EEN

BELANGRIJKE UITNODIGING

 

"Zie,Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand ,Mijn stem zal horen en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen,en Ik zal met hem Avondmaal houden, en hij met ,Mij.

Openbaringen 5:2O.

Bovenstaande uitnodiging is door de Heer der Kerk gericht tot een der zeven gemeenten van Klein--Azië, door Paulus ge sticht.

Het was de gemeente in de stad Laodicéa; en omdat wij de bouw van het Boek der Openbaringen kennen, weten wij, dat de zeven gemeenten van Klein-Azië typen waren van de Kerk vanaf haar begin tot aan de voleinding der wereld.

Die tijd wordt dan in zeven tijdvakken verdeeld.

In de hoofdstukken 2 en3 vinden wij die tijdvakken aangeduid met de naam van de gemeente , achtereenvolgens vermeld.

De gemeente van Laodicéa wordt het laatst genoemd.

Zij is dus de type van de Kerk in het Zevende tijdvak, dat is het tijdvak waarin wij thans leven.

Het vraagt daarom zeker wel- onze bijzondere belangstelling.

Het geestelijke leven van de gemeente te Laodicéa kunnen wij weten uit Openbaring 3:14-21.

Zij hadden een nogal gunstig oordeel over zichzelf zij hadden nergens gebrek aan, ja zij achtten zichzelf geestelijk rijk.

Het oordeel van de Heer der Kerk echter is niet mals,want hun rijkdom blijkt slechts gewaande rijkdom te zijn, want Hij zegt tot hen, dat zij arm, en blind en naakt waren.

HIJ, die de harten en de nieren doorzoekt, weet, hoe het innerlijk geestelijk leven is en zegt hiervan, dat het noch heet noch koud, maar lauw is.

Dat is dan verre van een ideale toestand, want iets wat lauw is, dat vinden wij in het gewone leven al in het geheel niet aangenaam.

Lauw voedsel, ofwel een lauwe stemming of sfeer, daar vinden wij niets meer aan.

Maar, wanneer het geestelijke leven in een zodanige toestand verkeert, dan is dat toch wel zeer ernstig.

Over die toestand spreekt de Heer der Kerk de gemeente van Laodicea aan en zegt: "Och, of gij koud waart of heet, maar, omdat gij lauw zijt zal Ik u uit Mijn mond spuwen."

Hoe kunnen wij ons dit nu voorstellen.?

Die Heer, die in Zijn grote liefde en ijver het grote offer voor de verloren zondaar heeft gebracht, mocht toch wel geheel iets anders verwachten dan lauwheid.

Hij die Zijn leven voor hen gaf, beantwoordt deze lauwheid met het verachtelijke: "Ik zal u uit Mijn mond spuwen."

Dit werd tegen de gemeente te Laodicea gesproken, maar, bedenken wel dan wel, dat dit over het hoofd van de gemeente te Laodicea heen, ook tot de Kerk van het zevende tijdvak werd gesproken.

Men is rijk en verrijkt en heeft nergens gebrek aan en denkt dat men alles heeft wat men maar nodig heeft.

Maar, er is een kloppende Heiland, Hij is kloppende aan de deurs des harten, en klopt daar om opengedaan en binnengelaten te worden.

Toen de Heer nog op aarde was, sprak Hij: Die bidt, die ontvangt en die zoekt die vindt, en die klopt die zal opengedaan worden."

Dat was de belofte des Heren: dat, wanneer iemand bij Hem zou aankloppen, Hij die zeker zou opendoen.

De Heer zou dus de kloppende opendoen; maar hier is het geheel anders, want hier is het de Heer die kloppende is.

Zal Hem nu opengedaan worden, of laat men Hem maar kloppen; kloppen aan de deur van het hart.?

Maar, diegenen die Hem opendoen, dus gehoor geven aan dat kloppen, daar zal Hij binnentreden en met dezen Avondmaal houden.!

Avondmaal.

Misschien heeft u de Bijbelstudie over de gelijkenis van de Verloren Zoon gelezen.

In deze studie vergeleken wij de verloren zoon ook met de heidenen die eeuwen lang van de Here God hun eigen weg mochten gaan, maar die Hij, in de volheid des tijds, toen Christus kwam, tot het Vaderhuis terug leidde.

En, herinnert u zich hieruit nog dat hem toen het beste kleed werd aanbgedaan, er een ring aan zijn hand en schoenen aan zijn voeten gegeven werd, en dat de vader zei: "Bereid het gemeste kalf en laat ons eten en vrolijk zijn."?

