Waarom bidden:

"Leid ons niet in verzoeking."?

Leidt God de mens in verzoeking ?

Zo niet waarom zouden wij Hem dan bidden dit niet te doen?

Deze kwestie heeft al velen, inclusief theologen, in verwarring gebracht.

In Jakobus 1:13 kunnen wij lezen: "Niemand zegge, wanneer hij in verzoeking komt dat hij door God verzocht wordt; want God wordt door het boze niet in verzoeking gebracht en brengt zelf niemand in verzoeking". Leidse Vert..

Maar ook geeft de Statenvertaling Genesis 22, vers 1, als volgt weer: "En het geschiedde na deze dingen, dat God Abraham verzocht . . .".

Brengt God dan toch de mens in verzoeking, in de verleiding om het kwade te doen.?

Mocht dat niet het geval zijn, waarom zouden we dan bidden:

"Leid ons niet in verzoeking"?

En hoe staat het met het vers in Jacobus 1:2: "Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt".?

Hoe moeten we deze Schriftgedeelten die schijnbaar met elkaar in tegenspraak zijn, verklaren?

Op de proef stellen.

In de Statenvertaling wordt helaas vaak het woord "verzoeken" gebruikt, waar andere vertalingen "op de proef stellen" bezigen.
Ook de Nieuwe Vertaling gebruikt nogal eens het woord "verzoeken". In het huidige taalgebruik is de betekenis van het woord "verzoeken", verleiden tot het kwaad. "Op de proef stellen" komt overeen met het oorspronkelijke Hebreeuws en Grieks.

De Leidse Vertaling is met betrekking tot deze kwestie consequent in correcte weergave van de grondtekst.

Ook gebruikt de Statenvertaling "verzoeking", waar "toetsing" of "beproeving" een betere vertaling is.

Laten wij hiervoor eens Openbaring 3:10 opslaan.

Sprekende over de komende periode van wereldwijde verdrukking, doet Jezus aan degenen die Hem gehoorzamen de volgende belofte: "Omdat gij het woord Mijner lijdzaamheid bewaard hebt, zoo zal Ik ook u bewaren uit de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken, die op de aarde wonen" (Statenvert.)

Ook de Nieuwe Vertaling gebruikt hier "verzoeking" en "verzoeken", terwijl de Leidse Vertaling als volgt luidt: "Omdat gij het bevel naar mijn voorbeeld geduld te oefenen trouw hebt bewaard, zal ik ook u bewaren en redden uit de ure der beproeving, die over de gehele wereld komen zal om de bewoners der aarde op de proef te stellen", wat een betere vertaling is.

Zo zou "Leid ons niet in verzoeking" kunnen worden vertaald met "Stel ons niet te zwaar op de proef".

Jezus zelf liet ons op de avond voor zijn kruisiging zien wat Hij met dat "Stel ons niet te zwaar op de proef" bedoelde.

Hij besefte dat, indien Hij voor de zware beproevingen van de komende twaalf uren zou bezwijken, Gods gehele plan tot behoud der mensheid eveneens zou falen.

Jezus was tot in zijn diepste wezen beroerd: "Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker,-[van lijden]-, aan Mij voorbijgaan", [m.a.w. Stel mij niet te zwaar op de proef']; "doch niet" [zo voegde Hij eraan toe] "gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt". Matth. 26:39.

Dit komt overeen met hetgeen Jezus zei volgens Mattheus 6:10: "uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde".

Mogelijk bestond er nog een andere manier om Gods plan tot behoud voor de mensheid uit te voeren, en, mocht dat inderdaad zo zijn, dan vroeg Hij of de komende smartelijke beproeving Hem bespaard kon blijven doch uitsluitend als dat Gods wil was.

Dat was echter niet het geval.

Het is niet altijd Gods wil dat pijnlijke beproevingen ons bespaard blijven.

Soms schieten we tekort in ons aandeel in de vorming van een rechtvaardig karakter. God is dan genoodzaakt om ons hard aan te pakken, zodat we weer op het goede spoor zullen komen.

