De
Verzoening
(In de gemeente Haarlem zijn afgelopen jaar enkele open
bijbelavonden georganiseerd waar verschillende christelijke
onderwerpen aan bod zijn gekomen. Het onderwerp 'verzoening' werd
op de tweede (van drie) avonden besproken. Daartoe werd er eerst
een inleiding over het onderwerp gehouden. Van deze inleiding
vindt u hier het bewerkte gedeelte.
Jezus Christus
De ondertitel van dit onderwerp luidt: 'Jezus Christus, de enige weg tot God.'
De verzoening van de mens met God is het centrale gegeven, het hart van de Bijbel. De als theoloog goed ontwikkelde apostel Paulus (aan de voeten van Gamaliël, de wetgeleerde en Farizeeër) kwam niet, zoals hij zelf zei, met prachtige woorden en wijsgerigheden het getuigenis van God verkondigen.
We lezen dit in 1Kor.2:1-5: 'Ook ben ik, toen ik tot u kwam, broeders, niet met schittering van woorden of wijsheid u het getuigenis van God komen brengen. Want ik had niet besloten iets te weten onder u, dan Jezus Christus en die gekruisigd. Ook kwam ik in zwakheid, met veel vrezen en beven tot u; mijn spreken en mijn prediking kwam ook niet met meeslepende woorden van wijsheid, maar met betoon van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen, maar op kracht van God.'
'Ik weet niets anders', zei hij dus, 'dan Christus en die gekruisigd.' Deze paar woorden zijn een samenvatting van de verkondiging van het allesomvattende werk van God tot redding van de wereld, onze samenleving. Wij ervaren en geloven dat in Christus God, uit liefde, Zich met de mens heeft verzoend.
Wat is verzoening?
Wat betekent het woord verzoening? Wanneer twee partijen het niet met elkaar eens zijn, dan kan dit de onderlinge verhoudingen danig verstoren. Verzoening betekent dan een herstel van de verstoorde relatie. Verzoenen is: in een vroegere toestand van harmonie terugbrengen. Verzoenen is dan vijandschap beindigen of de vrede herstellen.
Wij beginnen bij het begin, zoals ook de Heilige Schrift zelf: 'in den beginne'. In het paradijs, de hof van Eden (genoegen; een lusthof; oord van vrede, harmonie) waren er harmonie, welbehagen en vrede aanwezig. De Oosterse groet 'sjalom' betekent dan ook vrede zij u, vrede zij met u, vrede zij op U.
Als er geen oorlog is, wil dit nog lang niet
zeggen dat er vrede is. Vrede is niet slechts de afwezigheid van
oorlog, tweedracht, ruzie, verwarring of innerlijke onrust maar
de aanwezigheid van welzijn, welstand, voorspoed, rust,
welbevinden en harmonie. In het paradijs was vrede, voorspoed en
welbevinden aanwezig en wel:
1. Vrede
en harmonie tussen God en mens; een innige gemeenschap tussen God
en mens en mens en God.
2. Vrede
en harmonie tussen de mensen onderling; tussen Adam en Eva.
3. Vrede
en harmonie in het dierenrijk, dieren aten géén vlees en er was
rust op het aardrijk.
Er was dus harmonie en vrede tussen het eerste
mensenpaar en hun Schepper, slechts één gebod: 'Van alle bomen
in de hof moogt gij vrij eten, maar van de boom der kennis van
goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij
daarvan eet, zult gij voorzeker sterven' (Gn.2:16,17).
De zondeval
De dood is de bezoldiging van de zonde, het loon
van de zonde. De straf op de zonde is de dood. Door de zondeval,
de ongehoorzaamheid van het eerste mensenpaar aan God, werd er
een kloof geslagen en de harmonie tussen God en de mens verbroken.
Vanaf dat moment, de zondeval, was er sprake van een verstoorde/verbroken
relatie met God. Erna probeerde de mens zelf de verstoorde
relatie te herstellen, de gevolgen van de zonde te bedekken,
zichzelf te rechtvaardigen, zelfs de schuld bij God neer te
leggen: 'de vrouw die Gij mij gegeven hebt', verklaart Adam.
Bedekking van naaktheid met vijgenboombladeren door de mens zelf
was in Gods ogen niet voldoende.
1. De
vrede tussen God en de mensen ging verloren: de mens werd uit het
Paradijs gezonden.
2. De
vrede tussen de mensen onderling ging verloren: Kaïn sloeg Abel
dood.
