Kostelijk gesteente

Edelgesteenten, zo zegt Schwartz' Boek voor onze tijd, zijn het beeld van verschillende gaven van de Heilige Geest, die zich in onderscheiden personen ook op verschillende wijze openbaren. De schrijver legt uit dat edelstenen sommige kleuren opslurpen en andere terugkaatsen, welke in het oog van de kijker vallen.

Op dezelfde manier ontvangen Godsmensen allen van de lichtglans van de Heer en weerkaatst een ieder, afhankelijk van zijn of haar karakter, enige hoedanigheid zodat men van elkaar onderscheiden is.

Op enkele plaatsen in de Bijbel vinden we een opsomming van 12 verschillende edelstenen, zoals in het borstschild van de hogepriester (Ex.28 en 39), maar ook in de fundamenten van de muren van het hemelse Jeruzalem, zoals we vinden vermeld in Opb.21:19,20. Schwartz vermoedt dat de betekenis van de diverse stenen overeenkomt met de betekenis van de stammen Israëls en de apostelnamen (Zie BvoT blz 747 3e of 4e druk of 859 5e).

Verder acht hij het een diepzinnigheid die naar zijn weten nog niet geopenbaard was. Geschiedenis

Uit de geschiedenis van het apostolisch werk weten we dat de Engelse apostelen bijna twee jaar lang bij elkaar geweest zijn na de 14e juli van 1835. A.J. Korff schrijft hieromtrent: 'Op bevel des Heren togen alle apostelen naar Albury, om aldaar een jaar bij Hem verborgen te vertoeven en door gebed, Bijbelstudie, overpeinzingen en onderling dagelijks verkeer zich voor hun gewichtig Apostolisch ambtswerk voor te bereiden.' Er werden zeven profeten toegevoegd, die 'hun het zuivere woord Gods zouden doen toevloeien.

We weten uit latere beschrijvingen van de deelnemers dat deze Bijbelstudie, samen met de geopenbaarde waarheden van Gods Geest vele verborgenheden hebben doen ophelderen, zoals de betekenis van onderdelen van de tabernakel, profetische geschriften, e.d..

Enkele van de apostelen hebben daar later over gepubliceerd of in predikaties gesproken. Zo heeft ap. Sitwell, de schrijver van 'het Godsplan' dat velen in de boekenkast hebben staan, zich in een homilie (korte predikatie) uit 1863 uitgelaten over de betekenis van de verschillende edelstenen, die met elkaar de eigenschappen van Christus Jezus aanduiden, die Hij weer werkt in Zijn dienaren en volgelingen.

De diverse stenen

Welke zijn nu die betekenissen? Als eerste wordt in Opb.21:19 de diamant genoemd (in oudere vertalingen vaak jaspis genoemd). Dit edelgesteente wijst op de, volharding en standvastigheid waarmee aan de waarheid vastgehouden wordt.

De tweede is de blauwe lazuursteen (saffier). Deze verwijst naar de geestelijke gezindheid en het vermogen om de werken van de H.Geest te onderscheiden.

Nu volgt in de opsomming de robijn (chalcedony), het bezitten van een geduldige en rustige geest.

De vierde is de smaragd, een grasgroene steen die wijst op de vrede en het stichten ervan.

We beginnen met vers 20, waar we de sardonyx tegenkomen, een steen met witte en bruine strepen als kenmerk van degenen die beide kanten van een zaak kunnen zien. Sitwell voegt er aan toe, dat deze eigenschap nogal eens ontbreekt in de christenheid, zoals blijkt uit de vele scheuringen.

De zesde steen is de sardius. Deze wijst de eigenschap aan van mensen, die uit liefde tot Christus en Zijn offer de zonde niet dulden.

De volgende is de topaas. Deze geeft de liefde tot de waarheid aan, zodat men nimmer in de regionen van de inbeelding geraakt.

Als achtste komen we de edelsteen beril tegen. Deze wijst op het verstaan van toekomstige dingen.

De negende is de chrysoliet (in de SV topaas genaamd): het vurige woord dat de ongerechtigheid ten onder houdt, maar wel liefdevol en vriendelijk, barmhartig gebracht.

