DE
ZIEKE IN BETHESDA.
Nadat de Heer Jezus gedurende twee dagen Zijn leer aan de
inwoners van Sichar had gepredikt, ging Hij naar Galilea war Hij
in Kapernaum de zoon van de hoofdman genas.
"Daarna was er
een feest der Joden."
Het gesprek dat de Heer bij de bron met de Samaritaanse vrouw had gehad, was vier maanden voor het begin van de oogst.
Het eerste feest der Joden dat dán in aanmerking kan komen, is het Purimfeest, dat niet door de Wet was voorgeschreven, maar dat als een nationale gedenkdag in de maand Maart gevierd werd.
Dit feest was door de Joodse Overheid ingesteld om te herdenken dat de Here God het Joodse volk op een wonderbare wijze had gered uit de handen van Haman.
De geschiedenis van Haman vinden wij in het boek Ester, een boek, dat genoemd werd naar het dappere Joodse meisje dat tot Koningin van Perzië werd verheven en dat haar leven waagde om haar volk te redden.
Dit gedachtenisfeest wordt nu, in onzen tijd, nog altijd Purimfeest genoemd, een feest, dat met veel vreugde en uitgelatenheid wordt gevierd.
Toen dat feest werd gevierd, bevond de Heer Jezus Zich in Jeruzalem, waar Hij natuurlijk geen deel nam aan de vreugde der menigte, maar wél dacht aan het lot van de zieken die door hun toestand geen deel konden nemen aan de vermaken van dat feest.
Hier geeft de Heer aan ons dus een voorbeeld, want, laten wij bij feestelijke gelegenheden, hetzij van kerkelijke, hetzij van andere aard, toch steeds denken aan hen die buitenshuis worden verzorgd en daardoor zo veel moeten missen.
Feestdagen brengen altijd veel beslommeringen met zich mee want een ieder is druk bezig met alles wat de feestvreugde kan vergroten; maar nooit wordt de tijd béter besteed dan die, welke wij wijden aan hen die in de eenzaamheid, in de vreemde, hun kruis moeten dragen.
De Heer Jezus ging naar ene plaats waar
geleden werd, wat, volgens de Spreukendichter béter is dan het
bezoeken der huizen der maaltijden.
De Heiland dacht wél aan de eenzame zieken en ging naar een
ziekeninrichting waar de patiënten op hun bedden, vérre van de
feestvreugde in de familiekring verwijderd waren.
Hij ging naar Bethesda waar zich een zeer merkwaardige vijver bevond, gelegen vlak bij de Schaapspoort niet ver ten Noorden van de Tempel.
Men denkt, dat men de ruines van dat badhuis heeft gevonden, en, in een zijdal van de beek Kidron, dat vol puin ligt, ontdekte men in 1871 een vijver die door een lighal doorsneden en door vier zuilen omringd was.
Zulke badinrichtingen als te Bethesda noemt men in onze dagen: een Kurhaus.Deze huizen vindt men het meest bij bronnen waarvan het water geneeskrachtige mineralen bevat; dit water waarin deze stoffen zijn opgelost, wordt gedronken of men baadt zich erin.
Nu lezen wij in ons tekstgedeelte dat dit water van de bron te Bethesda op zekere tijd beroerd werd door een Engel en dat diegene die dán het éérste in dit water afdaalde, genezing vond.
Een grote menigte zieken, blinden, kreupelen en verdorden, -(volgens sommige geleerden waren dat T.B.C-patienten)-, wachtten op de beroering van dat water en, wanneer dat gebeurde, ontstond er een groot gedrang om er als eerste in te kunnen afdalen.
Het is erg merkwaardig, dat in betrouwbare handschriften van de Bijbel de tekst ontbreekt, vers 4, die van de beroering van het water door een engel spreekt.
Wij zouden hier dus te doen kunnen hebben met een toevoegsel van een lezer uit de oude tijd, die een verklaring wilde geven van de wonderlijke beroering die er op vaste tijden plaats vond.
Er kán sprake zijn van een engel in de gewone zin die dat verschijnsel bewerkte; niet dat de Here God niet op déze wijze zou kunnen handelen, want bij Hem is niets onmogelijk.
Maar het is niet aan te nemen dat Hij Zich onder het volk Gods van dien tijd, waar zelfs de geestelijke toestand zodanig was dat dit volk werd vergeleken bij een woestijn waar de Grote Johannes de Doper zijn stem tevergeefs deed horen, aldus openbaarde.
Bij zúlk een geslacht werkt de Here God niet door Engelenverschijningen.
EN TOCH IS HET VERHAAL WAAR, en TOCH BEROERDE EEN ENGEL HET BADWATER.!
Laten wij daarbij eens letten op de uitspraak in Psalm 104:4, waar wij het volgende lezen: "Hij maakt Zijn Engelen geesten, Zijne dienaars tot een vlammend vuur."
