PROFETEN EN PROFETIEËN

IN HET

NIEUWE TESTAMENT.

Aangezien men bestrijdt dat er in de Eerste Apostolische Kerk profeten waren, en wel op grond van Hebreeën 1:1, is het nodig dat er aangetoond wordt dat dit wel het geval was, en ook heden ten dage nog zo moet zijn.

Matth.23:34 en Lukas 11:49,50.

In deze teksten wordt door de Heer reeds de belofte gedaan dat Hij ZAL ZENDEN, dus voor de toekomst. De profeten die hier bedoeld worden, kunnen dus niet van het Oude Verbond zijn, maar zijn voor het Nieuwe Verbond.

Handelingen 2:1-4:

Hier de vervulling van de belofte uit de voorgaande teksten: zie ook Amos 3:7

Handelingen 11:28,28:

Het optreden van enige profeten, met name van Agabus.Dit is dus het bewijs, dat er in het Nieuwe Testament werd geprofeteerd. Een voorzegging dóór profetie.

Handelingen 13:1-4:

Er waren dus profeten; hier zien wij tevens wat hun werkzaamheden waren.

Handelingen 19:6:

Niet alleen dienstknechten als profeten, maar óók gemeenteleden dienstbaar als profeterende vaten. Waarom zijn isr nu profetie nodig ? zie Spreuken 29:18a.

Handelingen 20:22,23:

De Heilige Geest sprak dus door verschillende profeterende vaten in verschillende plaatsen.

Handelingen 21:8-11:

Dat er óók vrouwelijke profetische vaten waren, was niet vreemd. De apostel Paulus geeft dáárom de vrouw ook verschillende voorschriften betreffende het profeteren: 1 Korinthe 11:1-5.

Hun vader, Filippus, die één van de zeven gekozen diakenen was: Handelingen 6:3-6

Deze Filippus blijkt later tot evangelist te zijn geroepen: Handelingen 8:6 en 37-40.

Agabus, een profeet hebben wij al leren kennen uit: Handelingen 11:28.

1 Korinthe 12:1-11 en 28,29:

Hier zien wij ook in de gemeente te Korinthe, welke uit de heidenen waren, dat profeten en profetieén gevonden worden, dus, niet alleen bij de Joden

1 Korinthe 14:29-40:

Efeze 3:3-5, (6-9)

Oudtijds hadden de profeten in verborgenheden menigmaal geprofeteerd over de Messias en Zijn Heilsaanbrengende zaken. Lang niet alles hebben zij toen kunnen begrijpen, maar, nú kreeg men de wijsheid en de kennis dóór de Heilige Geest en werden deze verborgenheden geopenbaard, zodat Paulus, die een grote kennis van de wet had, kon zeggen dat het hem nú duidelijk was geworden wat de Here God er mee bedoelde.

Efeze 4:11-16

Hier worden wederom de profeten genoemd als één van de vier muren waarmede het lichaam, de Kerk van Christus, wordt gebouwd.

Titus 1:10-14 (12)

De profeet uit de Cretenzen, bewoners van Kreta. Oók tóen al verkeerde profetie.

2Petrus 1:16-21:

Maran-atha.!

De Heer Komt.!

Terug naar: Leerstellingen der HAZK