VERZEGELD ZIJN.

2 Korinthe 1:21,22:

is God: dit is dus geen werk van mensen maar van de waarachtige en getrouwe God, Die ons door de Verzegeling heeft afgezonderd, net zoals de Levieten werden afgezonderd: Exodus 29: 22-33

Zo zijn ook wij door de verzegeling afgezonderd uit de christenheid. (gestoten olie--één hin is 390 liter)

Nú is het koning-priesterschap nog gescheiden. Het onderpand van de Geest---verzegeling--- openbaart zich in de gemeente die de H.Verzegeling heeft ont-vangen in doop en verzegeling:

Efeze 1: 13,14:

Verzegelen dóór de Heilige Geest, ter bevestiging van het geloof. Is daardoor een onderpand tot de verkregen belofte van de toekomende erfenis om de heerlijkheid te ontvangen: Johannes 17:24

Dit onderpand leidt ons in alle waarheid: 1 Johannes 2:20,25-27.

Efeze 4:30:

Alleen zij, die verzegeld zijn, kunnen dus de Heilige Geest bedroeven door af te wijken van Zijn Woord en inzettingen. Keer dan ook nooit de Heilige Geest de rug toe en verlies daardoor dan NIET het EERSTGEBOORTERECHT.

Zonden tegen de Heilige Geest:

liegen: Handel.5:1-11;

verachten: 1 Thess.5:20,

verzoeken: Matth.4: 5-7;

wederstaan: Jesaja 63:10,

uitblussen: 1 Thess.5:19;

smaden: Hebr.10:28-31

verharden: Zach. 7:11-14;

laster: Matth.12:31,32 .

(zie ook blz. 566 en 594 Boek van onze Tijd)

Openbaring 7:3-9 en 13,14.

Door de verzegeling zijn wij dus afgezonderd uit de twaalf geestelijke stammen Israëls omdat de Openbaring niet is gegeven aan:

Deze verzegelden zijn dus gelovigen uit ALLE geslachten Israëls. Johannes, die het getal der verzegelden en de namen der geslachten hoort van de Engel die hem in Openbaring 1:1 dit alles uitlegt, deze Johannes noemt niet ALLE geslachten, maar laat de stam van DAN geheel weg en zet er de stam van MANASSE voor in de plaats.

Bovendien wordt JUDA, de 4e zoon van Jacob, als de EERSTE, doch RUBEN, de eerstgeborene, als de 2e genoemd.

En, in Openbaring 21:12 staat: "uit alle geslachten der kinderen Israëls", maar hier, in Openbaring 7 staat: van kinderen Israels.

In Jacobus 1 schrijft de apostel Jacobus aan de 12 stammen die in de verstrooiďng zijn. Hij schreef echter NIET aan de Joden of heidenen, maar aan de verzegelden.

De Joden hebben het Evangelie toch immers niet aangenomen, waardoor het naar de heidenen is gegaan. Jood, noch heiden, maar christen: 1 Kor,7:19 en Galat. 5:6

Jacobus bedoelde dus met deze 12 stammen: "dat degenen die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn."-- Gal.3:7-- omdat de "zegeningen van Abraham tot de heidenen gekomen zijn in Christus (vrs.14).

Hij bedoelde dus het Nw.Testamentische Israël Gods, Gal.6:16 en noemt al de christenen: "de 12 stammen in de verstrooiďng" omdat ze, evenals vroeger het volk Israël in Babel vertoefde, eveneens onder de heidenen, Babel, verspreid en verdrukt zijn.

Israël betekent "strijder Gods".

De 12 stammen van het Nw.Testamentische Israël vormen dus de strijdende Kerk op aarde, ofwel de gehele Nw.Test. gemeente. De verzegelden uit die stammen ofwel Kerk van Christus, zijn zij, die we later als de Bruid van Christus in het Rijk der Heerlijkheid wedervinden in Openbaring 14:4, als de gekochten uit de mensen, eerstelingen Gode en het Lam. (zie ook Openb.19:9, Avondmaal vieren met de Bruidegom).

Er moet dus een verborgen betekenis zijn waarom de stam Dan is weggelaten en de stam Manasse daarvoor in plaats gekomen is.

Het Nw.Testamentische geslacht Dan kan niet tot de verzegelden behoren omdat dit geslacht bestaat uit al de verblinde schriftgeleerden (Farizeeën) die denken alléén het Rijk Gods te bezitten en die de VERZEGELING, het werk van God in de laatste dagen, NIET ZULLEN AANNEMEN OMDAT ZE IN HUN VROOMHEID DENKEN DIT NIET NODIG TE HEBBEN.