Het Hebreeuwse woord voor geest betekent eigenlijk: "wind".
Ludwig Albrecht heeft dit tektstgedeelte aldus verklaart: "Winden maakt Hij tot Zijne boden en vuurvlammen maakt Hij tot Zijn dienaren."
Toen het volk van Israël in de nabijheid van de Rode Zee was terwijl het werd opgejaagd door de Egyptenaren, strekte Mozes zijn hand uit over de zee.
ZO DEED DE HERE DE ZEE WEGGAAN DOOR EEN STERKE WIND DIEN GANSEN NACHT EN MAAKTE DE ZEE DROOG EN DE WATEREN WERDEN GEKLIEFD. Exodus 14:21.
Wát was nu hier het wonder.?
Dat de Here God op het gewenste ogenblik een natuurkracht gebruikte, in dit geval de wind, waardoor Zijn wil volbracht werd.
Aldus maakte God de wind tot Zijn Engel, engel betekent bode, afgezant.
Toen het volk gebrek had aan vlees, voer een wind uit van de Here en raapte kwakkelen van de zee en strooide ze bij het leger, Numeri 11:31. Ook hier gebruikte de Here God de wind om Zijn wil te volvoeren.
Toen het brandofferaltaar van de tabernakel werd ingewijd ging er een vuur uit van het aangezicht des Heren en verteerde op het altaar het brandoffer en het vet, Leviticus 9:24.
Dit wonder herhaalde zich bij de wijding van de tempel van Salomo, toen, in antwoord op het gebed van de koning, het hemelvuur nederdaalde en de offers verteerde. 2 Kronieken 7:1.
Ook vinden wij enkele malen dat de Here God vijanden van Zijn dienst, door vuur verteerde zodat Hij de vuurvlammen tot Zijn dienaren maakte omdat het vuur immers Zijn wil volbracht.?
Uit deze voorbeelden zien wij, dat de Here God wonderen werkt en daarvoor ook de krachten van de natuur gebruikt.
Nu zijn er in de schepping vele zaken die wij, dat wil zeggen de geleerden van deze tijd, niet kunnen verklaren; in vroeger dagen was het aantal onverklaarbare zaken nog veel groter en vandaar, dat wij bij de oude volkeren allerlei fantastische verhalen vinden om te proberen de natuurverschijnselen te verklaren.
Veel wordt er toegeschreven aan goede of boze geesten; wanneer de orkaan bulderde, dan dachten de Germanen dat Wodan, de oppergod, met zijn vele geesten op paarden door de lucht reed, die, hoewel onzichtbaar, dit gedruis veroorzaakten.Wanneer er een donderbui woedde, dan geloofden de Grieken dat Zeus, Jupiter, in zijn woede vuurpijlen op de aardbewoners afschoot; de menselijke geest heeft nu eenmaal behoefte om het onbegrepene te verklaren.
0ver de hele wereld verspreid zijn er bronnen die bij tussenposen water doen opwellen, waardoor de oppervlakte van het water dat zich in een vijver bóven de bron bevindt, in beweging wordt gebracht. Zulke bronnen die bij tussenpozen werken, worden intermitterende bronnen genoemd; dit woord betekent letterlijk: met onderbreking werkende.
Zó zal dus ook het badwater te Bethesda op geregelde tijden door zulk een bron, in beroering zijn gebracht waardoor er weer een nieuwe hoeveelheid mineralen in het badwater werd gebracht en dan voor een korte tijd de geneeskrachtige werking weer sterker werd.-b.v. door koolzuurverbindingen.
Wie er dan vlug bij was had hier de
meeste baat bij.
Het verschijnsel van de intermitterende bronnen is zeer eenvoudig
te verklaren door de wetten van de communicerende vaten, welke
wetten de leerlingen die vervolg onderwijs genieten, allen leren
kennen; destijds was dit verschijnsel echter onverklaarbaar en, dús
moest een Engel het wel doen.
Omdat elk verschijnsel in de natuur een voortbrengsel Gods is, kunnen wij, in zekere zin, dus vrede hebben met de wijze van voorstelling zoals die hier is gegeven, want, tenslotte was deze natuurlijke zaak tóch nog een genade die de Here God aan de zieken bewees.
De Here Jezus hoefde echter niet op deze manier te werken want Hij, Die over álle krachten van de natuur gebood, en Die wind en zee aan Zijn wil deed gehoorzamen, Hij richtte door Zijn Woord een ziek op die reeds 38 lange jaren op genezing wachtte.
Wat waren de mensen, en helaas nu nóg, toch zelfzuchtig.!
Dat er nu nooit eens iemand was die dacht: "Deze stakker ligt hier nu al zovele jaren; ik zal hem helpen of mijn beurt aan hem afstaan.!"
Niemand in die vijf hallen, die dáár aan dacht.
