Het werk van de Levensvorst

Johannes 8:21b

De Heer heeft tijdens Zijn omwandeling op aarde tot Zijn volk gesproken: 'Waar Ik heenga, kunt gij niet komen' (Jh.8:21b). Dit wijst heen naar de plaats die Hij in zou nemen aan de rechterhand van Zijn Vader, na zijn dood, opstanding en hemelvaart. Hij zou heengaan om de Zijnen een plaats te bereiden in het Vaderhuis met zijn vele woningen.

Maar, Zijn dood diende ook enkele andere doelen: ten eerste moest het offer gebracht worden om aan de Goddelijke gerechtigheid te voldoen, zodat de Heer door Zijn kruisdood voor de gevallen zondaar de weg openen zou tot God. Hij moest als mens daarenboven de weg gaan van alle vlees, opdat Hij de plaats der geesten in het dodenrijk kon bereiken, die echt geestelijk dood waren, van Gods nabijheid afgesloten.

Hier moest de Heer naar Ps.107:10-16 de roependen en zuchtenden de koperen deuren en ijzeren grendels openen. Zij konden dan ook Zijn stem vernemen, als Johannes schrijft: 'Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de ure komt en is nu, dat de doden naar de stem van de Zoon van God zullen horen, en die haar horen, zullen leven' (Jh5.25).

Waar is Hij heen?

Dat de Here Jezus sprak, dat Hij ergens heen ging, waar men niet kon komen, ontlokt ons de vraag uit Hgl.6:1: 'Waarheen is uw geliefde gegaan, o, schoonste der vrouwen?

Waarheen heeft uw geliefde zich gewend? Want wij willen hem met u zoeken.' Het zijn de dochters van Jeruzalem, type van de niet -verzegelden uit de christenheid, die deze vraag stellen.

De dochter Sions weet dit wel: Hij heeft nog andere schapen die niet van deze stal zijn, die nog ingebracht moeten worden, opdat het zal zijn: één kudde, bestaande uit levenden en ontslapenen, onder één Herder.

Zo spreekt de bruid van haar Liefste, Die over dood en graf heen, Zijn liefde openbaart; van haar Held, de Leeuw uit Juda' s stam, Die de satan en diens vriend, de dood, hun prooi ontneemt.

Het paradijs

Hij opent daarbij het paradijs, de lusthof van God, die reeds eeuwen gesloten was, nadat de mens in zonde was gevallen. Cherubs met een flikkerend zwaard waren bij de ingang van de hof geplaatst, 'dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken' (Gen.3:24). Dit was de vloek, uitgesproken door het woord van de Heer, dat getuigde tegen de gevallen mens die niet meer in Gods nabijheid kon verkeren. Door de kruisdood werd de vloek verdreven en nu kon de mens weer naderen tot de Goddelijke dingen, door Hem teruggegeven. Niet alleen in het dodenrijk!

Ook op aarde was nu de hof van de Heer geopend en werd de gemeente gesticht. Hier echter is het nog een strijden tussen Michaël en Zijn engelen tegen de draak en diens engelen, die nog steeds de hof binnendringen en willen verleiden.

Dit gebeurt heden want het menselijk vlees kan verlokt worden tot zondigen. In het paradijs waar de ontslapenen verblijven kan de slang niet meer doordringen.

Paulus schreef dat hij begeerde om ontbonden te worden: 'Ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste.' Waarom het beste? Omdat het vlees hem niet meer in de weg zou staan en hij niet meer ontrouw kon worden en van de Heer afvallen.

Men kan rusten in het dodenrijk op die gezegende plaats, die door de Heer genoemd wordt aan het kruis tegen de begenadigde misdadiger naast Hem: 'Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het paradijs zijn' (Luk.23:43).

Specerij bedden

De bruid uit het Hooglied vertelde waar haar Heer heenging: 'Mijn Liefste is afgegaan in Zijn hof, tot de specerijbedden' (SV).

Dit zijn dus plaatsen waar geurige kruiden werden gekweekt.

Wat gebeurde er met die kruiden?

Ze waren bestemd om een aangename geur te verspreiden bij het stoffelijk overschot van een overledene dat werd gebalsemd (Luk.23:56).

Zij zijn het beeld van de lieflijke nagedachtenis aan hen die ontslapen zijn, zoals we ook in Spr.l0:7 lezen: 'De gedachtenis des rechtvaardigen zal tot zegening zijn.'

De specerijbedden in het Hooglied betreffen dan ook de verzamelplaatsen van hen, die bij de Heer in gedachtenis zijn.