Zij zullen deze verzegeling als RECHTER veroordelen omdat de Heer niet hen, als vrome en geërde mannen tot VERZEGELAAR heeft geroepen, maar daarvoor ongeleerde en ongeletterde mannen roept en zend. Zij zullen, evenals de oversten, Farizeeën, zeggen: "Als de Christus nu uit ONS WAS OPGEKOMEN, dán zouden wij Hem aanne-men, maar, wat BUITEN ONS vandaan komt KAN NOOIT DE WARE CHRISTUS ZIJN." (óók dus de H.A.Z.K. niet.!)

In de plaats van die veroordelende en wijze christenen, komen de kleine en vergetenen, Manasse, de zondaars in eigen ogen, die dankbaar de genade aannemen die de Heer hun in deze laat-ste tijd biedt.

Het stellen van het geslacht Manasse in de plaats van Dan, in het Godsrijk der laatste dagen, ligt al reeds opgesloten in het profetische oordeel van de Here Jezus over de Farizeeërs en de ouderlingen van het volk: "Voorwaar,Ik zeg u, dat de tollenaars en de hoeren u vóórgaan in het Koninkrijk Gods." Mattheus 21:31.

Dan kan óók niet tot de verzegelden behoren door de zegen die is uitgesproken door Jacob in Genesis 49:17: "Dan zal een slang zijn aan de weg, een adderslang nevens het pad, bijtende de verzenen des paards, dat zijn rijder achterover valle."

Wanneer de Heer de verzegelings-engelen zenden zal om voor Hem de weg te bereiden en het hart der gelovigen Mark.1:2,3 en het pad te effenen voor Zijn komst, dan zullen NIET DE SPOTTERS EN ONGELOVIGEN, MAAR JUIST DE GEACHTE VROMEN, de slangen zijn aan de weg, en het adderengebroed nevens het pad; Mattheus 23:13,28,33,34.om ook hier, als het zaad der slang Genesis 3:15 het paard----de gemeente der verzegelden----, in de verzenen te bijten opdat de ruiter----geestelijkheid ofwel verzegelaars----zullen vallen en hun doel niet zullen bereiken.

Het Nw.Testamentische geslacht Dan zal dus bestaan uit hen, die niet willen luisteren naar de raad van Christus om van Hem te kopen het goud der waarheid, de witte klederen voor het Avondmaal des Lams en de ogenzalf des Heiligen Geestes.

Openbaringen 10:1-10:

hervorming, (zie ook Boek van onzen Tijd blz.264, 370 ev).

Johannes de Doper was de voorloper en wegbereider van Jezus Christus en zo kunnen wij de Hervormers ook beschouwen als de voorlopers van de, door de Heer in het jaar 1830 weer herstelde Apostolische Kerk. Maleachi 3:1,2.

Vers 1:

Sterke Engel: Jezus Christus Die in Zijn dienaren nederdaalt.

Engel ook het beel van de geestelijkheid.

Andere Engel: is dus een ándere geestelijkheid als waarover gesproken wordt in Openbaring 9 namelijk Jezus Christus, ofwel de leraren die de hervorming begonnen.

Hij kwam de vernietigde kennis van de waarachtige God en Zijn Zoon opnieuw op de aarde openbaren en daalde af uit de Hemel,niet persoonlijk zichtbaar, maar gehuld in een wolk. (wolk der getuigen vlgs. Hebreeën 12:1.)

Het was dus de Heer Zelf Die door middel van de Hervormers opnieuw het verloren Evangelie en het verbond der genade kwam sluiten met allen die Hem zoeken wilden.

Regenboog: Verbondsteken, (7 gaven v.d.H.G.) Genesis 9:12

Deze regenboog was bóven Zijn hoofd. De Heer Zélf was het Hoofd van dat Lichaam en op dat Hoofd blonk het zinnebeeld en teken van het vernieuwde verbond der genade. Wát men dan ook moge zeggen, de Heer Zélf laat door deze beelden zien dat de Hervorming GEEN mensenwerk was, maar dat Hij het Zélf was Die ín en dóór de Hervormers van de Hemel afdaalde om opnieuw de weg der zaligheid te openbaren die verloren was gegaan.

Aangezicht ALS de Zon: Mattheus 17:2.

