DE VROEGE

EN

DE SPADEREGEN.

Aan de kinderen Israëls schonk de Here God de belofte dat Hij zou geven de vroege- en de spade- regen opdat zij koren en most en olie zouden kunnen inzamelen.

Deze belofte ging gepaard met de vermaning om geen andere goden te dienen, want, als de kinderen Israëls zich voor andere goden zouden buigen dan zou de Here God de Hemel toesluiten waardoor er geen regen op het aardrijk zou vallen. Deut. 3-17

De vroege regen begint in Palestina in het midden van Oktober en de spade-regen in Maart; daarop volgt dan de korenoogst en de hete zomer.

De vroege regen is dus voor de uitgedroogde aarde en voor het gedijen van het uit te strooien zaad onmisbaar.

Evenals de spade- of late regen, welke daartoe dient,om het zaad opnieuw te bevochtigen en tot volle wasdom te brengen.

Op de spade-regen volgt de zomer-hitte zodat door regen en zonneschijn de te velde staande gewassen rijp worden voor de oogst.

Regen is het beeld van geestelijke zegeningen, in het bijzonder van de Heilige Geest en Zijn gaven.

Ná Zijn Hemelvaart heeft de Here Jezus de vroege regen des Geestes doen nederdalen in overeenstemming met de door Hem gegeven belofte, luidende: “Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Dien Ik u zenden zal van de Vader, namelijk de Geest der Waarheid, Die van de Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen. Johannes 15:26.

Blijkens Handelingen 2, hebben dus des Heren apostelen en de andere volgelingen des Heren op het -- Israelitische-- Pinksterfeest de uitstorting van de beloofde Geest der Waarheid mogen ervaren.

Zij, die zich spottend over deze daad Gods uitlieten, hoorden uit de mond van de apostel Petrus dat er hier volstrekt geen sprake was van dronkenschap maar van een gebeurtenis waarvan de voorzegging was uitgesproken door de profeet Joël, namelijk: En het zal zijn, in de laatste der dagen, dat Ik zal uitstorten van Mijnen Geest op alle vlees en uwe zonen en uwe dochteren zullen profeteren, en uwe jongelingen zullen gezichten zien en uwe ouden dromen dromen." enz.

"Op alle vlees", wil zeggen: op mensen van alle standen en nationaliteiten.

Het blijkt ons uit de Heilige Schrift, dat de dienstknechten van de Heer het zaad van het Evangelie uitgestrooid hebben in de harten van Joden en heidenen.

Zij die geloofden,werden gedoopt en ontvingen daarná door handoplegging van een apostel, de Heilige Geest.

Dit blijkt ons duidelijk uit Handelingen 8:14-17 en uitHandelingen 19:6.

De laatstgenoemde Bijbeltekst luidt:

"En, als Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen; en zij spraken met vreemde talen en profeteerden."

Hier vond dus hetzelfde plaats als wat er geschiedde op de dag der uitstorting van de Heilige Geest, namelijk: allen werden vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken."

In 1 Korinthe 12: 1-11, worden de zeven Geestesgaven genoemd:

De Heilige Geest openbaart Zich dus in de Gemeente op een zevenvoudige wijze.

Een algemene opvatting onder de gelovigen is dat het profeteren en het spreken in vreemde talen, gelijk staan met het prediken van Gods Woord.

Doch, aan deze mening ligt de waarheid niet ten grondslag, hetgeen duidelijk blijkt uit het feit dat Petrus aan hen die getuige waren van het Pinksterwonder, in de Joodse taal het Evangelie verkondigde.

De mannen, die volgens Handelingen 19:6 profeteerden en in vreemde taal spraken, hebben dus niet gepredikt, maar wel was aan hen door Paulus het Evangelie verkondigd.

De ten Hemel gevaren Heiland bracht Zijn belofte in vervulling: "Met nieuwe tongen zullen zij spreken".Mark.16:17c.

Volgens Johannes 16:12,13 had de Zone Gods nog vele dingen aan Zijn dicipelen te zeggen, welke dingen zij evenwel toen nog niet konden dragen en welke later door de gave der profetie aan hen geopenbaard zouden worden.

Door de Geest der Waarheid werden dus in de Kerk der eerste eeuw, toekomende dingen geopenbaard.

Dáárom kon de apostel Paulus schrijven: "Doch de Geest zegt duidelijk dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten en leringen der duivel." 1 Timotheus 4:1.

En, inderdaad zijn er reeds in de eerste eeuw christenen geweest die gehoor gegeven hebben aan de verlokkende stem van de Vader der Leugen, in weerwil van het feit dat zij door handoplegging ener apostel de Heilige Geest ontvangen hadden. Vergel.Matth.12:43-45

De eerste Kerk had niet alleen leden die de gave der profetie bezaten, maar ook mannen aan wien de Heer der Kerk het profetenambt geschonken had.

Uit dien hoofde kon de Heer Zélf die mannen aanwijzen die Hij met een ambt wilde bekleden.

Volgens Handelingen 13:1-3,waren in de gemeente te Antiochië enige profeten door wie de Heilige Geest sprak: Zondert Mij af, beide, Paulus en Barnabas, tot het werk waartoe Ik hen geroepen heb."

Uit deze Schriftplaats blijkt tevens onomstotelijk dat de Heer méer dan twaalf apostelen heeft gezonden.

Ná de dood der apostelen en hun mede-dienaren de profeten, evangelisten en de herders, die eveneens door de Heilige Geest tot het werk der bediening geroepen waren, gelukte het aan de Satan maar al te zeer om dwaalleringen en verkeerde praktijken bij de gelovigen ingang te doen vinden; zó, dat het Licht van Gods Woord al flauwer en flauwer werd en de Geestesgaven verdwenen.

Nadat de vroege regen des Geestes was gezonden, brak onder de gelovigen de wintertijd aan.

Tenslotte scheen de duisternis het licht overwonnen te hebben.

Maar...."Ziet de Bewaarder Israëls zal niet sluimeren noch slapen", zo leert ons Ps.121:4.

Indien wij dit geloven dan hebben wij te onderzoeken of God ook de spaderegen heeft gezonden van de Heilige Geest.

Wij hebben te onderzoeken of Christus in deze laatste tijd gezonden heeft: Apostelen, door wier handoplegging Hij de Heiligen Geest en Zijn gaven mededeelt.

"Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeu- wigheid", zo lezen wij in Hebreeën 13:8.

Wat Hij in de aanvang voor Zijn volgelingen nodig geacht heeft zal Hij hen thans niet willen onthouden.

De tekenen der tijden wijzen er duidelijk op dat de dag nabij is waarop de Heer Jezus wederkomt voor degenen die Hem verwachten tot zaligheid, dus niet ten oordeel, waartoe de Heer later zal komen met Zijn verheerlijkte Bruidsgemeente.

Zij, over wie de spaderegen des Geestes is uitgegoten, worden rijp voor des Hemels heerlijkheid indien zij in oprechtheid hun Heer en Heiland dienen.

Zij, die de Geest der Waarheid van zich afstoten, worden rijp voor het oordeel Gods en blijven dus achter wanneer de Heer komt in heerlijkheid en komen terecht in de hitte der verdrukking zie het derde wee in Openbaring 11:4.

"Begeert van den Here regen ten tijde des spaderegens" Zacharia 10:1.

BEREIDT U, DE HEER KOMT.!