Vóór de uittocht van het volk van Israel uit Egypte, werd het Pascha ingesteld; zeven dagen moest het volk van Israel zich voorbereiden voor het feest en het zuurdeeg uit hun huizen wegdoen.
Het Paaslam moest geslacht en aan het spit gebraden, en gegeten worden met bittere saus.
Er mocht niets van overblijven, en, wat er overbleef, dat moest verbrand worden.
Elk jaar, op de tiende van de eerste maand, moest, volgens Exodus 12, het Pascha geslacht worden.
Op deze wijze vierden zij de gedachtenis aan hun verlossing vanuit de dienstbaarheid van Egypte.
Deze verlossing was tevens een herinnering aan de verbondstrouw van de Here God, die, met Abraham, Izaäk en Jacob, Zijn verbond oprichtte, met hén én met hunne geslachten.
Het eten van ongezuurde broden was niet om door dat eten in een feeststemming te geraken, want ongegist brood is niet lekker van smaak, maar het was om hen te heiligen.
Het Pascha was het zinnebeeld van zondeloosheid, en zij, die zondaren waren, moesten zich ontzondigen om aan dit Paasmal te mogen deelnemen.
Het lam, en het ongezuurde brood, waren het schaduwvoorbeeld van Christus, die komen zou om, als het Lam Gods, Zichzelf te geven voor de zonden der gehele wereld.
Dit is geschied want, de Heer Jezus, Gods Zoon, ís gekomen en hééft het offer volbracht. Dit offer behoud zijn kracht, want de Here God neemt elke zondaar die tot Hem komt aan, om het offer van Zijn Zoon.
In de komende dagen vieren wij de gedachtenis aan het lijden en sterven van de Here Jezus.
Maar óók willen wij graag het Paasfeest vieren, het Paasfeest dat het feest der Opstanding des Heren is, dat betekent voor ons de gewisse overwinning op de dood, de dood, die als bezoldiging van de zonde zoveel ellende en droefheid in de wereld heeft gebracht.
Om dit Paasfeest te kunnen vieren, is er wel een voorbereiding nodig.
De Apostel Paulus vermaant de gemeente om de oude zuurdesem uit te zuiveren, want ook ons Pascha os voor ons geslacht, namelijk Christus.
Door het Pascha te eten wordt men één met het Paaslam.
Het onschuldige dier wordt geslacht en zijn bloed wordt aan de posten van de huizen van de Israëlieten gestreken.
De verderfengel die dit bloed zag, ging aan deze huizen voorbij.
Welk een voorrecht genoot het volk van Israel bóven de Egyptenaren, omdat zij het gebod des Heren nauwkeurig opvolgden.
Om mét Christus, het Lam Gods, één te worden door het gebruik van het Heilig Avondmaal, moet daar dus een voorbereiding aan voorafgaan, dat wil zeggen, een heiliging.
Hierop doelt apostel Paulus nu wanneer hij vermaant om de oude zuurdesem uit te zuiveren.
In de gemeente te Korinthe waren nog vele heidense gewoonten en zonden overgebleven; men had nog niet geleerd om de oude mens te kruisigen.
Tóch gebruikte men het Heilig Avondmaal, een ieder naar zijn éigen opvattingen.
En dáárom, zo zegt Paulus, zijn er onder u vele zwakken en kranken en velen slapen. 1 Korinthe 11:30.
De vele zonden en gewoonten waaraan men vasthoudt, dat is het oude zuurdesem dat uitgezuiverd moet worden, wanneer wij mét Christus één leven willen vormen.
De Heer sprak in Mattheus 16:6-12 tegen Zijn dicipelen: "Wacht u van de zuurdesem der Farizeeërs en Sadduceers."
Deze Farizeeërs en Sadduceers waren zeer vrome mensen; vooral de Farizeeërs want die waren het gewoon om op de hoeken van de straten te gaan staan bidden en hadden nog veel meer van die vrome gebruiken.
In een gelijkenis die de Heer vertelt in Lukas 18:10-14, tekent Hij hen ten voeten uit: "er gingen twee mensen óp naar de Tempel", zo zegt de Heer, "de één was een Farizeeërs en de ándere een tollenaar."
"Beiden gaan bidden, en, de Farizeeër beroemt zich in zijn gebed op zijn goede werken en dankt God dat hij niet is als die tollenaar".
"De tollenaar echter, kan zich niet beroemen op goede werken, maar, hij heeft wel berouw over zijn daden en, zich op de borst slaande, roept hij uit: "O, God, wees mij arme zondaar genadig."
De tollenaar had éérst, vóórdat hij naar de Tempel ging, de oude zuurdesem uitgezuiverd en dáárom ging hij gerechtvaardigd af naar zijn huis, méér dan de Farizeeër, die wél veel goede werken had gedaan, maar, om daardoor geëerd te worden, en, dit was zonde en bleef hem tot zonde. Johannes 9:40,41.
De Farizeers beroemden zich erop dat zij kinderen van Abraham waren, maar, de Heer noemde hen echter kinderen des duivels. Johannes 8:44.
In de gelijkenis die wij lezen in Mattheus 13:33, vergelijkt de Heer het Koninkrijk Gods, met een vrouw die drie maten meel nam en daarin zuurdeeg verborg totdat het geheel gezuurd was.
Met deze vrouw bedoelt de Heer de Kerk die van de Heer het Brood des Levens ontvangen heeft, dat wil zeggen, de volkomen leer welke uitgedrukt wordt door het getal drie.
De Kerk moet een getrouwe moeder en verzorgster zijn, maar is dat niet gebleven, want reeds in de eerste eeuw verviel en het bederf is doorgetrokken zodat de Kerk nú een Babel geworden is. Openbaring 17 en 18.
Willen wij één worden met Christus en dan het Paasfeest vieren, dan moeten wij ons voorbereiden.
Het is een goed besluit geweest om de zeven dagen waarin Israel zich moest voorbereiden, voor de christenen te veranderen in zeven Zondagen, dus, zeven weken om herinnerd te worden aan het lijden en sterven van de Heer; om ingeleid te worden in Gods grote liefde tot de zondaren, en zo tot zichzelf in te keren om dan, mét de tollenaar, uit te roepen: "O, God, wees mij arme zondaar genadig.", maar óók om het uit te kunnen roepen: "Het is volbracht, óók voor míj."
In de gemeente te Korinthe waren, vanwege het niet uitzuiveren van het oude zuurdesem, zwakken, kranken en slapenden. zie 1 Korinthe 11:20-30.
Lichamelijk zwakke mensen zijn spoedig vatbaar en zij zijn meestal eerder besmet dan gezonde en sterke mensen.
In geestelijke zin zijn dat dus die mensen, die weinig weerstand kunnen bieden aan de boze geesten in de lucht, namelijk, de verkeerde invloeden die veelal dóór mensen, tot hen komen.
Zo zijn zij het, bij wien een wortel der bitterheid opwaarts spruit en beroerte maakt; daarná komt de verachtering in de genade en het verval, éérst onzichtbaar, maar daarna zodanig dat ook de mensen verachteren.
Lichamelijke krankheid is niet altijd van dezélfde aard, in onzen tijd lijden vele mensen aan verborgen kwalen, en, wanneer men dan tegen ze zegt dat ze ziek zijn, dan nemen zij ons dat soms zeer kwalijk.
Zó kan het nu óók geestelijk zijn, want, uiterlijk is er niet veel aan hen te merken, maar innerlijk zijn zij bezig om te vervallen, wat tenslotte de dood, de geestelijke dood, tengevolge kan hebben wanneer er niet tijdig wordt ingegrepen.
Slapen, betekent hier in dit verband ontslapen.
Dáárom moest de Heer, door verscheidene broeders en zusters voortijdig door de dood weg te rukken, de gemeente wakker schudden opdat Hij Zijn straffende hand zou intrekken, want, de Heilige kan niet toelaten dat het Heilige ongestraft ontheiligd wordt.
De oude zuurdesem, dat wil zeggen de oude zondige natuur, is niet zo gemakkelijk te overwinnen, want, hoe menigmaal kunnen wij het bij onszelf, of in de gemeente waarin wij vertoeven, niet opmerken dat wij de genademiddelen weleens aanwenden voor ons natuurlijk stoffelijk voordeel.?
Menigmaal denken wij het eerste aan ónze eigen geluksstaat wanneer wij over de hemel en de eeuwige gelukzaligheid spreken, en, begrijpen en verstaan dan nóg niet, dat de heerlijkheid der gelukzaligheid hierin zal bestaan, dat zij hun Heer en Heiland dan naar waarde zullen verheerlijken.
Menigmaal gebeurt het dat wij ons meer om onszelf bekommeren dan om de eer van onze Heer en Heiland, en, dat wij ons schamen om Hem te belijden.
Apostel Paulus zei: de Joden een Jood te zijn en de Grieken een Griek, máár, om de Jood en de Griek te winnen voor de Heer.
Wij noemen de Zondag de Dag des Heren, dat wil zeggen, de dag voor de Heer.
Onze oude natuur wil echter liever de wereld dienen, en, die wereld kan zich niet vermaken in de dienst des Heren.
Daardoor hebben wij ook strijd, en, dat het meeste met- en tegen onszelf, om die oude natuur niet te voeden maar te bestrijden.
Máár, zélfs de Dag des Heren, de Zondag, heeft voorbereiding nodig; hoe mooi is het niet wanneer iemand zich Zaterdag's avond reeds kan gaan bezinnen op de komende Zondag.?
Wij moeten ten allen tijde, mét Christus, één Pascha vormen in ware godsvrucht en reinheid en heiligheid.
De Heer helpe ons allen, om in deze lijdensweken onze Heiland in Zijn grote zondaarsliefde, meer te leren kennen en ons zelf te onderzoeken en dan de schadelijke en zondige dingen uit ons hart en uit ons huis uit te zuiveren.
Dat de Heiligen Geest het ons geve om in deze lijdensweken aan ons zelf te denken en met blijdschap vervuld te zijn over de grote liefde van Hem, die ons kocht met Zijn bloed.