Eten en vrolijk zijn.

Ja, toen zij nog volop zonder God in de wereld leefden, toen heette het: "Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij!" 1 Korinthe 15:32.

Iets anders was er niet: eten en drinken gelijk de dieren, want straks is het met ons gedaan.

Maar, hoe geheel anders is het hier, bij de terugkomst van de verloren zoon; hier horen wij: "Laat ons eten en vrolijk zijn."

Ja, zo zal het zeker zijn wanneer wij gehoor geven aan het kloppen van de Heer.

Dan zal de Heer Avondmaal met ons houden; dat wil zeggen, de maaltijd die de Heer voor de zondaren bereid heeft, zondaren die op Zijn kloppen opendoen.

Hij schenkt aan hen vergiffenis, het ontvangen van het beste kleed, en zij mogen met Hem aanzitten.

De Avondmaalsdienst is de hoogste, de verhevenste dienst die de Here God aan de mens geschonken heeft, want in en door dit Sacrament mag de mens de uitnemende liefde van de Here God ervaren.

Daarvan heeft de Heer in Johannes 6:56 gesproken: "Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, Die blijft in Mij, en Ik in hem."

Laat ons eten en vrolijk zijn.!

Ja, vrolijk en blij zijn en een innige vreugde beleven in onze verlossende Heiland en Zaligmaker Die aan ons zo een grote liefde schenkt dat Hij Zijn leven voor ons gegeven heeft.

En, laten wij eens goed lezen wat de Heer hier eigenlijk precies zegt.

Hij zegt: "Zo iemand Mij zal opendoen, Ik zal tot hem inkomen en Avondmaal met hem houden, en hij met Mij.!"

En hij met Mij.!

Dat is dus: samen.!

Laten wij nu eens lezen wat daarover in 1 Korinthe 10:16,17 staat geschreven: "De drinkbeker der dankzegging, die wij, dankzeggenende zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus.? Want een brood is het, zo zijn wij velen een lichaam, dewijl wij allen eens broods deelachtig zijn."

Zie hier, wat de apostel Paulus zegt: Christus is het brood, Zijn lichaam, waarvan wij allen eten want wij ontvangen allen een stukje van dat ene brood dat gebroken wordt.

Het is het bloed van Christus in die ene beker waaruit wij allen een teugje nemen.

Dat is de vereniging die wij met Christus hebben, niet alleen met Christus, maar ook met elkander, want in ons dagelijkse leven hebben wij ons eigen brood op ons bord en ons eigen kopje of beker waaruit wij alleen drinken.

Maar, hier, bij het Heilig Avondmaal, eten wij allen aan hetzelfde brood, een schaal of bord, en drinken wij allen uit dezelfde beker.

Begrijpen wij nu hiervan de bedoeling?

Door deze wijze van eten en drinken worden wij een met Christus, en een met onze geestelijke broeders en zusters.

Laten wij nu nog eens verder zien.

Het Heilig Avondmaal dat wij elke Zondag wanneer wij tesamen komen, met elkaar gebruiken, is de grondslag van het Avondmaal waarvan de Heer in onze tekst spreekt, wanneer Hij zegt: "Als gij Mij opendoet, dan zal Ik Avondmaal met u houden, en gij met Mij."

In Zijn gelijkenissen spreekt de Heer ook enige malen over dat Avondmaal.

In Lukas 14 lezen wij dat de Heer zegt: "Daar was een mens, die een groot avondmaal bereidde, en hij noodde er velen."

En, in Mattheus 22 vertelt de Heer een gelijkenis die Hij inleid door te zeggen: "Er was een zeker koning die zijn zoon een bruiloft bereidde." en, dan zien wij in het vervolg van deze gelijkenis dat aldaar een bruiloft plaatsvond.

Een bruiloft vindt plaats bij een huwelijk of een huwelijksjubileum.

Dat het hier in deze gelijkenis geen huwelijksjubileum betreft, maar wel een bnuwelijk, dat is wel duidelijk doordat de vader de bruiloft bereidde ten behoeve van zijn zoon.

Deze zoon gaat een huwelijk aan, en, de betekenis van de personen in deze gelijkenis ligt vrijwel voor de hand: de koning is de Almachtige God, de Vader, en de zoon is de Zoon des Vaders, Jezus Christus.

