Hersteld Apostolische Zendingkerk KOMT HERWAARTS TOT MIJ, ALLEN, DIE VERMOEID EN BELAST ZIJT, EN IK ZAL U RUST GEVEN

 

 

KOMT HERWAARTS TOT MIJ, ALLEN, DIE VER­MOEID EN BELAST ZIJT, EN IK ZAL U RUST GEVEN.

(Matth. 11: 28).

Welk een geruststellend woord in dit Schriftgedeelte voor hen, die geloven, dat Christus is de Zoon van God!

Het is een uitnodiging en een belofte!

 

Wil deze uitnodiging waarde voor ons hebben, dan moeten wij ervan overtuigd zijn, dat de daaraan verbonden belofte vervuld kan worden.

 

Dit houdt dus in, dat de Spreker macht moet bezitten om hen, die tot Hem komen met hun moeilijkheden en zorgen, ook waar­lijk rust te kunnen geven!!

 

Dit willen wij aan de hand van Gods woord, de Bijbel, trachten aan te tonen.

 

Misschien rijst hier de vraag: "Is dit nu nodig, om het aan te tonen?"

Ja, misschien zegt de lezer direct: "Maar dat is toch vanzelfsprekend!! Het is toch de Zone Gods Zelf, Welke deze woorden heeft gesproken!"

 

En voorzeker, gelukkig is hij of zij wel­ke dit, door een overgevend geloofsver­trouwen zonder verdere bespreking, op grond van het spreken van Christus, kan aanvaarden!

 

Doch dit is niet allen zo gegeven! Neen er zijn ook velen, welke twijfelen, of dit wel altijd zo is!

 

Zulken redeneren spoedig: “O ja, het komt wel voor dat wij door een ernstig gebed rust vinden of kunnen berusten, maar... het is toch ook wel zo, dat wij die rust niet vinden; dat het schijnt alsof ons vragen, ons bidden, niet wordt gehoord”.

En, zeer zeker is dit mogelijk!

 

Dus, dan toch niet waar, dat de Heer Jezus ons­ altijd hoort?.

Maar dan maken wij als mens een verkeerde gevolgtrekking! Want de Schrift leert ons, dat God is een Hoorder der gebeden!

Het niet horen is dus uitgesloten!

Moeten wij nu zeggen, wanneer wij, na een ernstig uitgesproken gebed, een ernstig komen tot Jezus, naar onze gedachten niet worden verhoord, en dit komen tot Hem dus geen rust heeft gegeven, dat dit bidden dan geen zin, geen betekenis heeft?

0 neen! Laten wij toch zo nimmermeer spreken! Dan toch maken wij het woord van onze Heer en Heiland tot onwaarheid, tot leugen!

Dit moet voor hen, die in Christus geloven als de Zone Gods, Die voor onze zonden heeft geleden, een zekerheid zijn.

“Zo wij tot Hem gaan met  onze moeiten en zorgen, dan zullen wij rust vinden!

Waarom? Omdat Hij, de mond der Waarheid het Zelf, gezegd heeft!

 

Reeds in het Oude Verbond lezen wij in Num.23:19 en 1 Sam.15.290, "God is geen man, dat Hij liegen zou!".

En ook de schrijver van de Hebreeënbrief schrijft over het standvastig ver­trouwen gelijk Abraham, in Hebr.6:18:17 opdat wij door twee onveranderlijke dingen, in welke het onmogelijk is, dat God liegen zou, een sterke vertroosting zouden hebben, wij namelijk, die de toevlucht genomen heb­ben, om de voorgestelde hoop vast te houden," enz.

Hier wijst de schrijver dus op de zeker­heid der dingen van het Koninkrijk Gods, hetgeen dan ook geldt voor het spreken van Christus, dat zo wij ons in oprechtheid en geloof tot Hem wenden, wij ook werkelijk rust zullen vinden.

 

Nu zullen er ook zijn onder de lezers van dit schrijven, die, bij het lezen van het bovenstaande in hun hart zeggen: "Och, mocht ik het zo kunnen zien" of: “Mocht het ook mij gegeven zijn, altijd zo te kunnen denken; altijd zo te kunnen geloven!"

Of ook: "Voor mij geldt dit alles niet, want, hoe ik ook tracht in mijn geloof rust te vinden, het is mij niet mogelijk, want het is of alles bij mijn handen wordt afgebroken!

