Gevonden voorwerpen

2 Koningen 22:1-20

Als u dit kopje ergens leest, dan hoopt u: hier kan ik mijn verloren voorwerp terugvinden. Ik moet u helaas teleurstellen,maar misschien kan dit schrijven u toch teruggeven wat u op de eerste plaats niet eens gemist had!

Als u iets kwijt bent, dan zoekt u naar advertenties, u gaat naar de politie of u vraagt in de winkel bij de afdeling gevonden voorwerpen of het daar is afgegeven. U bent uiteraard verblijd als het daar is afgegeven. Misschien heeft u ook wel eens meegemaakt hoe dat is om iets kwijt te zijn en dat is geen prettig gevoel. Maar dit is weer direct voorbij als u verenigd bent met het verloren voorwerp, u bent weer opgelucht. Maar het kan ook anders gaan: u vindt iets terug wat u in eerste instantie eigenlijk nog nooit had gemist. Ook dat kan een gevoel van blijdschap geven.

Josia

In de Heilige Schrift komen we zo'n situatie tegen. Het gaat over de jonge koning van Juda. Hij was acht jaar oud toen hij koning werd en zijn naam was Josia, hetgeen betekent: “de Here ondersteunt”. Hij regeerde eenendertig jaar, deed wat recht was in de ogen van de Heer en wandelde op al de wegen van zijn vader David; hij week niet af, rechts noch links.

Deze jonge koning was volkomen gehoorzaam en op zoek naar zijn God.

Dit staat opgetekend in 2Ko.22 van vers 1 tot en met 20. Hier lezen wij dat koning Josia in het achttiende jaar van zijn koningschap, hij was toen zesentwintig jaar oud, de secretaris Safan naar de hogepriester Chilkia stuurde met de volgende opdracht: “Leg het geld klaar wat het volk voor de tempel bijeen heeft gebracht om dit aan de bouwlieden te geven om de bouwvallige tempel te herstellen”. Ze kregen het geld om hout en gehouwen stenen te kopen en er werd aan hen geen verantwoording gevraagd over de besteding van het geld. Men vertrouwde elkaar volkomen.

Een boek gevonden

Voordat men aan een bouwwerk gaat starten, wordt eerst alles wat niet meer deugdelijk is gesloopt en netjes opgeruimd.

Ja, dan kom je van alles tegen, misschien herkent u dit wel. Zo werd er, bij het herstellen van de tempel, ook een boek gevonden. De bouwlieden gaven dit boek aan de hogepriester Chilkia, deze gaf het aan Safan de secretaris en Safan las het de koning regel voor regel voor.

Zodra de koning de woorden van het boek hoorde, scheurde deze zijn kleding. Niet van rouw, maar van ontzetting over de inhoud van het boek. Het boek was namelijk het wetboek: “de vijf boeken van Mozes”.

Hij riep onmiddellijk de hogepriester Chilkia, Achbor de zoon van Micha, de secretaris Safan en zijn persoonlijke dienaar Asaja bij zich, en gaf hen de opdracht om direct, ter wille van hem en het gehele volk van Juda, de Heer te raadplegen over de inhoud van het wetboek dat gevonden was in de tempel van de Here.

“Want het kan niet anders,” zei de koning, “dat de Heer in hevige woede ontstoken is omdat onze voorouders zich niet hebben gehouden aan wat er in dit wetboek staat geschreven”.
Oordeel

Toen ze bij de profetes Chulda aankwamen (deze woonde in het nieuwe stadsdeel van Jeruzalem) en alles aan haar verteld hadden, sprak ze het volgende: “Zeg maar tegen de koning: “Zo zegt de Here, de God van Israël: zie Ik breng onheil over deze plaats en over haar inwoners: de gehele inhoud van dit boek dat de koning van Juda gelezen heeft; omdat zij Mij verlaten hebben en offers ontstoken voor andere goden, teneinde Mij te krenken met al het maaksel van hun handen. Daarom zal Mijn gramschap over deze plaats ontbranden, zonder geblust te worden. Maar tot de koning van Juda, die u zond om de Here te raadplegen, tot hem zult gij aldus zeggen: Zo zegt de Here, de God van Israël: wat de woorden betreft, die gij gehoord hebt omdat uw hart week geworden is en gij u verootmoedigd hebt voor het aangezicht des Heren, toen gij hoorde wat Ik gesproken heb tegen deze plaats en haar inwoners, dat zij een voorwerp van ontzetting en van vervloeking zullen worden, en omdat gij uw klederen gescheurd hebt en geweend voor mijn aangezicht, zo heb ook Ik gehoord, luidt het Woord des Heren. Daarom, zie, Ik zal u tot uw vaderen vergaderen: gij zult in vrede in uw graf bijgezet worden en uw ogen zullen niets van het onheil zien, dat Ik over deze plaats breng”.

