Geschrift over het werk

van de

HEILIGE GEEST.

Johannes 16:13-15.

Als de eerste en belangrijkste vraag stellen wij ter beantwoording:

"Wát is het werk van de Heilige Geest, zoals bedoeld in dit tekstgedeelte.?"

Hieraan verbinden wij dan de volgende vragen:

"Wát heeft de Heilige Geest gehoord, en, wát neemt Hij uit de Here Jezus als de Zoon?"

En, als derde vraag:

"Wat is des Vaders?"

Wij zullen de laatste vraag als eerste proberen te behandelen en zo tot de tweede vraag te komen waardoor wij tenslotte de allereerste vraag door de tweede en derde beantwoord zullen zien.

Wat is des Vaders?.

Reeds de twaalfjarige Jezus gaf hierop het antwoord toen Hij door zijn moeder gezocht werd en op haar vraag; "Kind, waarom hebt ge ons zo gedaan?", aan haar antwoordde:"Wist gij niet, dat Ik moest zijn in de dingen Mijns Vaders?"

De dingen Zijns Vaders vond de Here Jezus dus in de Tempel en in alles wat daartoe behoorde, namelijk, de dienst zoals hij daar werd gehouden; de wetten en de verordeningen; en de boeken der Psalmen en van de Profeten, die in de Tempel bewaard werden.

Kortom, Hij vond daar alles wat God Jehova gewerkt en geopenbaard had in het Oude Verbond, en, dit waren alle dingen Zijns Vaders.

Het is ons bekend dat het Oude Verbond in zijn geheel een schaduw en voorbeeld is van het Nieuwe Verbond.

In dat Oude Verbond, hetwelk door de bediening des doods zoals de apostel Paulus het noemt,ons zeer hard toelijkt, straalt ons echter de liefde van de Vader toe, die aan het weerspannige mensdom zijn onmacht wil doen gevoelen om door eigen verdienste en goede werken het verloren gegane Paradijs weer terug te krijgen.

Die liefde van de Vader Die in het gevallen mensenkind het verlangen wil opwekken naar een Verlosser, ja, naar de Verlosser Die door de Here God Zélf gegeven zou worden om het mensdom weer tot Hem terug te voeren en te verlossen uit de ellende waarin het gezonken was.

Die liefde van de Vader, die tot uiting kwam in de zoenoffers; en, de van liefde en vergeving getuigende Heer, Wiens naam bij de wetgeving op de Sinaï door Mozes werd uitgeroepen: "Here,Here God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid."

Die liefde van de Vader die tot uiting komt in de Psalmen en de Profeten, en, waarin zich reeds de Geest van Christus openbaarde. zie 1 Petrus 1:10,11.

Al de wetten en inzettingen en openbaringen in het Oude Verbond waren als het Manna, het brood uit de Hemel, het beeld van het Woord van God.

Hiervan werd voor dien tijd, het benodigde aan het volk geschonken, echter de grote verborgenheid die zich hierin bevond werd in het Heiligdom onder de hand van de Hogepriester bewaard.

En dit zou, als het manna dat verborgen was, in de Here Jezus als het vlees geworden Woord, geopenbaard worden als het wáre brood uit de Hemel. Johannes 6:48.

En zó was dus hetgeen des Vaders was, óók dat van de Zoon als het Woord; óók van het Oude Verbond hetwelk in Hem de vervulling vond.

En dáárom kon Hij oók zeggen: "Die Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien."

En, nu zou de Heilige Geest het uit het Zijne nemen, maar óók uit dát, wat des Vaders was.!!

Dáárom vinden wij in het heden in de profetie, de beeldspraak, zowel uit het Oude- als uit het Nieuwe Verbond.

En nu: "Wát is het dat de Heilige Geest gehoord heeft en wát Hij uit de Zoon nemen zal?"

Het vloeit allemaal ineen tot één geheel, want, had het Woord in het Oude Verbond niet reeds gesproken: "Zie Ik kom...om uw welbehagen te doen". Psalm 40:8,9.

En, sprak ook niet het vleesgeworden Woord in het bitterste lijden: "Uw wil geschiedde!".

Zie daar, DAT heeft de Geest gehoord; DAT is het wat Hij uit de Zoon nemen zal, namelijk om aan de mensen bekend te maken en hen te leren om GODS WIL TE DOEN.

Daartoe is Hij de Waarheidsleraar die in alle waarheid zal leiden.Om zondaren bekwaam te maken om de wil van de Here God te doen.

De Heilige Geest heeft gehoord hoe de Here Jezus als de Grote Hogepriester, bad voor Zijn volk en daarom bidt óók de Geest met onuitsprekelijke verzuchtingen.

De Heilige Geest heeft gehoord hoe Jezus, als het Woord, sprak: "Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn..opdat ze Mijne Heerlijkheid mogen aanschouwen.", en, daarom verkondigd de H.Geest ons de toekomst van de Here Jezus Christus.