Het Heilige van de tabernakel, waar het gouden reukaltaar stond, was eveneens een beeld van de tweede hemel, of het dodenrijk waar de gelovige ontslapenen zijn vanwaar hun gebeden als lieflijk reukwerk opstijgen tot God (Opb.6:9,lO).

We vervolgen de tekst uit het Hooglied: De Heer is gegaan 'om te weiden in de hoven'. Dit weiden wijst op het herderlijk werk van de Heer in het rijk der doden, waar Hij de schapen leidt naar plaatsen waar ze worden vertroost aan de eeuwige fonteinen in de 'hoven' als de plaatsen waar men zich kan laven en waar men de belofte van de eenmaal komende verlossing in Jezus' komst vervuld ziet.

Leliën

'En om de leliën te verzamelen,' vervolgt Hooglied 6.

De Heer is in het dodenrijk gegaan tot zelfs in de duistere plaatsen (lPet.3:19,20) en heeft hier leliën verzameld. Dat zijn de lelien der dalen, die zich bevinden in het dal der schaduw des doods, vanwaar zij vanuit de geestelijke dood kunnen worden overgebracht tot het geestelijk leven, door de komst van de levendmakende Geest (lKor.15:45).

Welk een jubelend gejuich zal daar opgegaan zijn, toen de Heer verscheen.

Dit weiden en verzamelen verwijst naar een wijdere strekking, namelijk dat er een mogelijkheid tot verplaatsing, ja verhoging in het dodenrijk kan plaatsvinden.

Wordt de doden het evangelie niet verkondigd?

'Christus is eenmaal om de zonden gestorven (...) maar levend gemaakt naar de geest, in welke Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis' (lPet.3:18,19).

Hij is als Boom des levens ook in het paradijs aanwezig en doet Zijn levenskracht nog uitgaan. Maar, ..en dan treden we in de diepe verborgenheden Gods, betreffende de verhoging en verplaatsing naar deze lusthof, zal duidelijk moeten zijn of dit de wil van de Heer is.

Die duidelijkheid is van het grootste belang, want weliswaar kan men zich voor de doden laten dopen (lKor.15:29), maar men moet er niet vanuit gaan dat waar men de Goddelijke zegeningen in dit leven niet heeft aangenomen, de Heer ze in het dodenrijk onverwijld zal schenken.

Jozefs verblijf

Een voorbeeld hiervan vinden we in de geschiedenis van Jozefs verblijf in de gevangenis, als we dit mogen zien als het beeld van de ontslapenen in het dodenrijk. Een aanwijzing hiervoor is Gen.49:22 waar we Jozefs zegening door lsaäk lezen: 'Jozef is een vruchtbare tak, een vruchtbare tak aan een fontein; elk der takken loopt over den muur.'

De muur is dan het beeld van de dood en Jozef verwijst naar de gelovigen die de Heer nog in het dodenrijk zal bijeenbrengen.

Als we naar Jozefs verblijf in de gevangenis kijken, blijkt dat hij nog heel wat heeft moeten ondergaan en er ging een lange tijd overheen. Er kwamen ook veel dromen aan te pas.

Zo zijn er aanwijzingen nodig, voordat er ontslapenen verhoogd kunnen worden in het dodenrijk, waarbij het de wil van de Heer is, dat deze overplaatsing niet zonder de op aarde levende gemeente wordt bewerkstelligd: Zij kunnen zonder ons niet tot de volmaaktheid komen (Hebr.ll:39).

Immers, sacramenten worden als genademiddelen aan stoffelijke mensen toegediend. Wanneer nu iemand zonder naam en erfenis te bezitten in het geestelijk Israël is ontslapen, dan zal een plaatsvervanger, als de Heer dit wil en kenbaar maakt, in diens plaats deze sacramenten ontvangen, of dit nu doop, avondmaal of verzegeling betreft (Mark.12:18-27; Deut.25:5). Zo wordt ook aan de gemeenschap der heiligen gewerkt, een andere bestaat er niet. Door Christus' zoenoffer, door Zijn heilig lichaam en bloed zijn wij deelgenoten met hen, want we eten en drinken van het ene brood en die ene beker.

De Levensvorst

Onze Liefste, de Levensvorst, is nog immer werkzaam in de specerijbedden, zo mogen we bemerken, want Hij laat ons meegenieten van Zijn liefde als wij met hen in Hem één zijn.

We zien ook beiden naar Zijn komst uit, waar we verenigd zullen worden tot één volk dat, levenden en ontslapenen, opstijgt naar de hoge wanneer Hij ons nodigt.

Dan komt het Schriftwoord tot vervulling: 'wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden; In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.'

Heer, hoelang nog? 'Kom Heer Jezus, ja, kom haastig,' is de bede van levenden en ont slapenen. ©ah