Libanon: Hosea 14:7; 2 Korinthe 2:14-16.

Vergelijk hiermede wat er over de geur van de cederen die op de Libanon groeiden, gezegd is aan het slot van hoofdstuk 1.

Werken der liefde kunnen ook gedaan worden door heidenen, joden en ongelovige protestanten, en zij zijn reeds een geur, ja een lieflijke reuk, maar de reuk van de klederen van de Sulamith is een hemelse, want die komt van boven en keert naar boven.

Vers 12:

“Mijne zuster, o Bruid.!, gij zijt een besloten hof, een besloten wel, een verzegelde fontein”.

Een besloten hof, afgeschut en ingesloten door een muur. Cfr.Jesaja 5:1-7 met Mattheus 21:33-46b, en Markus 12:1-12; Lukas 20:9-19.

De Sulamith is het Hemelse Jeruzalem Cfr. Psalm 125:2; hier op aarde nog verborgen, maar straks in haar volle luister geopenbaard.

In deze hof bevind zich die besloten wel, en verzegelde fontein. De Here God Zélf is de springader des levendes waters: Jeremia 2:13; de rivier Gods is vol van water Psalm 65:10.

De beekjes uit deze rivier verblijden de stad Gods, de woningen van de Allerhoogste Psalm 46: 5,6.

Al Mijn fonteinen zullen binnen u zijn, dat wil zeggen, binnen Sion: Psalm 87:7.

Mozes vermeld ons in de beschrijving van het Paradijs:

”En ene rivier was voortgaande uit Eden, om deze hof te bewateren, en werd vandaar verdeeld in vier hoofden.” Genesis 2:10-14.

Door de Zoon des mensen, de Here Jezus, Die de wérkelijke rivier van het water des levens is; Die het leven heeft in Zichzélf, Johannes 5:26, wordt het water in de geestelijke hof gebracht.

De vier stromen die uit Hem vloeien omdat zij in Hem zijn, zijn:

Het Apostelambt; het Profetenbambt; het Evangelistenambt en het Herderambt. Cfr.Hebreeen 3:1; Johannes 10:36; Jesaja 61:1-3 met Jesaja 42:1-3 en Lukas 4:17-22; Ezechieël 34:23; Joël 2:33; Deuteronomium 18:15,18.

Uit en door Hem komt het water des levens in mensen, want, wie in Hem gelooft gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit hem vloeien. Johannes 7:38; Johannes 4:14.

vergelijk Hebreeën 4:11 met Openbaring 4:7.

Hij heeft gegeven: Apostelen, Profeten, Evangelisten, Herders.

Het bezitten van Profetische gaven maakt iemand nog geenszins tot een profeet; de profeet is een ambtsdrager, behorende bij de andere ambten.

De vier rivieren uit het Paradijs, de vertakkingen van de Hoofdrivier, voortgaande uit Eden, hebben een typische betekenis voor het Nieuwe Verbond.

De naam van de éérste rivier luidt: Pison.

Deze naam betekent: grote verspreiding van wateren, of uitgietende stroom. Deze rivier omliep het ganse land van Havilla, wat betekent: voortbrengende met smart. In het land Havilla werd goud gevonden en het goud van dat land was goed; daar was ook de steen Bedolah en Sardonix.

In het begin waren het de Apostelen die door handoplegging de Heilige Geest mededeelden, met andere woorden, of nog beter gezegd: de Here Jezus doopte door middel van Zijn Apostelen met de Heilige Geest en met vuur.

Hoeveel kostelijke edelstenen werden er niet in de eerste gemeente gevonden.

Maar ook nú wordt in het land van Havilla, dat wil zeggen dáár, waar de Pison stroomt, waar het Apostelambt werkzaam is, niet tevergeefs naar edelstenen gezocht.

Volgens sommigen is de Bedolah het kristal, weer anderen houden hem voor een parel. De Bedolah is doorschijnend, of half doorschijnend en wordt gebruikt voor de vervaardiging van geslepen glaswerk of glazen voor verrekijkers.

De Sardonix is de Schoham of Smaragd, Job 28:16, wat dezelfde is als de Beryl.

De Sardonix is een edelsteen die uit veelkleurige lagen bestaat en die gesneden wordt uit de Onyx, die weer een variëteit is van de Chalcedon.

Wanneer de Sardonix evenwel slecht twee kleuren had, dan heette hij: camaien.

De naam van de tweede rivier is Gihon

Gihon betekent: met geweld doorbrekende, zich een baanbrekende stroom.

Deze rivier is het beeld van het Profetenambt.

De profeet en de profeterende personen worden gedreven door de Heilige Geest. Denken wij hierbij aan de watervallen die dikwijls in de rivieren voorkomen. Welke een geraas, en welk een kracht.

