2.

 

De val en de verlossing van de mens.

 

 

                                    A:Genesis   3:1-24

                                    B:Romeinen 5:12;

                                    C:Exodus    20:1-17;

D:Markus    12:29-31;

E:Romeinen 3:20;

F:Romeinen 5:15-19;

G:Galaten   4:4-6;

H:Efeze     2:1-10;

 

 

a:    De zonde ontstaat door overtreding van en ongehoorzaamheid aan Gods gebod: Gen.2:15-17.Twijfel,gevolgd door ongeloof;verduistering van het verstand. Alle mensen zijn zondaren geworden als gevolg van deze val.
De mens heeft Gods beeld verloren. Uit onreinen worden alleen onreinen geboren.

In vrs.15 wordt de Verlosser beloofd.

b:    Door erfzonde en eigen zonde zijn alle mensen zondaren.

c:    De tien geboden;

d:    Het grote gebod;

e:    Niemand kan de wet volbrengen;

f:    Schuld en verlossing;

 

G:    Weer Kinderen van God door het verlossingswerk van Christus.

h:    Levend gemaakt met Christus.