Verbond

Ja, toen de koning deze woorden ter ore kreeg, was hij zeer verblijd, dat kunnen we ons wel voorstellen. Hij riep het gehele volk bijeen en las hun de gehele tekst van het wetboek voor. De koning sloot een verbond voor het aangezicht van de Heer: dat een ieder de Here zou volgen met Zijn geboden, voorschriften en inzettingen en het verbond dat in dit wetboek was vastgelegd met hart en ziel na te leven. Het gehele volk van Israël sloot zich hierbij aan en de koning gaf direct de opdracht aan de hogepriester Chilkia, de priesters van de tweede orde en de dorpelwachters om alle voorwerpen uit de tempel te halen die voor de afgodendienst werden gebruikt.
De voorwerpen werden verbrand buiten de stad en de afgodspriesters werden ontslagen. Alles, maar dan ook alles werd vernietigd wat ook maar iets met de afgoden te maken had.
Als u hoofdstuk 23 eens doorneemt, dan leest u hoe de mens in staat is om zoveel afgoden te maken.
Maar, de jonge koning maakte er dus korte metten mee, en toen alles gereinigd was, beval de koning: “Vier Pesach ter ere van de Here, uw God, zoals het hier in het wetboek beschreven staat”.
Wat kan een boek, dat je op de eerste plaats niet eens gemist had, toch veel verandering brengen.
Je start met het opknappen van een verwaarloosde tempel en de gevolgen zijn niet te overzien.
Tempel van de Geest
Waar komen wij nog meer een tempel tegen in de heilige Schrift?

In de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs hoofdstuk 3 vers 16 schrijft Paulus: “'Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont?”.

We mogen dus zeggen dat ons lichaam de tempel is waar God woont of wil wonen. Dat is toch een mooie openbaring vanuit de Heilige Schrift? Wie zijn wij dat Hij in ons wil wonen?

Dat zei de hoofdman die voor zijn zieke knecht naar Jezus ging ook in Mt.8:5-13: “En Jezus zeide tot hem: Zal Ik komen om hem te genezen? Doch de hoofdman antwoordde en zeide: Here, ik ben niet waard, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn knecht zal herstellen”.

Ons eigen huis

Soms echter verwaarlozen wij ons eigen huis. Dat doen we met ons natuurlijk huis, met alle gevolgen van dien. Maar dat doen we soms ook met ons geestelijk huis, hoewel we denken dat we oprecht leven, net als Josia de jonge koning. Maar er kan een moment in ons leven komen dat er meer is dan dat.

We gaan ons geestelijk huis eens opknappen, en dan kunnen wij bijzondere dingen tegenkomen, zoals het Woord van God, of bijbelteksten die we altijd gelezen hebben, maar die door onderzoek een diepere betekenis hebben gekregen.

Het Woord van God wordt hierdoor een deel van ons leven. We scheuren niet onze kleding stuk, nee, maar we vragen wel om vergiffenis. En als we dat in oprechtheid zullen doen, zal God ons alles vergeven en het nooit meer gedenken. Ja, de Here hoort ons aan, Josia kreeg het ook te horen van de profetes: “en omdat gij uw klederen gescheurd hebt en geweend voor mijn aangezicht, zo heb ook Ik gehoord, luidt het Woord des Heren”.

Werkelijk vrede

Dan mogen wij, net als Josia, het Paasfeest vieren, ter ere van de Here, uw God. Het opstandingfeest van de Zoon van God vieren, Die voor ons de weg heeft vrijgemaakt naar het eeuwige leven.

Het woord van God openbaart aan ons het volgende: “Want dewijl de dood door eenmens is, zo is ook de opstanding der doden door een Mens. Want evenals zij allen in Adam sterven, zo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar een ieder in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst. Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God den Vader zal overgegeven hebben: wanneer Hij zal te niet gedaan hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht”.

Koning Josia kreeg te horen van de profetes Chulda: “Daarom zie Ik zal u verzamelen tot uw vaderen, en gij zult met vrede in uw graf verzameld worden, en uw ogen zullen al het kwaad niet zien, dat Ik over deze plaats brengen zal”.
Dit geldt ook voor ons als we leven volgens de inzettingen van Zijn Woord, dat de Here ons in vrede zal opnemen en dat wij de gruwelijkheden en de verdrukkingen die voorzegd zijn over de eindtijd niet zullen zien.
Wat kan het Boek der boeken, Gods Woord aan ons een heerlijkheid openbaren. Voor de jonge koning Josia is het wetboek dat hij mocht vinden in de tempel een ware openbaring geworden. Hij is in vrede heen gegaan. Ook voor ons geldt dit, want het is Gods plan voor alle mensen. “Zoek en gij zult vinden, klop en Hij zal open doen”. F.Th.