Deze is het, die het ganse land Cush omloopt; Cush betekent: warmte, zwart, maar ook betekent het: ontijdiggeborenen.

Zulke gelovigen worden door de profetie opgekweekt tot flinke krachtige Bruidsleden. Vergel. 1 Korinthe 15:8.

De Bruid noemt zichzelve zwart. Tot haar behoren ook vele, reeds ontslapenen. Er is gemeenschap der heiligen. De Protestantse en de Gereformeerde Kerk belijden: ”Ik geloof in de gemeenschap der heiligen”, máár, ervaring hiervan heeft zij niet.

De Roomse Kerk heeft er een idool van gemaakt. De andere kerken en gelovigen denken alleen aan hemel en hel. Dat er echter een Hades, Hebreeuws ”Scheool”, is, daarvan wil men niets of zeer weinig van weten.

Het is wel jammer dat in onze Bijbelvertaling daarop niet beter gelet is want dan zouden vele uitspraken van de Heilige Schrift niet zo verkeerd verstaan worden zoals nú zo dikwijls gebeurt. En, men zou zich niet zo, tot afgrijzens toe, verbazen, indien deze zaken die in de Schrift worden genoemd, aan hen verteld worden.

De profetie is een licht, ook daarin en daarover, en, deze krachtige stroom, die neerstort van de eeuwige heuvelen, breekt zich een baan tot in de Hades aan toe.

De naam van de derde rivier is:Hiddekel,

Hiddekel betekent: snelle stroom.

Deze rivier is het beeld van het Evangelistenambt en deze rivier is gaande naar het Oosten van Assur. Deze naam Assur betekent: een stap, of: de gelukkige, of: helper.

Eén van de zonen van Cham heette Cush. Uit deze Cush werd Nimrod geboren, Genesis 10:6-11 van wiens Rijk Babel het begin was.

Dit volk, namelijk de Babyloniërs, was een afgodisch volk. Twéé godheden werden door hen vereerd: Bel of Belus, ook wel Baal genoemd. Dit was de opperste God waarvan de zon of de planeet Saturnus het zinnebeeld was. De godin van de vruchtbaarheid heette Mylitta; deze Mylitta werd door de maan of door de planeet Venus vertegenwoordigd.

In hun eredienst speelde de ontucht een zeer voorname rol, want elke vrouw was verplicht om tenminste eenmaal in haar leven zich in de tempel van Mylitta aan de hartstochten van een vreemde man over te geven. zie Herodotus I, 199.

Het nieuwe Babel, waarin de Hiddekel stroomt, dat wil zeggen het Evangelistenambt dat naar buiten werkt, is ontuchtig, vijandig tegen het volk van God. Hoe zwaar is de strijd daartegen. Men acht zichzelf gelukkig en men kan zichze lf helpen zonder te weten: er is slechts één stap voor nodig om ons van al dat ingebeelde te beroven.

De naam van de vierde rivier is Frath:

Frath betekent: vruchtbaar, of zoetwaterstroom. Deze rivier is het beeld van het Herderambt.

Zoet water maakt vruchtbaar; en, van deze stroom wordt gezegd dat hij zal geslagen worden en uitdrogen opdat de weg der koningen die van de opgang der zon komen, bereid wordt. Openbaring 16:12.

Deze koningen zijn het eerstelingsvolk dat de beloof erfenis zal aanvaarden en deelachtig worden.

Zó wil de Heilige, Drievuldige God, Die de bron en de oorsprong van alle geestelijke zegeningen is, Zich openbaren door, in en aan de mens.

In vier hoofdtrekken waren de karakters gerangschikt: Cholerisch, Sanguinisch, Flegmatisch, en Melancholisch.

De factoren van de menselijke gaven komen hiermede geheel overeen, namelijk: wil, fantasie, verbeeldingskracht, verstand, en gevoel.

De Here God wil, dat deze gaven die door Hem Zélf aan de mensen zijn gegeven, stromen van levend water zijn waardoor wederom anderen gedrenkt worden. Dáárom gaf de Here Jezus dien ambten aan Zijn gemeente opdat alle vertakkingen van de verschillende temperamenten bereikt zouden kunnen worden en allen daardoor het water des levens zullen kunnen drinken.

De gemeente is als een hof waarin bomen, planten en gras groeit, en, deze allen hebben behoefte aan het levenswater.

Wanneer de Heilige Geest begaafde personen besproeit, als de stroom van het levende water, dan komen er allerlei gaven tot openbaring en is er frisheid, evenals in een tuin, waarin na een langdurige droogte een verkwikkende regen neervalt; en hoe lieflijk geurt dan dit alles.

In de zee en in sommige rivieren, is de eb en de vloed waar te nemen; door opeenhoping van het water wordt het vloed, en wanneer het water weer afneemt dan wordt het eb.