3. Ook de
rust, harmonie op het aardrijk en de vrede in het dierenrijk ging
verloren, want het hele aardrijk werd vervloekt met als gevolg:
distels, doornen, roofdieren, aardbevingen en orkanen om maar
enkele zaken te noemen. Het gevolg van de zondeval was dus:
verderf, zonde, dood, twist tussen mensen en volkeren, uitlopende
in oorlogen, onderdrukking, vervolging, honger; kortom ellende
over de gehele bezielde en onbezielde schepping. Door de zonde
van de mensen werd de verhouding tussen God en de mensen totaal
verstoord. De relatie met de Heer werd verbroken. Alle goede
omgang tussen God en de mensen had grotendeels opgehouden te
bestaan. Schepper en schepsel waren het met elkaar niet eens, om
het in voor ons begrijpelijke taal te zeggen. Dat blijkt ook wel
uit de manier waarop de mens de gevolgen van de zonde (het
ontdekken van zijn naaktheid) probeerde te bedekken. Deze
bedekking door de mens zelf was in Gods ogen niet goed. meester)
Een voorlopige oplossing
God maakte voor de mens rokken van vellen; er vloeide dus bloed. Hieruit blijkt dat de Heer ons niet wilde achterlaten op een doodlopende weg, die eindigt in een eeuwig graf. Want zou de dood het einde van het menselijk bestaan zijn dan zou het leven het niet waard zijn geleefd te worden.
Gn.9:4-6 verklaart ons, wat de zetel is van het leven namelijk het bloed van de mens, want 'alleen vlees met zijn ziel, zijn bloed, zult gij niet eten. En waarlijk, Ik zal uw eigen bloed eisen; van al het gedierte zal Ik het eisen en van de mensen onderling zal Ik het leven des mensen eisen.'
Vandaar ook de uitspraak in vers 6 dat wie het bloed van de mens vergiet, dus zijn leven neemt, diens bloed (leven) zal genomen worden. Waarom? Omdat wanneer men een mens doodt, men getracht heeft God te doden, Die de Bron is van alle leven. Alleen een plaatsvervangend bloedoffer kan de schuld verzoenen. In het Oude Testament vertegenwoordigt het bloed van het offerdier het leven van de zondaar. Door de zonde heeft de mens als straf het leven verloren want de straf op de zonde is de dood. Iemand die gezondigd heeft is dus de dood schuldig.
Jakobus 2:10 luidt: 'Want wie de gehele wet houdt, maar op een punt struikelt, is schuldig geworden aan alle (geboden)'. De dood is de prijs, de genoegdoening, die God vraagt. Gods gerechtigheid vraagt genoegdoening voor de zonde omdat Hij in Zijn heiligheid geen zonde kan laten bestaan.
Hoe zou dit ooit weer goed kunnen komen? Hoe moest die totaal verbroken relatie weer worden hersteld? Is de mens door de zonde voor altijd van God gescheiden gebleven? Nee, want Gods liefde gaat boven de ontrouw van mensen. God is Liefde en die vergaat nooit.
In 2Tm.2:13 vinden we dat 'indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw, want Zichzelf verloochenen kan Hij niet.'
Belofte
Toen de mens weggezonden werd uit het paradijs had de Heer beloofd dat het weer goed zou komen. Direct na de val van Adam en Eva, klonk het Evangelie van het Koninkrijk in de Paradijsbelofte: 'En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen. God belooft hier 'het zaad van de vrouw'; God kondigt hier de toekomst van Jezus Christus aan en 'het vermorzelen van de kop' wijst erop dat de macht van de slang totaal wordt vernietigd, uitgedelgd. Uiteindelijk zal de Messias dus overwinnen: 'Hij zal de kop van de slang vermorzelen'. Van satan staat hier geschreven dat hij 'het (wijst hier op Christus) de hiel zal vermorzelen'. Door de boosheid van de slang zou de Messias lijden; dit wijst dus op het lijden van Christus. De Heer heeft zowel de val als de wederoprichting/redding van de mens voorzien. Voor de grondlegging der wereld bestond het Lam in Gods ogen reeds als geslacht: 'Het boek des levens van het Lam, dat geslacht is sedert de grondlegging der wereld. Indien iemand een oor heeft, hij hore' (Opb.13:8,9).
