DE HEILIGE GEEST.
Zijn daadwerkelijke leiding aan de christelijke gemeente door middel van profetie, geestelijke gaven en krachten.
God is onveranderlijk en ook Gods Woord is onveranderlijk.
We vinden dit zowel in het Oude Testament alsook in het Nieuwe Testament opgetekend: Psalm 89:35 "Hetgeen uit Mijn lippen gegaan is, zal Ik niet veranderen".
Jakobus 1:17: Alle goede gave, en alle volmaakte gift is van boven, van de Vader der lichten afkomende, bij Wie geen verandering is, of schaduw van omkering.
Allereerst enkele stellingen over de H.Geest en Zijn werkzaamheid zoals die uit Gods Woord tot ons komen:
1. De H.Geest is de derde openbaring van het Goddelijk Opperwezen en alzo waarachtig God. Mattheus 28:19; 1 Korinthe 2:10-12; en 3:16,17.
2. Als God bezit de H.Geest dus dezelfde eigenschappen met de Vader en de Zoon. Hij is alwetend, almachtig, alomtegenwoordig etc.
3. Het heil, dat Jezus Christus voor zondaren verworven heeft, maakt de H.Geest ons deelachtig. Johannes 14:26; en 16:7-15.
In de geloofsbelijdenissen vinden we o.a. vermeld: 'Ik geloof in de H.Geest, die Here is en levend maakt; die van de Vader en de Zoon uitgaat; die tezamen met de Vader en de Zoon aangebeden en verheerlijkt wordt; die gesproken heeft door de profeten'.--De Geloofsbelijdenis van Nicea, Concilie 325-- "Ik geloof in de H.Geest".--De Apostolische Geloofsbelijdenis--.
Om Gods Woord te kunnen verstaan, te begrijpen en van daar uit onze handel en wandel in te richten hebben we de Geest van God nodig.
1 Korinthiërs 2:10,1: "Doch God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods. Want wie van de mensen weet, wat van de mens is, dan de geest des mensen, die in hem is? Alzo weet ook niemand, wat van God is, dan de Geest Gods."
Conclusie: We kunnen alleen maar met behulp van en door de H.Geest verstaan wat de Heer openbaart door Zijn Woord en Zijn H.Geest. De verklaring van een voor ons duistere plaats moet altijd in de H.Schrift ZELF gevonden worden.
Als stelregel geldt:"De H.Schrift uitleggen MET de H.Schrift anders vervalt gij in dwaling".
Hieruit blijkt dan meteen zonneklaar de NOODZAKELIJKHEID van de aanwezigheid en werkzaamheid van de H.Geest in de Kerk van Jezus Christus.
Jezus zegt nl. niet voor niets in Johannes 16:7: "Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden."
In het kader van dit stuk zullen we ons beperken tot het werk van God de H.Geest, zonder dat dit natuurlijk los gezien kan/mag worden van het werk van God de Vader en het werk van God de Zoon, want de H.Geest vindt Zijn oorsprong in de Vader en de Zoon:
Johannes 15:26: "Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Die Ik u zenden zal van de Vader, namelijk de Geest der waarheid, Die van de Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen".
Johannes 16:14,15: "Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen. Al wat de Vader heeft, is Mijne; daarom heb Ik gezegd, dat Hij het uit het Mijne zal nemen, en u verkondigen.
Christus ontving de H.Geest NIET MET MATE Johannes 3:34, maar in volheid. De werken die Christus deed, waren Hem getoond door de Vader Johannes 5:19, en werden door Hem volbracht in/door de kracht v.d. H.Geest Mattheus 12:28.
Dat de Geest van God altijd, door alle eeuwen heen, onder/bij/door mensen heeft gewerkt weet iedereen die gelovig is. Op het Pinksterfeest zien we echter een nieuwe vorm van de werking van de Geest van God door de uitstorting van de H.Geest.
Die uitstorting van de H.Geest ging gepaard met UITERLIJKE, ZICHTBARE tekenen: "een geluid als van een geweldig gedreven wind"; "tongen als van vuur".
En, ten gevolge van deze uitstorting horen: "allen volke van degenen die onder den hemel zijn" het spreken "met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken".--Hand.2: 2,3,4.