Deze gelijkenissen, zowel van de Bruiloft als die van het grote Avondmaal verwijzen ons naar de gebeurtenis die wij beschreven vinden in Openbaring 19:7-9: "Laat ons blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de heerlijkheid geven, want de Bruiloft des Lams is gekomen en Zijn vrouw heeft zichzelve bereid. En haar is gegeven dat zij bekleed worde met rein en blinkend fijn lijnwaad; want dit fijn lijnwaad zijn de rechtvaardigmakingen der heiligen. En hij zeide tot mij: Schrijf, zalig zijn zij, die geroepen zijn tot het Avondmaal van de bruiloft des Lams. En hij zeide tot mij: Deze zijn de waarachtige woorden Gods."

Zij wijzen dus heen naar de bruiloft des Lams, die zal plaatsvinden als het Lam Gods, Jezus Christus, Zich zal verbinden in het eeuwige geestelijke huwelijk met Zijn uitverkoren Bruid, de gemeente van eerstelingen, de honderd-vier en veertig duizend verzegelden die, zoals Openbaring 14:1-5 ons zegt: met vrouwen niet bevlekt zijn omdat zij maagden zijn, alsmede, dat zij in hun getuigenis onberispelijk zijn omdat het geheel gegrond is op de waarheid van de Schriften.

Ons aardse huwelijksverbond is het voorbeeld of type van dat grote verbond dat de Here Jezus, de geestelijke Bruidegom, eenmaal in de toekomst zal sluiten met Zijn uitverkoren Bruid, de Gemeente.

In de Heilige Schrift vinden wij dit onder meer genoemd in het Hooglied en ook apostel Paulus geeft ons hierover in Efeze 5 een duidelijk onderwijs.

En, hoewel de Bruid uit een groot aantal mensen bestaat, toch zal zij een zijn door en met Christus, zoals wij het hiervoren nog hebben gezegd betreffende de gemeenschap en eenheid die verkregen wordt door de viering van het Heilig Avondmaal.

De Heer Jezus is de Tweede Adam.

In Romeinen 5:14 lezen wij dat Adam het schaduwbeeld van Degene Die komen zou.

Zo als meerdere mensen in de Heilige Schriften typen en schaduwvoorbeelden zijn van de Heer, zo is ook Adam een type van Hem.

Het type van Adam is dat van Stamvader; want Adam is de eerste mens en als zodanig de stamvader van het gehele menselijke geslacht.

De Tweede Adam is de Stamvader van een geestelijke geslacht.

De eerste mens, Adam, is uit de aarde aards, maar de Tweede Mens is de Heer uit de Hemel.

Wij lezen van Adam dat hij alleen was toen hij geschapen was; maar de Here God sprak: "Het is niet goed dat de mens alleen is; Ik zal hem een hulp geven die als tegenover hem zij. Toen deed God een diepe slaap over Adam vallen, en God nam een ribbe van Adam en bouwde daarvan een vrouw. Toen bracht God haar tot Adam en Adam was verheugd en zei:"dit is been van mijn been en vlees van mijn vlees." waaraan de Here God toevoegd: Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en deze twee zullen tot een vlees zijn."

Ook over de Tweede Adam, de Stamvader van het geestelijke geslacht, deed de Here God een diepe slaap komen.

Dat was de slaap des doods.

En in dien slaap des doods, ontving Hij Zijn Bruid, Zijn geestelijke vrouw, de Gemeente; want, deze slaap des doods was niet voor Hemzelf want Hij stierf voor de zonden der mensen, voor de ongerechtigheden van een verloren Adams-geslacht. Zijn dood was: om tot een nieuw en een onvergankelijk leven te wekken.

Om aan Adam een vrouw te geven, nam de Here God een rib van hem; deze rib was dus een deel van hemzelf.

Maar, letten wij nu op: het was niet een deel van het hoofd want de vrouw zal niet het hoofd van de man zijn, maar de man is het hoofd der vrouw.

De Here God nam ook geen deel uit zijn voeten, want de vropuw zou geenszins een slavin of een voetveeg van haar man zijn.

Neen, de Here God nam een rib, dat wil zeggen een gedeelte uit de zijde van de man; daaruit werd de vrouw genomen want dat is de plaats van het hart, zodat de man haar zou liefhebben als zijn eigen vlees.

