De Liefde, om niet!
De liefde, geestelijk opgevat, is door alle tijden heen beschouwd als het kostbaarste goed dat er is. In hoeveel liederen zal de liefde bezongen zijn? In hoeveel brieven zal zij beschreven zijn? Hoeveel dichters zal zij geinspireerd hebben? En hoeveel liederen, brieven en gedichten zullen nog volgen?
In het Nieuwe Testament komen we in de grondtekst verschillende betekenissen tegen van het woord liefde. We vinden "eros",: de lichamelijke, hartstochtelijke liefde; "storgé": de rustige vriendschappelijke liefde tussen b.v. ouders en kinderen; "philéo": het waarderen, het aardig vinden van geestverwanten c.q. gemeenteleden en "agape": de broederlijke liefde, genegenheid, welwillendheid.
Agape
Agape staat voor onvoorwaardelijke liefde gericht op de ander; de liefde die zichzelf niet zoekt; de dienende opofferende liefde zoals beschreven in 1Cor.13. Deze liefde is de meeste van alles; ook van het geloof en de hoop. Niets baat het, zo leert de H.Schrift als we deze liefde niet hebben. Van deze liefde staat geschreven: zij vergaat nimmermeer: zij houdt nimmer op, zij vergaat nooit (1Cor.13:1,2,3,8).
Deze liefde is niet afgunstig of jaloers, zij handelt niet lichtvaardiglijk, haar aandacht is niet op zichzelf gericht, zij is niet opgeblazen, zij verheft zich niet, zij handelt niet onfatsoenlijk, zij zoekt zichzelven niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad en zij verblijdt zich niet in ongerechtigheid. Deze liefde is lankmoedig, goedertieren, zij verblijdt zich in de waarheid, zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen en zij verdraagt alle dingen. Liefde is basis, oorzaak en oorsprong van Gods handelen met de mens (Joh.3:16; 1Joh.4:10,11) en geeft ons zo een beeld van en schenkt ons inzicht in het wezen van God.
Gods Naam is immers Liefde en in de H.Schrift drukt een naam het wezen, het eigene van het wezen, de hoedanigheden, eigenschappen, aard en karakter uit (Mi.6:9). Gods wezen is dus liefde. Er is geen liefde dan uit God, want God IS liefde en die in die liefde blijft, die blijft in God en God in hem/haar (1Joh.4:16).
God is de bron van onvoorwaardelijke liefde zonder beperkingen. Er is geen maatstaf om de liefde Gods te meten, geen woorden om haar uit te drukken, zij is niet te vergelijken. Zijn liefde bevat een diepte niet te peilen, een hoogte niet te bestijgen.
Verborgenheid
De onvoorwaardelijke liefde Gods is een verborgenheid. De oppervlakkigheid, de vluchtigheid die de mens in deze tijd tekent, is die liefde vreemd. Toch blijft de liefde Gods uitgaan tot allen, want de Heer wil niet dat er een verloren zal gaan. De zondaar, het voorwerp van Gods liefde deed immers de Heiland Zijn heerlijkheid verlaten om zich voor diezelfde zondaar aan het kruis te laten nagelen (Joh.3:16; Joh.15:13). De Zoon van God heeft uit liefde voor ons het offer van Zijn leven gebracht aan het kruis.
Jezus Zelf wordt in de H.Schrift vergeleken bij een koopman, die de gelovigen met Zijn bloed en lijden gekocht heeft. Wij zijn duur gekocht (1Kor.6:20; Opb.5:9) met het vergoten liefdesbloed van Jezus Christus. Gekocht zijn betekent: Hem ten eigendom, Hem toebehorende.
Verstaan we hoe dierbaar de Gemeente in het oog van Christus is? Verstaan we hoe lief Jezus ons wel niet moet hebben door uit liefde voor ons Zijn leven te hebben gegeven op het kruis? - Zijn we voldoende doordrongen van het offer van Zijn leven uit LIEFDE voor ons? Niets kan ons van Gods liefde scheiden. De liefde wordt door de Heer Zelf aan de mens geschonken. Door de Heilige Geest heeft de Heer Zijn liefde uitgestort in onze harten (Rom.5:5). Het is DIE liefde die als een eeuwig blijvende schat gedragen wordt in een aarden vat (2Kor.4:7).
We mogen dus iets van die wonderlijke liefde gevoelen, ervaren, smaken, we mogen het beleven. Want het is toch wel een zéér wonderlijke liefde waarover we schrijven. We hebben immers iemand lief die we NIET GEZIEN hebben: "Hem hebt gij lief, zonder Hem gezien te hebben; in Hem gelooft gij, zonder Hem thans te zien, en gij verheugt u met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde". (Math.1:8).
Steeds opnieuw ontdekken we in Gods handelen met de mens, vanaf Adam, zoals beschreven in Gods Woord, Zijn grote zorgende liefde, zowel in bewaring als in de oordelen. De tederste beelden worden gevonden om ons tot Zijn dienst, tot wederliefde te bewegen. Hoe teder wordt ons niet Zijn liefde getoond in het Hooglied, het lied der liederen, het lied der liefde. Door de H.Geest wordt in vele taferelen het leven, omgang en innige gemeenschap uitgedrukt van de Bruidegom met de bruidsgemeente. Voor ingewijden is dit de openbaring van de zuiverste liefde van Christus. In het Hooglied der liefde, wordt de taal der liefde gesproken. Daar gaat het over de liefde van de bruid voor de Bruidegom Jezus Christus; daar gaat het over de liefde van de Bruidegom Jezus Christus voor de bruid. De bruid wordt geliefd en de bruid heeft lief; de Bruidegom wordt geliefd en heeft lief.