De reacties op deze uitstorting waren totaal verschillend (toen en nu): - Verwondering: Wat wil dit toch zijn? Hand.2: 12;
Spotten: Zij zijn vol zoete wijn. Hand.2: 13.
Petrus verwijst naar de vervulling van hetgeen we opgetekend vinden in Joël 2:28,29: "En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien; Ja, ook over de dienstknechten, en over de dienstmaagden, zal Ik in die dagen Mijn Geest uitgieten".
Het Pinkster gebeuren was het begin van een nieuwe werkzaamheid van de Geest Gods (een nieuwe betrekking tot de mens). De H.Geest werd niet zichtbaar in het vlees, zoals Christus, maar verscheen in een ononderbroken aanwezigheid en blijvende vorm van de werkzaamheid van God in de gemeente.
Onder het Oude verbond vond die BLIJVENDE inwoning niet plaats. De heiliging van de menselijke natuur was toen nog niet mogelijk, omdat de Zoon nog geen mens was geworden.
Eerst moesten de zonden van de wereld verzoend, de macht van de duisternis overwonnen, en het lijden van de Hogepriester volbracht worden.
Pas na de verzoeningsdood en opstanding van Christus kon Hij de woorden spreken uit Johannes 20:22: "ONTVANGT DE HEILIGE GEEST". Nu pas kon Deze op de gemeente (die in Christus is) in Zijn volheid nederdalen, en, haar door Zijn tegenwoordigheid heiligen en in haar Zijn woning maken.
Vanaf de eerste Pinksterdag, de stichting van de Kerk van Christus, is er dus een werking, handelen en werkzaamheid van de H.Geest blijvend aanwezig.
De Goddelijke Kracht, de H.Geest, die zich op het Pinksterfeest in de Kerk van Christus openbaarde zal volgens de H.Schrift:--Johannes 14:16 :"En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in eeuwigheid".
Het werk v.d. H.Geest is de mens te leiden naar zijn bestemming, de eeuwigheid, naar de volmaaktheid.
In het Grieks staat i.p.v. het woord Trooster 'Paracletos'. Dit woord werd gebruikt voor een advocaat, iemand die de pleitrede uitsprak,en,in de meest wijde zin voor een helper, een assistent.
Door de H.Geest moet nl. een werk tot stand worden gebracht. De H.Geest moet het Lichaam van Christus (de gemeente) samenvoegen, opbouwen en tot volkomenheid brengen. Door de H.Geest wordt het nieuwe leven, Jezus Christus, aan de mensen geschonken.
In de H.Waterdoop worden nl. door de werking van de H.Geest mensen geënt in de Levensboom Jezus Christus. Dit is de wedergeboorte Johannes.3: 1-8.
Het water is het symbool van het bloed van Christus dat gevloeid heeft tot vergeving van onze zonden (het beeld van de afwassing), de Geest van God is de macht, waardoor dit water een verborgen kracht wordt.
Christus heeft echter nog meer aan Zijn Kerk geschonken, want, we lezen nl. in Hebreeën 6:2 van de 'LEER DER DOPEN'.
Jezus, de Christus, zou niet alleen met het water van de schuld afwassing, maar ook met de H.Geest en met vuur van de H.Geest dopen Lukas.3:16. De doop met de H.Geest dient te geschieden door levende apostelen met gebed en handoplegging.
We zien in Handelingen 8:12 b.v. Filippus de H.Waterdoop bedienen, en de apostelen Petrus en Johannes de Heilige Doop met vuur, de Heilige Verzegeling bedienen Handelingen 8:17.
2 Korinthiërs.1: 21,22: "Maar Die ons met u bevestigd in Christus, en die ons gezalfd heeft, is God. Die ons ook heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven".
Efeziërs 1:13B,14: "zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte; die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs van Zijn heerlijkheid". Zie ook Efeziërs 4:30.
De gaven van de H.Geest zijn het zegel en de vrucht van de handoplegging door een apostel tot het ontvangen van de H.Geest. We zien in de Bijbel de werking van de H.Geest hierin openbaar worden.
Ook NU nog zijn er levende apostelen, profeten, evangelisten en herders en ook NU nog wordt de Doop met vuur bediend door nog levende apostelen.
