Vers 1: Waarom stierf de koning Uzia? 2 Kronieken 26:16-21.
Het Koning-Priesterschap komt de mens nog niet toe, maar pas aan het einde: Openbaring 20:6.
Wij zien hier een profetische voorstelling van Jezus Christus als Hoofd, die met Zijn Kerk verbinding heeft door de Heilige Geest --zomen van een mantel zijn twee-voudig-- welke licht uitstraalt Psalm 104:2.
Daarmede vervullende de Tempel waarin Hij, door Zijn Geest wil wonen en werken: 1 Korinthe 3:16,17.
Zoals gezegd zijn de zomen dubbel en is dus het beeld van het tweevoudig getuigenis door Woord en Geest, ofwel het Apostolisch-Profetisch Getuigenis waar Zijn kracht van uitgaat: Lukas 8:43-47, genezing v.d.vrouw die vloeide.
Vers 2:
Lezen wij nu Deuteronomium 32:10-12, dan zien wij dat de Heer Zélf het beeld is van de Grote Arend.
In Exodus 19:4, zegt de Heer Zélf dat Hij Israel op vleugelen der arenden uit Egypte gedragen heeft.
Zo waren dus Mozes en Aäron als de Apostel en de Profeet de vleugelen van God Jehova, de Grote Arend.
Mozes de éne en Aäron de andere vleugel.
Deze beiden zijn hier type en schaduwvoorbeeld van het Apostel en Profeten-ambt, ofwel van de Nieuw Testamentische machten of vleugelen waardoor de Heer Zijn Kerk draagt en steunt. Efeze 2:20.
Aangezicht bedekt: God niet kunnen zien, en tóch leven: Exodus 33:18-20; Exodus 34:5,6 en 29-35.
Mozes moest dus een deksel voor zijn aangezicht doen omdat de glans van God te sterk was voor gewone schepselen: zie ook 2 Korinthe 3:7-18.
Pas wanneer het aangezicht--Hoofd--Jezus Christus in het 1000-jarig vrederijk niet meer bedekt zal zijn en wij het Koning-Priesterschap mogen bekleden, dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht.
Voeten bedekt: voeten zijn de evangelieboden: Jesaja 52:7; Romeinen 10:11-16. (zie ook Efeze 2:19 ev.).
Deze voeten waren in het Oude Testament nog bedekt, doch in het Nieuwe Testament zijn ze openbaar geworden.
Vloog hij: vliegende de toekomst, ofwel de wederkomst tegemoet. Dan zal de strijdende Kerk, de zegevierende Kerk worden waarin het Koning-Priesterschap aan Zijn Bruid zal worden geschonken zodat dan ALLE ZES VLEUGELEN in werking zullen zijn. Openbaring 20:6
Door middel van de vier, in werking zijnde vleugelen, ofwel ambten, opwassen tot de mate van de grootte der volheid van Christus, en dan uit Zijn hand het Koning-Priesterschap ontvangen: Efeze 4:13.
Vers 4: De posten en de dorpelen, waarin de deur is: "Ik ben de deur."" Johannes 10:1-9.
Allen bewegen: werken, rook, Heilige Geest waaruit en waardoor God Zich openbaart: Deuteronomium 5:22.
Vers 4: gruwelen: welke gruwelen? zie geheel Ezechiël 8.
Vers 1: opzieners: geestelijke leidslieden.
Vers 2: Eventueel lezen: de geschiedenis van Israël in Egypte. De Here God sloeg de Egyptenaren maar spaarde de Israelieten door een teken (bloed aan de posten): Exodus 12:21,23,29,30.
Verpletterend wapen:
Wit linnen gekleed: Openbaring 7:14, wandelen in gerechtig-heid, dus in het bloed des Lams en dus voor God gerechtvaardigd, Openbaring 6:9, en daarna een afgezonderde dienstknecht, door God Zélf geroepen en met wit linnen bekleed. Exodus 28:39-43.