Evenals de Heer aan het einde van het Oude-en aan het begin van het Nieuwe Verbond Zijn aan-gezicht blinkend als de zon vertoonde, zo ver-toonde Hij Zich hier weer opnieuw in volle glansbij de herleving Zijner Kerk aan het einde van het Nw.Verbond----(zie ook Mattheus 24:14)

Aangezicht of hoofd: Coll.1:18 en 24, 1 Korinthe 12:27

Voeten of Evangelieboden: Jesaja 52:7

Die voeten of Evangelieboden, die het Lichaam, kerk van Christus, dragen, waren thans in de Hervormers en hun medestanders, vol van vuur des Heiligen Geestes, zij waren, evenals de apostelen, Galaten 2:9, sterk en degelijk ALS pilaren.

Als pilaren: Geen geroepenen door de Heilige Geest, doch de Here God was wél met hen. Deze voeten waren enerzijds het Lutherse getuigenis, Luther en Melanchton, en anderzijds het hervormde getuigenis, Calvijn en Zwingli, waarmede het Lichaam des Heren, de gemeente, zich weder over de aarde voortbewoog.

Vers 2:

Boekske: Gods Woord, de Bijbel.

Hand: Dit moet de linkerhand zijn geweest omdat de Engel, is Christus, in vers 5 de rechterhand opheft tot een plechtige eed. Dit boekske zal zeer zeker opengeslagen geweest zijn bij het Nieuwe Testament omdat het voordien verboden was om de Bijbel te lezen.De Hervormers openden de Bijbel echter weer en men kon nú aan de volkeren bekend maken wat hun tot zaligheid zou dienen.

Voeten: Kennen wij reeds als evangelieboden, dienaren, maar, hier zien wij dat beide voeten een verschillende werking moeten hebbern omdat de RECHTERVOET op de zee, de volkerenzee; en de LINKERVOET op de aarde, de christelijke maatschappij, wordt gezet. Wanneer nu Christus, de Hervormingsengel, éérst de rechtervoet op de bestaande volkerenzee zet, dan kan die voet niet anders zijn dan het Evangelistenambt, waardoor het Evangelie der zaligheid wordt verkondigd en zó de gemeente wordt gevormd.

Toen de Heer Zijn evangelistenambt, ofwel de rechtervoet op de volkerenzee zette, toen scheidden zich, evenals in Genesis 1:9,10 staat geschreven, de wateren en het droge; de bergen en de aarde kwamen als Protestantse gemeenten en Staatsordeningen te voorschijn.

Hierop zette de Heer nú Zijn linkervoet om ze als Zijn kudde te hoeden en te bewaren.Dan kan de linkervoet dus niet anders zijn dan het herderambt dat de kudde des Heren leidt en weidt. Wij zien heden ten dage deze beide ambten nog werkzaam in de Protestantse Kerken. Het éne ambt om te winnen en het ándere ambt om te behouden.

Zó werd door de Heer de Protestanse Kerk gesticht, gevormd en behouden gedurende het tijdvak der Hervorming.

Vers 3:

Geen tijd: een onbepaalde tijdsduur, een onbekende tijd.

Vers 7:

De engel of laatste bazuin: laatste evangelie verkondiging, dus pas openbaar in het 7e tijdvak. Amos 3:7

Vers 9,10:

Ezechiël 3:1-4

Openbaring 14:1-5:

(blz.595ev. van het Boek voor onzen Tijd.).

Vers 1:

Het Lam is Jezus Christus, voor ons geslacht, De berg Sion is het Nieuw-Testamentische Godsvolk van de eerste Apostolische tijd Hebreeën 12:22,23, zoals het in de oorspronkelijke ordeningen van Jezus Christus stond, maar óók diegenen van de laatste Apostolische tijd, die met elkaar de berg Sion vormen.

Jeruzalem lag op bergen en heuvels; de hoogste berg was de berg Sion, waarop de oude stad van David lag, door een muur gescheiden van het lager liggende stadsgedeelte van Jeruzalem.

Op de berg Sion was een heuvel genaamd Moria, waarop de Tempel stond,waar de Heer woonde.Psalm 9:12; Psalm 48:2-4; Psalm 99:2; Psalm 132:13-,14.

Vanuit deze plaats ging de Wet of het Woord des Heren uit. Aldaar woonden ook de Koning en de Hogepriester.

Deze Oud-Testamentische schaduwbeelden vindt men in het Nieuw-Testamentische geestelijke Jeruzalem ofwel de Kerk van Christus, terug. Hebreeëen 10:1

In Profetische taal noemt de Heilige Geest de gehele christenheid: de grote stad Jeruzalem; máár, de Apostolische Kerk wordt genoemd:DE BERG SION, de stad des levenden Gods, waarin de levende Heer der Kerk woont en spreekt tot haar bewoners, verzegelden, uit alle geslachten van het Nieuw Testamentische Israël Gods: Psalm 2:6; Jesaja 2:3; Jesaja 28:16;Micha 4:2; Za-cha-ria:9:9.

In het Rijk der heerlijkheid wordt ons hier in Openbaring 14:1, de geestelijke berg Sion getoond. Was dus onder het Oude Verbond de berg Sion een natuurlijke berg waarop de regering over Kerk en Staat gevestigd was, in het Nieuwe Verbond is Sion een geestelijke berg of een macht in Kerk en Staat, en wel, de berg des Heren of het Rijk der Heerlijkheid waarvan Jesaja en Jeremia reeds hadden geprofeteerd.

Op de berg Sion vertoont Zich nu Christus als het Lam, omdat door Zijn dood het Koninklijk-Priesterschap dat door Adams val verloren was gegaan, weer teruggegeven is aan allen die op de berg Sion zijn, en, dat zijn volgens Hebreeën 12:22 de Apostolische Christenen.

Christus verschijnt hier omgeven van de 144.000 verzegelden als Zijn medekoningen en priesters in Zijn aanstaande Rijk. Dáárom moesten zij op aarde als zegel de Heilige Geest inwonende in zich ontvangen, waardoor zij tot eerstelingen gekocht uit de mensen, de Naam van God de Vader en de Zoon aan hunne voorhoofden droegen.

Vers 2:

Wij moeten hier echter denken aan mensenstemmen, en, door hun grote aantal stemmen, klinkt dit geluid als een donderslag.

Vers 3:
Alléén de 144.000 kunnen dit gezang leren.En dan zal zeker het grote voorrecht en de geluksstaat die zij hebben ontvangen, het onderwerp van hun dank- en lofprijzing zijn.

Vers 4:

Vrouwen niet bevlekt: is hier het beeld van christelijke kerkafdelingen of belijdenissen die ZUIVER in Gods ordeningen en inzettingen staan en leven, zoals het was in de aanvang der Kerk: Jeremia 3:1,6,7,10; Openbaring 12:1.

Maagden: als maagden hebben deze verzegelden zich niet aan enige afwijking van Christus' leer schuldig gemaakt want zij behoren met een onverdeeld hart Hem toe en vormen hun gemeente in een rein geloof als een reine Bruid zoals de apostel Paulus de gemeente te Korinthe aan de Heer wenste vóór te stellen. 2 Korinthe 11:1-3

Het Lam volgen: deze maagden noemden hun Heer "de Bruidegom" omdat Hij Zichzélf óók zo noemt:Mattheus 9:15 en Mattheus 25: 1,5; en willen bij Zijn Wederkomst als wijze maagden; levende naar al Zijn ordeningen en inzettingen gevonden worden.Zij volgen Jezus, als het Lam, in de heerlijkheid waarheen Hij haar leidt; zoals Hij op aarde in nederigheid en verdrukking hen leidde door Zijn Stem in profetieën: Mattheus 28:20

Gekocht: uit de mensen tot Eerstelingen: Jacobus 1:18 Zij zijn, evenals de Apostolischen van de aanvang der Kerk, de eerstelingen, die uit Babel zijn uitgegaan en overgegaan zijn naar het Nieuwe Godsrijk. Zij zijn de Eerstelingen voór de Grote Oogst aan de dag des oordeels: (zie Openbaring 20:5. Zij vormen, mét de verzegelden van de eerste Apostolische Kerk tesamen de Bruid van de Eersteling Christus,Die de Bruidegom is.

Vers 5:

Zij zijn Apostolisch en willen van geen andere leer en inzettingen weten, dan alléén de leer die Christus in de aanvang aan Zijn Kerk gegeven heeft en zoals dit door Hem is ingesteld in doop,verzegeling ,avondmaal en de door Hem gegeven ambten als apostelen, profeten, evangelisten en herders.!

In dit alles zijn zij onberispelijk en alléén zij zijn bekwaam om mét Christus op aarde te zijn in Zijn Rijk der Heerlijkheid omdat dit geheel zal zijn ingericht op de oude Apostolische wijze.!

Maran-atha.!

De Heer Komt.!

Terug naar: Leerstellingen der HAZK
Terug naar de homepage