Mattheus 28: 18-20:
De énige conclusie uit dit tekstgedeelte kan zijn, dat de dicipelen van de Heer de uitdrukkelijke opdracht hebben ontvangen om ALLES wat Hij hun geleerd had, door te geven aan anderen en dit niet alleen voor hun dagen, máár, tot aan de voleinding der wereld.!
Dit houdt óók in,dat de Heer deze opdracht niet gaf aan de sterfelijke mens, maar, aan het ambt.!
Voleinding der wereld: de grote oogst. Oók de grote oogst waarvan de Heer sprak in: Mattheus 13:27-30 + 47-50, moet nog plaats vinden.
Dus is de dag nog niet daar en moet dus het Apostelambt en Zijn getuigenis nog op aarde aanwezig zijn. Lukas 11:49 (50)
"Ik ZAL zenden": dus toekomst.!
Het doden van Zijn gezanten zal niet ongestraft blijven (zie vrs.50) maar moet in de toekomst plaats vinden volgens Openbaring 18:20 bij de val van het grote geestelijke Babylon.
Deze val zal pas ontstaan en tot openbaring komen,wanneer de christenheid versplinterd zal zijn in al die verschillende kerken-kerkjes-secten en groepen, zodat er als het ware een spraakverwarring ontstaat.
In die dag zullen zij geoordeeld worden door dat AMBT, máár, er moet dan óók nog uitredding en genade mogelijk zijn dóór dat ambt.:Openbaring 18:4.
Johannes 14:3+18-20:
U plaats bereiden en U tot Mij nemen.
Deze belofte zal door de rechtvaardige God zeer zeker niet alleen maar aan een enkeling zijn gegeven. Deze belofte van de Heer is voor alle mensen, echter met dien voorwaarde, dat wij ons aan Zijn Woord houden.
"Zullen woning bij hem maken".
Dóór Zijn Geest, dus niet alleen laten---(wezen)---, maar de krachten en de gaven van de Heilige Geest zullen in ons zijn om ons in alle waarheid te leiden. (vers 17).
Wanneer wij nu getuigen dat God een rechtvaardig God is, dan zal het óók nodig zijn dat de Heilige Geest tot aan het einde toe in ons woont; want anders zou men immers in de laatste der tijden op een onrechtvaardige wijze door de Here God behandeld worden doordat wij wel wezen zouden zijn.!
Wanneer dan de Heilige Geest ook in onze dagen als de Trooster en Leidsman nodig is, dan is het ook nodig, dat er tot aan de wederkomst van de Heer, er apostelen zijn én blijven om die Geest mede te kunnen delen:--- de Verzegeling.! (zie ook: Handelingen 1:8-11 en Ezechiël 33:1-9).
Johannes 17:6-24:
Het Hogepriesterlijk gebed des Heren laat ons in het 20e vers zeer duidelijk zien, dat ook zij, die ná de dicipelen zouden komen in dezelfde opdracht en onder dezélfde belofte vallen.
Zo moet dus óók in onze dagen nog het Apostolisch-Profetisch-Getuigenis worden vernomen. (zie óók vers 24.).