Schrijvers-inktkoker: Hebreeën 8:10, (niet op stenen tafelen enz. Hierdoor zijn wij als een be-schreven brief van Christuswege door het teken van het apostelambt aan onze voor-hoofden. (verzegeling), 2 Korinthe 3:1-3.
Koperen brandoffer-altaar
Exodus 40:17-33
beeld der verzoening: Exodus 27:1,2.
Het brandoffer ter verzoening van het volk werd buiten de legerplaats verbrand en ALLEEN het bloed werd ingedragen in de tent der samen-komst. (Jezus Christus werd geofferd BUITEN Jeruzalem.)Dat koperen altaar zag reeds op het kruis van Christus.
HIJ werd als een lam ter slachting geleid tot verzoening van de zonden der mensen: Hebreeën 13:10-12.Zij stonden bij het altaar, het kruis van Christus.
De kinderen Gods die de Heilige Verzegeling ontvangen door de hand van Zijn apostelen, en een afkeer hebben,of zich afkeren van de goddeloosheid der wereld, zullen aan Zijn oordelen, (zwaard), ontkomen.
In ongehoorzaamheid wandelen: Het Woord Gods oordeelt dan als een zwaard.
--(zie ook Het Boek voor onzen tijd, blz.259).
De aarde is de maatschappelijke en godsdienstige toestand in dit tijdvak. De vier hoeken der aarde zijn dus vier steunpilaren van de bestaande orde van zaken, ofwel vier grote Vorsten: nml:
Omdat dit steunpilaren DER AARDE waren, moesten de winden, de leer, van deze pilaren worden tegengehouden.
Wind: kennen wij als het beeld van de leer, zuivere leer zowel als dwaalleer.Nu blijkt dus dat deze vier winden tegenstanders waren van de vier engelen,omdat de engelen deze vier winden moesten tegenhouden.Als tegenhangers van deze vier Vorsten, zien wij ook vier Vorsten die de Hervormers beschermden tegen vervolging, waardoor de Hervormers rustig hun werk konden doen, nml:
(Deze vier vorsten leverden op de twede Rijksdag te Spiers in 1529 een protest in, en, de Protestanten en de Protestantse Kerk, hebben hun naam afgeleid van dit woord: Protest)
In dit eerste vers van ons tekstgedeelte
hebben wij dus gezien dat de Hervorming een aanvang had genomen.Deze
vier hervormings-engelen moesten dus de beschadiging ofwel
verwoesting door de vier winden, in het begin der Hervorming
tegenhouden.
In het tweede vers wordt echter gesproken van VIER BESCHADIGENDE ENGELEN,dit kunnen dus nooit
dezelfde zijn als waarover vers
1 spreekt.
De vier engelen van vers 2 moeten dus vier CHRISTELIJKE Kerkafdelingen vertegenwoordigen.
En dat zijn dan dus: de Calvinistische, de Lutherse, de Roomse en
de Griekse volkeren van Europa met hun Staatskerken, en, met de
vorsten hunner belijdenis die zélf de oordelen over hun Staat-en
Kerkgenootschap niet alleen veroorzaken, maar ook volvoeren.(doordat
men wel de Bijbel weer in ere herstelde, maar zich NIET
bekommerde om onder andere de door God geroepen knechten).
Andere engel van de opgang
der Zon:
Jezus Christus en Zijn dienstknechten: Psalm 84:12 en Maleachi 4:2
Hier zien wij, ná het begin der
Hervorming, dat de Heer weder apostelen stelt en tegen de vier
beschadigings-engelen zegt dat ze niet mogen beschadigen, en de
wind, (leer), moeten laten rusten en geen verdere afbraak moeten
plegen opdat éérst de Verzegelings-engel zijn werk zou kunnen
doen.
(1-3,5)
Wíe was nu deze ster?
zie hiervoor ook: Jesaja 14:11-20; Ezechiël 28:14.