Dus, in de redding van de mens was al voorzien vóór de val van de mens in het paradijs. Het herstel van de vrede, de harmonie die verloren gegaan was tussen mens en God zou eenmaal plaatsvinden en aangebracht worden door het Gods Lam Jezus Christus: geslacht op het kruis. Zo heeft God het ware Lam Jezus Christus reeds 4.000 jaren afgezonderd om de mens daardoor in de gelegenheid te stellen het Paaslam nauwkeurig waar te nemen in de Goddelijke Voorzeggingen. De Heilige Boeken getuigen ervan en stap voor stap wordt de mens in dit geheim binnengeleid.
Voorzegging 1
Ca. 2.000 jaar voor Christus vinden we in Gods
Woord de geschiedenis van Abraham die een buitengewoon moeilijke
opdracht kreeg: 'En God zeide: neem toch uw zoon, uw enige, die
gij liefhebt, Izak, en ga naar het land Moria, en offer hem daar
tot een brandoffer op een der bergen die Ik u noemen zal' (Gn.22:2).
Deze ontroerende gebeurtenis heeft een diepe geestelijke
betekenis. We weten dat Abraham zijn zoon zeer liefhad, alleen al
omdat het zijn enige zoon met belofte was, want door hem zou men
van Abrahams nageslacht spreken. We zien het opklimmen naar de
berg Moria. 'Toen nam Abraham het hout voor het brandoffer, legde
het op zijn zoon Izaäk en nam vuur en een mes met zich mede. Zo
gingen die beiden tezamen. Toen sprak Izaäk tot zijn vader
Abraham en zei: Mijn vader, en deze zei: Hier ben ik, mijn zoon.
En hij zei: Hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam
ten brandoffer?' Het antwoord van Abraham is veelzeggend: 'God
zal Zichzelf voorzien van een lam ten brandoffer, mijn zoon.'
Abraham is hier het voorbeeld van God de Vader, Die Zijn Zoon
zendt om als brandoffer verzoening te doen voor de mens.
Voorzegging 2
Ca. 1.300 jaar voor Christus krijgt Mozes de opdracht het volk te onderwijzen over het Pascha. We vinden dit in Exodus 12. De 10e dag van de maand moest een lam uit de kudde genomen worden dat de 14e dag geslacht werd. Het moest voor dit doel uitgezocht, gekeurd en afgezonderd worden. Met de meeste zorg moest dit geschieden, want het dier moest gezond zijn en mocht geen gebrek hebben. Vier dagen moest het paaslam nauwkeurig waargenomen worden zodat men kan vaststellen dat er geen gebrek aan was en het lief kon krijgen. De vier dagen van afzondering wijzen op de 4.000 jaar van wegzending uit het Paradijs tot op Christus. In deze tijd werd voortdurend gewezen op Hem, zoals we in de Bijbel kunnen lezen door Christus Zelf beaamd: 'Dit zijn mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en de profeten en de psalmen moet vervuld worden. Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften begrepen' (Lk.24:44,45).
Voorzegging 3
Meer dan ca. 1.300 jaar Lang vinden we de voorafschaduwingen van het offerlam in de offerdienst, bijvoorbeeld in Ex.29:38,39,42: 'Dit is, wat gij op het altaar zult bereiden: twee éénjarige lammeren, geregeld elke dag. Het ene lam zult gij in de morgen bereiden en het andere lam zult gij in de avondschemering bereiden. Een dagelijks brandoffer voor uw geslachten.' Het slachten van het lam bestond uit doorsnijden van de halsslagader waarna het geheel moest leegbloeden. Elke morgen om ca. 9.00 uur werd als eerste offer een lam ten brandoffer geofferd; de offerdienst geopend. Elke avond om ca. 15.00 uur werd als laatste offer een lam ten brandoffer geofferd. en de offerdienst gesloten. Dit wijst op de tijdsduur die de Heiland aan het kruis hing: van 's morgens 9 uur tot 's middags 3 uur.
Voorzegging 4
Ca. 700 jaar voor Christus lezen we van de voorzegging aangaande het slachten van het Lam door Jesaja (53:7): 'als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open.' Een lam bijt niet, stoot niet, trekt zich niet los, stribbelt niet tegen, tegen diegene die het ter slachting leidt, maar volgt gedwee, gewillig, trouw, weerloos, onschuldig, een schaap of lam laat zich stil en geduldig slachten en scheren.
Antwoord
Klonk nog door alle voorzeggingen in het Oude Testament de vraag van Izaä: "waar, wie is het Lam?" Het antwoord, het volle Licht op wie het Lam zou zijn, komt door Johannes de Doper in Jh. 1:29: 'De volgende dag zag hij Jezus tot zich komen en zeide: zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.' Het Lam dat geslacht zou worden op het kruishout van Golgotha. Als een lam ter slachting wordt de kruisdood het beste getypeerd.
Een slachting die extreem pijnlijk is. De menselijke kracht vloeide weg, het leven werd a.h.w. uit Hem gezogen. Het voortdurend bloeden, het langzaam wegvloeien van het leven van Jezus Christus aan het kruis beeldt de volkomenheid uit van de Goddelijke liefde: de Heer mocht niets voor Zichzelf behouden. 'En voor het Paasfeest, toen Jezus wist, dat zijn ure gekomen was om uit deze wereld over te gaan tot de Vader, heeft Hij de zijnen, die Hij in de wereld liefhad, liefgehad tot het einde'(Jh.13:1).
Wat een liefde! God heeft ons lief broeders en zusters en zoekt mensen die ook Hem, op vrijwillige basis, liefhebben en Hem met vreugde en blijdschap in het hart willen dienen. Door het offer van Jezus aan het kruis vindt er verzoening plaats. Verzoenen is in een vroegere toestand van harmonie terugbrengen. Verzoenen is vijandschap beïndigen; vrede herstellen. Jezus aan het kruis beëindigt de vijandschap tussen God en de mensen en herstelt de harmonie, de vrede. Die vrede wordt geschonken door het bloed van het kruis; het verzoenend lijden en sterven van Christus.
Het Oude Verbond
Onder het oude verbond werden de zonden weliswaar verzoend/bedekt maar ze werden echter niet weggenomen of vergeten door de Heer. We lezen dit in twee verzen van Hebr.10 (4 en 11): 'want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren of bokken zonden zou wegnemen." Voorts staat elke priester dagelijks in zijn dienst om telkens dezelfde offers te brengen, die nimmer de zonden kunnen wegnemen.' De zonden werden niet weggenomen omdat de offerdienst onvolmaakt was, de offers onvolmaakt waren en ze gebracht werden door onvolmaakte mensen.
Een volmaakt offer kon/kan echter niet door de mens worden gebracht. In de eerste plaats omdat de mens door de zonde zelf onvolmaakt was/is. In de tweede plaats omdat de mens de plicht heeft om voor de schuld te betalen. Een offer van de mens zou dus nooit vrijwillig zijn. Daarom konden de offers de Heer niet behagen en werden de zonden niet in de zee der vergetelheid geworpen.
Van ons uit verzoening met God aanbrengen was onmogelijk. De volkomen liefde van God voor ons heeft zich daarin geopenbaard, dat Hij de mens niet verloren liet gaan omdat hij het volmaakte offer niet kon brengen. God zond Zijn Zoon Jezus en omdat Jezus zonder zonde is, kon Hij de verzoening tussen God en de mens tot stand brengen. Niemand was in staat om de mensheid met God te verzoenen dan Jezus alleen! Slechts de volkomen mens Jezus Christus, Die tevens volkomen God is, kon de verzoening met God tot stand brengen. Daarom kan ook niemand tot de Vader komen dan door Hem, zoals we kunnen lezen in Jh.14:6: 'Ik ben de weg en de waarheid en het Leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.'
Grote Verzoendag
Zoals de hogepriester op Grote Verzoendag inging in het Heilige der Heiligen met het bloed, zo is Jezus Zelf, als grote hemelse Hogepriester met Zijn bloed naar Zijn Vader gegaan nadat Hij op aarde Zijn bloedig offer volbracht had en is dus de Middelaar tussen God en de mens. Jezus verzoende ons met God. 'Maar in het tweede alleen de hogepriester, eenmaal in het jaar, niet zonder bloed, dat hij offerde voor zichzelf en voor de zonden door het volk in onwetendheid bedreven,' lezen we in Hebr.9:7 en vervolgens in vers 11 en 12: 'Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping, en dat niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met zijn eigen bloed eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf.'
Zó werd de verstoorde/verbroken relatie tussen
God en de mens hersteld. Hierin zien we het gehele
verlossingswerk van Christus afgebeeld in zijn beide hoofddelen:
1. het
werk dat Hij op aarde volbracht had en
2. Zijn
werk dat Hij in de hemel volbrengt.
