De Tempelbeek
(Ez.47:1-12)
In dit profetisch visioen (zie Ezech.4O:2) wordt Ezechiël geleid naar de ingang van Gods tempel. Vandaar ziet hij de tempelbeek, de rivier Gods, stromen naar het oosten.
Dat is in de richting van de Dode Zee, het gebied van onvruchtbaarheid. Er wordt daar geen vis gevonden.Geen leven is mogelijk, omdat het water zwaar vergiftigd is door het zout en het zwavelgehalte. Ooit zijn Sodom en Gomorra daar verzonken, het beeld van goddeloosheid en zonde, waar nu de dood heerst.
Maar, welk een bemoediging: we hoeven de prediking Gods nooit op te geven, want overal waar Gods Woord en Geest de verlossing door Jezus Christus prediken, zal dit levende water gezondheid brengen.
De Hoofdrivier Gods rivier is zuiverend, reinigend en verfrissend, zoals in Gen.2:10 de hoofdrivier Jezus Christus, de hof van Eden bewatert, zich splitsend in vier rivieren, als beeld van de ambten door Hem gegeven (Ef.2:20, 4:11).
Hij, de Hoofdrivier, is het begin van ieders geloofsweg. Zonder Hem is geen leven mogelijk: alles begint bij Christus Jezus.
Opvallend is dat de rivier naar het oosten stroomt, naar het onvruchtbare land en vanuit de rechterzijde ontspringt vanuit Sion. Vanuit Sion zal de wet en het getuigenis uitgaan; eerst de Jood, dan de heiden.
De rechterzijde waar het water wegstroomt, doet ons denken aan Hem, Die zit aan de rechterhand van de Vader, vanwaar Hij Zijn macht uitoefent en Zijn wonderen bewerkt (Op.5:13).
Ook dat de netten naar Joh.21:6 aan de rechterzijde moesten worden uitgeworpen, zoals de opdracht van de Heer luidde, deed de netten volstromen. Niet door ons inzicht zal het gebeuren, maar door de aanwijzing en de leiding van de Heilige Geest zal alles geschieden, want anders blijven de netten leeg.
Ten slotte bevestigt de Here een en ander door het woord: 'Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden (Joh.6:37,38).
De rivier, zo lezen we, stroomt maar voort en verder (Gods werk gaat door) en des te verder hij gaat, hoe hoger en voller vervuld met water gaat het over de aarde.
Stromend water Ja, waarlijk: 'De beek Gods is vol water, Gij bereidt hun koren. Ja, zo bereidt Gij alles' (Ps. 65:10) en op een andere plaats vinden we dat de inwoners van Sion' zingen bij reidans: Al mijn bronnen zijn in u!' (Ps.87:7).
In het NT wijst Jezus de Samaritaanse vrouw naar Hem als bron en dat 'het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden tot een fontein van water, dat springt ten eeuwigen leven' (Joh.4:14).
Christus is de Levensbron, de Tempelbeek. Zijn genade en verzoeningsstroom van levend water zal overal, waar het ook komt, het onvruchtbare, het zieke, zondige en gebroken leven herstellen en gezond maken. Het is geen stilstaand water, maar altijd stromend, tot het volmaakte bereikt is.
Van klein naar groot.
Het water stroomt ook hoger en hoger. Want wat begon met de enkeling of de kleine schare werd tot een machtig volk, vol van de Heilige Geest. God meet en overziet Zijn werk.
De Godsgezant die Ezechiël leidde, had een meetsnoer, waarmee hij duizend el afmat, en het water tot aan de enkels kwam. Nogmaals duizend el verder, kwam het al tot de heupen en weer later was het een beek geworden die men niet doorwaden kon, want het water was zo hoog dat men er zwemmen kon.
Hebt gij gezien, mensenkind, en zien wij het, Gods grote werk, de uitwerking van Zijn eeuwig Woord en evangelie?
Zien wij wat God ook nu nog doet met Zijn kerk en de gelovigen?
Hoe klein is Gods werk begonnen?