Deze ster was uit de Hemel op de aarde, van prediker van het wáre Evangelie, geworden tot een wereld-vorst en was gevallen uit de Kerkhemel.
Aan deze ster die op de aarde was gevallen, werd de sleutel van de put des afgronds gegeven en hij opende die put.
De Heer gaf volgens Mattheus 16:19 aan Zijn discipelen de sleutels van het koningkrijk der Hemelen,nml:
Aan de afvallige engel werd de sleutel, macht, gegeven om de put des afgronds te openen. Zo had hij, in zijn bij-en ongeloof, de sleutel tot het Rijk der Duisternis ontvangen, en, door het opwekken der religie-hartstochten verleende het aan de boze geesten uit de afgrond toegang tot de harten der mensen. Mattheus 15:19.
Het tegenbeeld van de put des afgronds is de put des levenden waters,waarvan de Heer spreekt in: Johannes 4.
Het Woord van God moest geheel van de aarde verdwijnen en daartoe werd op het Concilie van Toulouse in 1229 het lezen van de Bijbel verboden. De put, waarin het levende water van het reine Evangelie opwelde,was nu opgedroogd en geworden tot een put des afgronds waarin alleen boze geesten verbleven. De de put werd geopend en de boze geesten losgelaten om de nog overgebleven gelovigen op de aarde te verdelgen.
Als een rook die opkomt: is volgens Jesaja 14:31, de verwoes-tende heirscharen die uit Babel over Palestina zouden komen.
Een rook in Zijn neus: zo noemt God de onboetvaardige zondaars in Jesaja 65:3-5.
Een hoge rook: gevolgen der goddelooosheid en verbittering, volgens Jesaja 9:17-19, (Luth.Vert.)
Vurige oven:
De lezing van de Heilige Schrift in de volkstaal, werd, als zijnde een bron van vele ketterijen,streng verboden; dit was de rook, die als een dreigende onweerswolk zou opgaan uit de oven der verdrukking en de Zon, Christus, en de geestelijke dampkring werd hierdoor geheel verduisterd.
Lucht: eigenlijk dampkring: is de geestelijke dampkring waarvan ook de apostel Paulus spreekt in Efeze 2:2 en Efeze 6:12.
De lucht was dus de gelovige dampkring die werd bedorven en verduisterd door de verwoestende rook uit de oven, waardoor de Zonne der Gerechtigheid niet meer kon schijnen.
Sprinkhanen: Beeld van een verwoestend leger, niet natuurlijk, maar mensen volgens Numeri 13:33, waar de verspieders zich met sprinkhanen vergelijken.
En, in Richteren 6:5, worden de Midianieten en Amelekieten eveneens sprinkhanen genoemd.
Hun steek was als: Schorpioenen:
In Ezechiël 2:4-6 worden de wederspannige kinderen Israëls genoemd: hard van aangezicht; stijf van harte; wederwilligen; doornen en schorpioenen.
De steek van de schorpioen is in vele gevallen niet dodelijk, maar wel zeer pijnlijk.Wanneer hij niet dodelijk afloopt dan heeft hij altijd een belangrijke verdoving en daarna, een pijnlijke ontsteking tengevolge, die eindigde in etter-gezwellen.
Ook hierin ligt weer een diepere betekenis:
De bedoeling en de opdracht van de vervolgers was niet om te doden, maar om ze door allerlei kwellingen, martelingen, pijniging, enz.,tot een bekentenis, en, zo mogelijk te bewegen tot terugkeer, waarna zij dan weer werden opgenomen als zij het WARE GELOOF HADDEN AFGEZWOREN.
Zij, die echter op díe manier onder dwang weer waren teruggekeerd, zullen echter voor hun ziel niet het WARE voedsel ten eeuwigen leven hebben gevonden, maar verkeerden in een staat van geestelijke verdoving, van pijnlijk berouw, hetwelk door de Heilige Schrift in Jesaja 1:4-6, "wonden en etterbuilen"" wordt genoemd: vervreemding van de Heer.