Maar gelukkig was er Eén, Die wél aan hem dacht, Eén, Die volgens vers 6 wíst, dat deze zieke reeds zolang op hulp wachtte. Stellen wij ons eens voor: 38 jaren lang ziek terneder te liggen zonder dat er veel kans op genezing is.!
Deze man zal de moed wel zo langzamerhand opgegeven hebben; en, wie zal zeggen, door hoe weinigen hij nog werd bezocht; het was zo gewóón dat hij dáár was; oude vrienden waren reeds gestorven of begonnen hem te vergeten.
Als hij nog familie had, dan zullen die hem allicht hebben beschouwd als een last voor het familieleven; voor déze patiënt zal de naam van deze badinrichting wel een spotnaam zijn geweest, want Bethesda betekent namelijk: Huis der Barmhartigheid.
Met deze naam kon de zieke man het waarschijnlijk maar moeilijk eens zijn want er werd aan hem tenminste niet veel barmhartigheid bewezen.
Maar zie, op een feestdag kwam er Eén bij hem, Die hem vriendelijk aankeek en aan hem vroeg: "wilt gij gezond worden.?"
Wat zal deze man door deze vraag verbaasd zijn geweest, niet door de vraag zelf, maar door de liefde die daar uit sprak.
Zou er dan tóch nog hoop voor hem zijn, zou er dan tóch iemand gevonden worden die, wanneer het water werd beroerd, hem naar dat water zou willen brengen.?
Maar, door de lange, slechte ervaring die hij in die jaren had ondervonden, zei hij: "Niemand wil mij helpen en als ik dan aan kom sukkelen, dán is het te laat."
Door dit antwoord is de Heer bewogen en Hij vraagt niets meer, maar Zijn liefde spreekt uit de woorden: "Sta op.! Neem uw beddeke op en wandel.!"
En dán wordt dit uitgeteerde lichaam met een wonderlijke kracht vervuld, en, de ledematen die verstijfd zijn door het lange liggen, worden los en dan staat de man op en draagt zélf zijn matras weg.!
Maar o wee.! Het is Sabbat.! En er zijn Farizeeërs in de nabijheid. Wat nu.? Werk doen? En, nog wel werk dat in de Schrift uitdrukkelijk verboden was.?
Had de profeet Jeremia -17:22--,dan niet gezegd: "Gijlieden zult geen last uitvoeren uit uwe huizen op de sabbatdag, noch enig werk doen.?"
En, had Nehemia in hoofdstuk 13:15-21 ook niet iets dergelijks bevolen.? En, zie nu, daar draagt een man op de sabbat zijn matras.!
Dat hier in deze plaats een groot wonder was geschied, dát dringt niet tot hen door, en, dat zulk een wonder slechts kan geschieden door Iemand die gróter was dan de Sabbat, was voor hun bekrompen geest een verborgenheid.
"Wíe is die mens, die aan u gezegd heeft: neem uw beddeke op en wandel.?"
De Farizeeërs vragen niet: "Wíe heeft u gezond gemaakt?", want dáárvoor was er in hun koude harten geen belangstelling, en, gevoel voor het majestueuze van deze zaak was ook geen plaats in hun verstijfd gemoed.
De Bewerker van dit wonder had Zich, omdat er een grote schare aanwezig was en Hij geen opschudding wilde veroorzaken, teruggetrokken.
De genezene wist niet, Wíe hem had opgericht, maar enige tijd daarna vinden wij de Heer, evenals de genezene, in de Tempel. De genezene kent zijn Weldoener niet, maar hij erkent dat hij, door Goddelijke kracht is opgericht en dáárom brengt hij Gode dank in Diens Heiligdom.
Dán komt dáár de Onbekende bij hem en zegt: "Zie, gij zijt gezond geworden: zondig niet meer opdat u niets ergers geschiede."
Het blijkt dus, dat deze genezen mens had geleden aan en onder de gevolgen van een zondig leven en hij liep nú het gevaar om de verkregen gezondheid weer opnieuw te gaan gebruiken door gevolg te geven aan zijn hartstochten.
Op de één of ándere wijze heeft hij ontdekt, dat Hij, Die hem genezen heeft, Jezus van Nazareth is en, denkende dat zijn ondervragers uit belangstelling aan hem hebben gevraagd naar die Onbekende, gaat hij vol vreugde naar Hem zoeken en roept de ondervragers dan toe Wíe hem heeft opgericht.
De Farizeeërs echter, vervolgden de Heer Jezus en probeerden om Hem te doden omdat Hij werkte op de Sabbat.!
Dit mooie verhaal is een grote troost voor hen die een lange tijd ziek zijn en misschien wel eens de moed opgeven om ooit weer gezond te worden.Zullen zij herstellen.?
Dát kan niemand zeggen, maar, dát het mogelijk is, dat bewijst deze geschiedenis.