Door de doop met Vuur wordt de mens een Tempel Gods. "Weet gij niet, dat gij Gods Tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont?" (1 Korinthiërs.3: 16).
Het is de vervulling van de belofte van Christus aangaande de H.Geest: "Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weder tot u' en 'zal IN u zijn". Joh.14: 17 en 18.
Het inwonend ontvangen van de H.Geest beïnvloed de mens grondig. Het geeft het verstand LICHT, de wil KRACHT en het hart LIEFDE zodat de vruchten van de H.Geest zichtbaar worden: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid (Gal.5: 22).
Het samenvoegen, de opbouw en het tot volkomenheid brengen van het Lichaam van Christus is het werk van de H.Geest. "Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de Heere der Heerscharen".--Zacharia 4:6--.
Door de H.Geest worden de raadsbesluiten van de Heer ten uitvoer gebracht. Alles wat de Heer in Zijn kerk doet wordt door de werking van de H.Geest ten uitvoer gebracht.
Johannes 14:26: "Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb".
Johannes 16:8: "En, Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel".
Johannes 16:13,14: "Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelf niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen. Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen".
De H.Geest handelt echter niet van/uit Zich Zelf, maar in afhankelijkheid van Jezus Christus.
Johannes 16:15: "Al wat de Vader heeft, is Mijne; daarom heb Ik gezegd, dat Hij het uit het Mijne zal nemen, en u verkondigen".
Door de inwoning van de H.Geest is de kerk een levend orgaan.
Éfeziërs 2:20,21,22: Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen; op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen Tempel in den Heere; op welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest".
Dit moet zich dus ook openbaren. De 'OPENBARING VAN DE GEEST' is datgene waardoor de H.Geest zich in de kerk bekend maakt; zij is de uiting van de geestelijke gaven, die aan de kerk met die ENE gave van de Trooster zijn gegeven.
1 Korinthiërs.12:4: "En er is verscheidenheid der gaven, doch het is dezelfde Geest".
Deze gaven zijn geschonken aan de kerk en worden door de H.Geest niet aan een enkel lid als persoonlijk bezit geschonken. Zo kunnen deze gaven door de H.Geest ZELF bij een ieder worden gebruikt tot nut van allen, tot stichting van het gehele lichaam.
Hoeveel waarde b.v. Paulus aan het 'bezit' van de geestelijke gaven voor de gemeente hechtte, vinden we uitgedrukt in: 1 Korinthiërs 12:1: "En van de geestelijke gaven, broeders, wil ik niet, dat gij onwetend zijt".
Spreuken 29:18: "Als er geen profetie is, wordt het volk ontbloot". Door de gaven van de H.Geest zijn wij geen ontbloot volk maar een theocratisch, door God geregeerd en bestuurd volk.
In de gaven van de H.Geest ligt het gehele werk, de volledige werkzaamheid, van de H.Geest besloten en wijst aan WAAR de gemeente des Heeren is en WAAR de openbare plaatsbekleder van Christus, de H.Geest, woont en troont.
Zij worden juist zo door de H.Geest medegedeeld zoals in 1 Korinthiërs 12:4-12 vermeld en zijn hoofdzakelijk zevenvoudig. Zij worden terecht de zeven Geesten Gods genoemd, verenigd in Hem, die ze mededeelde door de H.Geest Openbaring 4:5.
Een voorafschaduwing van het zevental vinden we in het O.T. b.v. in de ZEVEN kleuren van de regenboog, Genesis 9:13;
de Gouden kandelaar met de ZEVEN lampen, Exodus 25:37 en de steen met de ZEVEN ogen in Zacharia 3:9.
In het N.T. vinden we ze opgetekend als:
'de ZEVEN geesten, die voor Zijn troon zijn; Openbaring 1:4B;
'ZEVEN vurige lampen, brandende voor de troon welke zijn de ZEVEN geesten Gods, Openbaring 4:5.
Dat vuur van de H.Geest bestaat uit de zeven gaven van de H.Geest. Deze gaven van de H.Geest zijn absoluut noodzakelijk voor alle functies van het Lichaam van Christus.
Zij ontwikkelen zo een zevenvoudig licht voor de gemeente en zijn zo de zeven krachten Gods.