Daardoor kunnen wij zingen: 'Hij ziet in Christus ons altijd
genadig aan.' De verzoening van een God vijandige mensheid met
Hem ging geheel van God uit. Het is Zijn initiatief en het is
Zijn werk.
In 2Kor.5:18
lezen we: "Al deze dingen zijn uit God, Die ons met
Zichzelve verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening
der verzoening gegeven heeft."
God verzoende de wereld met Zichzelf door toedoen van Jezus
Christus. God de Vader zond Zijn eigen Zoon en gaf Hem over om te
sterven aan het kruis ten behoeve van de zondige mensheid.
De Korintetekst vervolgt dan met: "God was in Christus de
wereld met Zichzelf verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende."
Hun zonden niet toerekende betekent dat God vergeeft in geval van
oprechtheid van het hart en een heilig voornemen tot betering.
Vergeven is kwijtschelden, niet meer herinneren; niet meer aan denken. Er niet meer op terug komen, zoals de Heer er ook niet meer op terugkomt: "Want Ik zal genadig zijn over hun ongerechtigheden, en hun zonden zal Ik niet meer gedenken" (Hbr.8:12).
Rantsoen voor velen
Nu is natuurlijk de vraag welke reden God gehad
heeft voor Zijn handelen. Keren we terug naar 2Kor.5, dan
lezen we in vers 21:
"Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde
voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods
in Hem".
God heeft Jezus de zonden van de mensheid toegerekend. Dat was al
aangekondigd in het OT: "Wij allen dwaalden als schapen, wij
wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de Here heeft ons
aller ongerechtigheid op hem doen neerkomen" (Js.53:6).
De straf op de zonde, de prijs die betaald moest worden, de dood heeft Jezus in onze plaats ondergaan. Jezus droeg de straf in plaats van u en mij: in uw en mijn plaats. Hij stierf in plaats van ons. De Heer Zelf zegt hierover: "Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven [tot] een rantsoen voor velen". (Mt.20:28).
Rantsoen is dat, wat in ruil gegeven wordt voor
een ander als de (los)prijs van zijn bevrijding, het zoengeld
voor het vrijkopen van het Leven. De losprijs die betaald is aan
God is de dood van Zijn eigen Zoon. De Heer heeft Zelf de prijs
betaald.
Gods verzoeningsplan betreft de gehele mensheid, schepsel en
schepping die door de zondeval aan dood en verderf zijn
overgeleverd. Het kruisoffer van Christus is gebracht voor alle
mensen: 'door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns
kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem,
hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is' (Kol. 1:20).
Jezus Ontfermer
Het offer van Jezus is: eeuwigdurend, volmaakt, vrijwillig, dat niet alleen de schuld van de zonden der mensen betaalt, maar de zonden ook wegneemt en ze werpt in de zee der vergetelheid om nooit meer te gedenken (Mi.7:19). De naam Jezus betekent Zaligmaker of Heiland; de naam Messias of Christus betekent Gezalfde. De verschijning van Jezus Christus wordt onder het oude verbond beloofd en in voorbeelden aangeduid. Hij is de Zoon van God in hoogste zin, de eniggeboren Zoon, die Zijn gelijke niet kent. Hij, die als ware mens onder ons vertoefde, is zelf God, de tweede Persoon van de Godheid.
In de Geloofsbelijdenis van Nicea uit het jaar 325 wordt dit door de Oude Kerk als volgt verwoord: ' Wij geloven in een Here Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader voor alle tijden, God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God, geboren, niet geschapen, een van wezen met de Vader en door Wie alles is geworden.'
Wij kennen en erkennen twee naturen in Christus, ofschoon Hij slechts een Persoon is. Jezus Christus is een goddelijke en eeuwige Persoon. Hij is niet een menselijk persoon, zoals wij zijn. Hij is nooit opgehouden God te zijn. Hij heeft Zijn godheid niet in mensheid veranderd. Hij is ons in alles gelijk geworden, maar zonder de zonde, zoals we lezen in Hbr.4:15: (Jezus is) in alle dingen op gelijke wijze [als wij] verzocht geweest, doch zonder te zondigen.' Hij heeft de gestalte van een dienstknecht aangenomen en heeft zich in alles werkelijk mens geweten. Zo heeft Hij zich vernederd en is gehoorzaam geweest. Hij heeft alle consequenties van Zijn opdracht aanvaard, zelfs de dood aan het kruis. Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de Naam boven alle naam gegeven, opdat in de naam van Jezus, allen, die in de hemel, op de aarde en onder de aarde zijn, Hem zouden vereren en belijden: 'Jezus Christus is Heer, tot eer van God de Vader' (zie Flp.2:5-11).
