22.

HET DODENRIJK HEEFT VIJF HOOFD-AFDELINGEN,

HETWELK DE BIJBELVERTALERS ALLEN MET HET WOORD: "HEL" VERTAALD HEBBEN.

 

1e. Hades:                                           Lukas 23: 42, 43;

2e. Altaar:                                           0penb.6:9-11;

3e. Abrahams schoot:

(voor de zielen der belofte)                Luk.16:19-31

4e. Gehenna:

(strafplaat der verlorenen)                  Matth. 25:29, 30;

5e. Tartarus:

(afgrond,verblijfplaats der duivelen): Matth. 25:31-41; 2 Petr.2:4;

 

 

HET DODENRIJK.

Voorwoord

In de Statenvertaling is steeds het woord Hades en Scheool, wat in het Grieks en in het Hebreeuws bete­kent: Dodenrijk ofwel verblijfplaats der zielen ná de lichamelijke dood, (geestenrijk of dodenrijk), vertaald met het woord "hel" terwijl er eigenlijk "dodenrijk" moest staan.: Ps.16:10;  Hand. 2:27-31;  1 Kor.15:55; 0penb.1:18;

 

Dit dodenrijk wordt op andere Bijbelplaatsen "gevan­genis''genoemd: Psalm 68:19; 107:10-16;

Efeze 4: 8-10; 1 Petrus 3:1-9,

Deze teksten wijzen op een gebonden zijn in de dood, doch óók op een toekomstige vrijmaking van de banden van de satan.

Hierop wijst ook de Here Jezus, als Hij in Joh.5:25 zegt dat de doden Zijn stem zullen horen.

En, in Joh.11:25 zegt Hij: "Die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven”.

 

0ók verkondiging van het evangelie in het dodenrijk: 1 Petr.4:6;

 

In Job 26:5 wordt er gewezen op een wedergeboorte, zelfs in de  dood.

In de beeldspraak van Hooglied 6:2,wordt er van de Heer gezegd dat:"Hij is afgegaan in Zijnen Hof."

Hof:= het gesloten Paradijs: Gen. 2:8; Luk. 23:43;

Tot de specerij-bedden: =(waarvan de geur opstijgt) =om te weiden in de hoven=(dodenrijk) = en om de lelieën=(gelovigen)= te verzamelen.

 

Op dit werk wijst de Heer in Matth.12:40, en de apostel Paulus in: Efeze 4:9, en Filp.2:10, zodat levenden en ontslapenen het Woord Gods zullen horen.

 

Dat dit een bewust voortbestaan van de geest in het dodenrijk is, dat wordt reeds aangetoond in: Jesaja 14:9;

Dit zegt de Heer ook reeds in : Mattheüs 22:32;

 

Zij leven Hem allen, want, de éénmaal van God ingeblazen Geest, (zie Genesis 2:7), is eeuwig, als uit God voortkomende en kan niet sterven, is persoonlijk en bewust, zoals blijkt uit de voorgaande teksten.

Er is dus wel degelijk een bewust en persoonlijk voortbestaan van de geest der mensen in een door de Here God bepaalde plaats; namelijk, één van de vele woningen van Joh.14:2, en, deze allen wachten op de dag hunner opstanding. De le, zowel als de 2e.

 

Daniel 12:2: als diegenen die in de graven zijn, zullen ontwaken, dan moeten ze tot aan die dag op een bepaalde plaats verblijven.

Deze plaats, de woningen in het Vaderhuis; de hoven volgens het Hooglied; de gevangenis volgens Efeze 4:8; kunnen wij, naar de Heilige Schrift, splitsen in vijf  verschillende afdelingen, nml: Paradijs; Onder het Altaar; Abrahams-schoot; Gehenna en Tartarus.

 

Lukas 23:42.43: le afd. Het Paradijs of Hof Gods.

Hot Paradijs was de aanvang der wereld, maar door de zondeval word de mens daaruit verdreven. Door Jezus Christus werden de Cherubim die de toegang tot de Hof bewaarden= (Genesis 3:24)=verdreven omdat Hij voor ons de schuld betaalde aan het Kruis.

Het is de Lusthof, waarin óók apostel Paulus opgetrokken is geweest: 2 Kor.12:4, en, hij noemt dit de 2e hemel, terwijl hij in het tweede vers spreekt van de derde hemel als de hoogste openbaring.

 

Dit verwijst ons naar "Het Koninkrijk der Hemelen" en naar Hebreeën 4:14, waar staat dat de Here Jezus de hemelen is doorgegaan.

 

Deze drie hemelen vinden wij afgebeeld in de Taber­nakel: Hebr. 8:1-5; Hebr.9:12-23;namelijk:

De voorhof van de Tabernakel is het beeld van de Eerste of Kerkhemel, waar de gelovigen bijeenkomen en door de offerande van Christus verzoening wordt gebracht.

 

Het Heilige waar alleen de priesters toegang had­den,(die dus als afgezonderden, geheiligden, daar alleen mochten binnengaan), is het beeld van de tweede hemel ofwel het Paradijs waar alleen zij toegang hebben die in Christus afgezonderd=(gehei­ligd,verzegeld)= ontslapen zijn.

 

Het Heilige der Heilige, is het beeld van de derde hemel waar Jezus Christus als onze Hogepriester, aan de rechterhand des Vaders troont.=(Gods Troon)=.

 

Openbaring 6:9-11:

2e. afd. Het Altaar.= verheven plaats.

Dit is de plaats waar de in Christus als martelaren ontslapenen en de gestorvenen rusten. In de Oud-Testamentische Tabernakel stond het brandofferaltaar in de Voorhof, buiten de eigenlijke Tempel.