Ons aandeel:

Een christen is iemand die iedere dag vraagt of de Here God hem wil leiden, want de Eeuwige zegt in Jesaja 48:17: "Ik ben de Here, uw God . . . die u de weg doet betreden, die gij moet gaan".

Wanneer we aan de horizon een beproeving zien opdoemen, kunnen wij, in plaats van daardoor in paniek te geraken, aan de Here God vragen of Hij ons, indien het zijn wil is, daarlangs, eromheen of eroverheen wil leiden, en het doet er dan niet toe welke kant uit, zolang het maar niet erdoorheen is!

Wanneer wij waakzaam zijn en dichtbij God leven, dan is het mogelijk dat we van de beproeving worden verlost nog voordat we er volkomen in verwikkeld raken.

"Waakt en bidt", [bond Jezus zijn discipelen op het hart], "dat gij niet in verzoeking komt".- [te zwaar op de proef wordt gesteld]. Matth.26:41.

Jezus' gebed is gebaseerd op het uitgangspunt dat zij die bidden, hun aandeel in Gods plan vervullen.

Het verzoek: "Geef ons heden ons dagelijks brood." Matth.6:11, heeft als basis, dat, wie deze vraag stelt, zelf doet wat in zijn vermogen ligt om door arbeid zijn dagelijks brood te verdienen; want, zo iemand blijft niet werkeloos zitten wachten totdat het brood hem op de een of andere wijze wordt verstrekt.

Oók het ontvangen van vergeving van schulden, vers 12, hangt af van het antwoord op de vraag of wij zelf ons aandeel vervullen: n.l. dat wij onze schuldenaren vergeven.

Op dezelfde wijze gaat het verzoek: "Leid ons niet in verzoeking" ervan uit dat degene die dit bidt, ijverig bezig is om zijn leven te beteren, zodat het niet nodig is dat God dat voor hem doet.

Als God toestaat dat zware beproevingen over ons komen, dan is dat voor ons eigen welzijn, om ons wakker te porren, en ons een les te leren. En, als we dergelijke lessen uit eigener beweging Ieren, dan schieten we heel wat beter op!

Lees ook wat er over een dergelijke "zware proef" wordt gezegd in 2 Korinthe 13:5: "Stelt uzelf op de proef, of gij wel in het geloof zijt, onderzoekt uzelf", want, dan hoeft God dat niet voor u te doen!

Jeremia begreep dat God het noodzakelijk achtte om Zijn volk op de proef te stellen want hij bad: "Tuchtig mij, Here,doch naar recht; niet in uw toorn, opdat Gij mij niet te gering maakt."

Met andere woorden: hij verzocht om gecorrigeerd te worden, maar dan toch graag zonder voor een uiterst zware beproeving te worden gesteld.

De bijbel maakt melding van zeer zware beproevingen, zoals: "de vuurgloed, die tot beproeving dient". 1 Petr. 4:12.

Bijzonder zwaar op de proef worden gesteld, is allesbehalve aangenaam, en, daarom schreef Petrus aan de christenen: ".....ook al wordt gij thans, indien het moet zijn, voor korte tijd door allerlei verzoekingen bedroefd". 1 Petr.1:6.

Maar, in het volgende vers zegt hij dat het resultaat van een dergelijke beproeving "kostbaarder dan vergankelijk goud" is.

Ook al worden wij misschien zwaar op de proef gesteld, in elk geval hebben we deze belofte meegekregen: "En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht -beproefd-, wordt, want Hij zal met de verzoeking,- beproeving-, ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt" 1 Kor.10:13.

"Wij weten nu, dat -[God]-alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben" verzekert de bijbel ons in Rom. 8:28.

In het besef dat Gods wil altijd het beste is, moedigde Jakobus in Jac. 1:2 aan: "Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen, [zware tests], valt .

Als beproeving verleiding inhoudt:

Velen hebben zich het hoofd gebroken over Genesis 22:1, waar staat: "En het geschiedde na deze dingen, dat God Abraham verzocht . . . "Staten vert.