En al tracht ik mij nu ook te bepalen bij de liefde van Christus, sprekende uit Zijn zelfovergave tot aan de smadelijke kruisdood, waarvan ik mag zeggen, dat dit ook voor mij is ge­schied, dan komen daar weer verdere gedach­ten tegenover!

Dan komt het in mij op: Waar­lom moest dit nu juist op deze wijze geschie­den? Moest nu een Onschuldige zulk een weg gaan? Of ook: Waarom heeft God dit toegelaten. Waarom heeft God geen anderen weg ge­nomen!" enz.. enz.

 

Wij kennen het, hoe zulke overleggingen en gesprekken door on- of klein geloof tot ons komen! En niet alleen door ongelovigen, ja ook door dezulken, die Jezus wel willen zien als Enen, Welke als een voorbeeld van verdraagzaamheid en liefde op aarde heeft geleefd, doch in Hem niet willen zien de Zoon van God, zoals de Bijbel Hem aan ons openbaart, als onze Ver­losser!

 

Dat zijn zij, welke zich, de Christus naar eigen gedachte, naar eigen opvatting of eigen mening willen vormen, doch niet gegrond op Gods Woord!

Maar dezulken zullen zeker geen rust vinden, als zij zich tot Jezus wenden! Immers alleen het geloof, dat Christus na Zijn­ kruisdood, is opgestaan, en thans zit aan de rechterhand des Vaders, om voor ons plaats te bereiden, en voor ons te bidden, kan in dit leven vrede en blijdschap geven!

 

Als zó de Christus wordt gezien zal het waarlijk zijn: Nooit kan ‘t geloof teveel verwachten, Des Heilands woorden zijn gewis. ‘t Faalt aardse vrienden vaak aan krachten, Maar nooit een vriend als Jezus is. Wat zou ooit Zijne macht beperken? ‘t Heelal staat onder Zijn gebied!

Wat Zijne liefde wil bewerken, Ontzegt Hem Zijn vermogen niet. (Gez.244:3)

 

Moeten wij dan zonder denken, zonder o­verleggen aannemen, wat er in de Bijbel staat geschreven?

Neen, zeker niet! De Schrift moet onder­zocht worden. Dit zegt de Heer Jezus, zo­als wij kunnen lezen in Joh. 5: 39.

Daar le­zen wij: "Onderzoekt de Schriften; want gij meent daarin het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen."

Alleen een ernstig en diepgaand onder­zoek van Gods Woord zal ons meer en meer de Christus doen verstaan, zal ons Zijn grootheid, liefde en majesteit doen ont­dekken! Ja, zulk een onderzoek zal ons ook steeds meer de liefde Gods in de zen­ding van Zijn Zoon, doen verstaan!

 

Het is de Bijbel, waarin wij de voorzeg­gingen aangaande de Christus vinden, in het Oude Verbond, en het is diezelfde Bij­bel, waarin wij in het Nieuwe Verbond kun­nen lezen, hoe deze voorzeggingen zijn ver­vuld.

Ook wat betreft de komst van de Heer Jezus in nederigheid en Zijn leven op aarde, tot heil van den mens.

Het is wederom de Bijbel, waarin wij kun­nen lezen, hoe dit leven van Christus zou zijn. Goeddoende en van de Vader getuigen­de, maar ook van Zijn lijden en sterven, om voor de zondige mens verlossing te brengen!

Het is weer diezelfde Bijbel, waarin wij genoemd vinden, dat de mens, door God is geschapen en geformeerd, om de aarde te bewonen!

Maar ook, dat die mens niet gehoor­zaam is geweest aan zijn Schepper, aan zijn Formeerder, en daardoor uit de directe nabijheid van God, de Heilige, is verwijderd!

Dat juist deze ongehoorzaamheid de oorzaak is geworden van steeds meer van God afwijken, vinden wij eveneens in de Bijbel vermeld!

Maar, .... daarnevens ook weer, dat God toch met de zondige mens bemoeienis blijft houden!

 

Reeds aan het eerste mensenpaar is de be­lofte gegeven, dat éénmaal uit de vrouw Eén zou geboren worden, welke de ongehoorzaamheid van de mens teniet zou doen!

Het is te veel, om dit in enige bladzijden uit te werken, doch wij mogen aannemen dat het alles in grote lijnen bij de lezers bekend zal zijn.

Bij de aanvang van het scheppingswerk, zoals wij dit in de Bijbel vinden omschreven, is het God, Welke ons als de Schepper en Formeerder wordt geopenbaard! En deze God openbaart Zich ook in de wereldgeschiedenis, en in de geschiedenis van de mens, dus ook in onze geschiedenis, als de Almachtige, als de Alwetende.