Hij maakt ons indachtig alles wat de Heer, als het Woord, gesproken heeft en dit wordt door de Geest genomen zowel uit hetgeen des Vaders is, als uit hetgeen des Zoons is, dus uit het Woord.

Ziedaar, al dit bovenstaande is dus reeds het antwoord op onze eerste vraag: "Wát is het werk van de H.Geest, zoals in deze tekst bedoeld?"

Wij kunnen dit echter nog wel in het kort samenvatten en het zó uitdrukken: Het werk van de H.Geest, is dát werk, wát de Here Jezus op de aarde openbaarde, namelijk, Hij was God en openbaarde op de aarde het Goddelijke,en, ditzélfde doet ook de Heilige Geest.

De Heilige Geest woonde in het lichaam van de Here Jezus en openbaarde daaruit het Goddelijke, en, dit doet de Geest ook nu ín en dóór en úit het lichaam, de gemeente.

Volgens Filippenzen 3:20,21, is de Heilige Geest bovendien de kracht of de werking waardoor wij éénmaal aan het Heilige en Heerlijk lichaam des Heren gelijkvormig gemaakt worden.

Door Zijn louterend en heiligmakend vuur bereidt de Heilige Geest ons voor, voor de eerstelings-oogst.

Deze eerstelings-oogst wordt ons ook afgebeeld in het Pinksterfeest van de Israélieten (zie Num.28:26), die dan naar het Heiligdom moesten komen met twee gezuurde broden die waren gebakken uit twee-tiende meelbloem van de nieuwe tarwe-oogst.

Evenals de Heer dus het Brood uit de Hemel was, zo is óók Zijn lichaam, de Gemeente, als dat brood dat toebereid is door Zijn Woord en dat bewerkt is door het vuur van de Heilige Geest.

Zijn eerstelingsgemeente komt voort uit het Koninkrijk Gods (getal tien), en bestaat uit de eerste en de laatste Apostolische Kerk (als de twee broden) terwijl zij door het tweevoudig getuigenis wordt voortgebracht (als twee-tiende meelbloem).

Een opmerkelijk verschil was er tussen de broden van het Paasfeest en de broden van het Pinksterfeest.

De broden op het Paasfeest moesten ongezuurd zijn, als een beeld van het onzondige brood vanuit de Hemel, gelijk de Here Jezus was.

De Broden op het Pinksterfeest waren echter gezuurde broden, als het beeld van de gemeente der eerstelingen die uit de zondige mensen is voortgekomen.

Deze zondige mensen worden door de Heilige Geest tóch toebereid als eerstelingsbroden om in het Heiligdom gebracht te worden.

Zij worden met een bijzondere zorg toebereid om als uitgezochten, dat wil zeggen uitverkorenen gebracht te worden als eerstelingen.

Hierin zien wij het beeld van de opname der eerstelingsgemeente.

Later komt dan het grote oogstfeest, het Loofhuttenfeest genaamd, dat aan het einde van het jaar gevierd werd, want dan waren alle vruchten van het veld en van de bomen binnengehaald.

De volledige oogst eindigde met het Loofhuttenfeest en is het schaduwbeeld van de verzameling van de achtergebleven gelovigen wanneer de Here Jezus met Zijn verheerlijkte Heiligen wederkomt om het 1000-jarig vrederijk te stichten.

Dán zullen zelfs de heidenen dat Loofhuttenfeest mede vieren omdat ook zij dan onder de scepter van Koning Jezus gebracht worden. Zacharia 4:16.

Zo zien wij dat het werk van de Heilige Geest, die in alle waarheid zou leiden, reeds zijn schaduwvoorbeeld (en) had in het Oude Verbond.

En, als de Waarheidsleraar leert Hij ons om de wil van de Here God te doen, volgens hetgeen Hij van de Zoon gehoord had en verkondigd Hij ons de toekomende dingen zowel uit hetgeen in het Oude-dan wel in het Nieuwe Verbond geschreven staat.

Als het hemelse manna, verborgen in de kruik van het Oude Testament en als het Hemelbrood belichaamd in de Here Jezus.

Als het verborgen manna en hemelbrood wordt het tesamen als het Zijne, door de Here Jezus Christus en door de Heiligen Geest en Deszelfs Goddelijke werking geopenbaard en gewerkt.

Hij laat ons door dit alles de toekomende dingen verstaan en begrijpen zodat wij, door Zijn Goddelijke heiligende werking bereid worden gemaakt voor dien toekomst.

Het woord :"Zijt en blijft eeuwig bewoond door de Heiligen Geest" dat wordt uitgesproken bij en tijdens de verzegeling zal dan ook in de toekomst volkomen bewaarheid worden zodat wij, dóór God de Heilige Geest, tot het Goddelijke verheven zullen worden en de Here God alles in allen zal zijn.

MARAN-ATHA.

de Heer komt.!