Ten derde dage wederom opgestaan van de doden!
Het opschrift van dit artikel is even kort als wonderlijk. Het is een van de antwoorden op de kernvraag van het christelijke geloof.
Deze kernvraag luidt: Wat is dan een christen nodig te geloven?. In hedendaags Nederlands luidt de vraag: "Wat dient een christen te geloven om zich werkelijk een christen, een volgeling van Christus, te mogen noemen?".
Eén van de kernpunten waar een mens waarlijk in moet geloven, wil hij of zij christen zijn, is dat Jezus op de derde dag na het sterven opgestaan is uit de dood.
De Heilige Schrift:
Hoe eenvoudig klinkt deze stelling. We spreken het o zo makkelijk uit: "Christus is op de derde dag na Zijn sterven opgestaan uit de dood".
Zo logisch is het geloof in deze gebeurtenis niet. Wie van ons heeft ooit iemand uit de dood zien opstaan?. Toch is het waarheid. Maar hoe weten wij dit nu zo zeker.
Voor het antwoord moeten wij ons richten op de Heilige Schrift, de Bijbel. Deze is het die van Christus getuigt. Als wij nu op zoek gaan in de Heilige Schrift naar een antwoord, dan vinden wij het opschrift van dit artikel terug in lKor.15:4: Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften.
Paulus vertelt van zijn geloof aan de Korinthiërs en wat er met Christus gebeurd is. Als Paulus de gebeurtenis volledig beschreven heeft, eindigend met de opstanding van Christus, voert hij enkele getuigen aan. Hij vertelt dat Christus na Zijn opstanding door Petrus gezien is en daarna door de twaalf apostelen en daarna door wel vijfhonderd mannen tegelijkertijd. Het bijzondere aan deze getuigen is, dat de meesten van hen nog in leven waren, toen Paulus deze brief schreef aan de Korinthiërs. De Korinthiërs konden navraag doen bij levende getuigen naar de opstanding van Christus uit de dood. Dat is wel heel bijzonder. Stelt u zich eens voor, dat u zou kunnen vragen aan iemand: Hoe was het om de opgestane Heer te ontmoeten?.
Hoeveel vragen zouden wij wel willen stellen over deze ontmoetingen. Merkt u de kracht van het getuigenis van Paulus, gebaseerd op levende getuigen? Er is nog iets opmerkelijks aan dit aangehaalde vers. Het vers eindigt met de woorden: naar de Schriften. Het opstaan van Christus uit de dood is al eerder in de Heilige Schrift voorzegd, zo blijkt uit deze verwijzing. Als wij ons nu verplaatsen in de tijd, dat deze brief door Paulus geschreven is, dan is het duidelijk dat met "de Schriften" het Oude Testament wordt bedoeld om de eenvoudige reden, dat het Nieuwe Testament nog niet samengesteld was.
De apostel Petrus verduidelijkt ons deze verwijzing naar het Oude Testament tijdens zijn toespraak op de Pinksterdag. Hij spreekt tot de toegestroomde menigte over profetische voorzienigheid van Koning David in de Psalmen. Petrus verbindt de door Koning David gedichte Psalm 16 met de opstanding van Christus.
Hij zegt daarover in Hand.2:31 heeft hij (David) in de toekomst gezien en gesproken van de opstanding van de Christus, dat Hij niet aan het dodenrijk is overgelaten, noch zijn vlees ontbinding heeft gezien. Het tweede gedeelte van dit vers is een aanhaling van Ps.16:10.
De verbinding tussen de voorzegging uit het Oude Testament en de vervulling in het Nieuwe Testament is gemaakt.
Het grote Godsplan
Nu wij deze verbinding tussen voorzegging en vervulling (mogen) zien, komen wij tot de conclusie, dat er achter de gebeurtenis van de opstanding van Jezus Christus uit de dood een groot plan verscholen ligt. Dat is juist, want de Here God heeft een groot plan geschreven voor de gehele schepping en met name de mensheid. Het plan van de Here God is om Zijn koninkrijk te vestigen op de aarde, een koninkrijk van vrede en gerechtigheid. In dit koninkrijk mag de mens in rust en vrede leven zonder de druk die de wereld op ons legt en zonder de last van de verleidingen van de satan. Hoe verlangend zien wij naar dit Koninkrijk uit. Wat een verademing zal dit zijn. De vreugde die wij in dat Koninkrijk zullen ervaren, is niet te beschrijven.
In het plan van God heeft de Here Jezus Christus een hoofdrol. Wij lezen dit in de Bijbel als wij Ps.2:6-8 opslaan. Hier staat in profetische taal geschreven, dat de Here Jezus is gezalfd tot Koning over de gehele aarde en de heidenen Zijn erfdeel zijn. Er wordt dus duidelijk gesproken over een koninkrijk, dat de gehele aarde beslaat met Christus als Koning. De heidenen behoren in dit koninkrijk toe aan Christus. Zij vormen Zijn volk. In dit Bijbelgedeelte wordt met de heidenen bedoeld de christenen uit de heidenen, als het volk van de Heer.