Wat daarna volgt is het bekende verhaal van Abraham, die zich gereed maakt zijn zoon Izaäk op het altaar te offeren, in gehoorzaamheid aan Gods bevelen. God wilde Abraham testen om te zien hoe sterk diens geloof was.

Hier was geen boosaardigheid in het spel, want zoals we reeds hebben gezien: "God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking,-[met kwaad] ".Jak.1:13.

Een betere vertaling van Genesis 22:1 is: "Hierna gebeurde het, dat God Abraham op de proef stelde."

Soms echter wordt de verleiding tot het verrichten van kwaad een deel van een zware beproeving. Dit wordt bijv. geïllustreerd door wat er met het oude Israël gebeurde.God had dit volk bevolen: "Gedenk dan heel de weg, waarop de Here, uw God, u deze veertig jaar in de woestijn heeft geleid, om u te verootmoedigen en u op de proef te stellen ten einde te weten, wat er in uw hart was: of gij al dan niet zijn geboden zoudt onderhouden." Deut. 8:2.

Hier stelde God andermaal mensen op de proef. Er was in die dagen zonde in het spel, want de Israëlieten rebelleerden tegen hun Schepper. Ze gaven toe aan de verleiding tot zondigen.

Waar kwam die verleiding nu vandaan?

Van God misschien? Neen, God verleidt niet tot het doen van kwaad.

Waar dan vandaan? Van hun eigen begeerten, want: "zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde" Jak. 1:14-15.

God heeft hen niet zwaarder beproefd dan zij konden verdragen, vooropgesteld dat ze bereid waren om hún aandeel na te komen in plaats van toe te geven aan hun begeerten.

Om de zaak nog erger te maken, worden menselijke begeerten voortdurend aangewakkerd door Satan met zijn kwaadaardige beïnvloeding.

Deze verleider wordt dan ook in Mattheus 4:3 "de verzoeker" genoemd.

Hij verleidt de mensen tot het doen van kwaad. Markus 1:13.

En, dit brengt ons weer tot een ander facet van de betekenis van Jezus' leer, want,"Leid ons niet in verzoeking", wordt onmiddellijk gevolgd door: "maar verlos ons van de boze".

Toen Jezus Zijn discipelen leerde bidden, lag een bepaalde gebeurtenis Hem nog vers in het geheugen: "Toen werd Jezus door de Geest naar de woestijn geleid om verzocht te worden door de duivel" Matth. 4: 1.

Ook hier betekende de verzoeking: de verleiding tot het doen van kwaad. Maar deze bedoelde verleiding kwam van de duivel niet van God!

Jezus overwon de Satan en verwierf aldus de bevoegdheid om hem als Koning over de aarde te vervangen.

Ook wij dienen Satan te overwinnen, ofschoon God niet zal toelaten dat de duivel ons net zo zwaar zal verzoeken als hij dat Jezus deed. Als we geen weerstand aan de duivel bieden,Jak. 4:7, dan geven we hem de kans om ons te verzoeken.1 Kor.7:5.

Zelfs bestaat de mogelijkheid dat, indien een gemeentelid de uitbanning van de zonde uit zijn leven ernstig verwaarloost, God hem, om hem a.h.w. wakker te schudden, aan Satan overlaat, om hem daarmee te beproeven.

Daar doelde de apostel Paulus op, toen hij de, aan zijn zorgen toevertrouwde Kerk van Korinthe, opdroeg: "leveren wij in de naam van de Here Jezus die man aan de satan over tot verderf van zijn vlees, opdat zijn geest behouden worde in de dag des Heren" 1 Kor. 5:5.

Laten we bidden dat we zelf nooit op die manier beproefd hoeven te worden!

God voert in en met ons leven zijn plan uit. Hij test en beproeft ons zoals dat voor de ontwikkeling van een rechtvaardig karakter noodzakelijk is.

Hoe volmaakter Gods Geest die in ons werkt, ons maakt, des te minder beproevingen zullen er voor ons nodig zijn.

Als wij bidden "Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze, dan vragen wij aan God om ons te vervolmaken en ons te leiden naar de plaats waar dergelijke beproevingen niet nodig zijn.

MARAN-ATHA.

de Heert komt.!