De chrysopaas duidt degene aan die de grondwaarheden van het eeuwige evangelie kent en doorgrondt.

Als voorlaatste treffen we de saffier (hyacinth). Deze wijst op hen die de diepte der wijsheid kunnen verstaan en doorgeven.

Ten slotte is daar de amethist, hem die heer is over zijn eigen geest aanduidend.

Muren

Met elkaar vormen ze de eigenschappen van onze Heer Jezus, zoals Hij ze door Zijn Geest weer aan Zijn volgelingen doorgeeft. In Opb.19 worden de fundamenten van Jeruzalems muur ermee aangegeven.

Een muur is op vele plaatsen van de H. Schrift het beeld van Goddelijke bescherming, legt het Bock voor onze Tijd uit. 'In Zch.2:5 noemt de Heer zichzelf een muur rondom Jeruzalem. In 1Sm.25:16 worden mensen een muur genoemd, en in Jr.15:20 wordt de profeet door de Heer tot een muur tegen de aanval van Israël gesteld.

De muur wordt verder in js.26:1; 60:18 'Heil' genoemd. Het is alzo de Heer in Zijn dienaars, die de muur vormt van deze geestelijke stad. Het getal dezer dienaren is 144. De muur van 144 mensen was een toevoegsel, door de Heer aan de stad, of de Kerk, in het Rijk der Heerlijkheid gegeven. Die 144 waren echter engelen van de gemeenten (opzieners), die alzo, als een kerkelijke wacht, waken moesten voor het behoud der stad, en zorgen, dat niets van het onreine, in vs.27 bedoeld, de stad inging.'

Die onreinheid bestond dus nog en hiermee wordt geschetst dat wat wij in dit hoofdstuk beschreven vinden, zich afspeelt in het millennium, het rijk van duizend jaar vol vrede en gerechtigheid. Dat wil niet zeggen dat de bedoelde eigenschappen heden niet belangrijk zouden zijn. De inwoners van Jeruzalern in de toekomst zullen gerechtvaardigden zijn die een opstandinglichaam hebben verkregen en niet meer kunnen zondigen. Nu echter kunnen we dat allen nog wel en doen we zulks ook.

Het is dus buitengewoon belangrijk dat de Heer, ook in Zijn dienaren, als een vurige muur rondom Zijn gemeente is en dat we allen ervoor zorgen dat in die muren geen bres wordt geslagen. Onze middelen daartoe zijn het gebed en de ijver en daadkracht ons te willen laten leiden door de Herder en Opziener onzer zielen. Gods rijke schat Gods Woord is niet gegeven om onze nieuwsgierigheid te bevredigen, maar om ons naar Hem te trekken en op te voeden in gerechtigheid.

Bovenstaande zaken zouden ons moeten opwekken om die kostelijke stenen op te delven uit Zijn enorme schat. Van de koningin van Seba staat geschreven dat zij Salomo goud, edelgesteenten en specerijen bracht, maar dat zij naderhand alles wat zij vroeg en begeerde van hem kreeg, meer dan zij gebracht had (1Kn.10).

Datzelfde geldt in geestelijke zin Christus' kerk, grotendeels verzameld uit de heidenen. Wij eren onze God met het bewaren van Zijn Woord, het weerschijnen van Christus' licht en dus Zijn zegen verspreidend, terwijl we Zijn aanwezigheid zoeken met 'liederen en gebeden'. De geestelijke gaven die Hij vervolgens in veelvoud schenkt, behelzen meer -dan de gaven zoals genoemd in 1Kor.12.

De kostelijke stenen uit zijn onmetelijk rijke schat wil Hij aan iedereen meedelen, die Hem liefheeft. We hoeven geen rotsen te klieven, behalve het steen waaruit ons eigen hart nog bestaat. Gods wijsheid wordt ons, eenvoudigweg en zonder verwijt gegeven en Hij staat gereed om nog meer te geven dan wij kunnen bedenken. Het is zoals de koningin van Seba al zei: 'Gelukkig zijn uw mannen, gelukkig deze dienaren van u, die gedurig in uw dienst staan, die uw wijsheid horen!' Laten we dat geluk uitstralen en onze kostbaarheden onopgesmukt tonen, wijzend op Hem die ze gegeven heeft! Awb.