Deze gaven worden door de H.Geest medegedeeld als in 1 Korinthiërs 12:7-11. "Maar aan een ieder wordt de openbaring des Geestes gegeven tot hetgeen nuttig is. Want deze wordt door de Geest gegeven het woord der wijsheid, en een ander het woord der kennis, door dezelfde Geest; en een ander het geloof, door dezelfde Geest; en een ander de gaven der gezondmakingen, door dezelfde Geest; en een ander de werkingen der krachten; en een ander profetie; en een ander onderscheidingen der geesten; en een ander menigerlei talen; en een ander uitlegging der talen. Doch al deze dingen werkt een en dezelfde Geest, delende aan een ieder in het bijzonder, gelijk Hij wil".
Wij kunnen deze gaven rangschikken in zeven 'hoofdgaven'.
Deze gaven worden onder één noemer gebracht in Romeinen 11:33.
Ook lezen we van Stefanus b.v. dat hij met 'WIJSHEID' sprak Handelingen 6:10.
Hij verkondigde de waarheid van het evangelie op zo'n aangrijpende wijze dat de tegenstanders daardoor innerlijk werden getroffen, hoewel zij het niet wilden aannemen.
Het Woord der wijsheid dat de Heilige Geest geeft is sterker dan de wijsheid van deze wereld 1 Korinthe 3:19,20.
KENNIS hebben diegenen die duidelijk aan anderen kunnen overbrengen wat Gods Woord zegt. De gave van wijsheid berust op de gave van kennis en verklaart de Waarheid in haar innerlijke samenhang en dringt door in de diepte van de goddelijke geheimen.
2. GELOOF. Een ander wordt gegeven het 'geloof' door dezelfde Geest. Het geloof als een bijzondere gave van de Geest moet verschillend worden gezien van het geloof als een vrucht v.d. Geest Galaten.5: 22.
Het geloof als vrucht of algemene werking van de Geest moet bij iedereen worden gevonden, die zalig wil worden Hebreeen 11:6; Handelingen 16:31.
Het geloof echter, als een bijzondere gave van de Geest, dat slechts aan enkelingen wordt verleend tot nut van allen, is die sterke, overweldigende geloofskracht, die met de Heer over een muur springt Psalm 18:30, die bergen verzet 1 Korinthe 13:2, die voor geen twijfel terugwijkt, maar in vertrouwen op de levende God ook de grootste hindernissen zegevierend overwint, die datgene tot stand brengt wat anderen onmogelijk schijnt, die het werk al aanpakt terwijl anderen nog overleggen of aarzelen, die de zegen van God van de hemel tot zich trekt, die niet bevreesd is al ging de wereld ook onder en zonken de bergen midden in de zee. Psalm 46:3.
3. GEZONDMAKING. Petrus en Johannes, opgaande naar de tempel bij de kreupele: STA OP EN WANDEL Handelingen 3: 1-10.
4. KRACHTEN/WONDEREN. Paulus en Barnabas uitgezonden naar Cyprus. De valse profeet die het Woord Gods wilde tegen houden wordt met blindheid geslagen. De stadhouder ziet met welke KRACHTEN van de Heilige Geest, Barnabas en Paulus vervuld zijn Handelingen 13:4-12. Deze wonderwerkingen zijn een getuigenis daarvoor, dat de tegenwoordige toestand niet een blijvende is, maar dat zij voor het volmaakte moet wijken wanneer het rijk der hemelen in openbare heerlijkheid verschijnt.
5. PROFETIE, DROMEN en VISIOENEN. Er is grote samenhang tussen de verschillende profetische openbaringen. Bij monde van de profeet Joël noemt de Heer deze drie uitingen van de Heilige Geest tegelijkertijd en laat daardoor de onderlinge samenhang duidelijk zien.
Joël 2:28: "Daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien".
PROFETIE. Profetie is voor stichting van de gemeente nodig. De gave van profetie wordt gewerkt door drijving.
We vinden dit opgetekend in: Jeremia 23:9: Aangaande de profeten: "Mijn hart wordt in mijn binnenste gebroken, al mijn beenderen bewegen zich; ik ben als een dronken man, en als een man, voor wie de wijn te machtig wordt; vanwege de HEERE, en vanwege de woorden Zijner heiligheid".