Aan de voet van dit altaar vloeide het bloed der verzoening.

Zó is ook het kruis van Christus zulk een altaar geweest aan de voet waarvan het bloed van Hem, ter, verzoening=(en buiten de legerplaats Jeruzalem)=,gevloeid heeft. Hebr.13:10.

De ziel is in het bloed, zo zuchten en roepen deze zielen onder het altaar om de rechtvaardiging van hun geloof.

Ook hierin is het 0ud-Testamentische Heiligdom het beeld van de nieuwtestamentische bedeling: Hebr. 8:1-5; Hebr. 9:12-23,

 

Lukas 16:19-31:

3e afd. Abrahamsschoot:(zielen der belofte)

Abraham, als de Vader der gelovigen, zag, evenals al de oude Godsgetuigen uit naar de Verlosser en naar de heerlijkheid, en, zij hadden niet zoals de rijke man uit onze tekst alles op het aardse en het stoffelijke gezet.

De grote kloof is de scheiding tussen het natuurlijke en het geestelijke leven.

 

Mattheus 25: 29.30: 4e.afd. Gehenna: strafplaats der verlore­nen.

Deze strafplaats is voor diegenen die zich door ongehoorzaamheid aan God en Christus, in de verloren staat bevinden.

Dit zijn ook allen,die niet in Jezus Christus geloven en dus niet zijn verlost van de macht van de Satan.

Dit zijn allen, die in dit leven hun heil zoeken en zich, na hun dood,teleurgesteld zien in hun ijdele verwachtingen en verlangens,=(knersing der tanden)=. Hierop wijzen onder andere:

Psalm 107:10; 1 Petr.3:20; Romeinen 7:23, als een gevangen zijn in de zonden.

0ók Jona, (zie Jona 2:1-9), bevond zich in een zondige staat.

Kan er nu uit deze plaats verlossing zijn ?.

De christenheid in het algemeen zegt van niet. De Heer Zelf leert ons echter anders.

Matthew 12:32, hieruit blijkt, dat in de toekomende eeuw vergeving bestaat voor hen die NIET de zonden tegen de Heilige Geest bedreven hebben.

Matth.5:25,26: dit wijst weliswaar op de recht­spraak als gevolg van de ongehoorzaamheid om de wil van Christus te doen waardoor men zich onder de rechter, =(de Wet)=, stelt, die niet onschuldig houdt, maar waardoor men aan de dienaar, =(satan)=,wordt overgeleverd en onder zijn macht in de gevangenis, =(de straf) =,komt.

 

Zó kan men óók, de gelijkenis beschreven in Matth. 18:21-­35,verklaren.

Indien men zijn naaste niet vergeeft, dan handelt men tegen de wet van Christus, die genade is, en komt men onder de wet van het vleselijke gebod, en, dáárdoor in de gevangenis als in de verloren staat.

 

Toch volgt hierop: gij zult daar geenszins uitkomen totdat gij de laatste penning zult hebben betaald. ER IS DUS EEN UITKOMEN MOGELIJK.!!

 

Mattheüs 25:31-41: 5e afd. Tartarus afgrond, of verblijfplaats der duivelen.

Deze verblijfplaats is nog niet geopend, dit geschied pas na de oordeelsdag, bij de tweede dood, de eeuwige dood: 0penb. 19:20; 0penb.20:10,14,15;

 

Wij vinden nu dus de eerste vier plaatsen als de Hades, ofwel dodenrijk in zijn geheel.

Dat deze vier plaatsen ook in dit leven voor ons belangrijk zijn, en, dat er voor de zielen die in het dodenrijk verblijven, een opklimmen, een verhogen bestaat, dat is wel zeker.

De gevallen mens bevindt zich in de verloren staat,- namelijk in de laatste=(vierde)=plaats. Door de zondeval is hij voor de Here God verdoemelijk en ontvangt hij zijn straf.

Volgens Romeinen 3:9-20,zijn alle mensen zondaars.

Toch zijn er voor die gevallen mensen beloften,! Genesis 3:5;  Genesis 22:8-18.

In die belofte Abrahams wordt de gevallen mens ge­troost.

Het is Abrahamsschoot, want óók Abraham verlangde naar de dag van Christus; en in die vertroosting mag ook de gevallen mens hopen.

Dit is echter niet genoeg, want de gevallen mens moet de dood in, dóór de doop. Romeinen 6:3-11.

Het vlees, de oude mens, moet vernietigd worden door het kruis van Christus =(het altaar)= en komt dus aan de voet van het Kruis.

En daarna wordt hem de toegang geopend tot de Hof van God=(het Paradijs)=, want, ná gedood te zijn in de doop, begint hij een nieuw leven door het ontvangen van de Heilige Geest. Want nu is de toegang weer volledig geopend tot de weg van de boom des levens, zoals Titus, 3:4-7 ons zegt.

Door doop en verzegeling zalig te zijn in Christus. Dit gebeurt alles in dit leven en zal voor ons ook een aanwijzing zijn voor diegenen die gestorven zijn; die dus niet van deze genade zijn uitgesloten, omdat God een God van levenden zowel als van ontslapenen is.

En, wanneer er alleen maar een hoop voor DIT leven zou zijn, dan zouden ALLE ontslapenen zijn buitengesloten. DIT IS ECHTER ONDENKBAAR,!!

Christus is voor ALLEN gekomen en heeft ook voor ALLEN voldaan, zowel in DIT leven als in het DODENRIJK opdat Hij een VOLKOMEN VERLOSSING  zou teweeg brengen,