Hij vernederde zich tot onze staat; God verhoogde Hem tot Heer der heren en Koning der koningen en die verhoging zal door Zijn werk ook onze status worden. Eenmaal zullen wij aan Hem gelijk zijn: onfeilbaar en onsterfelijk! Die hoedanigheid zullen wij bereiken als wij durven geloven in het Bijbelse getuigenis, dat Jezus de Zoon van God is en dat slechts Hij in staat was/ is ons te verlossen uit onze aardse misere.
Eeuwig leven
Door Zijn plaatsvervangend offer aan het kruis, het vloekhout van Golgotha, heeft Jezus onze straf gedragen. Door het kruisoffer van onze Heer ontvangen wij eenmaal het eeuwige leven. 'Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde' (Jh.3:17,18).
Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. Dan zullen wij zijn: onsterfelijke burgers van Gods eeuwige Rijk op aarde, waar gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping zullen heersen. Slechts door Jezus' bloed kunnen wij met God worden verzoend. Door Zijn vergoten bloed heeft de mens weer zicht gekregen op een werkelijke toekomst. Indien wij werkelijk het eeuwige leven willen beërven, zullen wij zolang wij op aarde zijn, evenals onze Heer de knechtsgestalte moeten aannemen.
Vrede
De Heer heeft door Zijn kruisoffer vrede gesticht tussen God en de mens. De band tussen God en de mens is hersteld. Die nieuwe band kan niet zonder gevolgen blijven. Het verzoeningswerk van onze Heer heeft voor ons slechts waarde als wij Hem hierin navolgen; als wij het Evangelie in de praktijk brengen. Dit houdt in dat wij het grote gebod van de Heilige Schrift dienen na te volgen: 'De Heer, onze God liefhebben met geheel ons hart, geheel onze ziel en geheel ons verstand en met geheel onze kracht; en onze naasten liefhebben als onszelf.' Maar dit zullen wij niet doen volgens onze menselijke maatstaven en gedachten. Want nadat de Heer de Trooster belooft (Jh.14:15-31), houdt Hij ons in het volgende hoofdstuk van Johannes voor dat wij zonder Hem niets kunnen doen. Hij is de ware Wijnstok en wij zijn de ranken. Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, zo zijn wij daartoe evenmin in staat als wij niet in Hem blijven.
Hij is onze hoop
Het eeuwige leven voor de mens. Dat is het plan van God dat Hij door Zijn Zoon wil realiseren. Op Golgotha heeft Christus de zonden van de mensheid afgekocht bij God. Daarna heeft Hij de dood overwonnen. Daarin was Hij de Eersteling, die opstond uit de doden en bij Zijn wederkomst die Hij beloofde (Joh.14:3), zullen allen die Hem toebehoren eveneens opstaan (1Kor.15:20- 28).
De verzoening door Christus heeft dus tot doel
dat de mens eenmaal het eeuwige leven zal ontvangen en wonen in
het eeuwige Rijk van God, dat Hij op onze aarde zal stichten.
Over dit Rijk zal onze Heer Jezus Christus regeren als Koning en
Priester. Daartoe zal Hij wederkomen en het vooruitzicht hierop
is de hoop van de christelijke gemeente. Het is onze hoop de Heer
te ontmoeten als Hij wederkomt als Bruidegom om Zijn
bruidsgemeente te halen.
Vrede wil de Heer nu al schenken in ons hart, vrede zal de Heer
schenken straks in het 1000-jarige vrederijk voor schepsel en
schepping. Straks zal zelfs de vloek die nu nog rust op het
aardrijk weggenomen zijn (zie Op.22:3).
Als de vloek der zonde is opgeheven zal ook weer
een paradijstoestand op aarde heersen voor mensen, dieren en
planten. Alles wordt tot volmaking gebracht. Het betekent de
herstelling van de paradijstoestand voor de zondeval, het
einddoel van het gehele verlossingswerk.
De verzoening van de mens met God is het centrale gegeven, het
hart van de Bijbel: 'Ook ben ik, toen ik tot u kwam, broeders,
niet met schittering van woorden of wijsheid u het getuigenis van
God komen brengen. Want ik had niet besloten iets te weten onder
u, dan Jezus Christus en Die gekruisigd' (1Kor.2:1.2). JLMS