2 Petrus 1:21: "Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar de heilige mensen Gods, door de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben gesproken".
Een profetie bestaat uit gedachten van God die aan de profeterende persoon worden opgedrongen. Door de Heilige Geest gedreven worden de gedachten van de Heer HOORBAAR kenbaar gemaakt om zo de juiste wil des Heren te horen en te kunnen volbrengen.
Profetie is STICHTEND, VERMANEND, VERTROOSTEND 1 Korinthe 14:3. De geest der profetie is het getuigenis van Jezus Openbaring 19: 10.
Wat het hart van de Heer in de hemel beroert, dat wil de Heilige Geest op aarde door de profetie bekend maken Johannes 16:13 en 14.
Daarom is de profetie de openbaring van het hart van Jezus in Zijn lichaam, de openbaring van Zijn lijden, Zijn vreugde, Zijn verlangen, Zijn vertroosting. Hoe meer wij dus in de geest van Jezus handelen, des te volmaakter zullen wij in staat zijn in de profetie Zijn taal te spreken.
Drie dingen zijn belangrijk voor de profetie: licht, woord en kracht. De H.Geest geeft licht in de geest van de mens en geeft de mens tegelijkertijd ook de kracht om dit licht tot uitdrukking te brengen en wel in woorden, die weliswaar woorden van mensen zijn, echter juist die woorden, die de H.Geest wil laten gebruiken, opdat Zijn gedachten openbaar worden.
Bij de profetie vindt dus een samenwerking van de H.Geest en de mens plaats. De mens is een werktuig van de H.Geest, echter een verstandig, vrij, meewerkend en daarom ook verantwoordelijk werktuig. De mens behoudt bij de goddelijke inspiratie het volledige bezit van zijn persoonlijke vrijheid 1 Korinthe 14:32; 1 Thessalonicenzen 5:19 en eigenaardigheid.
Het wonderbaarlijke en onbegrijpelijke bij de profetie is dus dit, dat de volmaakte Geest, de levende waarachtige God, in verbinding treedt met de onvolmaakte, zwakke geest van de mens.
Daaruit blijkt allereerst, dat in de tegenwoordige eeuw, waarin zich alleen maar zwakheid in ons openbaart, ons profeteren ten dele is 1 Korinthe13:9.
De profetie moet verder met het richtsnoer van het geloof overeenkomen Romeinen 12:7.
Niets mag worden gesproken, wat met de Bijbel en met de uit de Bijbel vastgestelde leer der apostelen in tegenspraak is. De apostel Johannes geeft ons de toetssteen voor de ware profetie in 1 Johannes 4:1-3.
De profetie is van God, wanneer zij van de Godheid van Jezus van Nazareth en van de waarachtige menswording van de eeuwige Zoon van God getuigt. Deze belijdenis bestaat echter niet alleen maar in het woordelijk herhalen van de inhoud want ook onreine geesten kunnen zeer vroom klinkende redevoeringen houden Lukas 4:34; Handelingen 16:17,18 maar zij openbaart zich daardoor, dat men Jezus in een nederig, kinderlijk geloof volgt en Hem erkent in diegene, die in Zijn naam over ons zijn gesteld.
De gave van profetie komt ook nu nog in de gemeente tot uiting. God de Heilige Geest spreekt ZELF hoorbaar.
De Heer verkondigt nl. door profetie ook TOEKOMENDE dingen.
Johannes 16:13: "de toekomende dingen zal Hij u verkondigen". Het verkondigen van toekomende zaken is echter niet alleen beperkt tot de gemeente, maar de Heer spreekt b.v. ook tot Nederland.
VISIOENEN. De visioenen v.d. H.Geest zijn geen droomvisioenen, geen zinsbegoochelingen. Visioenen hebben hun oorsprong niet in de hersenen van den ziener. Zij bestaan buiten de ziener, en hij ziet ze inderdaad, en wel alleen met geopende ogen, anders houdt het op een visioen des H. Geestes te zijn. De ziener(es) ziet met OPEN ogen een tafereel dat anderen niet zien. Ook dan is er een (lichte) drijving van de Geest.
