"Maar, gij zijt gekomen tot de berg Sion en de stad des levenden Gods, tot het hemelse Jeruzalem en de vele duizenden der engelen, die tot de algemene vergadering en de gemeente der eestgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en de geesten der volmaakt rechtvaardigen". Hebreeën 12:22,23.
In de loop der jaren die achter ons liggen, heeft de Here God, door middel van plaatsbekleding der levenden, een grote schare ontslapenen toegevoegd aan de schare der ontslapenen aan géne zijde van het graf.
Het is voor ons, de levenden, een onbegrijpelijke genade dat de Here God ons, dóór het Apostolisch Profetisch Getuigenis, uit ál de zondaren heeft uitverkoren om dit grootse werk aan ons te openbaren en dóór ons te willen bewerken.
Onder ons is het inzicht over het werk voor de ontslapenen slechts langzaam toegenomen.
In het begin, de éérste jaren ná 1830, kende men alleen de gedachtenis aan de ontslapenen die in Christus gestorven waren.
Later, tijdens Apostel Schwartz, kwam men tot het inzicht dat men zich kon laten dopen voor kinderen, die ongedoopt gestorven waren.
Daarná óok voor andere ontslapenen, doch alléén dán, wanneer de Here God Zich daarover had geopenbaard en de ontslapenen bij name bekend had gemaakt.
In Ezechiël 37:15-22, lezen wij over twéé houten. Ezechiël moest deze twee houten nemen en op het éne hout schrijven: "Juda en zijn metgezellen", en, op het andere hout: "Jozef en zijn metgezellen".
Die metgezellen van Juda en Jozef, waren allen kinderen van Israël, van Gods volk.
Op het éne hout dus de kinderen Israëls die tot het huis van Juda behoorden, en op het andere hout de kinderen Israëls die tot het huis van Jozef behoorden.
Allebei, zowel Juda als Jozef, waren zij een geslacht van eerstgeborenen zoals blijkt uit de zegen die Jacob aan zijn zonen gaf. Genesis 48 en 49.
Bij Juda klonk het: "Juda, gij zijt het", en hij werd hier dus gesteld als eerstgeborene en ontving de eerstgeboorte-zegen.
Lezen wij nu aandachtig Gods Woord, dan zien wij, dat dit óók voor Jozef gold, want hij ontving in zijn beide zonen Efraïm en Manasse óók een dubbel deel in de erfenis.
Het dubbele deel was een kenmerk van de eerstgeborene omdat die lléén een dubbel deel ontvingen.
Zo zien wij dus dat, zowel Juda als Jozef, een geslacht was van eerstgeborenen.
Juda op de aarde en Jozef, de afgezonderde zijner broederen, in het dodenrijk.
Ezechiël moet de houten van de beide geslachten bij elkaar voegen tot één hout, zodat er geen scheiding meer zou zijn, en Jozef, de afgezonderde, niet meer afgezonderd zou zijn maar één geheel zou vormen met zijn broederen van het huis van Juda.
In vers 22 van Ezechiël 37, spreekt de Heer: "Ik zal hen maken tot een enig volk in het land op de bergen Israëls, en zij zullen allen tesamen één enig Koning tot Koning hebben, en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee Koninkrijken verdeeld zijn".
Het Sion uit onze tekst, is de vergadering der Eerstgeborenen, bestaande uit de levenden en de ontslapenen, want, voor de Here God is het één volk, zonder onderscheid; doch, alleen voor óns is daar nog een scheiding.
De berg Sion heeft twee kanten, namelijk een Oost-helling en een West-helling.
Aan de éne kant de levenden op aarde, en, aan de ándere kant de ontslapenen; en, aan beide kanten is er een opklimmen om tot aan de top der berg te komen.
Wanneer er nu iemand komt te sterven, dan wordt hij overgeplant naar de andere zijde van de berg Sion, maar blijft daarbij op dezélfde hoogte en kan aan die andere kant verder gaan op de weg, geleid door de Here Jezus.
Op de top van de berg vinden wij de volmaakt rechtvaardigen, de verheerlijkten.
Wanneer wij nu de berg Sion nader bezien, dan zien wij, dat, hoe hóger men op die berg komt, hoe dichter men bij elkaar komt want de bovenzijde van de berg is smaller dan de onderkant en men komt dus steeds dichter bij elkaar naarmate men de berg bestijgt.
Wanneer wij dus in het geestelijk leven toenemen en opklimmen, dan voelen wij ons steeds meer met elkaar verbonden en steeds méér ervaren wij dan die eenheid als kinderen van de levende God.
Dit geldt óók voor hen, die gestorven zijn, want óók aan díe kant van de berg wordt de top steeds smaller.
Oók zij komen steeds dichter tot elkaar, wij tot hen en zij tot ons.
Dít is het wat het Woord van God ons leert, het is een belofte voor de toekomst.
Twéé samengevoegde houten, met één Koning,Jezus Christus, niet meer verdeeld, maar tesamen één geheel, één Bruid.
Hierop zullen wij ons moeten voorbereiden opdat wij hen dan kunnen en mogen ontmoeten teneinde samengevoegd te worden in die heerlijkheid zoals wij in de Hebreeën-brief lezen; en, wij dan mogen behoren bij de gemeente der eerstgeborenen en de volmaakt rechtvaardigen.
Wij moeten dus niet alleen hoorders, maar ook daders zijn van het Woord. Het is alles genade wat ons tegenstraalt, de genade van Jezus Christus, Die alles voor ons volbracht heeft. Geve de Here God, dat wij, in deze roerige tijden, staande mogen blijven in de volheid van de genade Gods, om zó de top van de berg Sion te mogen bereiken en in heerlijkheid te mogen worden samengevoegd aan die schare van volmaakt rechtvaardigen die daar staan mét het Lam op de berg Sion. Openbaring 14:1-4.