Enkele discipelen volgden, maar elke dag werden er mensen toegevoegd. Toen en nu. Door ambten en gaven van de Geest is Gods Woord niet te stuiten en komt het tot de verste uithoeken van deze aarde. Overal mag de mens worden toegeroepen: 'Wilt gij gezond worden?' En zullen wij het (kunnen) meten of beoordelen of het geestelijke leven zal groeien. Bij de enkeling noch bij de gemeente kunnen wij dat, maar groei zal er zijn.
Naar de oogst
Gods werk gaat door, ondanks onze twijfels. Als wij gaan meten denken wij: 'Er komt van Gods Woord weinig terecht, kijk maar rondom in Nederland of zelfs in Europa.
0, en hoeveel meetlatten hebben wij niet in het oordelen en veroordelen van elkaar! Wat moeten wij nog veel leren vanuit Gods Woord en genade, bijvoorbeeld laten wij proberen te leren vanuit Gods liefde en barmhartigheid. 'Hebt dus geduld,' zegt de apostel Jacobus, 'tot de komst des Heren! Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht des lands en heeft geduld, totdat de vroege en late regen erop gevallen is. (Jak.5:7).
Als wij ons laten leiden en gebruiken, groot en klein, dienstknecht of volk, dan zal Gods Woord ten slotte alles gezond maken en tot leven verwekken. Stap voor stap zal er groei zijn: door zaaien, planten, nat houden en verzorgen zal er uiteindelijk geoogst worden. Overal waar Gods Woord komt, worden de aanwezige onvruchtbare wateren gezond en vermenigvuldigen de vissen zich.
Evangeliseren
Het visioen van Ezechiël geeft ons de moed om te evangeliseren. Al Mijn bronnen zijn in u: en daarom heeft God de mens een taak gegeven als vissers van mensen. Want de wereld is groot; er zijn vele wateren: volken, natiën en talen. God wil dat ze allen behouden worden.
Nog vele plaatsen zijn onvruchtbaar en velen sluiten zich af voor het evangelie, zegt vers 11: 'Maar de moerassen en poelen ervan zullen niet gezond worden; zij zijn aan het zout prijsgegeven.'
Daar verstikken zonde en vijandschap, de werken van de duisternis, de Levensbron. Helaas zijn er vele plaatsen van zonde, waar de satan zijn rijk heeft opgericht. Iedere dag kunnen we er de vreselijke beelden van zien. Maar we hebben goede moed: God is krachtiger dan de vorst der duisternis. Christus heeft overwonnen.
Meer dan ooit is het nodig dat er in de kracht en de geest van Elia in opdracht van God wordt uitgegaan met het getuigenis van apostelen en profeten. De profetenmantel moet worden gehanteerd om paden en banen te openen, om op het water te slaan.!
Bemoediging
We hoeven niet te meten of te wachten wat God doet. Wij christenstrijders kunnen voorwaarts. We hoeven niet in eigen kracht, maar vol zijn van de kracht van de Heilige Geest, opdat God meewerkt met krachten en tekenen.
Zijn Woord zal worden bevestigd en de plaatsen der zonde zullen gezond worden. Het eindbeeld is zeer bemoedigend.
Ezechiël ziet aan weerszijden van de beek vele vruchtbare bomen, die elke maand hun vrucht voortbrengen. Het beeld van de voleinding is hiermede bevestigd (Op.22:1-5).
De beide zijden zijn het beeld van het dubbele getuigenis van apostelen en profeten. Het kwaad is uitgebannen, de heerlijkheid Gods en van het Lam vervult zowel de hemel als de aarde. De verlosten, vol van de Levensbron, juichen, want zij zullen als koningen en priesters heersen tot in eeuwigheid.
Nu rest ons een vragen, het gebed tot de God van hemel, zee en aarde Zelf: Geef Heer, in de levenswoestijn, waar dorheid en droogte heerst, het leven brengende Woord. Effent U in de wildernis een stromende beek, de rivier Gods, opdat overal waar zij komt, er eeuwig leven zal ontstaan. Want zie, de oosterpoort zal ontsloten worden: de Here Jezus komt. Maranatha. ©HvD.