Gras, enz:
Het gras, het groen en de bomen, zijn het beeld van het volk én van minder of méér hooggeplaatste personen in de Kerk en de Staat die NIET mochten worden beschadigd omdat zij geloofden en getrouw, groen. waren aan haar goddeloze leer.
ALLEEN DE getuigen van
Jezus, moesten opgespoord en gekweld worden.En, in tegenstelling,
met het gras, het groen en de bomen,worden de getuigen van Jezus
Christus, de Albigenzen, de Waldenzen en de Hussieten enz.,
MENSEN genoemd.
Mensen, herschapen naar het beeld van Gods kinderen door hun
geloof in Jezus Christus.
Zegel Gods: Volgens de apostel Paulus bezaten de Christenen uit de eerste eeuw, een zegel Gods in de Heilige Geest: 2 Korinthe 1:21,22: "Die ons met u bevestigd heeft in Christus is God, die ons ook heeft VERZEGELD en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven." (zie ook Efeze 1:13)
Wanneer wij nu deze gelovigen uit dit tijdvak van 1215 tot omstreeks 1400 gaan vergelijken met de gelovigen uit de eerste gemeente, dan zien wij, dat de Waldenzen, enz, de VERZEGELING NIET HADDEN ONTVANGEN omdat de Bijbel verboden was en daarmede de sleutel tot het Koninkrijk Gods was weggenomen waardoor er dus GEEN APOSTELEN MEER WAREN DIE DE HEILIGE GEEST KONDEN MEDEDELEN.
Op deze geloofsgetuigen is zeer zeker Openbaring 3:10 en Openbaring 6:9 van toepassing.!
(blz.595ev. Boek van onzen tijd).
Vers 1: Het Lam is Jezus Christus, voor ons
geslacht.
De berg Sion is het Nieuw-Testementische Godsvolk van de eerste
Apostolische tijd, Hebreeën
12:22,23, zoals het in de
oorspronkelijke ordeningen van Jezus Christus stond, maar óók
diegenen van de laatste Apostoliscdhe tijd, die met elkaar de
berg Sion vormen.
Jeruzalem lag op bergen en heuvels; de hoogste berg was de berg Sion, waarop de oude stad van David lag, door een muur gescheiden van het lager liggende stadsgedeelte van Jeruzalem. Op de berg Sion was een heuvel genaamd Moria, waarop de Tempel stond, waar de Heer woonde.Psalm 9:12; Psalm 48:2-4; Psalm 99:2; Psalm 132:13-,14.
Vanuit deze plaats ging de Wet of het Woord des Heren uit, en aldaar woonden ook de Koning en de Hogepriester.
Deze Oud-Testamentische schaduwbeelden vindt men in het Nieuw-Testamentische geestelijke Jeruzalem ofwel de Kerk van Christus, terug. Hebreeëen 10:1
In de Profetische taal noemt de Heilige Geest de gehele christenheid: de grote stad Jeruzalem; máár, de Apostolische Kerk wordt genoemd:DE BERG SION,de stad des levenden Gods, waarin de levende Heer der Kerk woont en spreekt tot haar bewoners, verzegelden, uit alle geslachten van het Nieuw Testamentische Israël Gods: Psalm 2:6; Jesaja 2:3; Jesaja 28:16;Micha 4:2; Zacharia:9:9.
In het Rijk der heerlijkheid wordt ons hier in Openbaring 14:1, de geestelijke berg Sion getoond.
Was dus onder het Oude Verbond de berg Sion een natuurlijke berg waarop de regering over Kerk en Staat gevestigd was, in het Nieuwe Verbond is Sion een geestelijke berg of een macht in Kerk en Staat, en wel, de berg des Heren of het Rijk der Heerlijkheid waarsan Jesaja en Jeremia reeds hadden geprofeteerd.
