KORTE BESCHRIJVING

VAN DE

KERKGESCHIEDENIS PER TIJDVAK.

1e TIJDVAK: 33 - 324 JAAR NA CHRISTUS.

Efeze: Welgevallen of verlangen.

Kandelaar: OPENB. 2:1-7.

Zegel: OPENB. 6:1,2.

Bazuin: OPENB. 8:2,6,7.

Fiool: OPENB. 16:1,2.

En ik zag en zie een wit paard, Type en schaduwbeeld van de gemeente en de dienstknechten van Christus daarop, als ruiter; ZACH.10:3.

De gemeente wordt hier voorgesteld als het strijdpaard van God.

En in LUC.10:16:
"Wie u hoort, hoort Mi.j en wie u verwerpt, verwerpt Mij."

Dus verwerpen wij de ruiter , dan verwerpen wij ook God, die de ruiter heeft gezonden.

De eerste 300 jaren van de Christelijke gemeente worden afgebeeld door dat witte paard, want dat is de kleur van de rechtvaardigheid, gerechtigheid; JES.1:18.

Deze ruiter had een boog zonder pijlen; JER.9:3.

Deze ruiter is de type van de goede krijgsknechten van Jezus Christus; 2 TIM.2:3, die zondaren tot het wonderbaarlijke licht brengen.

En deze hebben door hun tong een verborgen pijl. JES.49:2.

Met deze pijl wordt de oude zondige mens gedood en kan de nieuwe mens in Christus opstaan.

En zo overwonnen deze ruiters de overheden en tegenstanders en ontvingen daarvoor een kroon.

Niet de kroon der heerlijkheid, want die wordt pas gegeven bij de wederkomst van Christus, maar de sierlijke kroon der wijsheid. SPR.4:7-9; FIL.4:1.

Uiteindelijk zullen ze overwinnen en ontvangen dan de kroon der eeuwige overwinning.

Zo werd de gemeente gewassen in Zijn bloed.

2e TIJDVAK. 324 - 622 JAAR NA CHRISTUS.

Smyrna: Mirre: bitterheid.

Kandelaar: OPENB. 2:8-11.

Zegel: OPENB. 6:3,4.

Bazuin: OPENB. 8:8,9.

Fiool: OPENB.16:3.

Mirre is een bederfwerende, geurige, doch bittere specerij en daarmee wordt een juist beeld gegeven van de Christelijke kerk van het 2e tijdvak.

Rood: Het aardsgezinde leven.

Wij zien in deze periode een rood paard.

Rood is de kleur van het bloed en is dus het beeld van het aardsgezinde leven.

In deze periode zijn er weinig Christenvervolgingen geweest, maar wel de strijd op het natuurlijke vlak.

De ruiter zat op dat rode paard om vrede weg te nemen, opdat de mensen elkaar zouden doden.

Wij zien hier dus geen dienstknechten van God, maar knechten van de taatsgodsdienst.

En daardoor hadden zij een zwaard, doch niet Gods Woord, maar het natuurlijke zwaard; JES.63:2,3; EZ.21:28 en PS. 64:4.

3e TIJDVAK. 622 - 914 NA CHRISTUS.

Pergamus: Torenbouw of Hoge Toren.

Kandelaar: OPENB. 2:12-17.

Zegel: OPENB. 6:5,6.

Bazuin: OPENB. 8:10,11.

Fiool: OPENB.16:4-7.

In deze periode van de Christelijke kerk zien wij dat rode, aardse, paard steeds duidelijker naar voren treden.

En hij maakt, dat de wateren van het leven met bloed verontreinigd worden, door het onderdrukken en doden van de kinderen Gods.

Terwijl het water, beeld van de ware leer, rein, zuiver en fris had moeten blijven. JOH.7:38 en JES.55:1.

Bloed hebben wij leren kennen als het beeld van het verdorven en natuurlijke leven.

Het evangeliewater, de leer, was bitter geworden en heeft plaats gemaakt voor zinnelijke voorstellingen, hoogmoed en bijgeloof.

Men leerde in die tijd de onfeilbaarheid van de Paus en in die slechte situatie kwam dan een einde aan een tijdvak en begon een periode van overheersing.

Zagen wij in het eerste tijdvak de ruiter op een wit paard om de vrede van God en de rechtvaardigheid van Jezus Christus te verkondigen, hier zien wij aan het einde van het derde tijdvak Paus Johannes de Tiende, in 914 na Christus, in volle wapenuitrusting aan het hoofd van een legermacht staan.

Zwart is de kleur der duisternis.

Dit is het treurige einde van de evangelieverkondiging, die met het Pinksterfeest in 33 na Christus begonnen was.

De vloek, die de mensheid hiermee op zich geladen heeft, is in het vijfde tijdvak nog vermeerderd.

Maar het oordeel Gods is over haar gekomen en zal t.z.t. nog vreselijker worden.

4e TIJDVAK. 622 - 914 NA CHRISTUS.

Thyatira: Teugelloos voorthollen.

Kandelaar: OPENB. 2:18-29.

Zegel: OPENB. 6:7,8.

Bazuin: OPENB. 8:12,13.

Fiool: OPENB.16:10,11.

Het woord teugelloos voorthollen beschrijft de aard van dit vierde tijdvak, want doordat men de Leer van Christus bijna geheel had uitgeroeid en gedeeltelijk heeft vervangen door een onbijbelse verering, kwamen de oordelen van God met een toenemende angst over de mens.

Zelfs zo, dat men absoluut geloofde in een spoedig einde van de wereld.