 

Op welke andere wijze zouden wij, mensen, iets kunnen omvatten van de oorzaak of de oorsprong der dingen, zo men het ontstaan daarvan niet aan een Macht, vér boven ons kunnen en boven ons weten, zouden mogen toeschrijven?

En dit juist geeft de Bijbel ons aan met: "In den beginne schiep God he­mel en aarde! Door Zijn Machtwoord. God sprak en het was er!”. (Genesis 1)

Bezien wij de aarde in haar vruchtbaarheid ­van bomen, kruiden en planten, of het fir­mament in al zijn schoonheid met zon, maan en sterren, of de dieren des velds, zowel als in het water, het getuigt alles van ­een Majesteit en een grootheid, welke aan de mens niet kan worden toegeschreven!

 

Bezien wij uiteindelijk de mens, dan ont­dekken wij bij deze: kennis, verstand en wijsheid, waardoor al het vorengenoemde kan on­derzocht worden!

Hierdoor zal steeds meer de Goddelijke Majesteit en Almacht van Zijn scheppingswerk tot openbaring komen. Hierdoor zal de mens, wanneer a1 de ontdekkingen ten goede gebezigd worden, de zegeningen ondervinden!

(Helaas moet hier aan worden toegevoegd, dat dit zoeken naar persoonlijk voordeel, of het streven naar aardse macht, het on­derzoeken van wat de aarde voortbrengt, of wat daarin verborgen is, in dienst wordt gesteld tot verwoesting, doch ook dit weten wij als een gevolg van de zonde, het niet handelen naar Gods geboden!)

 

Nee! Dit doen en handelen van de mensen is niet aan Gods doen, met de mens toe te schrijven, doch in tegendeel, de bittere vrucht van ongehoorzaamheid aan Gods gebo­den!

En toch .... Gods genade blijft over het geschapene, ook over de mens!

De Belofte, in het Paradijs reeds gegeven, en door de profeten in het Oude Verbond verder voorzegd, is vervuld geworden, en op Gods tijd wordt uit de vrouw, en niet door de wil des mans, Ene geboren, Welke de Zaligmaker zou zijn.

Wat in het Oude Verbond word voorzegd, zien wij in het Nieuwe Verbond vervuld en bevestigd.

 

Het is dus diezelfde Bijbel, welke wij al enige malen hebben aangehaald, waarin het ontstaan der dingen is genoemd, en waardoor ook de roepstem tot ons komt    welke wij als opschrift hebben genomen bo­ven dit schrijven.

"Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven!"

Heeft deze oproep nu meerdere waarde gekregen?

 

Door het vluchtig onderzoek van Gods woord, zoals dit in de Bijbel aan ons is nagelaten, behoeft dit nu geen loos woord te zijn.

Nee! Wij hebben nu gezien, dat die Jezus, Welke deze roepstem tot de mens sprak, niet een Mens is geweest van gelijke beweging als wij, doch dat Hij is de Zoon van God!

Dat Zijn komst als Verlosser reeds was voorzegd direct na de zondeval van de mens. Dat Hij door de profeten van het Oude Verbond reeds was voorzegd.

 

En, we beluisteren het ook als deze Je­zus door Johannes de Doper gedoopt is; dan toch klinkt het vanuit de hemel: “De­ze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem!"

En Zijn leven op deze aarde is enerzijds geweest een leven van strijd, zelfs tot aan de smadelijke kruisdood! Doch ander­zijds was Zijn leven als Machthebbende over leven en dood!

Zelfs Lazarus, die reeds vier dagen in het graf geweest was, is door het woord van Christus uit de dood opgewekt!!

Waarlijk! Deze Jezus kan rust geven! Welgelukzalig allen, die zó in Hem ge­loven!

 

En dit is mogelijk, zo wij niet in eigen wijsheid trachten voort te gaan, doch ons willen overgeven in het geloof naar Gods woord.

Daarin wordt ons God geopenbaard als de Schepper en Formeerder van het Heelal, waarin wij Zijn Macht en Majesteit ontdekken, en ook als de liefdevolle Vader in Jezus Christus.

Alzo: De Almachtige en de Liefdevolle!.

Tot Hem kunnen wij onze toevlucht nemen, en zullen daar waarlijk rust vinden. Ook dan, wanneer de mens niet in staat is om onze lasten en zorgen van ons te nemen, is Hij onze Helper, onze Trooster, onze Heiland, onze Bruidegom. C.K