Op de berg Sion vertoont Zich nu Christus als het Lam, omdat door Zijn dood het Koninklijk-Priester-schap dat door Adams val verloren was gegaan, weer teruggegeven is aan allen die op de berg Sion zijn, en, dat zijn, volgens Hebreeën 12:22 de Apostolische Christenen.
Christus verschijnt hier omgeven van de 144.000 verzegelden als Zijn medekoningen en priesters in Zijn aanstaande Rijk. Dáárom moesten zij op aarde als zegel de Heilige Geest inwonende in zich ontvangen, waardoor zij tot eerstelingen gekocht uit de mensen, en de Naam van God de Vader en de Zoon aan hunne voorhoofden droegen.
Vers 2: Wateren: volkeren; dat zijn hier de verheerlijkte gelovigen uit de vele volkeren, die, mét de vroegere ontslapenen, deel hebben aan deze verheerlijking.
De citer of luit, is het beeld van de lofprijzing des Heren Naam. (Het is een 10-snarig instrument, let dus op het getal 10.)
Wij moeten hier echter denken aan mensenstemmen, en, door hun grote aantal stemmen, klinkt dit geluid als een donderslag.
Vers 3: Alléén de 144.000 kunnen dit gezang leren. En dan zal zeker het grote voorrecht en de geluksstaat die zij hebben ontvangen, het onderwerp van hun dank- en lofprijzing zijn.
Vers 4: Vrouwen niet bevlekt: zijn hier het beeld van christelijke kerkafdelingen of belijdenissen die ZUIVER in Gods ordeningen en inzettingen staan en leven, zoals het was in de aanvang der Kerk: Jeremia 3:1,6,7,10; Openbaring 12:1.
Maagden: als maagden hebben deze verzegelden zich niet aan enige afwijking van Christus' leer schuldig gemaakt want zij behoren met een onverdeeld hart Hem toe en vormen hun gemeente in een rein geloof als een reine Bruid zoals de apostel Paulus de gemeente te Korinthe aan de Heer wenste vóór te stellen. 2 Korinthe 11:1-3.
Het Lam volgen: deze maagden noemden hun Heer "de Bruidegom" omdat Hij Zichzélf óók zo noemt: Mattheus 9:15 en Mattheus 25: 1,5; en willen bij Zijn Wederkomst als wijze maagden; levende naar al Zijn ordeningen en inzettingen gevonden worden.
Zij volgen Jezus, als het Lam, in de heerlijkheid waarheen Hij haar leidt; zoals Hij op aarde in nederigheid en verdrukking hen leidde door Zijn Stem in profetieën: Mattheus 28:20.
Gekocht: uit de mensen tot Eerstelingen: Jacobus 1:18.
Zij zijn, evenals de Apostolischen van de aanvang der Kerk, de eerstelingen, die uit Babel zijn uitgegaan en overgegaan zijn naar het Nieuwe Godsrijk.Zij zijn de Eerstelingen voór de Grote Oogst aan de dag des oordeels: (zie Openbaring 20:5). Zij vormen, mét de verzegelden van de eerste Apostolische Kerk tesamen de Bruid van de Eersteling Christus,Die de Bruidegom is.
Vers 5: Zij zijn Apostolisch en willen van geen andere leer en inzettingen weten, dan alléén de leer die Christus in de aanvang aan Zijn Kerk gegeven heeft en zoals dit door Hem is ingesteld in doop, verzegeling ,avondmaal en de door Hem gegeven ambten als apostelen, profeten, evangelisten en herders.!.In dit alles zijn zij onberispelijk en alléén zij zijn bekwaam om mét Christus op aarde te zijn in Zijn Rijk der Heerlijkheid omdat dit geheel zal zijn ingericht op de oude Apostolische .wijze.
Maran-atha.!