Lijst van verklarende beelden die in het Hooglied en ook op andere plaatsen in de Heilige Schrift, voorkomen.

Amana: grensvesting, scheiding door aanneming.Hooglied 4:8.

Balken:

Ambten der gemeente. Hooglied 1:17.

Bedstede:

De inzettingen des Heren; Hooglied 1:16 en 3:1;

Bergen:

grote rijken en kerkafdelingen. Daniel 2:44; Micha 4:1; Openbaring 17:9.

Bether:

scheidsbergen, geloofsbelijdenissen; Hooglied 2:17;

Bloemen:

begaafde personen; Hooglied 2:12;

Bomen:

Bedieningen; Richteren 9; Jeremia 11:19. Daniel 4-10; Mattheus 3:10;

Borsten:

ambtsdragers; 1 Korinthe 2:2; Hooglied 4:5;

Cederen:

Koningschap; Richteren 9:15; 2 Koningen 14:9; Hooglied 1:17;

Cipressen:

schoonheid met bitterheid vermengd; Hooglied 1:17;

Damaskus:

bloedbeker, beeld van Babel; Hooglied 7:4;

Dochteren Jeruzalems:

gelovigen; Hooglied 3:5; Lukas 23:28;

Dorpen:

beeld van onveiligheid, gelovigen zonder beschutting; Hooglied 7:11; Leviticus 25:31;

Fonteinen:

levend water; Psalm 36:10; Hooglied 4:12,15; Johannes 4:14;

Flessen:

vatbare personen; Hooglied 2:5; Klaagliederen 4:2;

Galerijen:

hoogten waarop de gelovige staat; Hooglied 1:17;

Geiten:

ontwikkelde en met profetische geest begaafde personen; Hooglied 1:8 en Hooglied 6:5.

Goud:

de waarheid Gods; Openbaring 3:18;

Gras:

het volk; Jesaja 40:7; 1 Petrus 1:24; Openbaring 8:7;

Haar:

profetieën; Hooglied 4:1; vergel.m.Numeri 6.

Hals:

Opzienersambt; Hooglied 1:10 vergelijk met Ezechieël 16:11-13.

Hermon:

verwoesting, sneeuwberg, beeld van verlatenheid Hooglied 4:8.

Heupen:

het wel ingerichte Evangelistenwerk; Hooglied 7:1;

Heuvelen:

kleine rijken en kerkafdelingen; Hooglied 2:8;

Hof:

verzekering, veiligheid. Hooglied 4:12;

Hof:

Paradijs, Hades; Hooglied 6:2; Lukas 23:43 ;Hebreeën Tekst.

Kloven:

Belijdenisssen; Hooglied 2:14; Vergelijk met Mattheus 16:18; 1 Korinthe 10:4;

Kussen:

Uiting des levens; Psalm 2:12; Hooglied 1:2;

Leger:

gemeentelijke inzettingen; Hooglied 3:1;

Lelie:

oprechtheid en schoonheid; Hooglied 2:16; Mattheus 6:28,29;

Libanon:

blinkend wit; heerlijkheid en grootheid.Jesaja 35:2; Jesaja 40:16; Jesaja 60:13;

Lichaam:

gemeente; Efeze 1:22,23, Efeze 5:30;

Linkerhand:

steun, profetenambt; Hooglied 2:6; Hooglied 8:3;

Lippen:

bewaarders der wetenschap; Hooglied 4:3; Maleachi 2:7; (priesterambt)

Maagden:

kerkafdelingen; Mattheus 24:1-13;

Medgezellen:

predikers; Hooglied 1:7; Hooglied 8:13;

Melk:

beginselen van de Evangelieleer; Hebreeën 5:12-14; 1 Petrus 2:2;

Mirre:

bitterheid;

Moeder:

het verbond der genade dat met Abraham is opgericht: Galaten 4:22-28;

Mond:

Exodus 4:10-15;

Muur:

beschutting;

Noordenwind:

wilskarakter; Hooglied 4:16;

Ogen:

opzieners, leidslieden. Numeri 10:31; Job 29:15.

Paarden:

gemeenten; Openbaring 6:2-8;

Palmboom:

beeld v.d.rechtvaardige; Psalm 92:13;

Parelsnoeren:

versieringen van gemeenten; Hooglied 1:10.

Purper:

koninklijke heerlijkheid; Markus 15:17; Lukas 16:19.

Rechterhand:

Apostelambt; Hooglied 2:6;

Reeën:

bevalligheid, schoonheid; Hooglied 3:5;

Reeën:

weg schuilende gelovigen; Hooglied 2:7-9;

Ringen (gouden):

eeuwigdurende waarheid; Hooglied 5:14;Lukas 15:22.

Rok:

kleed der eigengerechtigheid; Hooglied 5:3;

Roos:

beeld van verkiezende liefde; Hooglied 2:1,2; Jesaja 35:1;

Schapen:

gelovigen; Hooglied 4:2; Ezechieël 34:31; Joh.10:16;

Senir:

pantser, zelfbedekking; Hooglied 4:8;

Slaap des hoofds:

profeten en profeterende personen; Hooglied 4:3b;

Specerijbedden:

de Nieuw Testamentische stammen;

Tanden:

machten, gunstig en ongunstig; Hooglied 6:6; Psalm 57:5;

Tenten:

bijeenkomsten, vergaderingen; Hooglied 1:5; Jesaja 33:20;

Tortelduif:

uitverkorenen; Hooglied 2:12; Psalm 74:19;

Vensteren:

gezichten, visioenen; Hooglied 2:9; Prediker 12:3;

Voeten:

Evangelisten en Herderambt; Hooglied 5:15; Openbaring 10:2;

Voeten:

wandelen in de zonde; Hooglied 5:3; Jesaja 39:7;

Vossen:

verdervers; Hooglied 2:15; Klaagliederen 5:18; Lukas 13:31,32;

Vijgenboom:

beeld van Gods volk; Hooglied 2:13; Mattheus 24:32;

Wagens:

voertuigen; Psalm 68:18; Hooglied 6:12;

Wangen:

inzettingen, vervullingen van werkzaamheden; Hooglied 1:10 en Hooglied 6:7;

Waterstromen:

beeld van verschillende leringen; Hooglied 5:12;

Wel:

springader van levend water; Jeremi 12:13;

Wierook:

beeld van het gebed; Hooglied 3:6; Hooglied 4:6; Psalm 141:2; Openbaring 8:3-5;

Wijn:

blijdschap van de Heilige Geest; Jesaja 25:6; Jesaja 55:1;

Zilver:

christelijke liefde; Hooglied 1:11; en 3:10a;

Zuidenwind:

gevoelskarakter; Hooglied 4:16;

Zuster-(kleine):

achtergebleven gelovigen; Hooglied 8:8;

Zwaard:

Gods Woord; Hooglied 3:8; Efeze 6:17; Hebreeën 4:12;