DE

GAVEN DES HEILIGEN GEESTES

NAAR

DE BELOFTEN.

Psalm 68:19:

Opgevaren in de hoogte:
Handelingen 1:8,9, en de belofte gedaan om de gaven uit te delen aan de mensen.

Gevangenis gevankelijk gevoerd:----de dood overwonnen.

Psalm 68 is eigenlijk een overwinningslied ter ere van de Heer die triomfeerde over Zijn vijanden.
In deze Psalm ligt de grondgedachte dat een overwinnende Koning gaven uitdeelt aan diegenen die in Zijn dienst strijden.

Deze gaven werden niet alleen aan de kinderen Israëls gegeven maar óók aan het wederhorig kroost, dat zijn zij, die niet tot het Oude Verbondsvolk behoren, maar nu óók in de zegeningen naar de belofte zouden delen, namelijk het Heidendom.

Gevangenis: gevangen door de satan.
Echter óók als tégenbeeld, gevangen door het Woord van God: 1 Petrus 3:18-20.

Paulus getuigt van zijn gevangenschap in Jezus Christus,in: Efeze 3:1; Efeze 4:1; Filemon 1:9; 2 Tim.1:8.

Jesaja 6: 1-4:

Vers 1: Waarom stierf de koning Uzia?
2 Kronieken 26:16-21.: Het Koning-Priesterschap komt de mens nog niet toe, maar pas aan het einde: Openbaring 20:6.

Wij zien hier in Jesaja, een profetische voorstelling van Jezus Christus als Hoofd, die met Zijn Kerk verbinding heeft door de Heilige Geest (zomen van een mantel zijn tweevoudig) welke licht uitstraalt, Daarmede vervullende de Tempel waarin Hij, door Zijn Geest wil wonen en werken: 1 Korinthe 3:16,17.

Zoals gezegd zijn de zomen dubbel en is dit dus het beeld van het tweevoudig getuigenis door Woord en Geest, ofwel het Apostolisch-Profetisch Getuigenis waar Zijn kracht van uitgaat:Lukas 8:43-47, (genezing v.d.vrouw die vloeide en die de zoom van het kleed van de Heer aanraakte, waarop zij gezond werd).

Vers 2::Cerafs of engelen: gedienstige leraren.

Vleugels: leraren of ambten:
Psalm 17:8; Psalm 36:8; Psalm 57:2; Psalm 91:4;Jesaja 30:18b-21; Mattheus 23:37; Efeze 4:11-16.

Lezen wij nu Deuteronomium 32:10-12, dan zien wij dat hier de Heer Zélf het beeld is van de Grote Arend.

In Exodus 19:4, zegt de Heer Zélf dat Hij Israel op vleugelen der arenden uit Egypte gedragen heeft, en, zo waren dus Mozes en Aäron als de Apostel en de Profeet de vleugelen van God Jehova, de Grote Arend.

Mozes de éne en Aäron de andere vleugel.

Deze beiden zijn hier type en schaduwvoorbeeld van het Apostel en Profeten-ambt, ofwel van de Nieuw Testamentische machten of vleugelen waardoor de Heer Zijn Kerk draagt en steunt. Efeze 2:20.

Mozes, met de 70 oudsten, (hulpen), het beeld van het uitwendige bestuur.

Aaron, met de Levieten het beeld van het inwendige en geestelijke bestuur.

MAAR WEL GESCHEIDEN VAN ELKANDER WERKENDE.!

Aangezicht bedekt: God niet kunnen zien, en tóch leven:
Exodus 33:18-20; Exodus 34:5,6 en 29-35.

Mozes moest dus een deksel voor zijn aangezicht doen omdat de glans van God te sterk was voor gewone schepselen: zie ook 2 Korinthe 3:7-18

Pas wanneer het aangezicht, (Hoofd, Jezus Christus), in het 1000-jarig vrederijk niet meer bedekt zal zijn en wij het Koning-Priesterschap mogen bekleden,dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht.

Voeten bedekt:
voeten zijn de evangelieboden: Jesaja 52:7; Romeinen 10:11-16. (zie ook Efeze 2:19 ev.).

Deze voeten waren in het Oude Testament nog bedekt, doch in het Nieuwe Testament zijn ze openbaar geworden.

Vloog hij:
vliegende de toekomst, ofwel de wederkomst tegemoet.