In de slaap des doods heeft de Heer Jezus Zijn geestelijke vrouw van de Here Gopd verkregen; want, was het niet dat, toen Hij aan het kruishout hing, dat een van de krijgsknechten een speer nam en daarmede in Zijn zijde stak.?, dat wil zeggen:in de hartkamer: "en terstond kwam er bloed en water uit."

Dit was het bewijs dat de dood werkelijk was ingetreden.

Wanneer apostel Johannes dit in zijn Evangelie beschrijft, dan voegt hij hieraan de plechtige verzekering toe: "En die het gezien heeft die heeft het getuigd en zijn getuigenis is waarachtig, en hij weet, dat hetgeen hij zegt, waar is, opdat gij ook geloven moogt." Johannes 19:35.

De dood van de Here Jezus was tot het leven van de mens, van de gemeente, van Zijn Bruid.

En, laten wij nu eens bezien hoe de Heer haar verzorgt.

Dit lezen wij in Efeze 5 als volgt: "Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief gelijk ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zichzelve voor haar heeft overgegeven opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het woord, opdat Hij haar Zichzelf heerlijk zou voorstellen, een gemeente, die geen vlek of rimpel heeft of iets dergeljiks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk."

De Hemelse Bruidegom wil haar dus zien in alle heerlijkheid, zonder vlek of rimpel; zij is gereinigd door het bad des waters door de Doop in de vergeving der zonden.

Bij voortduring wordt zij gereinigd door de belijdenis van zonden en de vrijspraak door het ambt der verzoening. Johannes 20:23 en 2 Korinthe 5:18,19.

Door het Sacrament van het Heilig Avondmaal komt de Heer opnieuw in haar wonen: "Die Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij en Ik in hem."

Het eten en het drinken van het Heilig Avondmaal is als het ware een bezegeling van de ontvangen schuldvergiffenis.

Daarom komt dan ook niemand zonder zondenbelijdenis tot de Dis des Heren; want, hierin is de toebereiding van de vrouw des Lams opdsat zij straks volkomen zal zijn wanneer haar Bryuidegom haar levend zal veranderen door aan haar het Opstandingslichaam te schenken.

Wij lezen immers: "Want de Bruiloft des Lams is gekomen, en Zijn vrouw heeft zichzelve bereidt, en haar is gegeven dat zij bekleed worde met rein en blinkend fijn lijnwaad, want dit lijnwaad zal zijn de rechtvaardigmaking der heiligen."

Dat is dus de volkomen heiliging.!

En, hoe geschied deze nu.?

Wel, de Bruid wordt verheerlijkt doordat aan haar een verheerlijkt lichaam wordt geschonken en in dat lichaam zal zij niet meer kunnen zondigen.

Het verheerlijkte lichaam is de uiteindelijke overwinning, verkregen door de steeds terugkerende schuldbelijdenis en vrijspraak, gedaan in haar aardse leven.

En, met dat verheerlijkte lichaam verschijnt zij dan in de bruiloftszaal en zet zich neder aan het bruiloftsmaal, dat wil zeggen: het Grote Avondmaal en zij zal voor altijd met een innige liefde aan haar Bruidegom, Jezus Christus, verbonden zijn.

Is dus de rechtvaardigmaking der heiligen de bekroning van de zondenvergevind die op aarde bij voortduring aan de kinderen Gods gegeven wordt, zo is ook het Grote Avondmaal van de Bruiloft des Lams, de bekroning van de dienst van het Heilig Avondmaal zoals dat op aarde regelmatig door de kinderen Gods gevierd wordt.

Om hiertoe te mogen komen, klinkt nog heden de uitnodigende roepstem van de Heer: "Zie, Ik sta aan de deur en klop; indien iemand Mijn stem zal horen en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen en Ik zal Avondmaal met hem houden, en hij met Mij."

Laten wij daarom voor de Heer, wanneer Hij aanklopt, de deur van ons hart openen opdat Hij bij ons kan binnenkomen opdat ook ons het oordeel van de gemeente van het zevende tijdvak niet treft: "omdat gij lauw zijt, zal Ik u uit Mijnen mond spuwen."

Wij willen deze bijbelstudie eindigen met het navolgende vers:

"Gij zondaar, hoezeer van de Hemel vervreemd,

O, dat gij het Woord van de Heiland verneemt:

Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop.

Doe open en Ik red u uit vrees en uit pijn,

en gij moogt voor eeuwig Mijn eigendom zijn.

Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop.

MARAN-ATHA.!

DE HEER KOMT.!