De oorzaak van de eb en de vloed ligt in de aantrekkingskracht van de zon en de maan. Newton was het vergund om dit verschijnsel uit de ongelijke aantrekking van de maan op de verschillende delen van de aarde, te verklaren. De regelmatige op- en neergaande beweging van de zee, die zozeer gelijk op de beweging van het dierlijke lichaam, veroorzaakt door de ademhaling, versterkte sommige van de Ouden in de mening dat de aarde een bewerktuigd en levend wezen moest zijn.

Vertonen nu de zon en de maan zich in dezelfde, of, juist in tegenovergestelde richting, bij een nieuwe maan heeft het eerste bij volle maan het laatste plaats, en dan zullen de beide lichamen gelijktijdig eb en vloed veroorzaken. Deze vloeden worden dan springvloeden genoemd.

Bij de kwartiersmaneschijn, valt de eb van de zon met de vloed van de maan samen, en de vloed van de zon met de eb van de maan.

Dit heet dan “dode” getijden omdat het water in rijzing en daling niet half die verandering ondergaat zoals bij de springvloeden.

Zó openbaart de Here God in de éne tijd meer Zijn kracht dan in de andere tijd.

Wanneer de Here God Zijn zegeningen intrekt, dan zal er dorheid en matheid en een roepen om water zijn.

Vers 13-16a:

“Uwe scheuten zijn een paradijs van granaatappelen, met edele vruchten, cyprus met nardus; nardus en saffraan, kalmus en kaneel, met alllerlei bomen van wierook, mirre en aloë, mitsgaders alle voornaamste specerijen.”

Deze edele vruchten, scheuten van de Sulamith, zijn wat smaak en geur betreft algemeen in de huishouding bekend.

Zo ook zullen zij, als de gaven van de Heilige Geest, aan ieder oprecht Christen, en in het bijzonder aan alle eerstelingen, bekend zijn als een smakelijke spijs.

“O, fontein der hoven, put der levende wateren, die uit Libanon vloeien.! Ontwaak, Noordenwind, en kom gij Zuidenwind.! Doorwaai mijnen hof, dat zijn specerijen uitvloeien”.

De Bruid wordt een “Hof” genoemd. Dat, wat er in die hof groeit, is de Paradijsvrucht en dat is het edelste, het beste, het geurigste, dat bedacht kan worden. Cfr.1 Korinthe 12:7-11; Galaten 5:22.

Deze hof moet doorwaait worden zodat de specerijen uitvloeien. De winden zijn typen van de levende God en de alles doordringende Geest. Genesis 5:3; Handelingen 2:2; Johannes 3:8.

Machtige koninkrijken worden met winden vergeleken, Jeremia 4:11-13, waardoor Gods volk gezuiverd wordt.

Assur lag ten Noorden en Egypte ten Zuiden van Gods erfvolk.

Deze twee winden gebruikte de Here God dikwijls tot straf en kastijding van Zijn volk. Wanneer men in de wereld alles bezit, dan wordt men niet zelden van God áfgetrokken; en, zoveel van de wereld te genieten dat maakt de christen lauw.

Kastijdingen schudden wakker en verdrijven de wereldzin en maken nuchter.

Zij zijn geen zaak van vreugde, maar geven voor hen die er door geoefend worden vreedzame vruchten van gerechtigheid.

Winden zijn het beeld van bedieningen en van leer, Efeze 4:14, te vergelijken met Efeze 4:11,12 en Hebreeën 1:7.

Het kunnen zowel goede als kwade bedieningen zijn: Hosea 8:7.

De Noordenwind is koud en droog en weinig vruchtbaar. Spreuken 25:23.

De werking van deze wind is echter heilzaam want zij dood het ongedierte en verfrist de lucht. De wil is koud en dodend voor het gevoel.

De Zuidenwind is warm en verwekt het ongedierte, en, wanneer deze wind altijd zou waaien dan zou alles te weelderig worden en daardoor de oogst mislukken.Het gevoel moet niet altijd spreken.

Alle vier de winden zijn nodig; ook de Oostenwind is koud en droog. Het verstand redeneert, waardoor ook het water opdroogt.

De Westenwind is koel en vochtig; het gevoel, het gemoed, is beweeglijk.

De Here God doet over Zijn volk goede en kwade tijden komen tot hun heiliging en hun behoudenis opdat Zijn koninkrijk kome.

Onze Immanuel zoekt immers het beste voor Zijn Sulamith, en, dit erkent zij.

Omdat het alles uit Hem is, moet ook alles weer tot Hem wederkeren, en daarom begeert zij:

Vers 16:

”O, dat mijn liefste tot Zijnen hof kwame en ate zijn edele vruchten.”

Bereidt U, de Heer komt.!

Vervolg: aflevering 5