Dan zal de strijdende Kerk, de zegevierende Kerk worden waarin het Koning-Priesterschap aan Zijn Bruid zal worden geschonken zodat dan ALLE ZES VLEUGELEN in werking zullen zijn. Openbaring 20:6

Door middel van de vier, in werking zijnde vleugelen, ofwel ambten, opwassen tot de mate van de grootte der volheid van Christus, en dan uit Zijn hand het Koning-Priesterschap ontvangen: Efeze 4:13

Vers 4: De posten en de dorpelen, waarin de deur is: "Ik ben de deur." Johannes 10:1-9

Allen bewegen: werken, rook, (Heilige Geest waaruit en waardoor God Zich openbaart): Deuteronomium 5:22

Jesaja 32: 1-4 en 15.
Profetisch zijn hier in het O,T. de gaven reeds aangekondigd.
In de gehele geschiedenis is er nog geen enkele koning geweest die heerste naar recht en gerechtigheid.
Dit is dus een voorzegging voor het Nw.Testamentische tijdperk: want, hij ZAL REGEREN, is dus toekomst.

vers 2:

Die man: (zie Jesaja 54:5)

Deze Man, God, zal ons dus beschermen tegen de wind,doch bóven alles als een Koning regeren.Zij, die dus door de Heer in een ambt over de kinderen Gods zijn gesteld, zullen dus heersen naar RECHT.

Door Zijn Geest dus bescherming tegen de winden van leer die op een verleidelijke wijze tot ons komen: Efeze 4.-(wind des Geestes--verfrissend).

Vloed: Lukas 6:48.

Waterbeken: zie hiervoor de vier rivieren uit Eden,waardoor de Here God het dorre land bevloeide.De waterbeken zijn dus het beeld van het wáre Evangelie.

Dorre plaats: een plaats waar geen vruchtbaarheid meer aanwezig is, doch die vruchtbaar wordt.

Rotssteen: Jezus Christus die ons weder levend maakt waardoor wij niet meer worden verschroeid in de woestijn door de hitte van de zonde: 1 Kor.10:1-4.

Vers 3: Niet terugzien: naar de oude en zondige mens,maar horen en NIET doof zijn: Lukas 8:10; Jesaja 29:18.

Vers 4: Het verkondigen van het Evangelie was aan de verstandigen en wijzen verborgen, maar werd aan de kinderkens geopenbaard.

Vers 15: woestijn---doods---heidenen, die door Gods Geest vruchtbaar worden, dus door de wateren des levens, komende uit de Steenrots Christus, bevloeid worden.

Ogen des Heilige Geestes om de geestelijke dingen te kunnen zien en verstaan en geestelijke oren om te horen.

Jesaja 44:3-5, --(lezen vanaf vrs.1.)

Vers 2: Jeschurin--- de gewenste,--(lievelingsnaam)

Vers 3: Water uitgieten: reine leer tot wasdom. Jesaja 55:1-3;

Gras---het volk: Jesaja 40:6a

Wilgen: zijn taai en vasthoudend en groeien het beste bij het water.

Mensen moeten dus ook taai en vasthoudend zijn in het geloof en moeten dus dicht bij het water staan, dus, gevoed worden door de wateren des levens: Joh.4:10-15.

Mijn Geest: Johannes 14:25,26.

Vers 5: Deze wilgen zullen zich noemen met de naam Jacob, dat wil zeggen, niet de bezitters van het Eerstgeboorterecht zijnde, hebben zij dit recht echter door ongehoorzaamheid van Ezau---(de Joden)---ontvangen en moeten nog om die gave worstelen gelijk als eens Jacob aan de Jabbok (Genesis 32:24-28) vóórdat ze strijder Gods---(Israël)---genoemd worden.

Dit gaat wél ten koste van natuurlijke, lichamelijke of maatschappelijke voorspoed waardoor men hinkende verder gaat, tótdat ze door Woord en Geest zullen overwinnen en Eerstelingen worden. Jacobus 1:18.

Ezechiël 39:29:

Gods aangezicht was nog steeds verborgen, doch zou niet meer verborgen zijn als de Geest des Heren zal uitgestort worden.Eerst in Christus in het vlees kon men God aanschouwen, welke Zijn Geest over de mens heeft uitgestort waarin Hij Zich aan de mensen openbaart: Johannes 14:9.

Oudtijds leefde de mens naar de letter van de wet en niet met het hart: Romeinen 2:28,29.

Nu is daar echter een leven in Geest en in Waarheid: Romeinen 8:10-17.

zoals ons omschreven is in: Jeremia 31:31-33. (dus geen stenen wet, maar wet in het hart)

Joël 2:28,29:

Handelingen 2:16-18:

Paulus had een grote kennis van het Oude Testament. De profetie van Joël ging dus op dat moment in vervulling.

Elk kind van God ontvangt de H.Geest als onderpand der toekomende erfenis.

1 Corinthe 12:1,2.(zie ook vrs.7)

De Gaven zijn dus voor een ieder.