Dat dit het raadsbesluit van de Here God is, Zijn Godsplan, lezen wij in het tussenliggende 7e vers. Hier staat geschreven: Ik wil gewagen van het besluit des Heren. De Grote Koning Zelf, vertelt ons hier van het raadsbesluit, het plan van de Here God. Hij maakt ons deelgenoot van de plannen van de Here God. Dit is een hele eer. Wij, nietige mensen, mogen via Christus van de plannen van God horen. Wij vernemen in korte bewoordingen hoe het raadsbesluit van God ten uitvoer wordt gebracht. Ps.2:7b vertelt ons namelijk: Hij sprak tot mij: Mijn zoon zijt gij; Ik heb u heden verwekt. De Zoon van God is het Middelpunt en de Uitvoerder van het plan van God voor de mens. Daarom bevestigt de Here God Zijn Zoon nadat deze de waterdoop van Johannes had ondergaan met soortgelijke woorden. En, waar predikt de Here Jezus vervolgens over? Hij predikt over de komst van het Koninkrijk van God, ook wel genoemd het Koninkrijk der hemelen. Om dit Koninkrijk te bevolken met mensen wilde de Here Jezus Zijn leven geven.
Opgestaan ten derde dage
Hoe wonderlijk is het, dat een persoon zijn of haar leven geeft voor een ander. Dat de Goddelijke Persoon van Christus Zijn verheven en verheerlijkte plaats bij God verliet om in het aardse lichaam, zonder zonde zijnde, te sterven voor alle mensen, is voor ons mensen onbegrijpelijk. Slechts door het geloof mogen wij dit begrijpen (Hbr.1l:1). Ons menselijk verstand schiet dan helemaal tekort als wij bedenken, dat Christus na dit sterven is opgestaan uit de dood en dat dit een wezenlijk onderdeel is van het plan van God voor de mens. Wij zijn namelijk sterfelijk geworden door de zondeval van Adam en Eva. Door Zijn lijden en sterven heeft Christus verzoening aangebracht voor de mens bij God. Door de opstanding van Christus uit de dood mogen wij weer hopen op het eeuwige leven wat de eerste mens, Adam, eenmaal bezat, maar nu in een verheerlijkte staat. De opstanding van Christus is het teken van onze hoop en verwachting. In Zijn opstanding bezat Christus een opstandinglichaam. Wij mogen, als wij getrouw blijven aan de Heer, datzelfde opstandinglichaam ontvangen. Dit is de verkondiging uit lKor.15:51-53.
Naar vers 51 zullen sommigen van ons niet overlijden, maar bij leven de wederkomst van de Here Jezus meemaken. Als de Here Jezus in heerlijkheid terugkomt naar de aarde, dan worden de gestorven gelovigen opgewekt en ontvangen zij van de Heer een opstandinglichaam en de in leven zijnde gelovigen ontvangen datzelfde opstandinglichaam. Dat wordt bedoeld als wij lezen: Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden. Deze geweldige belofte van de Heer komt voort uit de opstanding van Christus uit de dood.
Komen wij terug bij het uitgangspunt van dit artikel. "Wat dient een christen te geloven om zich waarlijk een christen, een volgeling van Christus, te mogen noemen?" Een christen dient dus waarlijk te geloven in de opstanding van Christus uit de dood op de derde dag. Wij hebben, zoals gebleken is, te maken met een kernpunt uit het christelijke geloof. Tot degenen die daaraan twijfelen klinken de waarschuwende woorden van de Here Jezus zelf: Dwaalt gij niet daarom, dat gij de Schriften niet kent noch de kracht Gods.? (Mc.12:24). Wie twijfelt, die twijfelt aan de almacht van God.
De verkondiging
De verkondiging van de opstanding van Jezus Christus behoorde tot wezenlijke onderdelen van de vroeg-christelijke verkondiging. De eerste christenen verkondigden altijd eerst het lijden en sterven en de opstanding van Jezus Christus. Zij verkondigden dit evangelie aan de joden en aan de heidenen. Beide groepen waren onbekend met de opstanding uit de dood van Christus. De joden hadden het kunnen weten uit de Schriften. Jezus spreekt namelijk in Mt.12:39,40 van het teken van Jona, een natuurlijk voorbeeld uit de Bijbel als voorafschaduwing van het sterven van Christus, het drie dagen in het dodenrijk verblijven en daarna Zijn opstanding uit de dood. Zij namen dit teken en Christus niet aan. Voor de heidenen was het evangelie een geheel nieuwe leer. Zij leefden veelal bij de dag. Zij probeerden zoveel mogelijk van het wereldse leven te plukken, niet wetende dat er een evangelie van genade bestond met een belofte van een eeuwig leven voor de mens. Wij leven inmiddels in een tijd die in vele opzichten lijkt op de tijd van de eerste christenen.
Vele mensen in de huidige tijd zijn onwetende van de opstanding van Christus uit de dood en de daaraan verbonden belofte voor de mens. Zij leven mede daarom in het hier en nu, plukkende de vruchten van de dag, niet wetende of ze morgen nog wel leven. Maar wij, gelovigen, weten dat er meer is dan het hier en nu. Er is een eeuwig leven voor de mens weggelegd. Onze opdracht is dit getuigenis van de opstanding ten derde dage van Christus uit te dragen onder de mensen, zoals de eerste christenen gedaan hebben. Het getuigenis is even kort als krachtig: Want voor alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften. (lKor.15:3,4).
De eerste christenen hadden levende getuigen om hun verkondiging te ondersteunen. Wij hebben het Woord, de Bijbel, ter ondersteuning, waar de levende getuigen hun getuigenis in opgeschreven hebben. Daarnaast hebben wij het getuigenis van Heilige Geest, Die getuigt dat Jezus is de Christus. Daarom wil ik dit artikel afsluiten met de woorden uit 0p.22:17: En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie het hoort, zegge: Kom! En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet. JRM.