DROMEN worden ontvangen in een toestand v. onderbewustzijn i.t.t. profetie en/of visioenen. Meestal worden GEESTELIJKE dromen ontvangen tegen het einde van de nacht, lichaam en geest zijn dan uitgerust. Het kenmerk van een geestelijke droom is dat deze over het algemeen KORT en KRACHTIG is en een scherp beeld geeft van een bepaalde situatie. Meestel wordt aangevoeld dat het om een geestelijke droom gaat. De meeste zaken die wij dromen komen voort uit onze EIGEN geest. Prediker 5:2: "Want [gelijk] de droom komt door veel bezigheid".
6. ONDERSCHEIDING DER GEESTEN. Deze gave leert ons scherp onderscheid te maken of de menselijke geest zich laat leiden door de Geest Gods, de geest van zichzelf, of de geest v.d. boze. 1 Johannes 4:1: "Geliefden, gelooft niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn"
7. VREEMDE TALEN en UITLEGGING DER TALEN. Paulus onderscheidt dat er TWEE soorten van spreken in talen zijn: 1 Korinthe 13:1: talen der mensen en talen der engelen.
Een spreken in tongen/talen van de mensen werd b.v. aan de apostelen als een gave v.d. H.Geest op het Pinksterfeest gegeven, toen zij in de landstalen aan de toen in Jeruzalem verzamelde vreemden de grote daden Gods verkondigden Handelingen 2:4-11.
Dit spreken in talen behoefde geen bijzondere uitleg en diende tot stichting van de aanhoorders.
Geheel anders staat het met het spreken in tongen 1 Korinthe 14. Dit spreken geschiedt in de taal van de engelen, in een bovenaardse hemelse taal, die alleen de spreker tot stichting dient en die zonder uitleg in de landstaal van de toehoorders volkomen onverstaanbaar is (1Korinthe 14: 2,13 en 14.
Talen zonder uitlegging zijn niet tot nut/stichting van de gemeente. 1Korinthe 14: 28.
Dat alles werkt een en dezelfde geest en deelt aan een ieder in 't bijzonder zoals Hij wil. Zoals de leden van het natuurlijke lichaam hun bijzondere taak hebben, zo ontvangen ook de leden van het wonderlijke Lichaam van Christus door de zalving van de H.Geest hun bijzondere gaven, al naar gelang hun plaats in het Lichaam.
Weliswaar kan de H.Geest met Zijn gaven in elke gedoopte werken zoals Hij wil; maar het ligt in de lijn van de goddelijke ordening; dat Hij Zijn gaven daar openbaart, waar de gedoopten met de H.Geest zijn verzegeld.
Openbaren de verschillende geestelijke gaven zich ook nu nog niet in hun volle kracht, toch zijn ze er, omdat de H.Geest er is en ze zullen zeker in een ieder tot de heerlijkste ontplooiing komen, wanneer het sterfelijke in het onsterfelijke verandert en het volmaakte is verschenen.
Wij mogen en moeten een verlangen koesteren naar de openbaring van de veelvoudige geestelijke gaven; maar wij moeten deze niet tot onze eigen verheerlijking, maar tot eer van de Heer en tot zegen van Zijn kerk begeren.
Door de geestelijke gaven wordt Christus door God de H.Geest in de kerk geopenbaard Johannes 16:14 en voor ons zijn deze gaven kostelijke kleinoden en edelstenen, de liefelijke, helder schitterende versiering van de uitverkoren bruid van de hemelse Koning en Bruidegom.
Volgens Gods wil moet de kerk op elk ogenblik tot aan het einde van de tegenwoordige tijd niet alleen rijk zijn aan de vrucht van de Geest, maar ook aan de menigvuldige gaven van de Geest. Dit zegt niet alleen apostel Paulus 1 Korinthe 13:10.
Het was ook de overtuiging van de kerk in de eerste eeuwen. Een stem uit die tijd zegt: de profetische gave moet, zoals de apostel in de zojuist aangegeven plaats leert, in de gehele kerk aanwezig zijn tot aan de laatste verschijning van de Heer.
Dit stuk is samengesteld door: evangelist J.L.M.Straetemans en herder H.Bakker. Er is geput uit diverse apostolische geschriften. Haarlem 4 mei 2001.