Deze liefde vinden we beschreven in Hoogl.8:6,7: "Want sterk als de dood is de liefde onver- biddelijk als het rijk van de doden de hartstocht, haar vlammen zijn vuurvlammen, een vuurgloed des Heren". De macht, de kracht van de liefde van Christus voor ons is sterk als de dood, hard als het graf. Zo zeker als het graf het dode lichaam nu nog vasthoudt, zo zeker zijn we van Gods liefde. "Vele wateren kunnen de liefde niet blussen en rivieren spoelen haar niet weg. Al bood iemand alles wat hij bezit voor de liefde, smadelijk zou men hem afwijzen".
Niets is in staat de liefde van Christus, die heilige hemelse liefdesgloed, voor ons te blussen. Geen wateren, geen rivieren, hoe hoog, hoe breed, hoe diep zijn in staat deze liefde uit te doven. Al bood iemand alles, alle schatten van zijn huis voor die liefde: het wordt afgewezen. Niets zal ons kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heer.
Job en de liefde.
De satan, de mensenmoordenaar van den beginne is altijd bezig om haat en nijd in de harten van mensen te zaaien. De verleider heeft grote macht en is nooit en te nimmer te onderschatten. Satan tracht, (indien het mogelijk ware) ook de uitverkorenen te verleiden (Math.24:24). Hierin maakt hij echter een misrekening. Blijkbaar kent satan de liefde niet zoals beschreven in Hooglied 8:6,7.
Er is namelijk een liefde die men het liefhebben niet kan afleren: er is een liefde om niet. In het boek Job vinden we beschreven wat deze liefde om niet vermag. We lezen dat de Heer Job prijst (Job.1:8) en de H.Schrift leert: "dien de Heer prijst, die is beproefd". (2Kor.10:18 SV).
Het geloof van Job, zijn godsvrucht, was dus door de Heer beproefd. Satan, de aanklager, de kwaadspreker beantwoordt het prijzen van de Heer echter met een venijnige vraag: "Is het om niet, dat Job God vreest". (1:9)? Satan bedoelt: heeft Job U onvoorwaardelijk lief, zonder bijbedoelingen, zonder verborgen agenda, zonder achterliggende gedachten, zonder iets terug te verwachten? Satan wil eigenlijk zeggen: ik doorzie die vroomheid van Job wel; dat is niet echt, niet onbaatzuchtig; Job heeft er baat bij, Job heeft er belang bij. Met andere woorden: Job vreest U niet om Uzelf, maar om het voordeel, de baat die het dienen van U afwerpt. Alle bezwaar tegen de Heer en Zijn dienst is samengeperst in die vlijmende woorden: "Is het om niet, dat Job God vreest?".
De Heer staat satan toe om Job te beproeven opdat deze kan uitmaken of hij gelijk heeft of niet. Zoals bekend werd aan Job, voor een tijd, allen en alles ontnomen. Niets en niemand hield hij meer over, alles keerde zich tegen hem. Hij wordt uitgebeend tot op het bot. Het was de satan echter niet gelukt Job van één ding te beroven, de schat in zijn hart: de liefde om niet. Job bezat een liefde sterker dan de dood, harder dan het graf. Want midden in zijn strijd, zijn beproeving, klinkt het: "Want ik weet: mijn Verlosser leeft". (Job.19:25).
Alles heeft de satan voor een tijd kunnen afnemen; maar één ding heeft de satan niet kunnen afnemen of verbreken: de liefde om niet van Job voor zijn Maker en Man. Want het is die liefde die nimmermeer vergaat, die niet ophoudt.
Om niet
Uit de geschiedenis van Job leren we dat de liefde om niet nimmer vergaat, ook al vervliegt alle hoop; ook al moet ze alles opofferen. Velen die in de Kerk van Jezus Christus de Heer wilden dienen om voordeel; uit berekening; of eigenbelang, zijn bezweken toen de strijd en beproeving kwam. De Heer wil gediend worden door een vrijwillig volk dat Hem liefheeft om niet.
Nog wandelende op deze aarde zullen we ook met de dingen der aarde moeten omgaan als "kopen en niet bezittende", want, het vuur der liefde kan spoedig geblust worden door de lust van de aardse zaken. Is het de liefde om niet die we bemerken in ons hart die ons naar Hem op zoek doet gaan om Hem te ervaren? Is het de liefde om niet die wij voelen die ons keer op keer naar Zijn huis voert om daar te drinken uit de liefdesbron en te eten van de tafel der liefde? Hebben wij de Heer waarlijk lief om hetgeen Hij is, Zijn wezen? Hebben wij de Heer lief om niet?
Het is de liefde om niet die ons tot overwinning zal voeren en ons staande zal doen blijven in de ure van verzoeking als alles tegenzit of lijkt te mislukken. Het is de liefde om niet voor onze God die ons doet juichen in de uren van vreugde en blijdschap. De liefde om niet laat ons beseffen: als we op de berg zitten zijn we dicht bij de Heer, als we in het dal zitten is de Heer dicht bij ons.
Onze ziel kan rustig zijn wanneer ze vervuld is met die liefde, die het liefhebben niet afgeleerd kan worden. De bruid van de Heer volgt haar Liefste immers om Zijnentwil, 'OM NIET' en die liefde geeft de bruidskinderen de zekerheid: "Mijn geliefde is van mij en ik ben van hem". (Hgl.2:16).
Want een ding kan immers nooit afgenomen of verbroken worden: Gods liefde om niet, want die vergaat nimmermeer. ©JLM.Str.