Door het beestachtige gedrag van mensen zijn er toen duizenden omgekomen.

Men gaf grote bedragen om daarmee een vrijbrief te ontvangen voor de oordelen van God.

5e TIJDVAK. 1215 - 1517 NA CHRISTUS.

Sardis: Overblijfsel.

Kandelaar: OPENB. 3:1-6.

Zegel: OPENB. 6:9-11.

Bazuin: OPENB. 9:1-12.

Fiool: OPENB.16:10,11.

In dit Sardische tijdvak nam de strijd op leven en dood steeds toe en hetgeen ook maar enigszins rook naar geloof in Christus moest uitgebannen worden.

Er was een alles overheersende macht, die al het overgebleven geloof wilde uitroeien, net zoals eertijds koning Herodes alle kindertjes onder de twee jaar liet doden en dacht dat hij daarmee de nieuwe Koning, Jezus Christus, gedood zou hebben.

Maar, hij moest ondervinden, dat er voor dat Kind steeds een vluchtplaats was, net zoals er in het vijfde tijdvak een Pella, dat is een vluchtplaats, voor de overgebleven Christenen, zoals de Waldenzen, de Albigenzen, en de Hussieten was.

En deze ontvluchte christenen zijn een overblijfsel, die God en Zijn Zoon Jezus Christus wilden dienen en liefhebben met geheel hun hart.

Velen hebben in die eeuwen hun geloof met de dood moeten bekopen.

6e TIJDVAK. 1517 -1815 NA CHRISTUS.

Philadelfia: Broederlijke liefde of geurige struik.

Kandelaar: OPENB. 3:7-13.

Zegel: OPENB. 6:12-17

Bazuin: OPENB. 9:13-21

Fiool: OPENB.16:12-16.

In deze periode begint de Kerkhervorming gestalte te krijgen.

God gedacht aan hen, die voor Hem streden. 2 COR.12:10.

En o.a.Luther was zo'n strijder voor de eer van God.

Hij zei: "Al waren er in Worms nog zoveel duivels als pannen op de daken, ik ga".

En hij getuigde van zijn geloof, ondanks gevaar voor eigen leven.

Het paard hebben wij leren kennen als de gemeente, dat in het 3e tijdvak zwart en in het 4e tijdperk vaal werd.

Het is thans een paard, een gemeente, met de kleur van de dood.

De Kerk, die geestelijk dood was en in dit tijdvak van de Hervorming zal voortbestaan en in zwart zal overgaan, heeft haar macht en kracht verloren om te eindigen in de grote Anti-christelijke macht.

Maar in dit tijdvak zien wij Jezus Christus, als de machtige verbondsengel, MAL.3:1, nederdalen, niet zichtbaar persoonlijk' maar nedergedaald in de leiders van de Kerkhervorming.

Want Hij was in een, getuigen, wolk gehuld, HEBR.12:1, om aan velen het Evangeliewoord te verkondigen.

Wij zien dus hier de Hervormers Gods lof verkondigen n.l.: "Uit genade kunt gij zalig worden en niet door verdiensten, (aflaten)". ROM.1:17.

Maar deze Kerkhervormers waren geen door God geroepen dienstknechten.

Luther was een voorbereider van de Apostolische Kerk, zoals ook Johannes de Doper het Godsvolk moest voorbereiden op de komst van Jezus Christus.

Zo moest Luther het volk dat zich, op enkele getrouwen na, geheel van God had terug- getrokken, voorbereiden en het Evangelie, Godswoord, verkondigen.

Zodat als Hij komt om Zijn Kerk te vervolmaken door haar de gaven van de Heilige Geest te geven, zij bereid zou zijn om Hem te ontvangen.

Helaas heeft een groot deel van de Christelijke kerk die Bijbelse leer niet kunnen verdragen; 2 TIM.4:3,4.

7e TIJDVAK. 1815 - DE WEDERKOMST.

Laodicea: volksregering of volksgericht.

Kandelaar: OPENB. 3:14-22.

Zegel: OPENB. 8:1-5; 6:14-17; 7:2-8.

Bazuin: OPENB.10:3-11; 11:15-19; 12:1-5a,7-12; 11:1,2

Fiool: OPENB.16:17,18; 18:1-7.

En zo komen dan enkele getrouwen tot de overtuiging, dat God nog steeds Dezelfde is.

Het geloof nog steeds zo beleden en beleefd moet worden als in het eerste begin, dus zoals dat in de Bijbel staat beschreven.

Dan zou de Heer de Ambten en Gaven van de Heilige Geest weer teruggeven aan Zijn gemeente: 1 COR.3:10-14; EFEZE 2:19-22; 4:11-16 en GAL.l: 6-9. Op het gebed van enkelen maakte de Heer Zijn Woord waar. MATTH . 28 : 20 .

En de Heer gaf weer Zijn Heilige Geest aan de getrouwe gelovigen.

Het volk van Israël verwachtte de Messias, maar toen Hij kwam geloofden slechts weinigen in Hem.

Zo was het ook in de vorige eeuw, toen God door Zijn Geest weer in de Gemeente sprak.

Velen hebben het niet geloofd. Maar juist de enkeling was Hem lief. JOH.3:16.

Hij heeft ons gekocht met Zijn dierbaar bloed. Laten wij daarom de volle wapenrusting Gods aandoen en aanhouden. EFEZE 6:10-18.

Want als wij in Hem blijven, dan zullen wij ontvangen de Kroon van het Eeuwige Leven.

Wij besluiten met de bede uit EFEZE 6 : 24.

HIJ KOMT, AMEN.