23.

Zo wij dadelijk naar de Hemel of naar de hel gaan zodra wij gestorven zijn, zijn dan de volgende opgewekten

UIT DE HEMEL OF DE HEL TERUGGEROEPEN ??

 

Voorwoord:

 

De opwekking van doden heeft zowel in het Oude-als in het Nieuwe Testament plaats gehad.

Zij zijn de openbaring van een bijzondere kracht Gods. 0pwekken is iets anders dan opstanding.

De uit de doden opgewekten zijn weer gestorven omdat zij niet opgewekt waren tot onsterfelijkheid.

Op de vraag die boven deze les staat, moeten wij op grond van Gods Woord antwoorden dat genoemde opge­wekten

noch uit de Hemel, noch uit de hel werden teruggeroepen, maar uit het doden-of schimmenrijk.

Niemand van onze schepping bevindt zich in de hemel of in de hel.!

Door de val van Adam en Eva, rustte op hen en al hun nakomelingen de toorn en de vloek Gods.

Daarom kon niemand van diegenen die voor de Hemelvaart van Christus gestorven waren, in de Hemel zijn, omdat

pas door het verlossingswerk van Christus aan de eisende gerechtigheid van God was voldaan.

Degenen die opgewekt zijn, zijn niet uit de hel gekomen om tijdelijk aan hun straf te ontkomen en ook niet uit de Hemel

om tijdelijk het zalige hemelse leven te ontberen.!

Eén is uit de Hemel gekomen op deze aarde, namelijk Jezus Christus, want Hij heeft Zijn heerlijkheid verlaten om de

mens gelijk te worden en voor de mens de Middelaarsdood te sterven.

Na dit alles te hebben volbracht, is de Heer opgevaren ten Hemel.

Vóór de komst van de Zoon van God, kon dus niemand de hemel ingaan want anders zou voor hem het verlossingswerk

van Christus overbodig zijn geweest.

 

1 Samuël 28:13-25:

Door de Here God is het verboden om met gestorven mensen in contact te treden, en, in overeenstemming met dit gebod had koning Saul de waarzeggers en duivelskunstenaars uitgeroeid, zodat niemand meer van hun diensten gebruik kon maken:

Deut.18:9ev; Leviticus 20:6,7;

 

Saul kreeg door ongehoorzaamheid geen antwoord meer van de Heer Hij bewandelde dus een door de Heer verboden weg om toch maar een antwoord te krijgen. De geest van Samuël was niet in de hemel, maar in het dodenrijk, waarin óók de geest van Saul en zijn zonen kwam na dat zij in de strijd tegen de Filistijnen gesneuveld waren.

 

1 Koningen 17:17-24:

Hier verhoorde de Here God het gebed van de profeet Elia en werd het kind weer levend.

Dus, terug uit het dodenrijk.

 

2 Koningen 4:18-36:

Hier wederom een gebedsverhoring, maar nu door de profeet Elisa.

 

2 Koningen 13:20.21:

Hier doet de Heer, door het gebeente van Zijn knecht Elisa, een groot wonder dat moest dienen tot ver­sterking van het geloof van Zijn volk dat door vij­anden omringd was.

(zie ook. Handelingen 5:15 en 19:12.)

 

Lukas 7:11-15:

De Heer heeft gedurende Zijn leven op aarde driemaal een dode opgewekt.

In Psalm 33:9, staat: "Want Hij spreekt en het is er,Hij gebiedt en het staat er."

Dit Woord is zeer zeker van toepassing op de Heer die zeide: ''Ik, zeg u, sta op.!''

Elia en Elisa hebben tot God gebeden, doch Jezus Christus heeft te bevelen want Hij is de Koning van het Rijk Gods.

 

Markus 5:22-43:

Hier zien we, evenals bij de vorige tekst, wederom een opwekking op het machtswoord van de Heer.

 

Johannes 11: 1-14 + 32-44:

Opwekking van Lazarus.

Kort voordat de Heer aan het Kruis stierf, verrichtte Hij nog een grote daad door Lazarus op te wekken. Het lichaam van de jongeling te Naïn en van het dochtertje van Jaïrus waren nog boven  de aarde, doch Lazarus had reeds vier dagen in het graf gelegen.

Aan deze opwekking van Lazarus kan een geestelijke betekenis worden gegeven, namelijk:

VIER dagen heeft zijn dode lichaam in een graf gele­gen; daarná kwam het leven door een machtswoord van de Heer.

Eén dag bij God is bij ons 1000 jaren: Psalm 90:4; 2 Petr.3:8;

 

Jezus Christus, de Verlosser van zonde en dood, kwam vierduizend jaren nádat door God de Paradijsbelofte was gegeven: "het zaad der vrouw zal u de kop ver­morzelen en gij zult het de verzenen vermorzelen."

Vierduizend  jaren lag de mensheid onder de vloek Gods in het graf van zonde en dood.

Door de verlossingsdaad van Christus kan de mens daaruit verrijzen.

Door Zijn opstanding heeft de Heiland, ná vier dagen van duizend jaren het leven en de onverderfelijkheid aan het Licht gebracht.

Lazarus betekent: “Die God helpt.",

Door Zijn Zoon helpt, redt en zaligt God de mens die de reddende en helpende hand Gods aangrijpt.

De mens, dood zijnde door de misdaden en de zonden, moet zich laten reinigen in het bloed van Christus; hij moet bekleed worden met de gerechtigheid en de heilverdiensten van Christus; hij moet aangedaan warden met de krachten van de Heilige Geest en de weg betreden die leidt tot de eeuwige zaligheid.

De herleefde Lazarus heeft men willen doden,-Joh. 12:10,- en zo óók dikwijls diegenen die uit Christus het nieuwe leven hebben ontvangen.

De boze doet zijn best om hen, die door Christus zijn vrijgekocht, weer in zijn macht te krijgen.

 

Handelingen 9:36-41 + 20:9-12:

Uit deze beide tekstgedeelten bemerken wij dat de apostelen in de opdracht en de kracht van de Heer zijn opgetreden: "Geneest de kranken, reinigt de melaatsen; wekt de doden op werpt de duivelen uit; gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet."